<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.9893</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.9893</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject></subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>50 jaar Tachtig Jaar Oorlog in de <sc>bmgn</sc></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name><surname>Van Bruaene</surname>
<given-names>Anne-Laure</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>124</fpage>
<lpage>134</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p></license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.9893"/>
<abstract>
<p>De <sc>bmgn</sc> is het wetenschappelijke tijdschrift bij uitstek voor de studie van de Nederlandse Opstand. Deze bijdrage neemt deze algemene vaststelling als uitgangspunt en brengt door een kwantitatieve analyse een aantal ontwikkelingen scherper in beeld. Het bekijkt de chronologische ontwikkelingen in het aantal bijdragen over de Opstand en neemt daarbij ook de taal van de bijdragen en de nationaliteit van de auteurs mee in de analyse. Tot slot wordt ook de geografische invalshoek van de bijdragen bestudeerd. Op basis van die analyse kan worden vastgesteld dat nieuwe vraagstellingen rond 1990 het Opstandsonderzoek hebben verbreed. Een aantal recente <sc>nwo</sc> Vici-projecten heeft voor een definitieve omslag gezorgd. De vraag is of het onderzoek over de Opstand, zoals het aan bod komt in de <sc>bmgn</sc>, ook internationaler is geworden en vooral, wat dat dan precies mag betekenen.</p>
<p>The <sc>bmgn</sc> is the scholarly journal <italic>par excellence</italic> for studying the Dutch Revolt. This contribution is founded on this general observation and uses quantitative analysis to highlight several developments. It examines the chronological changes in the number of contributions about the Revolt, analysing the language of the contributions and nationality of the authors in the process. Finally, the geographical perspective of the contributions is examined. Based on that analysis, it can be concluded that the scope of new research questions addressing the Revolt clearly broadened around 1990. Several recent <sc>nwo</sc> Vici projects made for a definitive change in this respect. The question is whether research about the Revolt, as covered in the <sc>bmgn</sc>, has also become more international, and, especially, what this exactly entails.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<fig>
<caption><p>&#x2018;Betreffende de Geschiedenis der Nederlanden&#x2019;. &#x00A9; Max Philippi.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.9893_fig1.jpg"/></fig>
<p>De geschiedenis van de Nederlandse Opstand is zo oud als het conflict zelf. Reeds bij het uitbreken van de Beeldenstorm in 1566 grepen bezorgde burgers, als de Gentse notabele Marcus van Vaernewijck, naar de pen om vat te krijgen op een wereld vol tumult en verandering. Kort daarop ontdekte de Keulse prentenuitgever Frans Hogenberg een internationale markt voor gestileerde houtsneden van veldslagen, plunderingen en verzoeningsrituelen. Rond 1600 verschenen de eerste geschiedenissen van de hand van Pieter Christiaensz. Bor en Emanuel van Meteren, op de voet gevolgd door de monumentale klassiekers van P.C. Hooft en Hugo Grotius. Daarna ebde de belangstelling nooit weg. Dit was zo in de Republiek, die zichzelf een glorieus oorlogsverleden toedichtte, maar ook in de Habsburgse Nederlanden, waar het nochtans veel moeilijker bleek om op het fundament van dit troebele tijdvak blinkende nationale mythes te bouwen. De negentiende-eeuwse verwetenschappelijking van de geschiedenis bracht een contrapunt door een stroom van detailonderzoeken, maar versterkte ook de internationale fascinatie voor het thema. De vergelijkingen tussen de Opstand en ontvoogdingsoorlogen zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd zijn bekend.</p>
<p>De <sc>bmgn</sc> kan zonder twijfel beschouwd &#x2013; en ook ge&#x00EB;erd &#x2013; worden als hoeder van die traditie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Er is geen ander wetenschappelijk tijdschrift van formaat dat zoveel aandacht besteedt aan de Nederlandse Opstand en dat de recente transformaties binnen de historiografie zo sterk mee heeft vormgegeven. Ik zou mijn essay hier kunnen afsluiten en een heilsdronk kunnen uitbrengen op de volgende vijftig jaar, maar om mijn stelling te onderbouwen ben ik toch maar aan het tellen geslagen. In de halve eeuw <sc>bmgn</sc> die achter ons ligt (1970-2019) werden 69 individuele bijdragen aan aspecten van de Opstand gewijd. Hiertoe reken ik zowel artikels, reviewartikels als discussiebijdragen. Daarnaast werden 121 publicaties met betrekking tot de Opstand gerecenseerd in het tijdschrift, met name in gewone recensies of als onderdeel van een reviewartikel. In wat volgt, ga ik nader in op een aantal algemene ontwikkelingen die te ontwaren zijn in vijftig jaar historiografie van de Opstand in de <sc>bmgn</sc>, met name een verbreding van de vraagstellingen, een worsteling met de roep om internationalisering en een welkome toenadering tussen Noord en Zuid.</p>
<sec id="s1">
<title>Een behoedzame paradigmawissel</title>
<p>Het aantal gepubliceerde bijdragen over de Opstand is indrukwekkend, maar de aantallen blijven natuurlijk van dien aard dat kwantitatieve analyses met enige omzichtigheid moeten worden aangepakt. Als we de cijfers per decennium opsplitsen zien we na een flinke start in de jaren 1970, een schijnbaar hoogtepunt in de jaren 1980, gevolgd door een knik in de jaren 1990 en een remonte in de twee meest recente decennia (zie grafiek 8). Een aantal kanttekeningen is op zijn plaats. Eerst en vooral vertekenen de twee themanummers die de <sc>bmgn</sc> aan de Opstand besteedde sterk het beeld. In 1984 verscheen naar aanleiding van de vierhonderdjarige herdenking van zijn overlijden een themanummer met zeven individuele bijdragen gewijd aan Willem van Oranje.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> In 2016 trad ik samen met Ruben Suykerbuyk en Koenraad Jonckheere op als redacteur van een themanummer over de Beeldenstorm met negen afzonderlijke bijdragen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Bovendien hebben drie van de zes bijdragen uit het themanummer uit 2003 over &#x2018;Legerorganisatie en oorlogvoering in de Lage Landen tijdens de zestiende en zeventiende eeuw&#x2019; uitdrukkelijk betrekking op de Opstand.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> In 2011 besteedde de <sc>bmgn</sc> ook een discussiedossier aan Judith Pollmanns <italic>Catholic Identity and the Revolt of the Netherlands</italic> (2011). Het dossier bevat bijdragen van Marc Forster, Barbara Diefendorf en Michael Questier en een wederwoord van Pollmann zelf.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup></p>
<p>Aan het aantal bijdragen per decennium kan dus geen al te groot gewicht worden toegekend, al toont de spreiding van het aantal recensies een vrij gelijkaardig beeld. De jaren 1990 komen naar voren als een relatief bescheiden decennium. Ik meen echter dat er in die periode geen acute bloedarmoede in het Opstandsonderzoek optrad, maar juist een belangrijke herbronning plaatsvond. Want laten we wel wezen, ondanks bijdragen van Nederlandse gevestigde waarden als Ernst Kossmann, Jan Woltjer en Arie van Deursen of van internationale kleppers als Helmut Koenigsberger, Heinz Schilling en Jonathan Israel was tot ongeveer het midden van de jaren 1980 de blik op de Opstand vrij traditioneel, nogal naar binnen gekeerd en in vele gevallen weinig prikkelend. De eerste twee artikels die in 1970 verschenen waren toevallig allebei van de hand van Van Oldenbarnevelt-biograaf Jan den Tex, die zich niet de moeite getroostte zijn lezers ietwat in te leiden in de materie of het conflict zelfs maar te benoemen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> Dit was het gevolg van een vanzelfsprekendheid die toen nog eigen was aan de nationale geschiedenis. In een nochtans interessante comparatieve bijdrage uit 1983 over het Plakkaat van Verlatinghe (1581) en de Declaration of Independence (1776) gewaagde de Tilburgse hoogleraar rechtsgeschiedenis Jos Coopmans bijvoorbeeld consequent van &#x2018;ons vrijheidscharter&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup></p>
<p>Rond het midden van de jaren 1980 begon het een en ander te veranderen. Ondanks het vrij traditionele uitgangspunt &#x2013; een bundel nauwelijks geredigeerde lezingen van een herdenkingscolloquium &#x2013; was in het themanummer over Willem van Oranje plaats voor vernieuwende insteken zoals intellectueel milieu (Nicolette Mout) en adellijke patronage (Henk van Nierop).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup> Het kantelmoment kwam er rond 1990. In 1989 verscheen een artikel van de Amerikaanse cultuurhistoricus Craig Harline over voorstellingen van oorlog in de Republiek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> Werner Thomas volgde in 1990 met een bijdrage over de mythe van de Spaanse inquisitie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup> In 1991 tenslotte publiceerde Henk van Nierop een antropologische lezing van de rituelen en beeldstrategie&#x00EB;n van het Compromis der Edelen, nog steeds &#x00E9;&#x00E9;n van mijn favoriete bijdragen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup> De meest vernieuwende studies die in dezelfde periode werden gerecenseerd waren ongetwijfeld die van de reeds genoemde Harline (over pamfletcultuur in de jonge Republiek) en de monografie&#x00EB;n van Joke Spaans en Robert DuPlessis &#x2013; over respectievelijk Haarlem en Rijsel &#x2013; die stevige nieuwe impulsen gaven aan het lokale onderzoek van de Opstand.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup></p>
<p>Hoewel de historiografie van de Opstand gezien de aard van het onderwerp altijd in de eerste plaats politiek zal zijn en blijven, hadden de cultuurgeschiedenis en in mindere mate ook de sociale geschiedenis rond 1990 hun intrede gedaan in het onderzoek. Geheel onverwachts was dit natuurlijk niet. De historiografie van de Duitse Reformatie en Franse godsdienstoorlogen had onder invloed van de Franse <italic>Annales</italic>-school en op aangeven van Angelsaksische historici als Robert W. Scribner en Natalie Zemon Davis sinds de jaren 1970 de omslag gemaakt van enge politieke vraagstellingen naar een belangstelling voor beeldvorming, rituelen en de ervaringen van gewone mensen. Let wel, heel radicaal was de paradigmawissel in de <sc>bmgn</sc> niet. Twee klassiek geworden artikels van Van Nierop uit 1995 over de interpretatie van de Nederlandse Opstand en Alastair Duke uit 2004 over nationale identiteit aan de vooravond van de Opstand combineren een gevoeligheid voor eigentijdse percepties en representaties met een blijvende belangstelling voor de grote politieke vraagstukken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup> Recente syntheses van de Nederlandse Opstand door de Amerikaanse historicus Peter Arnade en de Leidse conservator Anton van der Lem trekken met hun sterke nadruk op beeldmateriaal die lijn door.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup></p>
<p>Het fundament dat werd gelegd rond 1990 is stevig gebleken. Een essenti&#x00EB;le steunpilaar is de deels in Engeland gevormde Leidse hoogleraar Judith Pollmann. Zij heeft de erfenis van haar leermeesters Henk van Nierop en Alastair Duke op bijzonder dynamische wijze verder uitgebouwd. In het <sc>nwo</sc> Vici-project <italic>Tales of the Revolt. Memory, Oblivion and Identity in the Low Countries, 1566-1700</italic> (2008-2013) werd de aandacht verlegd van het conflict zelf naar de herinnering ervan en naar de creatie van nieuwe nationale en religieuze identiteiten. Dit leidde onder andere tot hogergenoemd discussiedossier uit 2011 en een artikel over de historiografie van de Beeldenstorm in het hieraan gewijde themanummer uit 2016.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup> Belangrijk is dat Pollmann de focus in sterke mate verlegde naar de Zuidelijke Nederlanden en ze er ook daadwerkelijk in slaagde de banden met Belgische collega&#x2019;s aan te halen (zie verder).</p>
<p>Daarnaast is ook een tweede spoor te ontwaren. De traditionele militaire geschiedenis die in de <sc>bmgn</sc> altijd ruim aan bod is gekomen, heeft zich sinds de late jaren 1980 onder impuls van de studies van Geoffrey Parker verveld tot een &#x2018;War and society&#x2019;-benadering. Pepijn Brandon wijdde aan die vernieuwingen in 2014 een heel mooi reviewartikel.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref></sup> Een merkwaardig neveneffect van die nieuwe militaire geschiedenis is evenwel dat de term &#x2018;Tachtigjarige Oorlog&#x2019; helemaal terug is van weggeweest. Daarmee lijken er tegenwoordig twee polen te zijn in het onderzoek: een eerste legt de nadruk op de politiek-culturele oorzaken en gevolgen van de opstand en burgeroorlog in de periode tussen de Beeldenstorm in 1566 en de Val van Antwerpen in 1585 en een tweede bestudeert het langgerekte militaire conflict tot aan de Vrede van M&#x00FC;nster in 1648.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Internationalisering, maar voor wie&#x003F;</title>
<p>De vaak complexloze nationale geschiedenis van de Nederlandse Opstand heeft dus plaats geruimd voor een meer genuanceerd verhaal waarin de verwevenheid met religie, cultuur en maatschappij op de voorgrond staat. Betekent dit ook dat de historiografie internationaler is geworden&#x003F; In ieder geval is &#x2018;internationalisering&#x2019; van dit onderzoeksveld een gekoesterd thema van de voormalige redacties van de <sc>bmgn</sc>, getuige de twee reviewartikels die eraan zijn gewijd. In 1985 gaf de Groningse hoogleraar Albert F. Mellink een boeiend overzicht van honderd jaar historiografie over de Opstand door &#x2018;buitenlanders&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref></sup> In 2009 publiceerde Pollmann een artikel over de meer recente tendensen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref></sup> Zoals Pollmann aangeeft is &#x2018;internationalisering&#x2019; echter een vlag die vele ladingen dekt, gaande van internationale belangstelling voor de nationale geschiedenis tot een uitbreken uit de enge nationale kaders. Om een aantal evoluties in en om de <sc>bmgn</sc> preciezer te kunnen vastpinnen, ben ik daarom opnieuw aan het tellen geslagen.</p>
<p>Een eerste mogelijk &#x2013; en makkelijk te turven &#x2013; criterium dat een meer internationale gerichtheid kan onthullen is taal. Een opvallende vaststelling is dat 27 van de 69 bijdragen (39%) over de Opstand niet in het Nederlands zijn geschreven, waarvan 24 (35%) in het Engels en drie (4%) in het Duits. Zoals te verwachten is er wel een sterke evolutie (zie grafiek 10). In het meest recente decennium zijn maar liefst 17 van de 18 bijdragen Engelstalig. Dit heeft natuurlijk alles te maken met zowel de wens van vele onderzoekers als het beleid van de <sc>bmgn</sc> om steeds meer in het Engels te publiceren. Slechts vijf van de auteurs uit de periode 2010-2019 zijn niet-Nederlandstalig en slechts &#x00E9;&#x00E9;n daarvan (Ramon Voges over Frans Hogenberg) leverde een regulier onderzoeksartikel in plaats van een reviewartikel (Laura Cruz) of discussiebijdrage (Forster, Diefendorf en Questier). Maakt dat de <sc>bmgn</sc> werkelijk internationaler dan voorheen&#x003F; In de jaren 1970 en 1980 werd ook in het Engels en Duits gepubliceerd over de Opstand, maar dan wel in de regel door <italic>native speakers</italic> zoals onder andere Werner Halhweg, Jonathan Israel, Helmut Koenigsberger en Heinz Schilling.</p>
<p>Hetzelfde kan worden gezegd over de gerecenseerde publicaties (zie grafiek 11). Engelstalige boeken hebben in het laatste decennium de overhand gekregen, maar ongeveer de helft daarvan is geschreven door Nederlandstaligen. Bovendien lijkt er ook wel een verschraling te zijn opgetreden, aangezien in de vier eerdere decennia geregeld ook publicaties in het Frans en het Duits werden gerecenseerd. Wat nog meer treft, is dat in vijftig jaar <sc>bmgn</sc> geen enkele Spaanstalige publicatie over de Opstand werd besproken. Nochtans is er in de Spaanse wereld om evidente redenen veel belangstelling voor de Tachtigjarige Oorlog en is heel weinig van dat werk in Engelstalige versie beschikbaar. De verengelsing van de <sc>bmgn</sc> blijkt dus een tweesnijdend zwaard. Het maakt gedegen onderzoek van eigen bodem toegankelijk voor een breder internationaal publiek &#x2013; zoals de Canadees-Amerikaanse Christine Kooi heel recent aanstipte in een jubileuminterview met de <sc>knhg</sc><sup><xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></sup> &#x2013; maar laat onbedoeld ook wel enkele deuren naar andere academische gemeenschappen gesloten.</p>
<p>In mijn telijver heb ik ook de nationaliteit van de auteurs onder de loep genomen, want die staat in toenemende mate los van de gebruikte taal (zie grafiek 12). Als we even volstrekt onschuldig Lage Landers tot &#x00E9;&#x00E9;n supernationaliteit rekenen, zien we dat het aandeel &#x2018;echte&#x2019; buitenlanders nogal fluctueert. In het meest recente decennium gaat het zoals gezegd in de eerste plaats om auteurs van discussiebijdragen en een reviewartikel. Zij zijn uitgenodigd door de redactie van de <sc>bmgn</sc> omwille van hun internationale blik en hebben &#x2013; op Laura Cruz na &#x2013; zelf geen onderzoek over de Nederlanden verricht. Dit contrasteert opvallend met de jaren 1970 en 1980 toen een schare gerenommeerde Duitse, Britse en Amerikaanse auteurs op basis van hun eigen expertise over de Opstand bijdragen leverden die in een aantal gevallen (Volker Press, Heinz Schilling) ook uitdrukkelijk comparatief waren opgezet. Dit wil echter niet zeggen dat internationale auteurs niet langer belangstelling tonen voor de Opstand &#x2013; denk maar aan het recente werk van Peter Arnade, James D. Tracy en Wayne te Brake<sup><xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref></sup> &#x2013; maar wel dat auteurs van dit kaliber niet langer de aandrang voelen om te publiceren in een &#x2018;nationaal&#x2019; tijdschrift als de <sc>bmgn</sc>. Mijns inziens is ook dit een onbedoeld neveneffect van de moderne wetenschapsbeoefening: de meeste wetenschappelijke tijdschriften zijn, althans voor de academische lezer, vlot en vrij online toegankelijk en daardoor loont die extra inspanning om werk te presenteren aan collega&#x2019;s uit de Lage Landen niet langer de moeite.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref></sup></p>
<p>Dit wat ontnuchterende verhaal gaat echter niet op voor het aandeel van Belgische auteurs. Zij hebben de <sc>bmgn</sc> volledig omarmd als forum voor de geschiedbeoefening over de Opstand. De evolutie doorheen de tijd is opvallend. In de jaren 1970 en 1980 waren Belgische auteurs als Gustaaf Janssens, Michel Baelde en Johan Decavele nog witte raven. Als het over de Pacificatie van Gent gaat, moeten we toch maar eens een Belgische expert (Baelde) aan het woord laten, was wellicht de redenering.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref></sup> Decavele mocht als enige Belg een bijdrage leveren aan het themanummer over Willem van Oranje uit 1984. Na 1990 steeg het aandeel Belgische &#x2013; weliswaar uitsluitend Nederlandstalige &#x2013; auteurs echter gestaag: Werner Thomas en Luc Duerloo in de jaren 1990, Ren&#x00E9; Vermeir, Etienne Rooms en Violet Soen in de jaren 2000 en een hele schare relatief jonge auteurs in de jaren 2010. Het themanummer over de Beeldenstorm was &#x2013; <italic>mea culpa</italic> &#x2013; opvallend Vlaams gekleurd, waardoor Belgische auteurs in de meest recente decennium zelfs een overwicht kregen op de Nederlandse.</p>
<p>Het aanstormend geweld van de Belgen is paradoxaal genoeg ook het resultaat van het succes van een aantal Nederlandse collega&#x2019;s met prestigieuze projecten, zoals Pollmann en meer recent ook Geert H. Janssen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref></sup> Die projecten legden niet alleen de nadruk op de Zuidelijke Nederlanden, maar vormden ook de basis voor een sterk netwerk met Belgische collega&#x2019;s. De &#x2018;projectificatie&#x2019; van de wetenschap zoals Pieter Huistra en Bram Mellink dit in hun bijdrage voor dit jubileumnummer enigszins oneerbiedig noemen, laat zich in dit geval vooral onrechtstreeks voelen. De toenadering tussen Belgen en Nederlanders toont zich namelijk in een belangrijke perspectiefwissel. Ik ging na welke geografische invalshoek dominant is in de gepubliceerde bijdragen: de Noordelijke Nederlanden, de Zuidelijke Nederlanden, de gehele Nederlanden of een meer internationaal, comparatief perspectief (zie grafiek 9). Daarbij valt vooral het stelselmatig afnemen van een eng Noord-Nederlands perspectief op. Was in de jaren 1970 en 1980 de wetenschappelijke geschiedschrijving van de Opstand nog vaak een onbetwistbaar nationaal verhaal, dan is dit vandaag niet meer het geval. Aanvankelijk was er ook een nette opdeling. Nederlandse historici waagden zich wel aan bredere analyses waarin ook de internationale context werd betrokken of het beleid in de hele Nederlanden werd besproken, maar een detailstudie over het Zuiden was toch iets voor Belgische auteurs. Zo schreef Janssens in 1974 een artikel over het Brabants verzet tegen de Tiende Penning en Decavele in 1984 een bijdrage over de mislukking van Oranjes politiek in Vlaanderen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref></sup> De nabijheid van archieven speelde hier natuurlijk een rol in (al trokken de Belgische specialisten ook geregeld naar Simancas) en het moet gezegd dat de boekpublicaties van Belgen doorgaans wel door Nederlandse recensenten werden besproken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref></sup></p>
<p>Een fundamentele verandering kwam er pas toen Pollmann en Janssen resoluut de aandacht verschoven naar de Zuidelijke Nederlanden in hun studies uit respectievelijk 2011 en 2014 over katholieke identiteit en katholieke ballingschap, thematieken die sowieso het nationale narratief van de trotse protestantse natie doorbreken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref></sup> Dit inspireerde dan weer een groep voornamelijk Belgische auteurs om in het themanummer over de Beeldenstorm het &#x2018;verliezersperspectief&#x2019; volop te exploreren door de ervaringen van katholieke leken en de vernielde religieuze materi&#x00EB;le cultuur centraal te stellen. Dit alles hoeft geen verenging naar een Zuid-Nederlands perspectief te impliceren. De redactie van de <sc>bmgn</sc> oefende in die tijd terecht druk uit op auteurs om de gehele Nederlanden in de analyse te betrekken of minstens een aanzet te geven tot een internationale vergelijking. Het meest recente product van die nieuwe nadruk op het comparatieve is het artikel uit 2019 van Jonas van Tol waarin het transnationale karakter van de militaire campagnes van Willem van Oranje wordt blootgelegd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref></sup></p>
<p>Tot besluit vestig ik graag de aandacht op het merkwaardig redactioneel van het eerste nummer van de gefuseerde <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden</italic> uit 1970. Een zekere gelatenheid over de toestand van het historische onderzoek in Nederland en een schroom over het welslagen van het nieuwe project overheersen daarin. Enkel de samenwerking tussen Belgische en Nederlandse historici bleek toen een lichtpunt aan de horizon.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref></sup> Wanneer in 2006 het tijdschrift herdoopt werd tot <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden / The Low Countries Historical Review</italic> en in 2012 tot <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic> leek veel minder twijfel te bestaan over de relevantie van het tijdschrift en het welslagen van de internationale missie. Dit is bekeken door de bril van het Opstandsonderzoek grotendeels terecht. Dit tijdschrift heeft een mooie evolutie doorgemaakt, waarbij nieuwe vraagstellingen en prikkelende debatten centraal zijn komen te staan. De vermaledijde scheiding der Nederlanden is verzacht door een werkelijke toenadering tussen Belgen en Nederlanders en een vervlechting van de perspectieven. Een bredere internationale gerichtheid ontbreekt daarbij zeker niet. Toch blijft internationalisering een wat paradoxaal ideaal voor een wetenschappelijk tijdschrift dat zich richt op een welomschreven geografische ruimte. Wat mij betreft is dit tijdschrift in de voorbije vijftig jaar vooral meer <sc>bmgn</sc> geworden en niet noodzakelijk meer <sc>lchr</sc>. Maar ik vind dat allerminst een schande.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Afkortingen: <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden</italic>: <italic><sc>bmgn</sc></italic>, <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden/The Low Countries Historical Review</italic>: <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic>, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic>: <sc>bmgn &#x2013; <italic>lchr</italic></sc>.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p><sc><italic>bmgn</italic></sc> 99:4 (1984).</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p><sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 131:1 (2016).</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p><italic><sc>bmgn</sc></italic> 118:4 (2003).</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p><sc>bmgn</sc> 126:4 (2011).</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Jan den Tex, &#x2018;Maurits en Oldenbarnevelt v&#x00F3;&#x00F3;r en na Nieuwpoort&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 85:1 (1970) 63-72. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1603">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1603</ext-link>; Jan den Tex, &#x2018;Twee adviezen aan Leicester uit 1587&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 85:2 (1970) 215-219. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1618">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1618</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Jos Coopmans, &#x2018;Het Plakkaat van Verlatinge (1581) en de Declaration of Independence (1776)&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 98:4 (1983) 540-567. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2431">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2431</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Nicolette Mout, &#x2018;Het intellectuele milieu van Willem van Oranje&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 99:4 (1984) 596-625. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2530">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2530</ext-link>; Henk van Nierop, &#x2018;Willem van Oranje als hoog edelman. Patronage in de Habsburgse Nederlanden&#x003F;&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 99:4 (1984) 651-676. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2532">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2532</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>Craig Harline, &#x2018;Mars bruised. Images of war in the Dutch Republic, 1641-1648&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 104:2 (1989) 184-208. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3063">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3063</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>Werner Thomas, &#x2018;De mythe van de Spaanse inquisitie in de Nederlanden van de zestiende eeuw&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 105:3 (1990) 325-353. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3236">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3236</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Henk van Nierop, &#x2018;Edelman, bedelman. De verkeerde wereld van het Compromis der Edelen&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 107:1 (1992) 1-27. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3446">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3446</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Henk van Nierop, &#x2018;C.E. Harline, Pamphlets, printing and political culture in the early Dutch Republic&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 104:2 (1989) 265-267. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3083">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3083</ext-link>; Arie van Deursen, &#x2018;J. Spaans, Haarlem na de reformatie. Stedelijke cultuur en kerkelijk leven, 1577-1620&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 107:1 (1992) 104-105. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3463">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3463</ext-link>; Martin van Gelderen, &#x2018;R.S. Duplessis, Lille and the Dutch Revolt. Urban stability in an era of revolution 1500-1582&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 109:4 (1994) 664-666. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3923">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3923</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Er mag daarbij worden aangestipt dat de bijdrage van Van Nierop meer dan duizendmaal werd gedownload. Zelfs als dat allemaal onwillige universiteitsstudenten zijn, is het toch een prestatie van formaat; Henk van Nierop, &#x2018;De troon van Alva. Over de interpretatie van de Nederlandse Opstand&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 110:2 (1995) 205-223. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3999">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3999</ext-link>; Alastair Duke, &#x2018;The Elusive Netherlands. The question of national identity in the Early Modern Low Countries on the Eve of the Revolt&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 119:1 (2004) 10-38. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5967">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5967</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Peter Arnade, <italic>Beggars, Iconoclasts and Civic Patriots. The Political Culture of the Dutch Revolt</italic> (Ithaca 2008), besproken in <sc>bmgn</sc> in het reviewartikel van Laura Cruz, &#x2018;Reworking the Grand Narrative. A Review of Recent Books on the Dutch Revolt&#x2019;, <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic> 125:1 (2010) 29-38. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7067">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7067</ext-link>; Anton van der Lem, <italic>De Opstand in de Nederlanden 1568-1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld</italic> (Nijmegen 2014), besproken in <sc>bmgn</sc> door Peter Arnade, &#x2018;Anton van der Lem, De Opstand in de Nederlanden, 1568-1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 130:4 (2015). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10127">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10127</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Judith Pollmann, &#x2018;Iconoclasts Anonymous: Why did it take Historians so long to identify the Image-Breakers of 1566&#x003F;&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 131:1 (2016) 155-176. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10184">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10184</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Pepijn Brandon, &#x2018;Een &#x201C;War and Society&#x201D;-geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 129:3 (2014) 51-72. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9738">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9738</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p>Albert F. Mellink, &#x2018;De Nederlandse Opstand in de geschiedbeoefening door buitenlanders 1885-1985&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 100:4 (1985) 606-617. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2657">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2657</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p>Judith Pollmann, &#x2018;Internationalisering en de Nederlandse Opstand&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc>/<sc>lchr</sc></italic> 124:4 (2009) 515-535. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7045">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7045</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>&#x2018;Lid aan het woord: Christine Kooi&#x2019;, <italic>Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap</italic>, 13 augustus 2020, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://knhg.nl/2020/08/13/lid-aan-het-woord-christine-kooi/">https://knhg.nl/2020/08/13/lid-aan-het-woord-christine-kooi/</ext-link> (geraadpleegd op 20 augustus 2020).</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Peter Arnade, <italic>Beggars, Iconoclasts, and Civic Patriots. The Political Culture of the Dutch Revolt</italic> (Ithaca 2008); Maarten Prak, &#x2018;James D. Tracy, The Founding of the Dutch Republic. War, Finance, and Politics in Holland, 1572-1588&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc>/<sc>lchr</sc></italic> 125:1 (2010) 115-117. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7082">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7082</ext-link>; Martine van Ittersum, &#x2018;Wayne P. te Brake, Religious War and Religious Peace in Early Modern Europe&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 133 (2018). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10530">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10530</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Zie ook de reflecties hieromtrent bij Pieter Huistra en Bram Mellink, &#x2018;Behoud de <italic>Bijdragen</italic>, vernieuw de vorm&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 136:2 (2021) 6-22. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9775">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9775</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>Michel Baelde was in deze periode ook lid van de redactie.</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p><sc>nwo</sc> Vici-project &#x2018;Tales of the Revolt. Memory, Oblivion and Identity in the Low Countries, 1566-1700&#x2019; (Judith Pollmann, 2008-2013); <sc>nwo</sc> Vici-project &#x2018;The Invention of the Refugee in Early Modern Europe&#x2019; (Geert H. Janssen, 2018-2023).</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p>Gustaaf Janssens, &#x2018;Brabant in verzet tegen Alva&#x2019;s tiende en twintigste penning&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 89:1 (1974) 16-31. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1796">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1796</ext-link>; Johan Decavele, &#x2018;De mislukking van Oranjes &#x201C;democratische&#x201D; politiek in Vlaanderen&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 99:4 (1984) 626-650. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2531">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2531</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p>Zie in meer algemene zin de bijdrage van Marc Boone en Tom Verschaffel, &#x2018;&#x201C;Et pour les Belges la m&#x00EA;me chose&#x201D;&#x003F; Het Vlaamse aandeel in de <sc>bmgn&#x2019;</sc>, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 136:2 (2021) 24-41. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9781">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9781</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn26"><label>26</label><p>Pollmann, <italic>Catholic Identity</italic>; James Tracy, &#x2018;Geert H. Janssen, The Dutch Revolt and Catholic Exile in Reformation Europe&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 130:3 (2015). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10116">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10116</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn27"><label>27</label><p>Jonas van Tol, &#x2018;William of Orange in France and the Transnationality of the Sixteenth-Century Wars of Religion&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr</sc></italic> 134:4 (2019) 33-58. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10758">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10758</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn28"><label>28</label><p>Zie hiervoor ook in dit nummer: Boone en Verschaffel, &#x2018;&#x201C;Et pour les Belges la m&#x00EA;me chose&#x201D;&#x003F;<sc>&#x2019;</sc>; Huistra en Mellink, &#x2018;Behoud de <italic>Bijdragen</italic>, vernieuw de vorm&#x2019;.</p></fn>
</fn-group>
<sec>
<title/>
<p><bold>Anne-Laure Van Bruaene</bold> doceert vroegmoderne cultuurgeschiedenis en stadsgeschiedenis aan de Universiteit Gent. Ze doet vooral onderzoek naar de stedelijke cultuur in de Nederlanden in de periode van ca. 1450 tot ca. 1650. In 2008 publiceerde ze <italic>Om beters wille. Rederijkerskamers en de stedelijke cultuur in de Zuidelijke Nederlanden (1400-1650)</italic> (Amsterdam University Press). Van 2010 tot 2016 was ze redactielid van de <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic><sc>lchr.</sc></italic> In 2016 redigeerde ze samen met Ruben Suykerbuyk en Koenraad Jonckheere een themanummer over de Beeldenstorm voor het tijdschrift. Momenteel werkt ze aan een culturele biografie van Lucas d&#x2019;Heere (1534-1584), een Gentse schilder, dichter en calvinistische propagandist die een bewogen rol speelde in de Nederlandse Opstand. E-mail: <email>annelaure.vanbruaene@UGent.be</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>