<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>The Hague, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10656</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/bmgn-lchr.10656</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Out-of-area. De Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties, 1945&#x2013;2001</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Baudet</surname>
<given-names>Floribert</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensieacademie</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2019</year>
</pub-date>
<volume>134</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2019002</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van der Peet</surname><given-names>Anselm</given-names></name>
</person-group>
<source>Out-of-area. De Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties, 1945&#x2013;2001</source>
<publisher-loc>Franeker</publisher-loc>
<publisher-name>Van Wijnen</publisher-name>
<year>2016</year>
<page-range>608 pp.</page-range>
<isbn>9789051945201</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2019 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2019</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.10656"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><italic>Out-of-Area</italic> is het laatste deel van een door de Commissie voor Zeegeschiedenis onder auspici&#x00EB;n van de <sc>knaw</sc> ge&#x00EF;nitieerd drieluik van dissertaties over de Koninklijke Marine na de Tweede Wereldoorlog. Doel van dit drieluik was de kennis over dit krijgsmachtdeel op een hoger, wetenschappelijk plan te brengen. Geconcludeerd mag worden dat dit gelukt is. Anselm van der Peets <italic>Out-of-Area</italic>, dat in 2016 als proefschrift werd verdedigd aan de Universiteit Utrecht, is een ware <italic>Fundgrube</italic>. Het boek behandelt vier onderzoeksvragen, te weten: was er in de onderzochte periode een traditie van out-of-area operaties als instrument van buitenlandse politiek? Was de Marine daarin speler dan wel speelbal? Hoe ontwikkelde de relatie met de Royal Navy zich? En: droeg de binnen- en buitenlandse perceptie van de Koninklijke Marine bij aan het besluit tot inzet en de realisatie van de politieke doelen? Dit zijn ambitieuze vragen. Van der Peet, als marine-historicus verbonden aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, beantwoordt ze aan de hand van hoofdstukken over de Nederlandse buitenlandse politiek, het denken over strategie binnen de Marine en drie casestudies die elk een out-of-area operatie centraal stellen: de Koreaanse oorlog, de inzet in de Perzische Golf eind jaren tachtig en voor de kust van Joegoslavi&#x00EB; in de jaren negentig. Het zal niet verbazen dat de in totaal slechts zes hoofdstukken gezamenlijk een lijvige studie vormen.</p>
<p>Van der Peet laat overtuigend zien dat de Koninklijke Marine, veel meer dan vaak aangenomen, in staat bleek haar eigen idee&#x00EB;n te realiseren. In studies over het naoorlogse defensiebeleid wordt vaak gewezen op de vooraanstaande rol die staatssecretaris en marineofficier Harry Moorman in de periode 1949&#x2013;1959 speelde, maar dat geldt eigenlijk voor de gehele periode. Daarmee zijn Van der Peets eerste twee onderzoeksvragen duidelijk beantwoord, terwijl ook de passages over de uitermate nauwe relatie van de Koninklijke Marine met de Royal Navy instructief zijn. De auteur lijkt vooral in zijn element in de casestudies. Met name de studie over de inzet van de Koninklijke Marine tijdens en na de Korea-oorlog, die mede is gebaseerd op niet eerder door Nederlanders bestudeerd archiefmateriaal, is boeiend en interessant.</p>
<p>Toch heeft <italic>Out-of-Area</italic> iets onbevredigends. Hoe rijk het boek ook is en hoe treffend Van der Peet het krijgsmachtdeel ook typeert, de gekozen opzet leidt tot onnodige herhalingen. Het was verstandiger geweest de studie chronologisch op te zetten. Dan had de auteur per periode het buitenlands beleid, het defensiebeleid en het marinebeleid gezamenlijk kunnen analyseren, eventueel aangevuld met casestudies ter illustraties. De door Van der Peet gekozen structuur leidt ertoe dat, om een voorbeeld te geven, idee&#x00EB;n binnen de Marine over de relatie van dat krijgsmachtdeel met Nederlands-Indi&#x00EB; in de inleiding worden besproken (waar ze dienen als rechtvaardigingsgrond voor het onderzoek), opnieuw aan de orde komen in het hoofdstuk over het Nederlandse buitenlandse beleid en een prominente plek krijgen in het hoofdstuk over de strategische idee&#x00EB;n van de Marine.</p>
<p>Daarnaast is de bespreking van de voor het onderzoek gebruikte bronnen te summier. Zo miste ik argumentatie achter de keuze voor de in het onderzoek betrokken kranten, terwijl achter de droge vermelding van &#x2018;de memoires&#x2019; (23) van leidende figuren in de onderzochte periode tal van methodologische problemen schuil gaan die ik graag onderkend had gezien. De historiografische beschouwing over het Nederlandse buitenlandse beleid is eveneens mager. Het werk van Duco Hellema passeert even de revue, maar <italic>Out-of-area</italic> steunt wat betreft de inkadering vooral op de verouderde en veelvuldige weerlegde idee&#x00EB;n van Joris Voorhoeve over tradities in de Nederlandse buitenlandse politiek. Die keuze is begrijpelijk, omdat het denken in termen van tradities verwantschap heeft met het denken in geopolitieke constanten, dat prominent figureert in strategievorming. Juist dat is waar Van der Peet naar op zoek is. Maar de verklarende waarde van Voorhoeves tradities is beperkt. Ze verklaren niet de discrepanties in het beleid, of de bureaupolitiek binnen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Bieden ze dan een gemeenschappelijk referentiekader? Dat blijkt niet uit de discussies over strategische prioriteiten, die soms ook binnen de Marine woedden. Het was een kleine moeite geweest om literatuur te bestuderen die het traditiediscours als <italic>discours</italic> behandelt: een manier om over het buitenlands-en veiligheidsbeleid te praten en daarbinnen de eigen prioriteiten te verkopen, iets waar de Marine uitermate goed in slaagde.</p>
<p>De conclusie <italic>dat</italic> de Marine ook in tijden van politieke tegenwind in staat bleek een eigen koers te varen (excuseer de maritieme beeldspraak waarvan ook Van der Peet zich overvloedig bedient) is uitermate fascinerend, maar de verklaring <italic>waarom</italic> dat zo was blijft helaas wat vaag. Trok de Marine het primaat van de politiek in twijfel? Lag het aan de nauwe band van de Marine met de Royal Navy? En waarom lukte het de Landmacht of de Luchtmacht veel minder goed dan de Marine een eigen lijn te volgen? Werden de andere krijgsmachtdelen in de onderzochte periode feitelijk met meer tegenwind geconfronteerd (maar ervoer de Marine dit anders)?</p>
<p>Ondanks deze kanttekeningen is <italic>Out-of-Area</italic> echter een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van ons oudste krijgsmachtdeel.</p>
</body>
</article>