<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.9647</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.9647</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ten exempel van anderen. De processen tegen opvarenden van de piratenschepen Trompeuse en Resolution in Suriname en op St. Thomas in 1684</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>de Lange</surname>
<given-names>Erik</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>04</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021024</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Fatah-Black</surname><given-names>Karwan</given-names></name>
<name><surname>Ruijter</surname><given-names>Aart</given-names></name>
</person-group>
<source>Ten exempel van anderen. De processen tegen opvarenden van de piratenschepen Trompeuse en Resolution in Suriname en op St. Thomas in 1684</source>
<publisher-loc>Walburg Pers</publisher-loc>
<publisher-name>Zutphen</publisher-name>
<year>2019</year>
<page-range>184 pp.</page-range>
<isbn>9789462494312</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.9647"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Zeker in coronatijden gaat er van bronnenpublicaties bijna iets troostrijks uit. Wanneer archieven tot nader order zijn gesloten of tot in de verre toekomst volgeboekt zitten, wordt de publieke beschikbaarheid van historisch materiaal alleen maar belangrijker. Voor maritieme en imperiale historici is <italic>Ten exempel van anderen</italic> een uitstekend voorbeeld van de weldadige uitwerking die een mooie bronnenpublicatie kan hebben.</p>
<p>Het boek brengt ons de overblijfselen (processtukken, rechtbankverslagen, bestuurlijke correspondentie) van een reeks rechtszaken tegen een even kosmopolitische als afschrikwekkende groep piraten. Met materiaal uit het Nationaal Archief in Den Haag en het Deense Rigsarkivet in Kopenhagen reconstrueert deze uitgave vier processen die in 1684 gevoerd werden in Suriname en op het indertijd Deense Maagdeneiland St. Thomas, waar Nederlands de voertaal was. Zoals de traditie is in banden die Walburg Pers uitgeeft onder de Werken van de Linschooten-Vereeniging, bevat ook dit boek een rijke buit aan kleurrijke kaarten, scheepsillustraties en archiefscans die het bladerplezier enkel vergroten. Bovendien weten de bezorgers Karwan Fatah-Black en Aart Ruijter in de lijvige inleiding het gepresenteerde materiaal helder te omschrijven en, belangrijker nog, deze schijnbaar ge&#x00EF;soleerde rechtszaken hun plaats te geven in een grotere geschiedenis van piraterijbestrijding en koloniale hervormingen.</p>
<p>Het verhaal dat in deze juridische bronnen besloten ligt omvat meerdere continenten, voert dwars over de Atlantische Oceaan en bevat een ruime voorraad aan zeeroversanekdotes. De lezer wordt kundig ingevoerd in de roverstochten tussen maart 1682 en januari 1684 van de destijds beruchte maar inmiddels goeddeels vergeten Franse piraat Jean Hamlin. Op de <italic>Trompeuse</italic>, en vanaf voorjaar 1683 samen met het zusterschip <italic>Resolution</italic>, voerden deze Hamlin en zijn verzameling aan Franse, Engelse, Duitse en Nederlandse bemanningsleden een lange reeks strooptochten uit in Caribische wateren, rond de Golf van Guinee en langs de kust van Brazili&#x00EB;, tot de vijfentwintig overgebleven rovers in 1684 in verschillende groepjes opgepakt en berecht werden door de koloniale bestuurders van Suriname en St. Thomas. Het is op zich al geen kleinigheid dat de bezorgers erin slagen om alle omzwervingen, plunderingen en personeelswisselingen overzichtelijk op papier te krijgen. De verhoorverslagen van de verdachte zeelui zijn namelijk vergeven van tegenstrijdigheden, ontwijkende antwoorden en tactisch geheugenverlies.</p>
<p>De arrestanten hadden ook genoeg te verbergen. Uit de rechtbankverslagen blijkt dat zeerovers zich tegen het einde van de zeventiende eeuw steeds meer gingen gedragen als vogelvrije vrijbuiters die aan het stereotype beeld van de piraat voldoen. De opvarenden van de <italic>Trompeuse</italic> en <italic>Resolution</italic> probeerden niet eens &#x2018;de schijn van legaliteit&#x2019; (28) op te houden. Over kaperbrieven en offici&#x00EB;le goedkeuring maakten zij zich niet druk. In plaats daarvan zwaaiden ze met hun zwaarden of wezen op de loop van hun geweren wanneer slachtoffers naar dergelijk papierwerk durfden te vragen. Verder zaten deze zeelui niet zelden stomdronken aan boord, smeten ze met goud zodra ze aan wal waren en dwongen ze ambachtslieden om het noodzakelijke onderhoud aan hun schepen te verzorgen. Niets piraatachtigs was hen vreemd. Daarbij maakt deze uitgave haarscherp inzichtelijk dat er in feite weinig romantisch was aan zeeroverij. De omschreven handelingen waren bruut gewelddadig. Piraten verkrachtten vrouwen op schepen, gooiden slaven overboord en martelden slachtoffers. Het merendeel van de opgepakte zeerovers wachtte uiteindelijk de strop voor deze misdaden, terwijl de rest werd veroordeeld tot gedwongen arbeid in dienst van het Nederlandse en Deense koloniale gezag.</p>
<p>Afschuwelijk en opzienbarend als alle gebeurtenissen rondom de <italic>Trompeuse</italic> en <italic>Resolution</italic> zijn geweest, is het vooral aan Fatah-Black en Ruijters inleiding te danken dat deze bronnenpublicatie veel meer is dan alleen een sprankelende microgeschiedenis. De bezorgers koppelen het materiaal aan de grotere narratieven over staatsrepressie en maritiem radicalisme van bijvoorbeeld Marcus Rediker en Peter Linebaugh.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Zo wordt duidelijk dat de rooftochten van beide schepen samenvielen met grote historische veranderingen. Ze kwamen precies op het moment dat Europese machthebbers zich af begonnen te keren van zeeroverij in de Cariben. Eerder waren kapers welkome partners bij het uitrollen van overzeese macht en het smeren van de koloniale economie&#x00EB;n, ook wanneer ze hun commissies voorbijgingen. Rond 1670 werd dat anders. Plunderingen op zee werden door de Europese autoriteiten steeds meer gezien als een onwelkome belemmering voor de opbouw van plantage-economie&#x00EB;n en de handel in mensen die daarbij cruciaal was. Koloniale havens moesten &#x2018;betrouwbare bestuurscentra in overzeese rijken worden&#x2019; en lokale gouverneurs &#x2018;dienden daarom strakker de hand te houden aan het uitbannen van zeeroof&#x2019; (24). De procesverslagen die hier verzameld zijn laten goed zien welke uitwerking deze politieke omslag had en waarom de opgepakte zeerovers, zeker in Suriname, hard gestraft en ten voorbeeld gesteld werden.</p>
<p>Het is echter jammer dat de juridische basis van deze opgevoerde piraterijbestrijding onbesproken blijft, juist omdat de bezorgers het bronmateriaal verder zo kundig aan grotere historische ontwikkelingen hebben verbonden. Zo had het werk van de Amerikaanse historica Lauren Benton, die veel geschreven heeft over zeeroof en rechtspraak in Europese imperia, extra inzicht in deze casus kunnen verschaffen. Volgens Benton begonnen koloniale rechtbanken tussen 1680 en 1750 juist in piraterijprocessen imperiale wetten steeds meer als universele rechtsprincipes te presenteren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Zien we zulke juridische redeneringen ook terug in de zaken tegen de bemanningsleden van de <italic>Trompeuse</italic> en <italic>Resolution</italic>&#x003F; Welke termen gebruikte de krijgsraad in Suriname om haar veroordelingen te onderbouwen&#x003F; En specifieker: wat gold in zo&#x2019;n piraterijzaak als bewijs en hoe werd de strafmaat bepaald&#x003F;</p>
<p>Het aangename van een bronnenpublicatie als deze is natuurlijk dat de lezer zelf op zoek kan gaan naar antwoorden op aanvullende vragen en daarvoor niet eens naar het archief hoeft. Dat maakt dit werk ook buitengewoon geschikt als onderwijsmateriaal binnen cursussen over maritieme of koloniale geschiedenis. <italic>Ten exempel van anderen</italic> biedt niet alleen een even fascinerend als gruwelijk inzicht in piraterij op een kantelpunt in de geschiedenis, maar levert direct de documenten waar het ons historici uiteindelijk allemaal om te doen is.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Peter Linebaugh en Marcus Rediker, <italic>The Many-Headed Hydra: The Hidden History of the Revolutionary Atlantic</italic> (Londen/New York 2012).</p></fn>
<fn id="fn2"><p>Lauren Benton, <italic>A Search for Sovereignty: Law and Geography in European Empires, 1400-1900</italic> (New York 2010) 110.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>