BMGN - Low Countries Historical Review <p>BMGN – <em>Low Countries Historical Review</em> is the leading academic journal for the history of the Netherlands, Belgium and their global presence. The journal publishes research about broad and important issues in the history of the Low Countries and seeks to do so in a wider comparative and international context. BMGN – <em>Low Countries Historical Review</em> aims to present the best historical scholarship of both junior and senior scholars. The journal accommodates all historical subdisciplines, covers the history of the Low Countries since the Middle Ages, and accepts contributions in Dutch and English.</p> Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap en-US BMGN - Low Countries Historical Review 0165-0505 <p>Authors who publish with this journal agree to the following terms:</p> <p>a) Authors retain copyright and grant the journal right of first publication with the work simultaneously licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0) that allows others to share the work with an acknowledgement of the work's authorship and initial publication in this journal.</p> <p>b) Authors are able to enter into separate, additional contractual arrangements for the non-exclusive distribution of the journal's published version of the work (e.g., post it to an institutional repository or publish it in a book), with an acknowledgement of its initial publication in this journal.</p> <p>c) Authors are permitted to post their work online (e.g., in institutional repositories or on their website) prior to and during the submission process.</p> <p>Authors are explicitly encouraged to deposit their published article in their institutional repository.</p> The Age of Interdependence <p>Where has sustainability come from and how could it become such a popular idea? This special issue analyses the intersection between twentieth-century attempts to attune environmental, social and economic concerns in the Low Countries and the rise of ‘sustainable development’ from the 1980s onwards. The introduction to this issue first relates the articles to the international historiography on sustainability and elaborates their shared approach. Second, the varieties of sustainability practiced in Belgium, the Netherlands and Congo – as analysed in the contributions on forestry, breweries, pisciculture, water management, agriculture, and the alternative food movement – are presented. Based on their results, the period from the 1940s until the 1990s can be characterised as an ‘age of interdependence’ during which a distinct notion of sustainability emerged. Sustainability was interpreted in the light of global interconnections. Transnational governing coalitions, aided by experts and the ideal of planning, were established to achieve a balance between environmental, social and economic interests. The environment became an important object of post-war public debate and policy because of its connections to society and the economy. Building on these histories of sustainability, the introduction finally explores how historians enhance our understanding of the Anthropocene.</p> <p>Waar komt duurzaamheid vandaan en hoe kon het idee zo populair worden? Dit themanummer analyseert het snijvlak van twintigste-eeuwse pogingen om ecologische, sociale en economische belangen in de Lage Landen met elkaar in evenwicht te brengen en de opkomst van ‘duurzame ontwikkeling’ vanaf de jaren 1980. De inleiding positioneert de bijdragen in de internationale geschiedschrijving van duurzaamheid en licht hun gemeenschappelijke werkwijze toe. Vervolgens peilt de inleiding de invullingen van duurzaamheid in België, Nederland en Congo, zoals die in de bijdragen over bosbouw, bierbrouwerijen, viskweek, waterbeheer, landbouw en de alternatieve voedselbeweging worden geanalyseerd. Op basis van de artikelen kan de periode van de jaren 1940 tot de jaren 1990 als een ‘era van interdependentie’ bestempeld worden, waarin een specifieke invulling van duurzaamheid opkwam. Duurzaamheid werd geïnterpreteerd tegen de achtergrond van een groeiend bewustzijn van mondiale verbondenheid. Transnationale samenwerkingsverbanden probeerden met behulp van experts en ambitieuze planning een balans te vinden tussen ecologische, sociale en economische belangen. Juist door de verbanden die werden gelegd met de sociale en economische perspectieven werd het milieu in deze periode steeds belangrijker geacht. Naar aanleiding van deze duurzaamheidsgeschiedenissen verkent de inleiding ten slotte hoe historici ons begrip van het Antropoceen vergroten.</p> Peter van Dam Copyright (c) 2022 Peter van Dam 2022-12-22 2022-12-22 137 4 3 22 10.51769/bmgn-lchr.11687 Forests in the Netherlands and Their Many Functions since the 1900s <p>In European forestry, ‘sustainability’ as a key concept is centuries old. State-managed production forests and wooded landscapes for nature conservation have co-existed for a similar timespan. Incrementally, the functions of forests in the densely-populated Netherlands have shifted from timber production and economic rationales to natural beauty, biodiversity and recreation. ‘Monofunctional forests’ were gradually replaced in the 1960s by ‘multiple use’ of forests, according to which many functions may co-exist and be brought into balance in one forest area. The emergence of this idea was a significant step towards the formulation of a holistic concept of ‘sustainability’.</p> <p>In de Europese bosbouw is ‘duurzaamheid’ al sinds eeuwen een sleutelbegrip. Door de staat beheerde productiebossen en beboste landschappen voor natuurbehoud hebben een vergelijkbare tijdspanne naast elkaar bestaan. Geleidelijk aan zijn de functies van bossen in het dichtbevolkte Nederland verschoven van houtproductie en economische rationaliteit naar natuurschoon, biodiversiteit en recreatie. De stap van ‘monofunctionele bossen’ naar ‘multiple use’ in de jaren zestig van de twintigste eeuw, waarbij binnen hetzelfde bosterrein meerdere functies naast elkaar kunnen bestaan en met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht, is een relevante vernieuwing op weg naar een alomvattende invulling van ‘duurzaamheid’ als nieuw interpretatiekader.</p> Kristian Mennen Wim van Meurs Copyright (c) 2022 Wim P van Meurs 2022-12-22 2022-12-22 137 4 23 42 10.51769/bmgn-lchr.11697 Green is More than the Colour of the Bottle <p>‘Going green’ has been an important issue for business since the last decade of the twentieth century, but also earlier, companies had to deal with environmental concerns or took measures that had an environmental impact, either positive or negative. Based on archival research, this article looks at the way the Dutch brewer Heineken has reacted to a number of environmental issues during its long history and how it has responded to the evolving concept of sustainability. The article shows that in some cases the company reacted defensively, but in others it was proactive, especially when environmentally friendly measures offered opportunities for innovation. All these measures were taken in the hope of being allowed to keep growing the business.</p> <p>Sinds het laatste decennium van de twintigste eeuw is ‘vergroenen’ een belangrijk onderwerp geworden voor het bedrijfsleven, maar ook in eerdere periodes moesten bedrijven milieuproblemen aanpakken of namen zij maatregelen die een positief of negatief effect op het milieu hadden. Dit artikel bespreekt, op basis van archiefonderzoek, op welke manier de Nederlandse brouwer Heineken gedurende zijn lange geschiedenis omging met een aantal milieukwesties en hoe hij reageerde op het steeds veranderende concept duurzaamheid. Het artikel laat zien dat deze onderneming in sommige gevallen defensief reageerde, maar in andere proactief, vooral wanneer het nemen van maatregelen een mogelijkheid tot innovatie inhield. Dit alles gebeurde in de hoop dat de onderneming mocht blijven groeien.</p> Keetie Sluyterman Copyright (c) 2022 Keetie Sluyterman 2022-12-22 2022-12-22 137 4 43 64 10.51769/bmgn-lchr.11685 Pisciculture in the Belgian Congo <p>After the Second World War, an ambitious fish farming project was set up in the Congo by the Belgian colonial government on the basis of scientific reports indicating the state of fish resources. The aim was to feed the indigenous population, especially in rural areas considered to be the poorest, and to make economic production profitable, which could contribute to the well-being of the Congolese workers. By placing this project in the long history of sustainability, this article presents the main economic and socio-environmental issues regarding food and the use of fish resources that drove this project, as well as the measures put in place by the authorities associated with the experts to respond to them. The last part provides and discusses arguments that allow for the evaluation of the extent to which the fish farming project met the conditions of interconnected economic, social and environmental sustainability, as defined by the concept of sustainable development.</p> <p>Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Belgische koloniale overheid in Congo een ambitieus viskweekproject op basis van wetenschappelijke rapporten over het welzijn van de visbestanden. Het doel was de lokale bevolking van met name de arme plattelandsgebieden te voeden, de economie rendabel te maken en het welzijn van de Congolese arbeiders te verhogen. Door dit project in de lange geschiedenis van duurzaamheid te plaatsen, presenteert dit artikel de belangrijkste economische, sociale en ecologische problemen die aan de basis van dit project lagen en de maatregelen die experts en autoriteiten hiervoor voorstelden en namen. In de laatste paragraaf wordt beoordeeld in welke mate het viskweekproject voldeed aan het ideaal van duurzame ontwikkeling, waarbinnen economische, sociale en ecologische dimensies van duurzaamheid als onderling samenhangend worden gedefinieerd.</p> Patricia Van Schuylenbergh Copyright (c) 2022 Patricia Van Schuylenbergh 2022-12-22 2022-12-22 137 4 65 86 10.51769/bmgn-lchr.11689 'The Rhine as One River' <p>Asked why and how cross-border environmental governance developed in Western Europe, the 1970s are generally considered a key decade. By taking the historical evolution of the international Rhine regime as a lens, we will argue that the post-war decades need to be taken into account to understand the major changes that took place from the 1970s onwards. In this article, we examine the large variety of state and non-state actors that became involved in the contestation around the issue of Rhine pollution from the 1950s until the late 1970s. Looking at how problem definitions and strategies changed over time, we answer the question whether enough common ground could be found among water supply companies, horticulturalists and environmental activists to build a coalition against polluting industries, and how the dynamics of their interaction may be described.</p> <p>De jaren zeventig worden gezien als cruciale periode voor de ontwikkeling van grensoverschrijdend milieubeleid in West-Europa. Dit artikel over de historische ontwikkeling van het internationale Rijnregime toont aan dat een studie van de directe naoorlogse decennia van belang is om de grote veranderingen vanaf de jaren 1970 volledig te begrijpen. In onze bijdrage analyseren we een groot aantal statelijke en niet-statelijke actoren die betrokken waren in de politieke strijd tegen de vervuiling van de Rijn vanaf de jaren vijftig tot en met de jaren zeventig. Met een onderzoek naar veranderende probleemdefinities en strategieën doorheen de tijd gaan wij na of drinkwaterbedrijven, tuinbouwers en milieuactivisten voldoende met elkaar gemeen hadden om een coalitie tegen vervuilende industrieën te voeren en hoe de dynamiek van hun interactie beschreven kan worden.</p> Daan Sanders Liesbeth van de Grift Copyright (c) 2022 Liesbeth van de Grift 2022-12-22 2022-12-22 137 4 87 112 10.51769/bmgn-lchr.11694 Brown Gold? <p>This article analyses the discourse and opinion of agronomists on the manure problem in Belgium during the years 1970-1991. Based on a careful reading of the Belgian <em>Landbouwtijdschrift</em> (<em>Agricultural Magazine</em>), supplemented with secondary sources, four conclusions can be drawn. Firstly, already in the 1970s these agricultural experts warned for an injudicious use of pig manure, which caused nuisance to the environment and local residents. Without referring to the concept of ‘sustainability’, the agronomists did in fact incorporate economic and ecological aspects into their analysis. Secondly, Belgian agricultural experts, inspired by studies and colleagues in other countries, opted for technical solutions. Only seldom did they plea for strong state intervention. Thirdly, the Belgian government intervened only in the course of the 1980s, when the consequences of over-fertilisation threatened to have concrete and recognisable consequences for citizens, and with regard to the quality of drinking water in particular. These legislative initiatives occurred in parallel with a growing environmental awareness within society at large, a deeper understanding of the long-term environmental effects and the introduction of more stringent European environmental legislation. Fourthly, the Manure Decree of 1991 did not bring about a radical revolution in Belgian agriculture. Its primary focus was the supervision and management of the existing manure circuit, rather than on a structural reduction of the surpluses.</p> <p>Dit artikel analyseert het discours van landbouwkundigen over de mestproblematiek in België in de jaren 1970-1991. Op basis van een zorgvuldige lezing van het <em>Landbouwtijdschrift</em>, aangevuld met secundaire bronnen, kunnen vier conclusies worden getrokken. Ten eerste waarschuwden de landbouwdeskundigen reeds in de jaren 1970 voor een onoordeelkundig gebruik van varkensmest, met overlast voor milieu en omwonenden tot gevolg. Zonder te verwijzen naar het begrip ‘duurzaamheid’, namen de agronomen wel degelijk economische en ecologische aspecten mee in hun analyse. Ten tweede kozen Belgische landbouwexperts, geïnspireerd door studies en collega’s in andere landen, vooral voor technische oplossingen. Slechts zelden pleitten zij voor overheidsingrijpen. Ten derde reageerde de Belgische overheid pas in de loop van de jaren 1980, toen de gevolgen van de overbemesting concrete gevolgen dreigden te hebben voor de burger, namelijk een daling van de drinkwaterkwaliteit. De eerste wetgevende initiatieven liepen parallel met een groeiend maatschappelijk milieubewustzijn, een beter begrip van de milieueffecten op lange termijn en de invoering van een strengere Europese milieuwetgeving. Tenslotte zorgde het Mestdecreet in 1991 niet voor een radicale omwenteling in de Belgische landbouw. De primaire focus lag immers op het toezicht en beheer van het bestaande mestcircuit, en niet op een structurele vermindering van de overschotten.</p> Yves Segers Copyright (c) 2022 Yves Segers 2022-12-22 2022-12-22 137 4 113 136 10.51769/bmgn-lchr.11695 Small is Unsustainable? <p><span style="font-weight: 400;">This article analyses how the alternative food movement in the Low Countries successfully promoted the ideal of small-scale production and consumption since the 1970s. This history highlights an interpretation of sustainability which addressed global problems by a return to the local. Operating on a small scale enabled the alternative food movement to bridge the gap between social and environmental concerns. Although alternative food remained marginal within the quickly expanding agricultural sector of both Belgium and the Netherlands, the movement enlarged its reach through eco-labels and cooperation with large retail chains. As a result, small-scale practices could not be maintained. In the Netherlands, the alternative food movement subsequently emphasised the environment, whereas the social dimension was more pronounced in Belgium. Small-scale production and consumption became firmly entrenched as ideals, but, in practice, the balance between social, environmental, and economic concerns that activists had hoped for, moved out of reach. <br /></span></p> <p><span style="font-weight: 400;">Dit artikel analyseert hoe de alternatieve voedselbeweging in de Lage Landen succesvol het ideaal van kleinschalige productie en consumptie op de kaart zette sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het artikel gaat dieper in op een variant van duurzaamheid waarin mondiale problemen werden geadresseerd door een terugkeer naar het lokale. Kleinschaligheid bood de alternatieve voedselbeweging een kans om ecologische en sociale bekommernissen te verbinden. Hoewel alternatieve voeding marginaal bleef in de snel intensiverende landbouwsector in België en Nederland, vergrootte de alternatieve voedselbeweging haar bereik door middel van eco-keurmerken en samenwerkingen met grote winkelketens. Hierdoor kwam kleinschaligheid echter onder druk te staan. Terwijl de beweging in Nederland het milieu vooropstelde, lag in België meer nadruk op het sociale belang van lokale productie. Hoewel kleinschaligheid als ideaal stevig verankerd bleef, raakte de verhoopte balans tussen aandacht voor het milieu, sociale verhoudingen en economische belangen in de praktijk buiten bereik.</span></p> Peter van Dam Amber Striekwold Copyright (c) 2022 Peter van Dam, Amber Striekwold 2022-12-22 2022-12-22 137 4 137 160 10.51769/bmgn-lchr.11688 Van de redactie - Editorial Marnix Beyen Copyright (c) 2022 Marnix Beyen 2022-12-22 2022-12-22 137 4 1 2 10.51769/bmgn-lchr.13367