<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>The Hague, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10819</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/bmgn-lchr.10819</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, getrouwd in Amsterdam 1580-1810</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kloek</surname>
<given-names>Els</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">historica</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2020</year>
</pub-date>
<volume>135</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2020040</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Weeren</surname><given-names>Ren&#x00E9; </given-names></name>
<name><surname>De Moor</surname><given-names>Tine</given-names></name>
</person-group>
<source>Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, getrouwd in Amsterdam 1580-1810</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2019</year>
<page-range>256 pp.,</page-range>
<isbn>9789044640335</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2020 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2020</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.10819"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het boek <italic>Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, getrouwd in Amsterdam 1580-1810</italic>, geschreven door Ren&#x00E9; van Weeren en Tine de Moor, komt voort uit een groot digitaliseringsproject waarin vrijwilligers de ondertrouwregisters van de stad Amsterdam hebben ontsloten. Dit initiatief werd geleid door historici van de Universiteit Utrecht in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam. De ondertrouwregisters, waarin 250.000 bruidsparen over ruim tweehonderd jaar zijn geregistreerd, zijn een rijke bron voor de geschiedenis van huwelijkspatronen en het gedrag van mannen en vrouwen op de huwelijksmarkt.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Welke nieuwe inzichten kan deze database ons opleveren? Van Weeren en De Moor schrijven in hun inleiding dat er &#x2018;een uitzonderlijk aantal persoonlijke details&#x2019; te vinden is in de vrijwel complete en daarom unieke digitale database (14). Met deze schat aan details over het gedrag van Amsterdammers op de huwelijksmarkt in de vroegmoderne tijd kan de theorie over het vroegmoderne West-Europese huwelijkspatroon &#x2013; gekenmerkt door uitgestelde huwelijken en een hoge mate van celibaat &#x2013; wellicht worden aangescherpt.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Ook het huwelijksgedrag van immigranten kan met deze nieuwe bron verder worden uitgediept: werkte de huwelijksmarkt bijvoorbeeld als een bemiddelaar voor integratie, of bleven de groepen juist onderling trouwen? En was het poorterschap, te verkrijgen door te trouwen met een in Amsterdam geboren bruid, inderdaad h&#x00E9;t middel voor mannelijke immigranten om in de onbekende stad voet aan de grond te krijgen, zoals gezinshistorici al jarenlang betogen?<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup></p>
<p>Ik had hoge verwachtingen van deze studie, te meer daar ik uit ervaring weet hoe moeilijk het is om een dergelijke seri&#x00EB;le administratieve bron daadwerkelijk aan de praat te krijgen. Na lezing van <italic>Ja, ik wil!</italic> overheerst niettemin een gevoel van teleurstelling, want het boek bevat maar weinig informatie die is ontleend aan de Amsterdamse ondertrouwboeken. De auteurs schrijven nauwelijks over &#x2018;verliefd, verloofd, getrouwd in Amsterdam 1580-1810&#x2019;, maar vooral over het westerse huwelijkspatroon in het algemeen, met subthema&#x2019;s als huwelijkswetgeving, huwelijksleeftijd, hertrouwen en het celibaat, kerkelijk gemengde huwelijken en erfrecht, met talrijke uitstapjes naar volgens de auteurs kennelijk relevante onderwerpen zoals de Alteratie, pestepidemie&#x00EB;n, begijnhoven, proveniershuizen en weeskamers. Deze algemene geschiedenis over het huwelijk en de gezinsvorming in West-Europa wordt slechts gelardeerd met enkele casussen uit de Amsterdamse bronnen en kaderteksten die vaak geen betrekking hebben op huwelijkspraktijken in Amsterdam.</p>
<p>Na een nogal uitvoerig inleidend hoofdstuk over huwelijkswetgeving, de strijd van de kerkelijke en wereldlijke overheid tegen clandestiene huwelijken vanaf de middeleeuwen en de betekenis van de Politieke Ordonnantie van 1580, volgt een sectie waarin de Amsterdamse ondertrouwregisters worden ge&#x00EF;ntroduceerd. De regel dat een voorgenomen huwelijk driemaal openbaar moest worden afgekondigd om anderen in de gelegenheid te stellen bezwaar aan te tekenen &#x2013; en daarmee vooral bigamie te voorkomen &#x2013; lag ten grondslag aan deze registers. In het hoofdstuk &#x2018;Kink in de kabel?&#x2019; worden enkele casussen van dergelijke bezwaren besproken. Met de groei van de Amsterdamse bevolking nam het aantal bezwaren toe, wat tot gevolg had dat er een aparte administratie ontstond: de zogenaamde &#x2018;krakeelregisters&#x2019;. Ook de dood, onder meer als gevolg van pestepidemie&#x00EB;n, bespreken de auteurs als &#x2018;kink in de kabel&#x2019;. Hierna volgt een hoofdstuk over huwelijksleeftijden, hertrouwen en het ongetrouwd blijven, met daarbij een uitvoerig expos&#x00E9; over begijnen. De laatste hoofdstukken zijn gewijd aan achtereenvolgens religieuze gezindten (slechts 1 procent van de huwelijken was gemengd, zie pagina 130), migranten (mannelijke immigranten trouwden veel vaker een &#x2018;autochtoon&#x2019; dan vrouwelijke immigranten, zie pagina 136), standen, klassen en beroepen en de mate van geletterdheid onder de bruiden en bruidegoms (in 1580 ondertekende 61 procent van de bruidegoms en 34 procent van de bruiden hun ondertrouw, in 1800 waren deze percentages gestegen naar respectievelijk 81 procent en 68 procent, zie pagina&#x2019;s 190-191). Deze samenvatting wekt wellicht de indruk dat er veel Amsterdamse cijfers uit het boek te halen zijn, maar dat is niet het geval: in het totaal bevat <italic>Ja! Ik wil</italic> slechts zes tabellen. Deze betreffen zeer algemene trends (steeds per vijf jaar) in de Amsterdamse trouwboeken.</p>
<p>De fascinatie van de auteurs voor <italic>big data</italic> voert in het hele boek de boventoon. Op zich is dat begrijpelijk, want het kan heel spannend en nuttig zijn om op metaniveau het menselijk gedrag door de eeuwen heen te onderzoeken en te analyseren. Toch wringt hier de schoen. Ten eerste wordt de lezer maar mondjesmaat deelgenoot gemaakt van de kwantitatieve onderzoeksresultaten die aan dit boek ten grondslag liggen. Het kan zijn dat de auteurs de lezer in dit opzicht hebben willen sparen, maar het schuurt dan wel dat er in de tekst voortdurend naar cijfermatige trends wordt verwezen. De lezer krijgt heel wat dooddoeners te verwerken, zoals de steeds weer terugkerende constatering dat pestepidemie&#x00EB;n de sterftecijfers hadden doen stijgen. Ten tweede &#x2013; en dit is ernstiger &#x2013; wordt het menselijk gedrag zelf voortdurend verklaard en geduid vanuit de abstractie van metadata die de lezer dus nauwelijks te zien krijgt. Bij de vraag of hertrouwende weduwen en weduwnaars minderjarige kinderen hadden, schrijven de auteurs bijvoorbeeld: &#x2018;De aanwezigheid van kinderen speelde vermoedelijk geen essenti&#x00EB;le rol bij de keuze om te hertrouwen <italic>aangezien</italic> [mijn cursivering, <sc>ek</sc>] het aantal kinderloze weduwen en weduwnaars dat hertrouwde hoger lag dan het aantal weduwen en weduwnaars met kinderen&#x2019; (107). Dit is slechts een voorbeeld van het veelvuldig door elkaar halen van individuele motieven en algemene trends. Ook het slotwoord is onbevredigend, want dat heeft vooral betrekking op het heden en bevat open deuren, zoals de constatering dat er tegenwoordig slechts in &#x00E9;&#x00E9;n procent van de huwelijken sprake is van een verweduwde partner, te verklaren uit &#x2018;de sterk verbeterde levensstandaard en levensverwachting&#x2019; (203).</p>
<p>De geschiedenis van huwelijkspatronen, inclusief zaken als erfrecht, bruidsschat, ouderlijke toestemming, en huwelijksleeftijd, is niet alleen boeiend, maar ook bijzonder actueel. Daarover biedt <italic>Ja, ik wil!</italic> veel interessants om verder over na te denken, zeker in de <italic>global village</italic> waarin we tegenwoordig leven. Als introductie op de geschiedenis van de Amsterdamse huwelijksmarkt schiet dit boek echter tekort.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Voor meer informatie over het vrijwilligersproject, zie <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://www.collective-action.info/Ja-ik-wil">http://www.collective-action.info/Ja-ik-wil</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn2"><p>John Hajnal, &#x2018;European marriage patterns in perspective&#x2019;, in: David Glass en David Eversly (reds.), <italic>Population in History. Essays in Historical Demography. Volume 1: General and Great Britain</italic> (Londen 1965) 101-143.</p></fn>
<fn id="fn3"><p>In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zijn talloze publicaties op het gebied van de gezinsgeschiedenis verschenen. Voor Nederlandse studies, zie onder meer: Els Kloek, <italic>Gezinshistorici over vrouwen. Een overzicht van het werk van gezinshistorici en de betekenis daarvan voor de vrouwengeschiedenis</italic> (Amsterdam 1981), Donald Haks, <italic>Huwelijk en gezin in Holland in de 17<sup>de</sup> en 18<sup>de</sup> eeuw</italic> (Assen 1982), Gerrit Kooy (red.), <italic>Gezinsgeschiedenis. Vier eeuwen gezin in Nederland</italic> (Assen 1985)<italic>,</italic> Harrie Peeters, L&#x00E8;ne Dresen-Coenders en Ton Brandenbarg (reds.), <italic>Vijf eeuwen gezinsleven. Liefde, huwelijk en opvoeding in Nederland</italic> (Nijmegen 1988), Ton Zwaan (red.), <italic>Familie, huwelijk en gezin in West-Europa. Van Middeleeuwen tot moderne tijd</italic> (Amsterdam/Heerlen 1993) en Dirk Damsma, <italic>Familieband. Geschiedenis van het gezin in Nederland</italic> (Utrecht/Antwerpen 1999). Over de betekenis van het poorterschap op de huwelijksmarkt, zie Lotte van de Pol, <italic>Het Amsterdams hoerdom. Prostitutie in de zeventiende en achttiende eeuw</italic> (Amsterdam 1996) 106-114.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>