<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.9887</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.9887</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De <sc>bmgn</sc> als platform voor vernieuwing van de politieke geschiedenis</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Wolffram</surname>
<given-names>Dirk Jan</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>136</fpage>
<lpage>149</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.9887"/>
<abstract>
<p>De politieke geschiedenis van Nederland en Belgi&#x00EB; zoals bestudeerd in de <sc>bmgn</sc> had verschillende gezichten. Aanvankelijk domineerde een zekere traditionele geschiedschrijving over beide landen, die als een steeds dunner wordende rode draad door de inhoud van de afgelopen vijftig jaar loopt. Vanaf het midden van de jaren tachtig verschoof de nadruk naar de geschiedschrijving over de Nederlandse politiek, en ontwikkelde de <sc>bmgn</sc> zich tot platform voor de vernieuwing van de politieke geschiedenis van de moderne tijd. Deze politieke-cultuurbenadering manifesteerde zich vanaf het midden van de jaren negentig in een aantal baanbrekende artikelen en bracht ook de moderne Belgische politieke geschiedenis opnieuw onder de aandacht. In het afgelopen decennium ontpopte de <sc>bmgn</sc> zich tot podium voor een jonge generatie politieke historici.</p>
<p>Studies of the political history of the Netherlands and Belgium as examined in the <sc>bmgn</sc> had various manifestations. Initially a somewhat traditional historiography about the two countries dominated, surfacing in the content of the past fifty years, albeit progressively less pronounced. From the mid 1980s the focus shifted to the historiography of Dutch politics, and the <sc>bmgn</sc> evolved into a platform for innovating political history writing of the modern period. This political-cultural approach manifested from the mid 1990s in several pioneering articles and restored interest in modern Belgian political history. In the past decade the <sc>bmgn</sc> has become a platform for a young generation of political historians.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<fig>
<caption><p>&#x2018;De <sc>bmgn</sc> als platform voor vernieuwing van de politieke geschiedenis&#x2019;. &#x00A9; Rosa Snijders.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.9887_fig1.jpg"/></fig>
<sec id="s1">
<title>Inleiding<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></title>
<p>Geschiedschrijving reflecteert de maatschappelijke ontwikkelingen en dat geldt zeker voor de politieke geschiedenis. Inherent aan de geschiedbeoefening, en aan een medium als een historisch tijdschrift, is echter dat die reflectie met vertraging tot stand komt. Waar bijvoorbeeld de politicologie haar uiterste best doet om de tijdgeest te vangen, koestert de geschiedwetenschap een zekere distantie. In deze bijdrage probeer ik aan te tonen dat juist in de <sc>bmgn</sc> de afgelopen decennia een stevige methodologische vernieuwing in de politieke geschiedenis van de moderne tijd naar voren is gekomen. Deze kan gezien worden als een trage reflectie, met de nodige distantie dus, op het sterk ideologisch-verzuilde karakter van politiek in de Lage Landen vanaf de negentiende eeuw. De politieke geschiedenis herdefinieerde zichzelf, naast de andere historische subdisciplines. In de <sc>bmgn</sc> werd de Nederlandse politieke geschiedenis daarbij het voornaamste object van studie. De Belgische politieke geschiedschrijving ging zich vooral in Belgische tijdschriften presenteren en een gezamenlijke politieke geschiedschrijving verdween achter de horizon.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Tussen traditie en vernieuwing</title>
<p>In de <sc>bmgn</sc> kruisten de afgelopen vijftig jaar krachtige onderzoekstradities met stevige vernieuwingsimpulsen. Het tijdschrift werd via een aantal cruciale bijdragen een belangrijk platform voor de ontwikkeling van de &#x2018;politieke cultuur&#x2019;-benadering zoals die vanaf het begin van het millennium de politieke geschiedschrijving van de moderne tijd domineert, althans in Nederland. Tegelijkertijd bleef de <sc>bmgn</sc> de geschiedschrijving over politiek vanaf de middeleeuwen tot het einde van de achttiende eeuw koesteren, met veel aandacht voor de Opstand (zie hiervoor de bijdrage van Anne-Laure Van Bruaene)<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup>, maar ook met een constante belangstelling voor politieke functionarissen en ambtenaren, en een zekere belangstelling voor internationale betrekkingen en diplomatie.</p>
<p>Wat in een verkenning van de inhoud van het blad in de afgelopen vijftig jaar opvalt, is dat vanaf ongeveer 1980 de Nederlandse politieke geschiedenis, althans voor de moderne tijd, die van Belgi&#x00EB; overvleugelde. Bovendien publiceerde de <sc>bmgn</sc> geen bijdragen waarin de politieke geschiedenis van beide landen werd vergeleken, laat staan dat aspecten van die geschiedenis voor de Lage Landen gezamenlijk werden besproken. Dat is opmerkelijk in het licht van de lange en rijke traditie van samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse historici, zoals die naar voren komt in de bijdrage van Marc Boone en Tom Verschaffel voor dit jubileumnummer.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> De resultaten van die interactie daalden elders neer: in de handboeken van Ernst Kossmann en van Emiel Lamberts en Hans Blom en in de nieuwe <italic>Algemene Geschiedenis van de Nederlanden</italic>, maar behoudens de artikelen over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden die Els Witte in dit nummer bespreekt, vonden de Vlaamse en Nederlandse politieke historici elkaar nauwelijks in de <sc>bmgn</sc>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup></p>
<p>De Nederlandse politieke-cultuurbenadering zoals die breed werd uitgemeten in de <sc>bmgn</sc>, en waarover verderop meer, was toch vooral het resultaat van langdurige reflectie op de aard van de Nederlandse, nationale politiek. In zijn algemeenheid weerspiegelt de Belgische politieke geschiedschrijving meer dan de Nederlandse, en net als de Angelsaksische, de impact van de historiografische vernieuwing die werd gevoed door de <italic>bicentenaire</italic> van de Franse revolutie. En waar in Nederland de politieke geschiedschrijving los kwam te staan van de politieke actualiteit, is de Belgische politiek-culturele polarisatie, inclusief de taalstrijd, nog steeds achtergrond van de springlevende politieke historiografie die haar weg vindt in afzonderlijke tijdschriften voor de geschiedenis van de Vlaamse Beweging (<italic>Wetenschappelijke Tijdingen</italic>) en de geschiedenis van de sociale bewegingen (<italic>Brood en Rozen</italic>), alsmede in het <italic>Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis</italic>.</p>
<p>Die Nederlandse dominantie in de <sc>bmgn</sc> was echter niet vanaf het begin al te constateren. In haar eerste decennium omvatte de <sc>bmgn</sc> een rijk en breed scala aan bijdragen over de politieke geschiedenis van Nederland en Belgi&#x00EB;. De redactie waakte onder leiding van Ernst Kossmann in de eerste jaren angstvallig over een evenwichtige representatie van de Lage Landen (zie grafiek 3). Het blad omvatte ettelijke hermetische bijdragen die de reputatie van de <sc>bmgn</sc> als een zwaarwichtig en moeilijk leesbaar blad voedden, maar in feite publiceerde het vele bijdragen die we nu wellicht als wat traditioneel beschouwen, maar die indertijd zeer leesbaar waren en die ook nog steeds worden aangehaald. Het waren de jaren waarin de politieke geschiedenis nog de ongeschreven norm was, maar haar dominante positie uitgedaagd zag door de sociaal-economische geschiedenis, en tegelijkertijd de cultuurgeschiedenis zich zag onderscheiden in object en methode (zie grafiek 1).</p>
<p>De heftige communautaire politiek in Belgi&#x00EB; klonk in dat eerste decennium niet door in de <sc>bmgn</sc>, al was er wel de nodige aandacht voor de Vlaamse Beweging. Tekenend was een bijdrage in 1972 van Maurice De Vroede, hoogleraar aan de <sc>ku</sc> Leuven en gespecialiseerd in onderwijsgeschiedenis, over de Vlaamse Beweging, waarin de verwevenheid van politiek en cultuur werd geschetst, maar waarvan de analyse niet verder liep dan 1940.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> Aan het eind van het decennium, in 1979, leek de redactie in &#x00E9;&#x00E9;n klap de recente politieke ontwikkeling in Belgi&#x00EB; van een breed historisch-vergelijkend kader te willen voorzien in een themanummer over federalisme.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> De aanleiding voor dit nummer was breder: de viering van vierhonderd jaar Unie van Utrecht. Achteraf gezien is het een van de wonderlijkste edities van de <sc>bmgn</sc> met meer dan driehonderd pagina&#x2019;s, verdeeld over maar liefst veertien bijdragen. Het is ongetwijfeld het meest internationale nummer van de <sc>bmgn</sc>, met bijdragen in het Duits, Frans en Engels over politiek federalisme van de Verenigde Staten tot Rusland, en van Duitsland tot Spanje. Maar in veel van de bijdragen bleven de Lage Landen ongenoemd, iets wat heden ten dage niet denkbaar is.</p>
<p>Het federalismenummer omvatte tamelijk traditioneel-institutionele bijdragen, zoals een overzicht, in het Frans, van twee eeuwen Nederlandse staatsinrichting door Pieter Jacobus Verdam, de toenmalige Commissaris van de Koningin in Utrecht, tevens oud-<sc>vu</sc>-hoogleraar staatsrecht en bestuurslid van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Maar ook de totstandkoming van het Belgische federalisme met de grondwetswijziging in 1969 werd uitgebreid uit de doeken gedaan door de Leuvense rechtshistoricus Jan Van Rompaey, eveneens in het Frans. Ook Mona Ozouf leverde een bijdrage, in het Frans uiteraard. Zij bleek al midden in de <italic>spatial turn</italic> te staan met haar bijdrage over de staatsinrichting ten tijde van de Franse revolutie. Ozouf had <italic>La f&#x00EA;te r&#x00E9;volutionnaire</italic>, het boek dat haar wereldfaam zou brengen, toen al gepubliceerd, maar dat was in 1979 nog niet in het Engels vertaald. Een charmant allegaartje dus, dit themanummer, en achteraf gezien de afsluiting van een tijdperk waarin staatsrecht en politieke geschiedenis in elkaars verlengde lagen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup></p>
<p>Tot 1980 vertoonde de inhoud van de <sc>bmgn</sc> dus een zekere balans inzake bijdragen over politieke geschiedenis uit Nederland en Belgi&#x00EB;. Het themanummer van 1980, gewijd aan de Nederlanden onder Filips de Goede en Karel de Stoute, was voorlopig het laatste waarin de Noordelijke en de Zuidelijke geschiedenis in evenwicht waren. Daarbij dient nogmaals benadrukt te worden dat het gezamenlijk optrekken tot 1980 niet inhield dat er veel vergeleken werd. Dat is opvallend, want zeker vanaf het einde van de achttiende eeuw is er alle aanleiding voor vergelijking. Vanaf toen liepen de politieke geschiedenissen van beide landen immers gelijk op en vielen deze gedurende vijftien jaar zelfs samen. Beide landen werden rond het midden van de negentiende eeuw parlementaire democratie&#x00EB;n met een politieke cultuur die werd getekend door culturele tegenstellingen (verzuiling) en sociale antagonismen. Het waren stabiele staten, waarbij de Belgische autoriteiten wel aanzienlijk meer werden uitgedaagd dan de Nederlandse; door sociale en culturele opstandigheid, een crisis in de monarchie en de steeds fellere taalstrijd.</p>
<p>Met name de Nederlandstalige, Vlaamse politieke geschiedschrijving over Belgi&#x00EB; bleef zich vanaf 1980 in haar bonte veelzijdigheid presenteren in de <sc>bmgn</sc>, zij het in een lagere frequentie dan v&#x00F3;&#x00F3;r 1980. Maar voor de Nederlandse politieke geschiedenis ontwikkelde de <sc>bmgn</sc> zich vanaf de jaren tachtig tot een belangrijk forum. De aandacht waarmee de redactie vanaf 1970 had gewaakt over een evenwichtige aandacht voor de geschiedenis van beide landen was kennelijk minder geworden.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Vernieuwing in Nederland</title>
<p>Het themanummer uit 1981 droeg het begin van vernieuwing in zich.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup> Het was gewijd aan de jaren vijftig van de twintigste eeuw. De dominante these was dat na de Tweede Wereldoorlog politieke vernieuwing spoedig was overvleugeld door herstel van de vooroorlogse verbanden en verhoudingen en dat de oorlog geen breuk had betekend in de ontwikkeling van de politiek in Nederland. Meerdere auteurs legden in hun bijdragen allerlei dwarsverbanden door de maatschappij en verbonden deze met de politieke ontwikkelingen. Auteur en <sc>bmgn</sc>-redacteur Hans Blom sprak van jaren van tucht en ascese en introduceerde opiniepeilingen als bron voor politiek-historisch onderzoek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> Politiek draaide niet langer meer om de Tweede Kamer en politieke leiders, maar veel meer dan in vroegere studies om culturele en economische ontwikkelingen.</p>
<p>Een belangrijke stap in de verbreding van de politieke geschiedschrijving in de kolommen van de <sc>bmgn</sc> werd in 1985 gezet, toen het blad, met Blom als voorzitter van de redactie, een discussiedossier wijdde aan het proefschrift <italic>Verzuiling, kapitalisme en patriarchaat</italic> van politicoloog Siep Stuurman. Dit was een breed opgezette studie naar de maatschappelijke en politieke ontwikkeling van Nederland sinds de negentiende eeuw. De bijdragen van politicoloog Hans Daalder, die in zijn oratie een conciliant beeld schetste van Nederland als een maatschappij waarin conflicten geschikt en geplooid werden, en van historicus Piet de Rooy onderstreepten dat de domeinen sociale geschiedenis, religie en politiek onverbrekelijk met elkaar verbonden waren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup> Verzuiling was daarmee een dominant thema in de politieke geschiedschrijving geworden.</p>
<p>Dat betekende niet zonder meer dat het vele historische verzuilingsonderzoek dat vanaf het midden van de jaren tachtig werd verricht, ook zijn weg vond naar de <sc>bmgn</sc>. De Nijmeegs-Utrechtse pionier Hans Righart stond een internationaal-vergelijkende benadering voor en liet het blad links liggen. Uit het omvangrijke Amsterdamse onderzoeksproject naar lokale verzuilingsprocessen vanaf het midden van de negentiende eeuw, ge&#x00EB;ntameerd door Blom, kwamen slechts twee bijdragen aan de <sc>bmgn</sc> voort.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup> Wel besteedde de <sc>bmgn</sc> in de vorm van recensie-artikelen aandacht aan de studies die voortkwamen uit dit verzuillingsproject. Het was De Rooy die hierin de constante factor vormde. Na zijn kritisch-opbouwende bespreking van het proefschrift van Stuurman uit 1985, nam hij in recensie-artikelen uit 1995 en 2001 de uitkomsten van het Amsterdamse project de maat. Zijn conclusie was onder andere dat nu al die verzuilde verscheidenheid was blootgelegd de aandacht maar eens gericht moest worden op de achterliggende Nederlandse politieke cultuur.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup> Hij voegde zelf de daad bij het woord en schreef twee overzichtswerken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup></p>
<p>De Rooy, die eveneens de redactie van de <sc>bmgn</sc> zou voorzitten, werkte aan de Universiteit van Amsterdam nauw samen met Blom. Intussen kwamen ook van buiten het verzuilingsonderzoek belangrijke vernieuwende impulsen, en deze werden alweer manifest in de kolommen van de <sc>bmgn</sc>. Blom en De Rooy zochten samenwerking met Henk te Velde, die in 1992 bij Kossmann promoveerde op een veelgeprezen proefschrift over liberalisme en nationale identiteit. Het doel van de samenwerking was uiterst ambitieus: een nationaal onderzoeksprogramma getiteld De Natiestaat, dat zou lopen van 1995 tot 2014, te financieren door <sc>nwo</sc> en de Nederlandse universiteiten, en gericht op het herschrijven van de Nederlandse politieke geschiedenis vanaf 1815 over de volle breedte. Althans: de breedte zoals die indertijd werd gezien, want achteraf kan geconstateerd worden dat de aandacht voor buitenlandse politiek in het project beperkt is gebleven tot een dissertatie over de naoorlogse Europese politiek in Nederland.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup> Van een systematisch internationaal-vergelijkend perspectief was evenmin sprake, zelfs het in vrijwel alle opzichten zo nabije Belgi&#x00EB; bleef goeddeels buiten beeld in het Natiestaat-project. Ook de geschiedenis van kolonialisme en dekolonisatie ontbrak geheel, en nog steeds is deze goeddeels gescheiden van politieke geschiedenis, in weerwil van de verkenningen in het kader van de <italic>New Imperial History</italic>, zoals ook in een themanummer van de <sc>bmgn</sc> in 2013 naar voren kwam.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup></p>
<p>Terwijl achter de schermen gewerkt werd aan de organisatie van het Natiestaat-project verscheen in het tweede nummer van 1996 in de <sc>bmgn</sc> het artikel &#x2018;Vormen van politiek. Veranderingen van de openbaarheid in Nederland 1848-1900&#x2019; van Henk te Velde en Ido de Haan. Een zekere onevenwichtigheid in de compositie verraadt verschillen in benadering tussen beide auteurs, maar dat laat onverlet dat dit artikel zich laat lezen als een programmatisch app&#x00E8;l aan de beoefenaren van de politieke geschiedenis in Nederland. Politieke geschiedenis diende zich te verbreden en te verdiepen door de ontwikkeling van politieke stijl, de betekenis van politieke cultuur en de rol van emoties in de politiek centraal te stellen.</p>
<disp-quote>
<p>Wij hebben getracht te tonen dat de representatie van maatschappelijke tegenstellingen, belangen en behoeften een afzonderlijk moment in de politieke geschiedenis is. We hebben ook betoogd dat emotie een niet weg te redeneren plaats inneemt in politiek &#x2013; de overgang van de ene naar de andere vorm van politiek ging gepaard met een stijlbreuk, een verandering van vormen en emoties. Wie wil begrijpen wat politiek is en was, zal deze zaken serieus moeten nemen: vorm is meer dan verpakking. Inhoud en vorm zijn wellicht niet te scheiden, maar dat betekent niet dat de een tot de ander herleid kan worden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref></sup></p>
</disp-quote>
<p>Het betekende de opmaat voor een vitalisering van de politieke geschiedschrijving in Nederland, die een nieuw licht wierp op de Nederlandse politiek van de negentiende en twintigste eeuw. Het Natiestaat-project bracht vijftien monografie&#x00EB;n voort en meerdere nieuwe onderzoeksprojecten onder leiding van onder andere Te Velde en De Haan.</p>
<p>Politieke geschiedenis werd zo geschiedenis van politiek, van politieke cultuur, of van &#x2018;het politieke&#x2019;. Maar dit had niet zonder meer zijn weerslag op de inhoud van de <sc>bmgn</sc>. Parallel aan de ontwikkeling van de politieke-cultuurbenadering bleef de <sc>bmgn</sc> met stugge volharding artikelen accepteren die aansloten bij de meer traditionele velden van de politieke geschiedenis, zoals de geschiedenis van Oranje, van de internationale betrekkingen en de diplomatie, van ambtenaren, van politieke partijen en van politieke ideologie. Voorbeelden hiervan zijn het themanummer over politieke theorie in 1987 en de artikelen van Antonius de Jonge en Isaac Lipschits in 1976, en Gerrit Voerman in 2005 over de ontwikkeling van de geschiedschrijving over de Nederlandse politieke partijen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref></sup></p>
<p>Toch kan geconstateerd worden dat de notie van politieke cultuur, en het app&#x00E8;l van De Haan en Te Velde om inhoud en vorm van politiek op elkaar te betrekken, grenzen heeft geslecht tussen disciplines en periodes. Een mooi voorbeeld hiervan is een artikel van de Groningse medi&#x00EB;viste Catrien Santing, later de eerste vrouwelijke voorzitter van de <sc>bmgn</sc>-redactie, uit 2007 over de politiek-culturele betekenis van de emoties die werden opgeroepen door het graf van Willem van Oranje.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref></sup> Ook het themanummer over mannelijkheid uit 2012 getuigt hiervan, met name in een bijdrage van Stefan Dudink over het verband tussen de machtspolitiek van koning Willem <sc>i</sc> en diens fysieke voorkomen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Henk te Velde in de <sc>bmgn</sc></title>
<p>De politieke geschiedenis was in de afgelopen 25 jaar minder dominant aanwezig in de <sc>bmgn</sc> dan in de eerste 25 jaar. Economische geschiedenis eiste haar plaats op, de cultuurgeschiedenis nam een hoge vlucht, net als de geschiedenis van het (voornamelijk Nederlandse) imperialisme en de dekolonisatie in het afgelopen decennium (zie grafiek 1). Politiek historici kozen voor andere, vaak buitenlandse publicatiekanalen. En ook de Natiestaat-auteurs publiceerden slechts zelden in de <sc>bmgn</sc>. De enige historicus die zowel aan het eerdergenoemde Amsterdamse verzuilingsproject als aan het Natiestaat-project verbonden was, namelijk ondergetekende, schreef voor de <sc>bmgn</sc> alleen een reviewartikel over enkele populismestudies.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref></sup></p>
<p>Daardoor valt des te meer op dat Henk te Velde met regelmaat opdook in het tijdschrift, naast zijn omvangrijke overige publicitaire activiteiten. Hij zou de historicus worden die met afstand de meeste bijdragen aan de <sc>bmgn</sc> leverde. Een artikel in 1998 waarin hij het liberalisme van Guizot vergeleek met dat van Thorbecke<sup><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref></sup> werd in 2003 gevolgd door een discussiedossier over zijn monografie <italic>Stijlen van leiderschap</italic>, waarin hij zijn opvattingen over politieke geschiedenis in de praktijk had gebracht: het publieke beeld van de leider, de stijl van het openbare optreden en de emoties die dat opriep bij achterban en opponenten stonden centraal, terwijl traditionele aspecten als de ideologische strijd en het bestuurlijke handwerk naar de achtergrond verdwenen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref></sup> In 2012 gaf hij in een begripshistorische bijdrage een overzicht van de &#x2018;domesticatie&#x2019; van de term democratie in het Nederlandse politieke taalgebruik vanaf het midden van de negentiende eeuw.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref></sup> Te Veldes fascinatie voor de taal van de politiek mondde in 2020 uit in een interpretatie van de tijdgebonden, maar tegelijkertijd welhaast spreekwoordelijke retorische stijl van de vroegnegentiende-eeuwse politiek, gepersonifieerd door Johannes van der Palm.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref></sup></p>
<p>Maar dat was nog niet alles. Het themanummer over parlementen uit 2005 kwam voort uit Te Veldes nieuwe <sc>nwo</sc>-project waarin de parlementaire cultuur centraal stond.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref></sup> Het themanummer was diachroon opgezet en eindelijk kwam ook de politieke geschiedenis van Belgi&#x00EB; weer eens vol aan bod, met bijdragen van Henk de Smaele, Marc Boone, Rik R&#x00F6;ttger en Emmanuel Gerard.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref></sup> De Belgische politieke geschiedschrijving had aansluiting gevonden bij de Nederlandse politieke-cultuurbenadering.</p>
<p>De nadrukkelijk internationaliserende benadering die Te Velde inmiddels voorstond, zocht voorbij het vergelijkende perspectief naar de &#x2018;transfer&#x2019; van politieke idee&#x00EB;n, praktijken en rituelen over landsgrenzen heen. Deze vond zijn neerslag in een themanummer in 2009 gewijd aan de internationalisering van politiek, waarin Te Velde de relatieve betekenis van Nederlandse politieke geschiedenis illustreerde aan de hand van historiografische visies op verzuiling vanaf de jaren vijftig.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref></sup> Een jaar later vervolgde hij zijn betoog in zijn slotbeschouwing in het ambitieuze themanummer gewijd aan de internationale relevantie van de geschiedenis van Nederland (en opvallend genoeg dus niet van de Lage Landen), bij de gelegenheid van het veertigjarige jubileum van de <sc>bmgn</sc>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref></sup> In 2018 schreef Te Velde samen met zijn Leidse collega Judith Pollmann de inleiding van een themanummer over politieke verandering en burgerlijke continu&#x00EF;teit waarin zowel de grenzen tussen Nederland en Belgi&#x00EB; als die tussen de vroegmoderne en de moderne tijd werden gerelativeerd. Dit themanummer is overigens geredigeerd door Diederik Smit en Joris Oddens, twee representanten van een aanstormende nieuwe generatie politieke historici.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn29">29</xref></sup></p>
<p>De benadering van de politieke cultuur verschafte de politieke geschiedenis in de afgelopen 25 jaar een vernieuwde methodologie en een nieuwe identiteit, naast de sociaaleconomische geschiedenis en de cultuurgeschiedenis. Zij organiseerde zich in Nederland in de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis (vanaf 2011) waarin ook meerdere Vlaamse universiteiten participeren en, mede op initiatief van Te Velde, vanuit Nederland in een internationale Association for Political History (opgericht in 2014).</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Vernieuwing en traditie</title>
<p>De sterk programmatische vernieuwing stelde de betekenis van de <sc>bmgn</sc> voor andere vormen van politieke geschiedenis in de schaduw. De internationale politiek van de Lage Landen (buiten het Nederlandse imperialisme) is een constante factor in de <sc>bmgn</sc>, maar het is evenzeer duidelijk dat de specialisten op het gebied van de geschiedenis van de internationale betrekkingen veelvuldiger publiceerden in het <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> en de <italic>Internationale Spectator</italic>. Nico Bootsma droeg in 1978 een traditionele analyse over de Nederlandse diplomatie in 1922 bij, Hein Jongbloed besprak in 1980 de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie in 1942, en in 1982 werd een bundel over tweehonderd jaar Nederlands-Amerikaanse betrekkingen integraal herdrukt als themanummer van de <sc>bmgn</sc>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn30">30</xref></sup> Jonathan Israel presenteerde in 1983 de biografie van de zeventiende-eeuwse diplomaat Nunes da Costa.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn31">31</xref></sup> Ook een recente bijdrage van Beatrice de Graaf en Mieke van Leeuwen-Canneman over financi&#x00EB;le diplomatie in de afwikkeling van de Napoleontische overheersing staat in deze diplomatieke traditie, net als een artikel van Gertjan Leenders in 2016 over de adel in het negentiende-eeuwse Belgische <italic>corps diplomatique</italic>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn32">32</xref></sup> Cees Wiebes en Bert Zeeman, onvermoeibare onderzoekers van de internationale betrekkingen en de Nederlandse Indonesi&#x00EB;-politiek, publiceerden weliswaar in de jaren tachtig en negentig enkele stukken in de <sc>bmgn</sc>, maar ook voor hen was dat bijvangst.</p>
<p>Een mooi rood draadje door de inhoud van de <sc>bmgn</sc> was de aandacht voor ambtenaren en andere overheidsfunctionarissen. Walter Prevenier schreef in 1972 over de sociaal-professionele ontwikkeling van de ambtenarij in de veertiende tot zestiende eeuw in een themanummer gewijd aan de overgang van middeleeuwen naar vroegmoderne tijd. Piet Lenders behandelde vijf jaar later de bestuurlijke vernieuwing in de Oostenrijkse Nederlanden in de tweede helft van de achttiende eeuw en Oebele Vries liet in 1981 de prosopografie los op de achttiende-eeuwse ambtenaren van de Staten-Generaal.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn33">33</xref></sup> In 1994 bepleitte Nico Randeraad een vernieuwende aanpak van de geschiedenis van ambtenarij: weg van het biografische, met een nadruk op de bestuurscultuur tussen staat en maatschappij.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn34">34</xref></sup></p>
<p>De afgelopen tien jaar heeft ook een nieuwe generatie zich gemanifesteerd. In 2011 presenteerden Bram Mellink en Peter van Dam vernieuwende visies op de naoorlogse politiek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn35">35</xref></sup> In 2013 behandelde Adriejan van Veen de betekenis van de Kamers van Arbeid als representatieve organen en introduceerde Marnix Beyen de mogelijkheden van digitaal onderzoek in de parlementaire stukken. Het was opnieuw Bram Mellink die in 2017 de discussie over de Nederlandse verzorgingsstaat op zijn kop zette met een bijdrage over het naoorlogse neoliberalisme.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn36">36</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Vernieuwing als opdracht</title>
<p>Het is onmogelijk om in het korte bestek van deze bijdrage recht te doen aan de veelzijdigheid van de bijdragen over politieke geschiedenis aan de <sc>bmgn</sc>. De geschiedenis van de Oranjes blijft hier ongenoemd en ook van de vele biografische bijdragen zijn er slechts enkele aangestipt. Uit die veelzijdigheid valt wel te destilleren dat de <sc>bmgn</sc> in weerwil van haar reputatie als bedaagd blad voor deftige historici wel degelijk een podium biedt voor vernieuwing van de geschiedschrijving. Hier ligt een belofte voor de toekomst besloten: de nieuwe generatie zal ongetwijfeld een drager van nieuwe benaderingen blijken te zijn. Digitale onderzoeksmethoden en internationalisering bieden nieuwe perspectieven op de geschiedenis van politiek. Maar daarmee rust er een verantwoordelijkheid op de schouders van de redactie. Zoals we ook zien in Nico Wouters&#x2019; bijdrage over de ontwikkeling van de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog hebben vooral Nederlandse historici de afgelopen decennia gebruik gemaakt van de ruimte voor vernieuwende geschiedschrijving zoals de <sc>bmgn</sc> die bood.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn37">37</xref></sup> Een uitdaging zal dus zijn om van de <sc>bmgn</sc> een podium te maken voor de politieke geschiedenis van de beide Lage Landen (en liefst ook die van Luxemburg), in een breder internationaal perspectief uiteraard. Bovenal is de relevantie van de <sc>bmgn</sc> voor de politieke geschiedenis afhankelijk van de voortdurende bereidheid van de redacties om die vernieuwing te stimuleren en alle ruimte te bieden.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Veel dank aan mijn mederedactieleden voor hun stimulerende commentaar en in het bijzonder aan Marnix Beyen en Frederik Buylaert voor hun inhoudelijke suggesties en aanvullingen.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Anne-Laure Van Bruaene, &#x2018;50 jaar Tachtig Jaar Oorlog in de <sc>bmgn</sc>&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic> (verder <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc>) 136:2 (2021) 124-134. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9893">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9893</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Marc Boone en Tom Verschaffel, &#x2018;&#x201C;Et pour les Belges la m&#x00EA;me chose&#x201D;&#x003F; Het Vlaamse aandeel in de <sc>bmgn&#x2019;</sc>, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 136:2 (2021) 24-41. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9781">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9781</ext-link><sc>.</sc></p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Pieter Huistra en Bram Mellink, &#x2018;Behoud de <italic>Bijdragen</italic>, vernieuw de vorm&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 136:2 (2021) 6-22. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9775">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9775</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Maurice De Vroede, &#x2018;De samenwerking van de Vlaamsgezinden doorheen de geschiedenis van de Vlaamse Beweging&#x2019;, <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden</italic> (verder <italic><sc>bmgn</sc></italic>) 87:2 (1972) 234-249. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1719">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1719</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p><italic><sc>bmgn</sc></italic> 94:3 (1979).</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Pieter Jacobus Verdam, &#x2018;Centralisation et d&#x00E9;centralisation aux Pays-Bas &#x00E0; l&#x2019;&#x00E9;poque contemporaine&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 94:3 (1979) 409-417. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2115">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2115</ext-link>; Jan Van Rompaey, &#x2018;Essai de synthese de l&#x2019;&#x00E9;volution de la r&#x00E9;forme de l&#x2019;&#x00E9;tat en Belgique de 1961 &#x00E0; 1979&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 94:3 (1979) 469-495. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2119">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2119</ext-link>; Mona Ozouf, &#x2018;La R&#x00E9;volution Fran&#x00E7;aise et la perception de l&#x2018;espace national. F&#x00E9;d&#x00E9;rations, f&#x00E9;d&#x00E9;ralisme et st&#x00E9;r&#x00E9;otypes r&#x00E9;gionaux&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 94:3 (1979) 589-613. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2123">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2123</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p><italic><sc>bmgn</sc></italic> 96:2 (1981).</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>Hans Blom, &#x2018;Jaren van tucht en ascese. Enige beschouwingen over de stemming in herrijzend Nederland (1945-1950)&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 96:2 (1981) 300-333. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2244">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2244</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>Hans Daalder, &#x2018;Politicologen, sociologen, historici en de verzuiling&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 100:1 (1985) 52-64. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2538">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2538</ext-link>; Piet de Rooy, &#x2018;De verzuiling vergruisd, de columnologie in opmars&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 100:1 (1985) 65-69. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2539">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2539</ext-link>; Siep Stuurman, &#x2018;Verzuiling, geschiedenis en politiek&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 100:1 (1985) 70-77. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2540">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2540</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Jan van Miert, &#x2018;Verdeeldheid en binding. Over lokale, verzuilde en nationale loyaliteiten&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 107:4 (1992) 670-689. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3593">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3593</ext-link>; Frans Groot, &#x2018;De strijd rond Alva&#x2019;s bril. Papen en geuzen bij de herdenking van de inname van Den Briel, 1572-1872&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 110:2 (1995) 161-181. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3997">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3997</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Piet de Rooy, &#x2018;Zes studies over verzuiling&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 110:3 (1995) 380-392. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.4059">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.4059</ext-link>; Piet de Rooy, &#x2018;Voorbij de verzuiling&#x003F;&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 116:1 (2001) 45-57. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5397">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5397</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Piet de Rooy, <italic>Republiek van rivaliteiten. Nederland sinds 1813</italic> (Amsterdam 2002); Piet de Rooy, <italic>Ons stipje op de waereldkaart. De politieke cultuur van modern Nederland</italic> (Amsterdam 2014).</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Robin de Bruin, <italic>Elastisch Europa. De integratie van Europa en de Nederlandse politiek, 1947-1968</italic> (Amsterdam 2014).</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Remco Raben, &#x2018;A New Dutch Imperial History&#x003F; Perambulations in a Prospective Field&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 128:1 (2013) 5-30. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8353">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8353</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Ido de Haan en Henk te Velde, &#x2018;Vormen van politiek. Veranderingen van de openbaarheid in Nederland, 1848-1900&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 111:2 (1996) 167-200, 200. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8353">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8353</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p><italic><sc>bmgn</sc></italic> 102:3 (1987); Antonius Anne de Jonge, &#x2018;Geschiedschrijving over de Nederlandse politieke partijen&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 91:1 (1976) 94-105. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1915">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1915</ext-link>; Isaac Lipschits, &#x2018;Geschiedschrijving over de Nederlandse politieke partijen. Reactie en aanvulling&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 91:3 (1976) 455-488. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1954">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1954</ext-link>; Gerrit Voerman, &#x2018;De stand van de geschiedschrijving van de Nederlandse politieke partijen&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 120:2 (2005) 226-269. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6205">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6205</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p>Catrien Santing, &#x2018;Spreken vanuit het graf. De stoffelijke resten van Willem van Oranje in hun politiek-culturele betekenis&#x2019;, <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden/Low Countries Historical Review</italic> (verder <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic>) 122:2 (2007) 181-207. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6560">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6560</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>Stefan Dudink, &#x2018;Multipurpose Masculinities: Gender and Power in Low Countries Histories of Masculinity&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 127:1 (2012) 5-18. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1562">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1562</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Dirk Jan Wolffram, &#x2018;Populisme verleden tijd&#x003F;&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 127:2 (2012) 55-74. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8074">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8074</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Henk te Velde, &#x2018;Onderwijzers in parlementaire politiek. Thorbecke, Guizot en het Europese doctrinaire liberalisme&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 113:3 (1998) 322-343. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.4728">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.4728</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>Henk te Velde, <italic>Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl</italic> (Amsterdam 2002); Jac Bosmans, &#x2018;Politieke cultuur tussen cultuurgeschiedenis en politieke geschiedenis&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 118:2 (2003) 206-211. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5835">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5835</ext-link>; Arie van Deursen, &#x2018;Leiderschap en calvinisme&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 118:2 (2003) 212-216. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5836">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5836</ext-link>; Henk te Velde, &#x2018;Repliek&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 118:2 (2003) 217-221. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5837">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5837</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p>Henk te Velde, &#x2018;De domesticatie van democratie in Nederland. Democratie als strijdbegrip van de negentiende eeuw tot 1945&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 127:2 (2012) 3-27. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8071">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8071</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p>Henk te Velde, &#x2018;&#x201C;De eeuw van Van der Palm!&#x201D; Publieke welsprekendheid en de politieke cultuur van de Restauratie in Nederland&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 135:1 (2020) 3-30. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10757">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10757</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p><sc><italic>bmgn</italic></sc> 120:3 (2005).</p></fn>
<fn id="fn26"><label>26</label><p>Marc Boone, &#x2018;&#x201C;In den beginne was het woord&#x201D;. De vroege groei van &#x201C;parlementen&#x201D; in de middeleeuwse vorstendommen der Nederlanden&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 120:3 (2005) 338-361. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6249">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6249</ext-link>; Henk de Smaele, &#x2018;Eclectisch en toch nieuw. De uitvinding van het Belgisch parlement in 1830-1831&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 120:3 (2005) 408-416. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6253">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6253</ext-link>; Rik R&#x00F6;ttger, &#x2018;Een rode draad voor een blauw verhaal. De links-liberale uitwerking van mimetische representatie en de opvattingen over democratisch burgerschap in Belgi&#x00EB;, 1893-1900&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 120:3 (2005) 435-465. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6255">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6255</ext-link>; Emmanuel Gerard, &#x2018;&#x201C;Een schadelijke instelling&#x201D;. Kritiek op het parlement in Belgi&#x00EB; in het interbellum&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 120:3 (2005) 497-512. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6257">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6257</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn27"><label>27</label><p>Henk te Velde, &#x2018;Inleiding. De internationalisering van de nationale geschiedenis en de verzuiling&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic>/<italic>lchr</italic></sc> 124:4 (2009) 499-514. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7044">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7044</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn28"><label>28</label><p>Henk te Velde, &#x2018;The International Relevance of Dutch History. Closing Comments&#x2019;, <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic> 125:2-3 (2010) 355-366. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7125">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7125</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn29"><label>29</label><p>Judith Pollmann en Henk te Velde, &#x2018;New State, New Citizens&#x003F; Political Change and Civic Continuities in the Low Countries, 1780-1830&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 133:3 (2018) 4-23. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10585">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10585</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn30"><label>30</label><p>Nico Bootsma, &#x2018;Nederland op de conferentie van Washington, 1921-1922&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> 93:1 (1978) 101-126. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2019">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2019</ext-link>; Hein Jongbloed, &#x2018;Nederlands-Sovjetrussische diplomatieke betrekkingen. De moeizame geschiedenis van het akkoord van 10 juli 1942&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 95:3 (1980) 492-515. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2178">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2178</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn31"><label>31</label><p>Jonathan Israel, &#x2018;The diplomatic career of Jeronimo Nunes da Costa. An episode in Dutch-Portuguese relations of the seventeenth century&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 98:2 (1983) 167-190. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2391">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2391</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn32"><label>32</label><p>Beatrice de Graaf en Mieke van Leeuwen-Canneman, &#x2018;De prijs van de vrede. De Nederlandse inbreng in het Europees Concert, 1815-1818&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 133:1 (2018) 22-52. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10479">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10479</ext-link>; Gertjan Leenders, &#x2018;Bolwerk van de oude adel&#x003F; Een kwantitatieve benadering van de adellijke vertegenwoordiging in het Belgische diplomatieke korps (1840-1940)&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc>, 131:2 (2016) 52-76. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10206">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10206</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn33"><label>33</label><p>Walter Prevenier, &#x2018;Ambtenaren in stad en land in de Nederlanden. Socio-professionele evoluties (veertiende tot zestiende eeuw)&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 87:1 (1972) 44-59. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1706">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1706</ext-link>; Piet Lenders, &#x2018;De junta der besturen en beden (1764-1787) en haar werking in de Oostenrijkse Nederlanden&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 92:1 (1977) 17-36. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1967">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.1967</ext-link>; Oebele Vries, &#x2018;Klerken ter Griffie van de Staten-Generaal in de achttiende eeuw. Een prosopografisch onderzoek&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 96:1 (1981) 26-70. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2211">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.2211</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn34"><label>34</label><p>Nico Randeraad, &#x2018;Ambtenaren in Nederland (1815-1915)&#x2019;, <sc><italic>bmgn</italic></sc> 109:2 (1994) 209-236. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3834">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.3834</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn35"><label>35</label><p>Bram Mellink, &#x2018;Tweedracht maakt macht. De PvdA, de doorbraak en de ontluikende polarisatiestrategie (1946-1966)&#x2019;, <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic> 126:2 (2011) 30-53. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7309">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7309</ext-link>; Peter van Dam, &#x2018;Een wankel vertoog. Over ontzuiling als karikatuur&#x2019;, <italic><sc>bmgn/lchr</sc></italic> 126:3 (2011) 52-77. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7380">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7380</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn36"><label>36</label><p>Adriejan van Veen, &#x2018;De Kamers van Arbeid. Experimenten met politieke vertegenwoordiging in Nederland rond 1900&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 128:2 (2013) 31-61. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8546">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8546</ext-link>; Marnix Beyen, &#x2018;A Higher Form of Hermeneutics&#x003F; The Digital Humanities in Political Historiography&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 128:4 (2013) 164-170. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9349">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.9349</ext-link>; Bram Mellink, &#x2018;Politici zonder partij. Sociale zekerheid en de geboorte van het neoliberalisme in Nederland (1945-1958)&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 132:4 (2017) 25-52. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10220">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10220</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn37"><label>37</label><p>Nico Wouters, &#x2018;De Tweede Wereldoorlog in de Lage Landen. Bedenkingen bij vijftig jaar oorlogshistoriografie in de <sc>bmgn</sc>&#x2019;, <sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc><italic>lchr</italic></sc> 136:2 (2021) 52-66. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9818">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.9818</ext-link>.</p></fn>
</fn-group>
<sec>
<title/>
<p><bold>Dirk Jan Wolffram</bold> is voorzitter van de redactie van de <sc>bmgn</sc> sinds 2018. Hij is als hoogleraar politieke geschiedenis verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, promoveerde in 1993 aan de Universiteit van Amsterdam bij Hans Blom op een onderzoek naar verzuiling in Harderwijk, schreef boeken over het Zuiderzeeproject en publiceerde in 2003 in het Natiestaat-project een studie over sociale politiek. In 2002 verwierf hij een <sc>nwo</sc> Vidi-beurs voor een internationaal vergelijkend onderzoek naar kennis en lokaal bestuur. Hij publiceerde daarnaast over parlementaire enqu&#x00EA;tes en bereidt momenteel een geschiedenis van het provinciaal bestuur van Groningen voor. E-mail: <email>d.j.wolffram@rug.nl</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>