Het college van hoofdingelanden. De vertegenwoordiging van de ingelanden in Rijnland en Schieland in de vroegmoderne tijd

Author(s)

  • Milja van Tielhof

DOI:

https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10205

Keywords:

Low Countries, History, Political culture, Water-boards

Abstract

In de hoogheemraadschappen van Rijnland en Schieland trad in de vroegmoderne tijd een radicale institutionele verandering op. Die betrof de wijze waarop de grondbezitters vertegenwoordigd werden tegenover het waterschapsbestuur. In de middeleeuwen overlegden de bestuurders met een brede en flexibele groep afgevaardigden van grondbezitters uit vele dorpen. Deze groep werd verdrongen door een kleine, vaste en elitaire groep hoofdingelanden. De drijvende krachten achter de vorming van het college van hoofdingelanden waren steden. Door vertegenwoordigende structuren binnen rurale organisaties zoals waterschappen te verbinden aan steden, draagt het artikel bij aan de discussie over de vraag of intensieve politieke participatie vooral een stedelijk fenomeen is.

 

In the Early Modern Period the representation of landowners on the regional water boards of Rijnland and Schieland changed drastically. During the Middle Ages the regional water authorities conferred with a broad and flexible group of representatives, delegated by local landowners, but these were dismissed and replaced by a small, permanent and elitist group of principal landowners. The cities were the driving forces behind the formation of Boards of Principal Landowners. By linking representative institutions in rural contexts to cities, this article contributes to the debate whether or not intensive political participation was an urban phenomenon. 

 

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Published

2016-06-21

Issue

Section

Articles

How to Cite

van Tielhof, M. (2016). Het college van hoofdingelanden. De vertegenwoordiging van de ingelanden in Rijnland en Schieland in de vroegmoderne tijd. BMGN - Low Countries Historical Review, 131(2), 22-51. https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10205