<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>The Hague, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10366</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/bmgn-lchr.10366</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Opstand in Holland en Vlaanderen</article-title>
<subtitle>De Jonker Fransenoorlog (1488-1490) in transregionaal perspectief</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Sicking</surname>
<given-names>Louis</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2018</year>
</pub-date>
<volume>133</volume>
<issue>4</issue>
<fpage>28</fpage>
<lpage>56</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2018 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2018</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International (CC BY-NC 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.10366"/>
<abstract>
<p>De Jonker Fransenoorlog teisterde Holland tussen november 1488 en augustus 1490. Deze opstand van Hollandse Hoeken tegen het Kabeljauwse gewestelijke bestuur van stadhouder Jan van Egmond wordt vrijwel uitsluitend onderzocht vanuit het gewestelijk perspectief van de Hoekse en Kabeljauwse twisten die het Hollandse politieke landschap beheersten tussen 1345 en het einde van de vijftiende eeuw. Dit artikel plaatst deze &#x2018;Hollandse opstand&#x2019; onder leiding van jonker Frans van Brederode in een transregionaal perspectief door deze te verbinden met de Vlaamse Opstand (1482-1492). Hiermee wordt bijgedragen aan het debat over opstandigheid in de Nederlanden in de overgangsperiode tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, dat wordt gedomineerd door de Nederlandse Opstand.</p>
<p>The &#x2018;Squire Francis War&#x2019; plagued Holland between November 1488 and August 1490. This revolt of Hooks against the provincial administration of stadholder Jan van Egmond dominated by the Cod, is almost exclusively examined from the regional perspective of the party strife between &#x2018;Hooks&#x2019; (Hoeken) and &#x2018;Cod&#x2019; (Kabeljauwen) that dominated Holland&#x2019;s political landscape between 1345 and the end of the fifteenth century. By relating the &#x2018;revolt of Holland&#x2019; under the leadership of squire Francis van Brederode to the Flemish Revolt (1482&#x2013;1492), this article puts the &#x2018;Squire Francis War&#x2019; in a transregional perspective. This article thus contributes to the debate about rebellion in the Netherlands during the transition period between the Middle Ages and Early Modern times, which is dominated by the Dutch Revolt.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<sec id="s1">
<title>Inleiding</title>
<disp-quote><p>In Vlaendren daer nam hi sijn beghinssel</p>
<p>Doe de roomschconinck te Brugghe lach ghetoeft<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></p></disp-quote>
<p>Zo verhaalde een dichter, die we alleen als A.J. kennen, over de rol van de Hollandse jonker Frans van Brederode in de op dat moment uitslaande Jonker Fransenoorlog. Het gedicht suggereert dat jonker Frans zijn strijd begon in Vlaanderen op het moment dat Maximiliaan van Oostenrijk in Brugge gevangen genomen werd door Vlaamse opstandelingen die zijn regentschap voor zijn minderjarige zoon Filips de Schone weigerden te aanvaarden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> De Jonker Fransenoorlog, die Holland teisterde tussen november 1488 en augustus 1490, staat in dit artikel centraal. Deze opstand van Hollandse Hoeken onder leiding van jonker Frans wordt verbonden en vergeleken met de opstandigheid die gelijktijdig plaatsvond in Vlaanderen. Zo draagt dit artikel bij aan internationale historiografische debatten over opstandigheid in laatmiddeleeuws Europa en meer in het bijzonder in de Nederlanden. Opstand en opstandigheid worden gedefinieerd als een vorm van collectieve actie door mensen die gericht zijn op gemeenschappelijke sociaal-politieke en/of economische belangen. Opstand onderscheidt zich van revolutie doordat opstand niet op structurele maatschappelijke verandering is gericht. Het gaat immers niet om het omverwerpen van de bestaande politieke orde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Het in opstanden gebruikte geweld kon zulke vormen aannemen dat er van oorlogsdaden sprake is, ook al gaat het hier niet om oorlog tussen soevereine machten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup></p>
<p>De basis van de moderne geschiedschrijving over premoderne opstanden is terug te voeren tot George Rud&#x00E9;&#x2019;s studie over de volksmassa in de Franse Revolutie. Rud&#x00E9; zag de Franse Revolutie als een belangrijke cesuur in de geschiedenis van volksopstanden. V&#x00F3;&#x00F3;r de Franse Revolutie zouden opstanden vooral zijn veroorzaakt door schaarste en hoge voedselprijzen en zouden vrouwen hierin een vooraanstaande rol gespeeld hebben. Vanaf de Franse Revolutie, met de Champs de Mars van juli 1791, zou de moderne volksopstand zijn ontstaan met stakingen die vooral een zaak van mannen waren. Vervolgens hebben historici en sociologen, onder wie de invloedrijke historische socioloog Charles Tilly, dit onderscheid tussen premoderne en moderne opstanden verder vorm gegeven. Zo kregen de deelnemers aan middeleeuwse en vroegmoderne opstanden onder meer religieuze ideologie&#x00EB;n en millenaristische idee&#x00EB;n toegeschreven. Pas na de Franse Revolutie zouden volksopstanden seculier zijn geworden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup></p>
<p>Samuel Cohn is vervolgens nagegaan in hoeverre laatmiddeleeuwse opstanden voldoen aan het model van premoderne opstandigheid zoals dat sinds Rud&#x00E9; opgang heeft gemaakt. Voedselrellen waren volgens hem zeer zeldzaam, vrouwen waren vaak afwezig en van brute onderdrukking was zelden sprake. Ook was adellijk leiderschap veeleer uitzonderlijk. Cohn stelde ook vast dat de laatmiddeleeuwse opstanden het resultaat waren van planning, onderhandeling, vergaderingen, broederschappen en/of verkiezingen. Hij wees erop dat religieuze dogma&#x2019;s meestal ontbraken, dat het afslachten van onschuldigen in de late middeleeuwen uitzonderlijk was, en dat een belangrijk deel van de laatmiddeleeuwse opstanden slaagde. Cohn beargumenteert dat laatmiddeleeuwse opstanden op al deze punten ook afwijken van moderne opstanden, zoals de Arabische Lente.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> Terwijl Cohn en anderen betoogden dat laatmiddeleeuwse opstanden moeten worden gezien als vormen van ordeverstoring door sociale klassen die reageerden op toenemende militaire en fiscale eisen, gaan andere historici er daarentegen van uit dat opstanden staatsvormingsprocessen juist ondersteunden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup></p>
<p>Cohns conclusies zijn hoofdzakelijk gebaseerd op onderzoek naar veertiende-eeuwse opstanden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup> In de vijftiende eeuw vond er een omslag plaats waarin de staat meer autoritaire en hi&#x00EB;rarchische structuren kon inzetten om haar voortbestaan te garanderen en de stabiliteit te vergroten. In Frankrijk en de Bourgondische Nederlanden bijvoorbeeld werden stedelijke elites vanaf deze periode meer bij het centrale bestuur betrokken waardoor de kansen op het slagen van stedelijke opstanden afnamen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> In recent onderzoek staat de relatie tussen opstanden en hun institutioneel-politieke context centraal.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup> De opkomende staat wordt niet langer als &#x00E9;&#x00E9;n geheel gezien, maar veeleer als een samengesteld complex, waarvan het bestuur lang niet altijd &#x00E9;&#x00E9;n front vormde, maar moet worden gezien als &#x2018;polycentrisch&#x2019;. Volgens Patrick Lantschner, die deze benadering hanteert, betekent dit dat opstanden niet noodzakelijkerwijs tegen &#x2018;de&#x2019; staat waren gericht, maar beschouwd moeten worden in een context van veelvoudige interacties die plaatsvonden in een gelaagde en potentieel fragiele omgeving.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup> In dit verband is het bijvoorbeeld interessant te kijken naar de rol van elites in opstanden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup></p>
<p>Dit polycentrische perspectief, dat in dit artikel als uitgangspunt fungeert voor een studie naar de Jonker Fransenoorlog, vinden we terug in het recente onderzoek naar opstandigheid in Belgi&#x00EB; en Nederland, dat in beide landen een lange traditie kent. De strijd van de particularistische steden tegen de oprukkende staat is een klassiek thema, al zijn er verschillen in aandacht en prioriteit. In Nederland gaat de interesse als vanzelfsprekend eerst en vooral uit naar de Nederlandse Opstand. Deze Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) begon als opstand, en groeide uit tot een burgeroorlog en werd uiteindelijk opgevat als de onafhankelijkheidsstrijd van de Nederlandse Republiek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup> In Nederland bestaat er relatief weinig belangstelling voor de opstandigheid die aan de Tachtigjarige Oorlog vooraf ging.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup> In Belgi&#x00EB; heeft de grote opstandige traditie in Vlaanderen en Brabant in de late middeleeuwen de meeste aandacht getrokken. Het onderzoek naar de Vlaamse Opstand aan het einde van de vijftiende eeuw past in deze traditie, zij het dat dit onderzoek pas in recente jaren een hoge vlucht heeft genomen, met name door het werk van Jelle Haemers.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup> Het is duidelijk geworden dat de Vlaamse Opstand niet een opstand was van steden tegen de opkomende staat, maar veeleer een strijd tussen facties zowel aan het hof als in de steden, waar een sterke verdeeldheid ontstond over het regentschap van Maximiliaan van Oostenrijk. Ook de opstandigheid in andere gewesten, waaronder Brabant en Utrecht, heeft recentelijk de aandacht van historici getrokken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref></sup></p>
<p>De opstandigheid in de Nederlandse gewesten aan het einde van de vijftiende eeuw moet in het verlengde worden gezien van de regeringscrisis waarin de Nederlanden sinds 1477 verkeerden. De Bourgondische hertog Filips de Goede had zijn verzameling Nederlandse gewesten, die zich aanvankelijk beperkte tot Vlaanderen en Artesi&#x00EB;, tussen 1425 en 1435 uitgebreid met Brabant, Limburg, Namen, Luxemburg, Holland, Zeeland en Henegouwen. In Holland en Zeeland was de machtsstrijd die Filips van Bourgondi&#x00EB; gedurende drie jaar met Jacoba van Beieren uitvocht een bloedige oorlog waarin de eerste gesteund werd door de Kabeljauwen en de laatste door de Hoeken. De strijd eindigde met de Zoen van Delft van 1428 waarin Jacoba Filips als haar erfgenaam en stadhouder erkende. Tegelijkertijd streefde de vorst naar integratie van zijn territoria door, onder andere, de vestiging van administratieve, juridische, financi&#x00EB;le, fiscale en militaire instellingen en procedures en intensivering van het overleg met zijn onderdanen in de Staten-Generaal en gewestelijke statenvergaderingen. De edelen en de stedelijke elites werden in toenemende mate betrokken in de Bourgondische instellingen en dankten hun rijkdom en invloed in toenemende mate aan de vorst.</p>
<p>Onder Filips&#x2019; opvolger Karel de Stoute, die een agressieve, vooral tegen Frankrijk gerichte buitenlandse politiek voerde met het doel de Nederlanden en Bourgondi&#x00EB; geografisch met elkaar te verbinden, namen de spanningen in de Nederlanden toe ten gevolge van oorlogvoering en de daaraan gerelateerde verhoging van de belastingdruk. Ook de voortgaande uitbouw van centrale instellingen en de verkoop van ambten riepen in toenemende mate weerstand op, die met Karels onverwachte dood op het slagveld bij Nancy in januari 1477 tot een ernstige bestuurscrisis leidden. De onder het bewind van Karel de Stoute ontstane onvrede resulteerde in het Groot Privilege van 5 februari 1477. Hierin werd het centralisatiebeleid van de vorst teruggedraaid. Karels dochter, Maria van Bourgondi&#x00EB;, moest dit privilege bezegelen in ruil voor de erkenning van haar opvolging. Holland en Zeeland stelden hun eigen eisen, die onder meer gericht waren op het vervangen van niet-Hollandse en niet-Zeeuwse ambtenaren door autochtonen en op rechtsbescherming van Hollanders en Zeeuwen. Vele bepalingen van het Groot Privilege werden in de praktijk al snel teruggedraaid op aansporing van Maria&#x2019;s echtgenoot, aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, zodat met het overlijden van de hertogin in 1482 een opvolgingscrisis ontstond die samenviel met grote onvrede over de oorlog tegen Frankrijk, de zware belastingen en de schendingen van de privileges.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref></sup> In verschillende delen van de Nederlanden braken opstanden uit waarvan de Vlaamse Opstand het meest in het oog springt.</p>
<p>Het Bourgondische staatsvormingsproces wordt in recent onderzoek gerelativeerd door de Bourgondische personele unie niet langer aan te duiden als een staat, maar veeleer als een <italic>composite monarchy</italic>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref></sup> Hierdoor ontstaat meer aandacht voor regionale en lokale verschillen van deze Bourgondisering en van de reacties hierop.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></sup> In dit kader past hernieuwde aandacht voor de ontwikkelingen in het gewest Holland ten tijde van de Vlaamse Opstand, en in het bijzonder voor de Jonker Fransenoorlog, waarin de Hoekse edelen Frans van Brederode en Jan van Montfoort respectievelijk Rotterdam en het toen nog tot Holland behorende Woerden bezet hielden. De Jonker Fransenoorlog heeft, in tegenstelling tot de Nederlandse en de Vlaamse Opstand, weinig aandacht gekregen in de historiografie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref></sup> Zo kan ten eerste duidelijk worden gemaakt dat in Holland niet het regentschap van Maximiliaan van Oostenrijk de steen des aanstoots was, zoals in Vlaanderen, maar het de Hollandse opstandelingenleiders om het herstel van het evenwicht tussen Hoeken en Kabeljauwen en om het terugkrijgen van hun bezittingen en ambten te doen was. Ten tweede zal worden aangetoond dat de opstandelingen in Vlaanderen en Holland ondanks verschillende prioriteiten wel contact en samenwerking zochten. Ten derde zal worden betoogd dat de Jonker Fransenoorlog past in het kader van opstand als intensivering van bestaande onderhandelingsprocessen. Ten slotte laat deze bijdrage zien dat adellijke opstandelingenleiders er na afloop van een mislukte opstand beter van af kwamen dan stedelijke opstandelingen.</p>
<p>In de literatuur over Holland worden de Jonker Fransenoorlog en het Kaas- en Broodspel, een boerenopstand in West-Friesland in 1491-1492, beschouwd als de laatste stuiptrekkingen van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, de partijstrijd die het Hollandse politieke landschap beheerste tussen 1345 en het einde van de vijftiende eeuw.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref></sup> Het gedetailleerdste verslag van de Jonker Fransenoorlog in de moderne geschiedschrijving is te vinden in het proefschrift van Michel van Gent over de Hoekse en Kabeljauwse twisten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref></sup> Dankzij de publicatie van de bronnen voor de geschiedenis van de dagvaarten van de steden en staten van Holland in de jaren 1477-1494 en in combinatie met de kronieken die relevant zijn voor de Jonker Fransenoorlog, kan zijn interpretatie worden aangevuld en hier en daar worden gecorrigeerd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref></sup></p>
<fig>
<caption><p>Jan van Egmond, anoniem, na ca. 1510</p>
<p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-1547">https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-1547</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.10366_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>De literatuur over Vlaanderen en de Nederlanden als geheel ziet de Jonker Fransenoorlog veelal als een noordelijke uitzaaiing van de Vlaamse Opstand en projecteert Vlaamse motieven op de Hollandse Hoeken onder leiding van Frans van Brederode.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref></sup> Dit artikel beziet de Jonker Fransenoorlog als een opstand in Holland en beoogt aan te sluiten bij de hierboven geschetste historische debatten door deze opstand te duiden in het kader van de complexe politieke en sociaal-economische omstandigheden in de Bourgondische Nederlanden aan het einde van de vijftiende eeuw.</p>
<p>De centrale vraag is of, en zo ja, in hoeverre de Jonker Fransenoorlog verbonden is met de gelijktijdige Vlaamse Opstand.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref></sup> Deze vraagstelling zal worden beantwoord door eerst in te gaan op de deelvraag naar de motieven en belangen van Frans van Brederode en Jan van Montfoort. Vervolgens zal worden onderzocht hoe de contacten tussen de Hoekse leiders en de Vlaamse opstandelingenleider Filips van Kleef tot stand kwamen en wat deze hebben betekend voor het verloop van de Jonker Fransenoorlog. In dit verband komen ook de contacten tussen het gewestelijke bestuur van Holland en de Vlaamse opstandelingen aan bod. Ten slotte worden de opstanden in Holland en Vlaanderen met elkaar vergeleken door achtereenvolgens toe te spitsen op de rol van de adellijke opstandelingenleiders, de rol van de steden en de verhoudingen op het platteland. In dit kader komt ook het Kaas- en Broodspel aan de orde. Zo ontstaat inzicht in de Hollandse opstandigheid in de jaren 1488-1492 in de context van het polycentrische politieke en sociale landschap. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan de discussie over de vraag of de gelijktijdigheid van opstandigheid in verschillende Nederlandse gewesten kan worden opgevat als verschillende, zelfstandige bewegingen of dat het mogelijk is te spreken van &#x00E9;&#x00E9;n brede opstandige beweging tegen het centrale gezag uitgeoefend door Maximiliaan van Oostenrijk namens Filips de Schone. Immers, buiten Vlaanderen waren niet alleen in Holland en Brabant, maar bijvoorbeeld ook in Namen en Luxemburg opstandelingen actief. Voor een goed begrip van de bespreking van de aangekondigde aspecten volgen hieronder eerst beknopte overzichten van de belangrijkste ontwikkelingen ten tijde van de Vlaamse Opstand en de Jonker Fransenoorlog.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>De Vlaamse Opstand</title>
<p>Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk trad, zoals gezegd, na de dood van Maria Bourgondi&#x00EB; in 1482 op als regent van hun minderjarige zoontje Filips de Schone. Maximiliaans autocratische beleid druiste in tegen de belangen en privileges van de leidende stedelijke en adellijke elites en riep met name in Vlaanderen met zijn machtige steden bijzonder veel weerstand op. De Staten van Vlaanderen gingen voorop in de weigering zijn regentschap te erkennen en eisten de instelling van een regentschapsraad die het graafschap voortaan zou besturen. Hoewel Maximiliaan aanvankelijk, in juni 1483, instemde met de regentschapsraad trok hij deze in oktober weer in. De regentschapsraad, die uit edelen en vertegenwoordigers uit Brugge, Gent en Ieper bestond, zette het bestuur van Vlaanderen echter gewoon voort. De eerste Vlaamse Opstand was een feit. Na een strijd van een kleine twee jaar moesten de Vlaamse steden onder druk van Maximiliaans troepen in juni 1485 zijn inhuldiging als regent accepteren. Maar de onrust bleef. In november 1487 kwam Gent opnieuw in opstand. In februari 1488 sloot Brugge zich bij de opstand aan met de spectaculaire gevangenneming van de inmiddels tot rooms-koning verkozen Maximiliaan die zich op dat moment in de stad bevond.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref></sup> Beide steden zochten vervolgens steun bij de Staten-Generaal voor het instellen van een nieuwe regentschapsraad die in naam van Filips de Schone, maar met uitsluiting van Maximiliaan de Nederlanden, zou besturen. Brabant, Vlaanderen, Henegouwen en Zeeland sloten een verbondsakte, de zogenaamde Vrede van Brugge. De hierin vervatte voorwaarden en de rechten en privileges van de gewesten werden op 16 mei 1488 door Maximiliaan bezworen in ruil voor zijn vrijlating.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref></sup></p>
<p>Al voor de proclamatie van deze Vrede beseften de Vlamingen dat Maximiliaan zich niet bij deze vernedering zou neerleggen. Zij zochten een sterke leider die de oppositie tegen Maximiliaan kon co&#x00F6;rdineren en de strijd tegen de oprukkende Duitse troepen kon aangaan. Die leider werd gevonden in de persoon van Filips van Kleef, die in mei 1488 als gijzelaar in ruil voor Maximiliaans vrijlating in Gent gevangen zat. Hij was nog v&#x00F3;&#x00F3;r de Vrede van Brugge bereid gevonden de Vlaamse troepen te leiden en onder toezicht van de Franse koning, de leenheer van de graaf van Vlaanderen, trad hij ook op als stadhouder-generaal van Filips de Schone.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref></sup> Met steun van Franse manschappen ondernam Filips van Kleef in september 1488 een veldtocht door Brabant. Terwijl Brussel, Nijvel en Leuven hem relatief welwillend ontvingen, weigerden Antwerpen, Bergen op Zoom en Den Bosch hun steun aan Maximiliaan op te zeggen. Filips&#x2019; tocht door Brabant ontaardde uiteindelijk in een gewelddadige veroveringstocht. Toen ook elders weinig vooruitgang werd geboekt &#x2013; Luikse steun bij de verovering van Limburg bleef uit &#x2013; en de Franse koning zijn prioriteiten van Vlaanderen naar Bretagne verlegde en deze laatste in juli 1489 vrede sloot met Maximiliaan, werd de situatie voor de Vlaamse opstandelingen uitzichtloos. In oktober aanvaardden de Vlamingen de vernederende Vrede van Montilz-les-Tours. De poging om van de Vlaamse Opstand een algemeen Nederlandse opstand tegen Maximiliaan te maken was mislukt.</p>
<p>Gent weigerde echter de vernederende vredesvoorwaarden te aanvaarden en ook in Brugge laaide het verzet tussen augustus en december 1490 weer op. Filips van Kleef koos positie in het grafelijk kasteel in Sluis en zocht van daaruit opnieuw contact met de Franse koning, die hem in zijn dienst opnam. Uiteindelijk konden noch Filips van Kleef noch Gent de oorlog langer dragen en bleek Maximiliaan over verreweg de grootste financi&#x00EB;le reserves te beschikken. In juli 1492 gaf Gent zich over. Filips van Kleef hield stand in Sluis, ondanks de aanwezigheid van een Engels-Nederlandse vloot en verwoede militaire aanvallen van Albrecht van Saksen, de bevelhebber van het vorstelijke leger, en Engelbrecht van Nassau. Pas toen Maximiliaan dreigde de erfenis van Filips&#x2019; in september 1492 overleden vader te confisceren, en nadat de Franse steun definitief was weggevallen, gaf Filips van Kleef zich op 12 oktober 1492 eervol over.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn29">29</xref></sup> Hij kreeg volledige vergiffenis, mocht al zijn goederen blijven beheren, ging weer deel uitmaken van de hofhouding van Filips de Schone en ontving bovenop dit alles nog een fikse som geld. Het graafschap Vlaanderen moest 60.000 pond parisis opbrengen die bij wijze van schadevergoeding aan Filips van Kleef werden betaald. Zo kwam de edelman er na een opstand van vier jaar zonder kleerscheuren van af.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn30">30</xref></sup> De Vlaamse Opstand was voorbij.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>De Jonker Fransenoorlog</title>
<p>De Jonker Fransenoorlog begon op 18 november 1488 met de bezetting van Rotterdam door de drie&#x00EB;ntwintigjarige Hoekse edelman Frans van Brederode, een jongere broer van Walraven van Brederode die zich buiten de strijd had gehouden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn31">31</xref></sup> Hoekse malcontenten, onder wie Jan van Naaldwijk en de bastaarden Joris en Walraven van Brederode, hadden zich met Filips van Kleef verbonden in een poging gebruik te maken van de wanorde in de Bourgondische Nederlanden om hun machtspositie in Holland en Zeeland te verbeteren. Zij vonden Frans van Brederode, telg uit een geslacht dat pretendeerde af te stammen van het Hollandse gravenhuis, bereid om de leiding van hun verbond op zich te nemen. Zij besloten tot een gezamenlijke aanval op Rotterdam en Schoonhoven, steden die in de jaren 1477-1481 langere tijd onder controle van de Hoeken hadden gestaan. Rotterdam kon gemakkelijk worden ingenomen dankzij dichtgevroren grachten en hulp vanuit de stad, wat laat zien dat de stedelijke eenheid te wensen overliet. Het lukte Jan van Naaldwijk en Joris de bastaard van Brederode echter niet om Schoonhoven te veroveren. Ook een tweede poging hiertoe, op 2 december 1488, liep op een mislukking uit. Wel slaagde Jan van Montfoort erin, profiterend van de verwarring in Holland, in de nacht van 26 op 27 december Woerden in te nemen. Deze burggraaf van Montfoort was de Hoekse leider geweest in de Stichtse Oorlog (1481-1483) en had zowel in Utrecht als in Holland bezittingen. Hij beweerde achteraf dat hij met de inname van Woerden restitutie van zijn bezittingen in Holland wilde afdwingen, die Maximiliaan hem in 1483 bij het einde van de Stichtse Oorlog had toegezegd, maar nooit had gerealiseerd. Vanuit Rotterdam ondernamen de Hoeken verschillende pogingen om andere plaatsen te veroveren, zoals Schiedam, Geertruidenberg, Hoorn en Gouda. Maar omdat de Hollanders de bewaking van de steden en kastelen verscherpten, mislukten deze aanvallen. Alleen Geertruidenberg werd in april 1489 korte tijd door Jan van Naaldwijk bezet, maar hij kreeg hulp van sympathisanten binnen de stad, wat net als in Rotterdam wijst op verdeeldheid of factiestrijd.</p>
<p>Vanuit Rotterdam ondernamen de Hoeken vele plundertochten om buit en levensmiddelen te bemachtigen. Holland was voor zijn verdediging op zichzelf aangewezen, want Maximiliaan had zijn handen vol aan Vlaanderen en de strijd tegen Frankrijk. De vorst was weliswaar in januari en februari 1489 in Holland, maar hij liet de strijd over aan zijn stadhouder, de Kabeljauw Jan van Egmond. Aangezien de blokkades weinig effect sorteerden, begonnen de Hollanders onderhandelingen met Frans van Brederode en Jan van Montfoort. Tot enig resultaat leidde dat niet. De Hoekse leiders eisten een aantal belangrijke functies op en een aanzienlijke geldelijke compensatie. Het zittende gewestelijke bestuur kon hier onmogelijk mee instemmen. Het gevolg was dat de strijd in juni 1489 weer oplaaide. Na een rooftocht rond Montfoort door de Hollanders verloor de burggraaf alle vertrouwen in hen en verbond hij zich openlijk met de Hoeken in Rotterdam. Op 13 en 14 juni ondernam een Hoeks leger, dat werd aangevoerd door onder anderen Jan van Montfoort en Jan van Naaldwijk, een aanval op Leiden, waar stadhouder Jan van Egmond zich op dat moment bevond. Zij werden echter teruggeslagen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn32">32</xref></sup></p>
<p>Nadat een voedseltransport van de Hoeken op weg naar Rotterdam op 17 juni 1489 was onderschept, werd het voedseltekort steeds nijpender. Op 22 juni droegen de Hoeken Rotterdam over aan de regering in ruil voor een vrije aftocht naar Sluis. Maximiliaan heeft Rotterdam en Geertruidenberg niet zwaar gestraft voor het binnenlaten van de Hoeken. Zo wilde hij voorkomen dat de stedelingen ontevreden zouden blijven en opnieuw met de Hoekse ballingen zouden heulen. Bovendien hield Jan van Montfoort Woerden nog bezet. Albrecht van Saksen, de stadhouder-generaal, die na vele verzoeken van stadhouder Jan van Egmond en de Staten van Holland naar het noorden kwam, richtte zich niet op Woerden maar op Montfoort en sloeg er op 1 juni 1490 het beleg. Terwijl Jan van Montfoorts echtgenote, burggravin Willeme van Naaldwijk, en de stedelingen zich verdedigden, voerden Frans van Brederode en zijn aanhangers rooftochten in Zeeland uit. Toen zij de omgeving van Dordrecht plunderden, besloot Jan van Egmond een vloot uit te rusten. Met die vloot wist hij op 23 juli de Hoekse schepen in het Brouwershavense Gat te achterhalen. Na een lang gevecht behaalde de stadhouder de overwinning en nam hij Frans van Brederode en de meeste Hoekse kopstukken gevangen. Alleen Jan van Naaldwijk wist te ontkomen en keerde via het Hoeksgezinde Zierikzee terug naar Sluis.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn33">33</xref></sup></p>
<fig>
<caption><p>Portret van keizer Maximiliaan <sc>i</sc> door Albrecht D&#x00FC;rer in 1519.</p>
<p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Albrecht_D&#x0025;C3&#x0025;BCrer_-_Portrait_of_Maximilian_I_-_Google_Art_Project.jpg">https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Albrecht_D&#x0025;C3&#x0025;BCrer_-_Portrait_of_Maximilian_I_-_Google_Art_Project.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.10366_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Gesterkt door dit succes werd Montfoort belegerd en de watertoevoer afgesloten. Jan van Montfoort zag in dat verder verzet zinloos was en gaf zich op 24 augustus 1490 over aan Albrecht van Saksen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn34">34</xref></sup> De stadhouder-generaal stelde een vredesverdrag op dat de macht van de burggraaf definitief aan banden legde. Dit verdrag bepaalde onder andere dat Woerden en Montfoort werden overgedragen aan Albrecht. Jan van Montfoort moest de stadhouder-generaal om vergiffenis vragen voor alles wat hij en zijn medestanders hadden misdaan tegen Filips en Maximiliaan en hun onderdanen. Hij mocht geen ballingen meer huisvesten en hij mocht de kapotgeschoten verdedigingswerken van Montfoort gedurende tien jaar niet herstellen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn35">35</xref></sup> Filips en Maximiliaan hebben volgens Van Gent de vrede bewust nooit bekrachtigd om de burggraaf te laten zien dat hij ondanks alles toch nog bij hen in de gunst stond. Frans van Brederode overleed op 11 augustus 1490 in de Dordtse stadsgevangenis aan de verwondingen die hij tijdens de slag in het Brouwershavense Gat had opgelopen. De overige Hoekse kopstukken die met hem gevangen waren genomen, werden ge&#x00EB;xecuteerd. Jan van Egmond werd beloond voor zijn inspanningen tegen de Hoeken met de toelating tot de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies tijdens een kapittel georganiseerd door Maximiliaan in Mechelen in mei 1491.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn36">36</xref></sup></p>
<p>Ook na de Jonker Fransenoorlog bleef het onrustig in Holland. De hoge belastingdruk als gevolg van de jarenlange oorlogen bleef, ook omdat er geld nodig was om de strijd tegen Karel <sc>viii</sc> in Frankrijk en tegen Filips van Kleef voort te zetten. West-Friese boeren, die al in 1488 en 1490 verzet hadden gepleegd bij de inning van het ruitergeld voor het onderhoud van de troepen, weigerden dit in april 1491 opnieuw. Boeren uit Schagen, Hoogwoude en Spanbroek verenigden zich en bewapenden zich, voerden vlaggen waarop kazen en broden waren afgebeeld. Verschillende steden werden in de opstand meegezogen. Alkmaar groeide uit tot het voornaamste bolwerk van de opstandelingen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn37">37</xref></sup> In juni voer Jan van Naaldwijk met andere Hoekse ballingen vanuit Sluis naar Texel, ging in het Marsdiep voor anker en verhinderde dat graanschepen Holland konden bereiken. Vanuit Texel en Wieringen hielden Hoeken rooftochten in het noorden van Holland. Dit zal de wanhopige situatie op het platteland en in de steden verder hebben verslechterd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn38">38</xref></sup> Op 3 mei 1492 veroverden de opstandelingen Haarlem met steun van sympathisanten in de stad. Dit was het hoogtepunt van de boerenopstand die als het Kaas- en Broodspel de geschiedenis is ingegaan. Op 15 mei werden de opstandelingen in de buurt van Heemskerk verpletterend verslagen door troepen van Albrecht van Saksen, die in alle haast naar Holland waren gestuurd. De opstandige steden en dorpen verloren hun privileges en kregen zware geldboetes opgelegd. De voornaamste opstandelingen werden ter dood veroordeeld.</p>
<p>Een verband tussen de Hoeken en de opstandige boeren is nooit aangetoond, behalve dat de laatsten leuzen voerden als &#x2018;Brederode&#x2019; en &#x2018;Oostenrijk&#x2019;, die als geuzennamen kunnen worden opgevat. Jan van Montfoort hield zich ver van de opstandelingen. Jan van Naaldwijk en zijn mannen keerden uiteindelijk terug naar Sluis.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn39">39</xref></sup> Het is moeilijk in te zien hoe hij met zijn plunderingen van de Kennemer kust op sympathie had kunnen rekenen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn40">40</xref></sup> Terwijl Filips van Kleef nog stand hield, waren de opstanden in Holland alweer voorbij.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Motieven en belangen van Frans van Brederode en Jan van Montfoort</title>
<p>De onderhandelingen die de Hollanders in 1489 met Frans van Brederode en Jan van Montfoort aanknoopten, geven inzicht in de motieven en belangen van de Hoekse kopstukken. Frans van Brederode eiste onder andere de aanstelling van een neutrale stadhouder en een nieuwe Raad van Holland bestaande uit edelen en notabelen van beide zijden, dus met Kabeljauwen &#x00E9;n Hoeken. Voor zichzelf eiste hij een jaargeld en diverse ambten als dat van opperhoutvester van Holland en het baljuwschap en schoutambt van Rotterdam op. Ook verlangde hij een generaal pardon voor allen die om &#x2018;partijelike saken&#x2019; verbannen waren. Jan van Montfoort trad eveneens in overleg met de stadhouderlijke regering en de Staten van Holland. Zijn eisen waren zo mogelijk nog persoonlijker van aard dan die van Frans van Brederode. Hij presenteerde zich als een trouwe vazal van Maximilliaan. Hij rekende erop dat Maximiliaan geen partij zou kiezen en zijn belofte over de teruggave van zijn bezittingen zou nakomen. In de conceptvrede stond dat Jan van Montfoort levenslang kastelein van Woerden zou worden, de heerlijkheid Purmerend zou terugkrijgen en dat hij gecompenseerd zou worden voor gederfde inkomsten uit zijn verbeurde goederen. Opvallend is dat Jan van Montfoort met geen woord repte over Frans van Brederode en de zijnen in Rotterdam. Formele akkoorden zijn nooit gesloten, zoals we zagen barstte de strijd in juni 1489 weer los.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn41">41</xref></sup></p>
<p>Hoewel de eisen van Brederode en Montfoort neerkwamen op het terugdraaien van Maximiliaans politiek in Holland sinds 1477, hebben de Hoeken, anders dan de Vlamingen, het gezag en de legitimiteit van de rooms-koning nooit ter discussie gesteld. Integendeel, zowel Frans van Brederode als Jan van Montfoort verzochten om bevestiging van hun vredesvoorstellen door Maximiliaan van Oostenrijk als vader en voogd van Filips de Schone.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn42">42</xref></sup> Maar de Hoekse eisen waren volledig onacceptabel voor de Kabeljauwse leiding in Holland, dat nu ook gebukt ging onder een burgeroorlog. Hoewel de Hoeken met de Vlaamse opstandelingen waren verbonden, hadden zij verschillende ideologie&#x00EB;n en belangen. Terwijl de Vlaamse opstandelingen een regering wilden vestigen zonder deelname van Maximiliaan, hadden Frans van Brederode en Jan Montfoort er geen moeite mee om de rooms-koning te vragen een verdrag te sluiten als vader en tutor van Filips de Schone. De belangrijkste eis die zij stelden was een herstel van het evenwicht en de vrede tussen de Hoeken en de Kabeljauwen. In het verlengde hiervan eisten zij vervanging van Jan van Egmond, de leider van de Kabeljauwse factie, door een neutrale stadhouder, en een teruggave van ambten aan Frans van Brederode en diens aanhangers.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn43">43</xref></sup></p>
<p>Zoals aangegeven traden Frans van Brederode en Jan van Montfoort pas in een vrij laat stadium met elkaar in contact. De dagvaartregisters geven in elk geval geen aanleiding om te denken dat er vanaf het eerste stadium van de Jonker Fransenoorlog enige vorm van samenwerking was. Het feit dat Jan van Montfoort in zijn onderhandelingen met de Hollanders niet naar Frans van Brederode verwijst, wijst eveneens in deze richting. Opvallend is dat Filips van Kleef een verbindende figuur lijkt te zijn geweest. Beide partijen hadden contact met hem, waaronder Jan van Montfoort. Dit bevestigt het vermoeden dat de verschillende rebellen wel samenwerking zochten en hun doelen deels verwant waren.</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Hoekse en Hollandse betrekkingen met de Vlaamse opstandelingen</title>
<p>Het gedicht over de Jonker Fransenoorlog, aangehaald aan het begin van dit artikel, wordt gekenmerkt door felle anti-Hoekse sentimenten. Filips van Kleef, Frans van Brederode en Jan van Montfoort worden erin neergezet als bondgenoten die erop uit waren het arme volk te schaden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn44">44</xref></sup> Nam de Jonker Fransenoorlog inderdaad een aanvang in Vlaanderen, zoals het gedicht beweert? En was de tweede Vlaamse Opstand tussen 1488 en 1492 aanleiding voor de Hoeken om in opstand te komen?</p>
<p>Diverse bronnen memoreren hoe Frans van Brederode vanuit Vlaanderen naar Holland trok.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn45">45</xref></sup> Al in februari 1488 hadden de Hoeken vanuit Utrecht, waar zij als ballingen verbleven, een gezantschap gestuurd naar Filips van Kleef, admiraal van de zee en gouverneur van Sluis, om hem om bijstand te vragen wanneer zij enkele Hollandse steden zouden overweldigen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn46">46</xref></sup> Op 14 april 1488 kwam jonker Frans in Sluis aan. Op dat moment bevonden veel Hollandse Hoeken zich al in deze belangrijkste Vlaamse zeehaven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn47">47</xref></sup> Eind april, toen afgevaardigden van de Staten van Holland in Gent aankwamen om tijdens een vergadering van de Staten Generaal over de netelige kwestie van Maximiliaans gevangenschap in Brugge te onderhandelen, trok Brederode met een legertje Gentenaren naar Boekhoute in de Vier Ambachten om vandaar uit &#x2018;eenegherande entreprise te gaen doene up Dordrecht of elders in Hollant&#x2019;, aldus een Ieperse correspondent die zich in die dagen in Gent bevond. Was deze troepenbeweging een middel om de Hollanders onder druk te zetten? In elk geval kon jonker Frans op Gentse steun rekenen. De Gentse wever Christoffel Claeys was kapitein van het genoemde legertje.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn48">48</xref></sup> De Hollandse edelman kreeg bovendien financi&#x00EB;le steun van de Drie Leden van Vlaanderen die hem in september 1488 een vergoeding van ruim drie&#x00EB;ndertig pond toekenden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn49">49</xref></sup></p>
<p>Aangezien Filips van Kleef pas op 26 mei trouw zwoer aan het opstandige Gent en pas op 9 juni aan Maximiliaan zijn vijandschap verklaarde, kunnen de Hoeken zich niet bij de opstand van Filips van Kleef aangesloten hebben op het moment dat deze de Hollanders in Sluis verwelkomde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn50">50</xref></sup> De komst van de Hoeken naar Sluis en Gent, waar jonker Frans zich ook langere tijd ophield<sup><xref ref-type="fn" rid="fn51">51</xref></sup>, versterkt wel het vermoeden dat Filips van Kleef al voor de Vrede van Brugge door de Vlamingen was aangezocht als opstandelingenleider.</p>
<p>Hoe dan ook, Filips van Kleef benoemde Frans van Brederode in naam van Filips de Schone tot stadhouder van Holland en Zeeland en stelde hem manschappen en schepen ter beschikking om zijn ambtsgebied te kunnen veroveren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn52">52</xref></sup> Op 3 augustus 1488 meldden Leidse gedeputeerden dat &#x2018;die [Hoekse] ballingen met die rebellige ende quatwillende uut Vlaenderen uutgemaict hadden ter Sluys <sc>iiii</sc> barcken ende wel <sc>xxix</sc> hoeden mit ruyteren om in Hollandt te comen&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn53">53</xref></sup> Na maandenlang de waterwegen te hebben geteisterd vertrok Frans van Brederode vanuit Sluis en landde hij in de avond van 18 november bij Delfshaven. Daarna marcheerde hij met zijn troepen naar Rotterdam, eiste hij deze stad op voor de Staten van Vlaanderen en nam hij de stad in.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn54">54</xref></sup> De Jonker Fransenoorlog was begonnen.</p>
<p>Deze oorlog mag dan zijn begonnen met steun vanuit Sluis, hij kende een langdurige spanningsopbouw voordat Rotterdam ingenomen werd. Verschillende Hollandse steden onderhielden in 1484 en 1485 een speciale bewakingsdienst, omdat de vrees bestond dat Hoekse ballingen met de steun van Vlaamse opstandelingen een aanslag op een stad zouden ondernemen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn55">55</xref></sup> Al in juni 1486 liet Maximiliaan een algemene wapenschouwing houden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn56">56</xref></sup> Van problemen met Jan van Montfoort werd in oktober 1486 voor het eerst gewag gemaakt in de Hollandse dagvaartregisters. De burggraaf van Montfoort had een proces aangespannen tegen Oudewater, omdat inwoners daar zijn timmerwerk hadden afgebroken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn57">57</xref></sup> In juli 1488, meer dan twee maanden voor de inname van Rotterdam, werden twee inwoners van Gouda door het Hof van Holland ter dood veroordeeld, omdat zij Hoekse ballingen steun beloofd hadden bij een aanval op Gouda.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn58">58</xref></sup> In oktober 1488 belegde de Hollandse stadhouder een Statenvergadering in Den Haag &#x2018;roerende die bewairnisse van den lande ende steden van Hollandt overmits datter veel grote scepen mit wapent volck van den Vlamingen ende hoir adherenten opter zee waeren ende men niet en wiste wair sij eynden souden off wat sij voir hadden&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn59">59</xref></sup> Het is dus niet zo dat Frans van Brederode vanuit het niets zijn slag kon slaan op het moment dat Maximiliaan gevangen zat en de spanningen in Vlaanderen hoog opliepen, zoals het genoemde gedicht suggereert. De periode 1483-1488 was voor Holland misschien relatief rustig in vergelijking met de jaren ervoor en erna, maar de besproken voorbeelden maken duidelijk dat spanningen in dit gewest niet van de lucht waren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn60">60</xref></sup> De Jonker Fransenoorlog stond niet op zichzelf, maar was evenmin een product van de Vlaamse Opstand. Veeleer hebben jonker Frans en de Hoeken gebruik gemaakt van de Vlaamse Opstand.</p>
<p>De vrees in Holland dat Hoekse ballingen zich met de Vlaamse opstandelingen zouden verenigen was re&#x00EB;el. Eind augustus 1488 werd door de Staten van Holland gesproken over &#x2018;hoe ende in wat manieren dat men wederstaen zoude mogen zekere ballingen, Vlamingen ende andere quaetwillende van onsen aldergenadichsten heere den Roomschen conijnck, zijnre genaden zoen ende dese hoere genaden landen, die up die tijt mit zekere carveelen ende menichte van volcke liggende waeren int Maertsdiep, ende om te beletten dat zij niet upslaen noch landen en zouden&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn61">61</xref></sup> Het is heel goed mogelijk dat met &#x2018;zekere ballingen&#x2019; op Frans van Brederode en zijn Hoekse kornuiten werd gedoeld. Dit is feitelijk wat er gebeurde, zij het in het zuiden van Holland. Frans van Brederode nam Rotterdam in met Vlaamse steun en materieel.</p>
<p>Er bestond niet alleen contact tussen Filips van Kleef en Frans van Brederode. De leider van de Vlaamse Opstand zocht in een later stadium contact met Jan van Montfoort en diens oom Zweder. In een uitvoerige brief van 24 mei 1489 nodigde Filips van Kleef hen in naam van Filips de Schone uit om alles in het werk te stellen om de Vrede van Brugge erkend te krijgen. Jan van Montfoort en Zweder zouden degenen die zich bij hen wilden aansluiten in het verbond mogen opnemen en degenen die zich verzetten met alle mogelijke middelen mogen bestrijden. Als pressiemiddel werd eraan toegevoegd dat bij steun de Hollandse handel met Vlaanderen en Frankrijk zowel over land als over zee ongemoeid zou blijven. Met dit pressiemiddel hoopte Filips van Kleef wellicht dat Hollandse steden de zijde van de Hoekse opstandelingenleiders zouden kiezen. De genoemde maritieme acties van Vlamingen en Hoeken en de latere acties van Jan van Naaldwijk in het Marsdiep in 1491 wijzen erop dat deze strategie inderdaad is toegepast. Filips van Kleef bestookte vanuit zijn &#x2018;piratennest&#x2019; Sluis de zeehandel van en met Vlaanderen in de jaren 1488-1492 voortdurend, met desastreuze economische gevolgen. Hoe dan ook, veel hulp zou Filips van Kleef echter niet van hen krijgen. Een paar dagen nadat de brief was verstuurd, werd de vloot van Frans van Brederode op de Lek verslagen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn62">62</xref></sup> De brief van Filips van Kleef en de maritieme acties van de Hoeken in Holland laten niettemin zien dat de opstandelingen beoogden de van de handel afhankelijke steden aan hun kant te krijgen of in elk geval sociaal-economische onvrede in deze steden aan te wakkeren.</p>
<p>Tijdens Maximiliaans gevangenschap zochten de Vlaamse opstandelingen niet alleen contact met de Hoeken, maar ook met het gewestelijk bestuur van Holland, ook al probeerde het landsheerlijk gezag rondom Filips de Schone dit te verhinderen. Een bode die in maart 1488 vanuit Gent werd uitgezonden om de Staten van Holland uit te nodigen voor de al genoemde dagvaart van de Staten-Generaal in Gent, werd gearresteerd en afgevoerd naar Mechelen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn63">63</xref></sup> Toch moet de uitnodiging de Hollandse steden hebben bereikt. Terwijl de aartshertog en zijn raad de Leidse delegatie in Mechelen verhinderden om door te reizen naar Gent, namen andere afgevaardigden uit Holland daadwerkelijk deel aan de bijeenkomst van de Staten-Generaal.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn64">64</xref></sup> Dit contact laat zien dat de Hollandse steden, anders dan de centrale overheid, ertoe geneigd waren hun heil te zoeken in onderhandelingen. Dit sluit, zoals Lantschner stelt, aan bij een belangrijk kenmerk van laatmiddeleeuwse opstanden die deel uitmaakten van de politieke stedelijke cultuur: dat opstanden reeds bestaande onderhandelingsprocessen intensiveerden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn65">65</xref></sup> De genoemde bijeenkomst van de Staten-Generaal was er immers een van opstandelingen.</p>
<p>Met de benoeming van jonker Frans tot stadhouder van Holland en diens bezetting van Rotterdam in naam van de Staten van Vlaanderen, sloten zowel Filips van Kleef als Frans van Brederode aan bij de bestaande institutionele infrastructuur zoals deze in de &#x2018;Bourgondische staat&#x2019; was opgetuigd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn66">66</xref></sup> De Vlaamse en Hollandse opstandelingenleiders steunden elkaar, maar stelden elk hun eigen prioriteiten. Terwijl het regentschap van Maximiliaan in Vlaanderen de steen des aanstoots was, was het de Hollandse opstandelingenleiders eerst en vooral te doen om het herstel van het evenwicht tussen Hoeken en Kabeljauwen, waarmee de eigen belangen van betrokkenen werden behartigd, zoals de gewenste terugkeer in diverse ambten.</p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Opstand in Holland en Vlaanderen: een vergelijkend perspectief</title>
<p>Een beknopte vergelijking tussen de posities van de adellijke opstandelingenleiders, de rol van de steden en hun elites, en een verkenning van de situatie op het platteland van Vlaanderen en Holland draagt bij aan de beantwoording van de vraag in hoeverre de Jonker Fransenoorlog met de Vlaamse Opstand was verbonden. Tevens kunnen daardoor mogelijkheden en beperkingen van intergewestelijke samenwerking worden verklaard.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn67">67</xref></sup> Frederik Buylaert heeft laten zien dat Vlaanderen en Holland, ondanks sterke overeenkomsten in bestuurlijke, economische, sociale en fiscale structuren, van elkaar verschilden in de wijze waarop hun adellijke en stedelijke elites deelnamen aan de macht. Vlaanderen was meer dan Holland ge&#x00EF;ntegreerd in de Bourgondische staatkundige netwerken. De Vlaamse regionale elites, waartoe naast de adel ook stedelijke patrici&#x00EB;rs behoorden, waren sterker verbonden met het Bourgondische hof en veel beter vertegenwoordigd in de centrale instellingen dan de Hollanders. De vorstgezinde elite werd effectief ingezet om na de stedelijke opstanden in Brugge en Gent eerder in de vijftiende eeuw de vorstelijke greep op het gewest te bestendigen ten koste van de rest van de Vlaamse adel en het patriciaat. Waar de vorst in Vlaanderen een deel van de elite moest paaien met ambten om hen voor zich te winnen, kon hij in Holland volstaan met een verdeel- en heerspolitiek die Hoeken en Kabeljauwen verder tegen elkaar uitspeelden. Anders dan in Vlaanderen, waar de beslissingsmacht van de onderdanen werd gemonopoliseerd door de Vier Leden &#x2013; Gent, Brugge, Ieper en het Brugse Vrije &#x2013; hoefde de vorst met de elites van de kleinere en relatief gezagsgetrouwe Hollandse steden niet of nauwelijks rekening te houden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn68">68</xref></sup></p>
<p>Wat betekende dit voor de Hollandse opstandigheid tussen 1488 en 1492 en de connecties van Holland met Vlaanderen? Filips van Kleef en Jan van Montfoort behoorden tot dezelfde bovengewestelijke aristocratie die langzamerhand ontstond dankzij onder andere de bekleding van functies in het bovengewestelijke ambtenarenapparaat. Het lot van deze hoge adel raakte steeds meer met de vorst verbonden en deze nieuwe aristocratie ging zich daarmee onderscheiden van de rest van de adel. De belangen van de hoge edelen, die steeds vaker bezittingen hadden in de verschillende gewesten en door huwelijken verbonden werden, raakten vanaf 1477 steeds meer met elkaar verstrengeld.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn69">69</xref></sup> Jan van Montfoort was een van de machtige mannen van het Sticht met bezittingen in Holland. Mede hierdoor kwam hij in de problemen, maar vanwege zijn machtspositie in het Sticht was het nuttig voor de Bourgondische heersers om hem te vriend te houden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn70">70</xref></sup> De Hollandse adel mocht dan aanvankelijk nauwelijks zijn vertegenwoordigd in deze bovengewestelijke aristocratie, individuele edelen als Jan van Montfoort konden wel degelijk hun voordeel doen door het participeren in transregionale netwerken van standgenoten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn71">71</xref></sup> De steun van Filips van Kleef en de zijnen is voor de adellijke opstandelingenleiders in Holland van essenti&#x00EB;le betekenis geweest. Hoewel de banden tussen de op Holland gerichte en meestal Hoeksgezinde burggraven van Montfoort en de Hollandse Brederodes tot ver in de vijftiende eeuw teruggingen, zijn Jan van Montfoort en Frans van Brederode mogelijk door Filips met elkaar in contact gebracht.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn72">72</xref></sup></p>
<p>Men kan verschillende parallellen trekken tussen Filips van Kleef en Jan van Montfoort tijdens de laatste jaren van hun verzet. Beiden hielden stand in moeilijk inneembare kastelen: Filips in het grafelijk kasteel in Sluis en Jan in dat van Woerden. Beiden hadden persoonlijke doelen die hoog op hun prioriteitenlijsten stonden: Filips stond erop dat hij niet uit zijn functies van v&#x00F3;&#x00F3;r 1488 gezet werd<sup><xref ref-type="fn" rid="fn73">73</xref></sup> en Jan eiste zijn Hollandse bezittingen terug. Beiden zagen hun eisen niet ingewilligd, maar werden wel vergeven zonder al te zware lasten. Filips streek zelfs een aanzienlijke schadevergoeding op. De opstandige edelen waren wat dat betreft uiteindelijk beter af dan de opstandige steden die flink in de buidel moesten tasten om de opgelegde boetes te kunnen betalen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn74">74</xref></sup></p>
<p>Hoe was het gesteld met de contacten tussen de Vlaamse en Hollandse steden? Wat de vorst betreft hadden de Vlaamse en Hollandse steden veel belangen gemeen. Zij streefden allemaal naar het behoud van hun zelfstandigheid en privileges, en probeerden het toekennen van beden zoveel mogelijk te beperken. Toch leidde dit niet tot een hechte samenwerking, al kwamen Vlaamse en Hollandse afgevaardigden elkaar tegen in de vergaderingen van de Staten-Generaal en vonden er incidenteel wel intergewestelijke vergaderingen plaats ten behoeve van de bescherming van de zeehandel en de zeevisserij.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn75">75</xref></sup></p>
<p>Vlaanderen en Holland deelden ook de stedelijke dominantie in de gewestelijke statenvergaderingen die Wim Blockmans tot hetzelfde type volksvertegenwoordiging rekende en dat gekenmerkt wordt door relatief veel bijeenkomsten, een breed scala aan onderwerpen en een sterke economische ori&#x00EB;ntatie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn76">76</xref></sup> De hechte samenwerking tussen de Vlaamse steden onderling verschafte hun een sterkere onderhandelingspositie tegenover de vorst dan de Hollandse Staten. Dit verklaart waarom het Hollandse aandeel in de beden proportioneel aanzienlijk hoger was dan het Vlaamse in het laatste kwart van de vijftiende eeuw. De afwenteling van een deel van de beden op het platteland belastte vooral het Hollandse platteland zwaar en dit heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de malaise en de toenemende opstandigheid aldaar.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn77">77</xref></sup></p>
<p>Anders dan de Vlaamse hadden de Hollandse steden nauwelijks bevoegdheden in het omringende platteland en werden in Holland in tegenstelling tot in Vlaanderen in crisistijd incidenteel ook de kleine steden voor overleg in de Staten opgeroepen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn78">78</xref></sup> Deze verschillen zien we terug in de houding van de kleine steden en dorpen in Vlaanderen enerzijds en die in Holland anderzijds in de jaren 1488-1492. De Vlaamse kleine steden en dorpen zaten klem tussen het landsheerlijk gezag en de grote steden en werden ook nog belaagd door de plunderende troepen van beide partijen. Uit de bronneneditie <italic>Handelingen van de Leden en Staten van Vlaanderen</italic> voor deze jaren komt een beeld naar voren van uitgeputte kleine steden en een uitgehongerd platteland waar verwoed geprobeerd werd aan elke nieuwe situatie het hoofd te bieden. Men koos al naar gelang de omstandigheden de ene of de andere kant, maar van enig eigen militair initiatief kon geen sprake zijn.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn79">79</xref></sup></p>
<p>Op het Hollandse platteland daarentegen vond een boerenopstand plaats, het al genoemde Kaas- en Broodspel dat ook weerklank vond in steden in het noorden van Holland. Het Kaas- en Broodvolk gaf nergens blijk van politieke verlangens of van Hoekse sympathie&#x00EB;n. Scheurkogel heeft gewezen op het saamhorigheidsgevoel van de Westfriezen, de Waterlanders en de Kennemers die zich in 1492 bij de Westfriezen aansloten. De acties van de opstandelingen waren vooral gericht tegen de machtsinstrumenten van de vorst: tegen de stadhouder, tegen de Staten die bij de besluitvorming betrokken waren, tegen de baljuws en de schouten, en tegen de dwangburchten bij Alkmaar en Hoorn. Eerst en vooral wilden ze een einde aan de oorlog, dat wil zeggen, vrede met Filips van Kleef. Bovendien wilden ze af van de hoge belastingdruk en de daarop volgende algehele malaise.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn80">80</xref></sup> Met een eigen opstand van boeren in West-Friesland toonde het Hollandse platteland zich autonomer dan het Vlaamse. Daar komt bij dat het Hollandse stedenlandschap een minder grote tegenstelling tussen grote en kleine steden kende dan het Vlaamse, waar enkele steden de boventoon voerden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn81">81</xref></sup> Ook waren de kleinere Hollandse steden autonomer dan hun Vlaamse tegenhangers. Terwijl de kleine Vlaamse steden vooral laveerden tussen opstandelingen en centraal gezag, konden de Westfriese boeren op steun rekenen van ontevreden elementen in steden als Alkmaar, Haarlem en Hoorn. Ten slotte gaf de revolutionaire spanning op het platteland de Staten van Holland de mogelijkheid de weigering om nog meer belastingen te betalen nog enigszins kracht bij te zetten.</p>
</sec>
<sec id="s7">
<title>Conclusie</title>
<p>Keren we tot slot terug naar de vraag in hoeverre de Jonker Fransenoorlog verbonden was met de Vlaamse Opstand. Ten eerste is het belangrijk om te herhalen dat de Jonker Fransenoorlog niet vanuit het niets ontstond. Er ging een periode van opgebouwde spanning in Holland aan vooraf. Ten tweede is de chronologie van belang voor het inschatten van de relaties tussen de Hoekse ballingen en de Vlaamse opstandelingen. De eersten bevonden zich al in Sluis voordat Filips van Kleef trouw zwoer aan het opstandige Gent en aan Maximiliaan zijn vijandschap verklaarde. Het is dus niet zo dat de Hoekse ballingen zich aansloten bij de opstand van Filips van Kleef. Opvallend is verder dat Filips van Kleef de bindende factor lijkt te zijn geweest in het contact tussen Frans van Brederode en Jan van Montfoort. Ondanks oudere banden is er geen bewijs dat er aanvankelijk enige vorm van samenwerking bestond tussen deze Hoekse kopstukken. Daarvan was pas sprake nadat Filips van Kleef Jan van Montfoort om steun had verzocht. Dit bevestigt het vermoeden dat de verschillende adellijke rebellen over de grenzen van de gewesten heen wel samenwerking zochten en dat hun doelen verwant waren, meer nog dan in de literatuur naar voren komt.</p>
<p>Toch waren die doelen niet identiek. Het was de Hoekse kopstukken eerst en vooral te doen om een herstel van het evenwicht tussen Hoeken en Kabeljauwen in het gewestelijk bestuur van Holland; om de verdeling van ambten en de teruggave van bezittingen. Anders dan de Vlaamse opstandelingen maakten de Hoekse leiders geen bezwaar tegen het regentschap van Maximiliaan van Oostenrijk. Filips van Kleef heeft wel geprobeerd van de Vlaamse Opstand een algemeen Nederlandse Opstand te maken door opstandige elementen in de gewesten buiten Vlaanderen, inclusief die in Holland, in zijn strijd te betrekken. Behalve zijn veldtocht door Brabant is de aanstelling van Frans van Brederode tot stadhouder van Holland door Filips van Kleef in naam van Filips de Schone hiervan een concreet voorbeeld. Zo kan ook de steun vanuit Gent en Sluis voor de Hoekse opstandelingen beter begrepen worden.</p>
<p>De Hoeken hebben dankbaar gebruik gemaakt van de Vlaamse Opstand en van de materi&#x00EB;le steun van de Vlaamse opstandelingen. Bovendien hebben zij Sluis bij herhaling als basis kunnen gebruiken voor hun acties, niet alleen voor de inname van Rotterdam, maar ook voor acties in het Marsdiep tussen Noord-Holland en Texel, de belangrijke verbinding tussen de Noordzee en de Zuiderzee. Dit onderstreept dat de activiteiten van Filips van Kleef en de zijnen vanuit Sluis fnuikend waren voor de zeehandel van en naar de Nederlanden in de jaren 1488-1492, waarover veel handeldrijvende tijdgenoten uit binnen- en buitenland zich beklaagden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn82">82</xref></sup> De Vlaamse opstandelingen en de Hoeken hebben dus wel samengewerkt en deelden ook hun onvrede over het centralistische beleid en de geldverslindende oorlogen van Maximiliaan, maar hun prioriteiten verschilden.</p>
<p>Naast de interne verdeeldheid in Vlaanderen en Brabant was de positie van de Hoeken in Holland te marginaal om het gewest bij de Vlaamse Opstand te doen aansluiten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn83">83</xref></sup> Zonder steun uit Gent en Sluis waren de kortstondige successen van Frans van Brederode en Jan van Naaldwijk ondenkbaar geweest. De Vlaamse Opstand schiep dus wel gunstige omstandigheden voor de Jonker Fransenoorlog, maar om deze laatste simpelweg als Hollandse dimensie van die opstand te beschouwen, gaat voorbij aan de eigen interne Hollandse dynamiek en de Hoekse belangen die op het spel stonden. Hoewel er sprake was van contacten en een zekere mate van verbondenheid tussen de Hoekse leiders en ontevreden elementen binnen steden als Rotterdam en Geertruidenberg, en tussen de opstandige boeren van het Kaas- en Broodspel en het proletariaat van Alkmaar en Hoorn, was de samenhang van de verschillende opstandige elementen binnen Holland te gering om van &#x00E9;&#x00E9;n Hollandse opstand te kunnen spreken.</p>
<p>Overzien we de opstandigheid in Holland tussen 1488 en 1492, dan voldoet deze maar zeer ten dele aan de door Cohn vastgestelde kenmerken van laatmiddeleeuwse opstandigheid. Religie speelde inderdaad geen rol, maar adellijk leiderschap in de Jonker Fransenoorlog en voedselgebrek in het Kaas- en Broodspel daarentegen wel degelijk. Het door Lantschner beschreven model voor stedelijke opstandigheid in de late middeleeuwen voldoet beter. Evenals in de door Lantschner bestudeerde steden Florence en Doornik was het gewest Holland een politieke arena waarin alle mogelijke vormen van conflict, inclusief opstandigheid, re&#x00EB;le opties waren. Opstanden waren een onderdeel van een politieke orde waarin conflict niet de uitzondering maar de essentie was van de politiek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn84">84</xref></sup> Het is misschien niet zo verrassend dat edelen in de gelaagde en polycentrische samenleving van de Nederlanden over gewestelijke grenzen heen contacten legden en elkaar steunden in hun belangenbehartiging. Niettemin kan de Vlaamse steun voor de Hoeken hun acties helpen verklaren. Opvallender is dat zowel de Hoeken als de boeren steun kregen van tenminste sommige steden en/of delen van de stedelijke bevolking. Toch legden de connecties tussen de Hoeken en de steden te weinig gewicht in de schaal om het inmiddels gevestigde Kabeljauwse overwicht in de stadsbesturen en het gewestelijk bestuur ongedaan te maken. Zowel de Jonker Fransenoorlog als de Vlaamse Opstand eindigde in nederlagen voor de opstandelingen. Dit past in de gesignaleerde trend dat opstanden in de loop van de vijftiende eeuw minder kans van slagen hadden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn85">85</xref></sup></p>
<p>Evenals opstandigheid waren onderhandelingen een essentieel onderdeel van de laatmiddeleeuwse politiek. De Hoeken waren niet de enigen die in contact traden met de Vlaamse opstandelingen. Ook de Hollandse steden stuurden afgevaardigden naar de vergadering van de Staten-Generaal in Gent tijdens de gevangenschap van Maximiliaan. Daarnaast onderhandelde Holland, zoals we gezien hebben, met Frans van Brederode en Jan van Montfoort. Uiteindelijk waren het immers de steden, in het bijzonder ook de kleine steden en het platteland, die het meest te lijden hadden onder <italic>l&#x2019;homme arm&#x00E9;e</italic>. In die zin is begrip op te brengen voor de boodschap in het aangehaalde anti-Hoekse gedicht waarin de Hoeken en de Vlamingen in dezelfde categorie werden ingedeeld als degenen die het arme volk schaadden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn86">86</xref></sup> Tot die categorie moeten echter ook de veel grotere, zwaarder bewapende en meer professionele troepen van Maximiliaan onder leiding van Albrecht van Saksen worden gerekend.</p>
<p>De Hoekse en Kabeljauwse twisten, die anderhalve eeuw bepalend waren geweest voor de Hollandse politiek, liepen af met de Jonker Fransenoorlog. Toch bleven de netwerken van de Hoeken en Kabeljauwen nog van betekenis in het gewestelijk bestuur in de daarop volgende decennia, zoals Serge ter Braake voor de Kabeljauwen, de &#x2018;winnaars&#x2019;, heeft laten zien. Daar kwam pas een einde aan rond 1515, toen Karel <sc>v</sc> aantrad als nieuwe graaf van Holland, Jan van Egmond terugtrad als stadhouder en edelen niet langer bijzondere aanspraak konden maken op het lidmaatschap van de Raad van Holland.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn87">87</xref></sup> Ook in de geschiedschrijving uit die tijd zijn sporen te vinden van voorkeur of vooringenomenheid ten aanzien van de partijstrijd. Van een achterneef en naamgenoot van Jan van Naaldwijk zijn twee kronieken over de geschiedenis van Holland bekend die tussen 1513 en 1520 zijn geschreven. Hierin verraadt de auteur, die mogelijk via Willeme van Naaldwijk in Montfoort zijn eerste administratieve ervaring opdeed, zijn Hoekse voorkeur.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn88">88</xref></sup> Zijn kronieken raakten echter al gauw in de vergetelheid.</p>
<p>Het zoeken naar continu&#x00EF;teit tussen de Hoekse en Kabeljauwse twisten en de Nederlandse Opstand lijkt daarom geen vruchtbare exercitie. Wel kan de vergelijking van bepaalde aspecten van opstandigheid tot nieuwe inzichten leiden, zoals bleek uit een comparatieve studie van de Vlaamse en de Nederlandse Opstand, die verschillende parallellen opleverde en de godsdienstkwestie als belangrijkste onderscheidend kenmerk van de Nederlandse Opstand aanwees.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn89">89</xref></sup> Niet dit grote verschil, maar de vele parallellen zijn verrassend. E&#x00E9;n van die parallellen betreft de kaapvaart waarvan zowel Filips van Kleef als Willem van Oranje gebruik maakten. De Nederlandse geschiedschrijver van de watergeuzen, Johannes de Meij, plaatste de Hoeken in de Jonker Fransenoorlog en de watergeuzen in dezelfde rij &#x2018;omvangrijke en taaie roversbenden die de West-Europese scheepvaart en speciaal de Hollandse&#x2019; tussen 1400 en 1600 bedreigden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn90">90</xref></sup> Zo beschouwd stellen jonker Frans en zijn handlangers, die vanuit Sluis opereerden, de latere watergeuzen in een relativerend daglicht. Een dergelijk langetermijnperspectief kan bijdragen aan een beter begrip van de Nederlandse Opstand.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Jacob Koning, &#x2018;De Nederlaag van Frans van Brederode of De laatste onderneming der Hoekschen, door eenen Hollandschen dichter in het laatste gedeelte der 15e eeuw bezongen&#x2019;, <italic>Nieuwe werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden</italic> <sc>i</sc> (1825) 147. Geciteerd in Arie de Fouw, <italic>Philips van Kleef. Een bijdrage tot de kennis van zijn leven en karakter</italic> (Groningen 1937) 134; A.J., &#x2018;Kort verhaal van den Jonker Fransenoorlog, 1489 &#x00E0; 1490&#x2019;, in: Johan Unger en Willem Bezemer (eds.), <italic>De oudste kronieken en beschrijvingen van Rotterdam en Schiedam</italic>. <italic>Bronnen voor de geschiedenis van Rotterdam</italic> <sc>ii</sc> (Rotterdam 1895) 27-41, 31. Ik dank Hugo Bakker en Joey Spijkers voor het gebruik van de werkstukken die zij onder mijn begeleiding schreven. Met dank aan de leden van de sectie middeleeuwse geschiedenis van de Universiteit Leiden, Jelle Haemers, Justine Smithuis en aan de anonieme commentatoren voor hun kritische commentaar op een eerdere versie van dit artikel. De gebruikelijke disclaimer is van toepassing.</p></fn>
<fn id="fn2"><p>Maximiliaan zat tussen 1 februari en 16 mei 1488 in Brugge gevangen.</p></fn>
<fn id="fn3"><p>Jan Dumolyn en Jelle Haemers, &#x2018;Patterns of Urban Rebellion in Medieval Flanders&#x2019;, <italic>Journal of Medieval History</italic> 31 (2005) 369-393, aldaar 372. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1016/j.jmedhist.2005.08.001">https://doi.org/10.1016/j.jmedhist.2005.08.001</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4"><p>Patrick Lantschner, &#x2018;Revolts and the Political Order of Cities in the Late Middle Ages&#x2019;, <italic>Past &#x0026; Present</italic> 225 (2014) 3-46, aldaar 12. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1093/pastj/gtu036">https://doi.org/10.1093/pastj/gtu036</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn5"><p>George Rud&#x00E9;, <italic>The Crowd in the French Revolution</italic> (Westport 1959); Charles Tilly, <italic>European Revolutions, 1492-1992</italic> (Oxford 1992); idem en Sidney Tarrow, <italic>Contentious Politics</italic> (Boulder 2007). Voor een recent overzicht van deze discussie: Samuel Cohn, &#x2018;The &#x201C;Modernity&#x201D; of Medieval Popular Revolt&#x2019;, <italic>History Compass</italic> 10:10 (2012) 731-741; Zie ook Justine Firnhaber-Baker en Dirk Schoenaers (eds.), <italic>The Routledge History Handbook of Medieval Revolt</italic> (Milton Park 2017).</p></fn>
<fn id="fn6"><p>Cohn, &#x2018;The &#x201C;Modernity&#x201D;&#x2019;, 733-738.</p></fn>
<fn id="fn7"><p>Een voorbeeld van deze laatste visie, John Watts, <italic>The Making of Polities: Europe 1300-1500</italic> (Cambridge 2009) 270-282; Lantschner, &#x2018;Revolts&#x2019;, 7-8 alwaar verdere verwijzingen.</p></fn>
<fn id="fn8"><p>Dit geldt ook voor het klassieke werk van Michel Mollat en Philippe Wolff, <italic>The Popular Revolutions of the Late Middle Ages</italic> (Londen 1973).</p></fn>
<fn id="fn9"><p>Peter Lewis, <italic>Later Medieval France: The Polity</italic> (Londen 1968) 266-267, 272-275; Dumolyn en Haemers, &#x2018;Patterns&#x2019;, 369-393; Samuel Cohn, &#x2018;Popular Revolt and the Rise of Early Modern States&#x2019;, <italic>The Historian</italic> 89 (2006) 26-33, aldaar 32-33.</p></fn>
<fn id="fn10"><p>Justine Firnhaber-Baker, &#x2018;Introduction. Medieval Revolt in Context&#x2019;, in: Firnhaber-Baker en Schoenaers (eds.), <italic>Handbook of Medieval Revolt</italic>, 1-15, aldaar 3.</p></fn>
<fn id="fn11"><p>Lantschner, &#x2018;Revolts&#x2019;, 8, 12.</p></fn>
<fn id="fn12"><p>Zie Justine Smithuis, &#x2018;Popular Movements and Elite Leadership: Exploring a Late Medieval Conundrum in Cities of the Low Countries and Germany&#x2019;, in: Firnhaber-Baker en Schoenaers (eds.), <italic>Handbook of Medieval Revolt</italic>, 220-235.</p></fn>
<fn id="fn13"><p>De herdenking in 2016 van de Beeldenstorm en die in 2018 van de terechtstelling van Egmond en Horn kondigden een toename aan van de stroom publicaties over de Nederlandse Opstand. Voorbeelden zijn Olaf van Nimwegen, Ronald Prud&#x2019;homme van Reine, Louis Sicking, Adri van Vliet en Petra Groen, <italic>De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlog, 1568-1648</italic> (Amsterdam 2013) en Anton van der Lem, <italic>De Opstand in de Nederlanden, 1568-1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld</italic> (Amsterdam en Nijmegen 2014).</p></fn>
<fn id="fn14"><p>Uitzonderingen: Wim Blockmans, &#x2018;Alternatives to Monarchical Centralisation: The Great Tradition of Revolt in Flanders and Brabant&#x2019;, in: Helmut Koenigsberger (ed.), <italic>Republiken und Republikanismus im Europa der fr&#x00FC;hen Neuzeit</italic> (M&#x00FC;nchen 1988) 145-154; Marc Boone en Maarten Prak, &#x2018;Rulers, Patricians and Burghers: The Great and Little Traditions of Urban Revolt in the Low Countries&#x2019;, in: Karel Davids en Jan Lucassen (eds.), <italic>A Miracle Mirrored. The Dutch Republic in European Perspective</italic> (Cambridge 1995) 99-134; James Tracy, <italic>The Founding of the Dutch Republic. War, Finance and Politics in Holland, 1572-1588</italic> (Oxford 2008).</p></fn>
<fn id="fn15"><p>Jelle Haemers, <italic>For the Common Good. State Power and Urban Revolts in the Reign of Mary of Burgundy (1477-1482)</italic> (Turnhout 2009); Idem, <italic>De strijd om het regentschap over Filips de Schone. Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper (1482-1488)</italic> (Turnhout 2015); Idem, &#x2018;Philippe de Cl&#x00E8;ve et la Flandre. La position d&#x2019;un noble au coeur d&#x2019;une r&#x00E9;volte urbaine (1477-1492)&#x2019;, in: Idem, C&#x00E9;line van Hoorebeeck en Hanno Wijsman (eds.), <italic>Philippe de Cl&#x00E8;ves (1456-1528), homme politique et bibliophile</italic> (Turnhout 2007) 21-99; Idem, &#x2018;Factionalism and State Power in the Flemish Revolt (1482-1492)&#x2019;, <italic>Journal of Social History</italic> 42:4 (2009) 1009-1039; Dumolyn en Haemers, &#x2018;Patterns&#x2019;, 369-393; Jelle Haemers en Louis Sicking, &#x2018;De Vlaamse Opstand van Filips van Kleef en de Nederlandse Opstand van Willem van Oranje. Een vergelijking&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor geschiedenis</italic> 119:3 (2006) 328-347; Hanne Roose, &#x2018;&#x201C;Ou vous ne me respondez point, ou je suis devenu sourt.&#x201D; Willem van Rijm in opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1482)&#x2019;, <italic>Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent.</italic> Nieuwe Reeks <sc>lxiv</sc> (2010) 129-166. Van de oudere literatuur mag Wim Blockmans, &#x2018;Autocratie ou polyarchie? La lutte pour le pouvoir politique en Flandre de 1482 &#x00E0; 1492 d&#x2019;apr&#x00E8;s des documents in&#x00E9;dits&#x2019;, <italic>Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis</italic> 149 (1974) 257-368 niet onvermeld blijven.</p></fn>
<fn id="fn16"><p>Valerie Vrancken, &#x2018;United in Revolt and Discourse: Urban and Noble Perceptions of &#x201C;Bad Government&#x201D; in Fifteenth-Century Brabant (1420-1421)&#x2019;, <italic>Journal of Medieval History</italic> 43:5 (2017) 579-599; Idem, &#x2018;Opstand en dialoog in laatmiddeleeuws Brabant. Vier documenten uit de Brusselse opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk (1488-1489)&#x2019;, <italic>Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis</italic> 181 (2015) 209-267; Idem, &#x2018;Papieren munitie. Een pamflet over verraad tijdens de Brusselse opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk (1488-1489)&#x2019;, <italic>Handelingen der Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis</italic> 66 (2013) 47-62; Smithuis, &#x2018;Movements&#x2019;, 220-235.</p></fn>
<fn id="fn17"><p>Marc Boone en Hanno Brand, &#x2018;De ondermijning van het Groot Privilege van Holland, Zeeland en West-Friesland volgens de instructie van 21 december 1477&#x2019;, <italic>Holland Historisch Tijdschrift</italic> 24:1 (1992) 2-21.</p></fn>
<fn id="fn18"><p>John Elliot, &#x2018;A Europe of Composite Monarchies&#x2019;, <italic>Past &#x0026; Present</italic> 137:1 (1992) 48-71; Vergelijk Wim Blockmans en Walter Prevenier, <italic>De Nederlanden op weg naar eenheid, 1384-1530</italic> (Amsterdam 1997) en Bertrand Schnerb, <italic>L&#x2019;&#x00C9;tat bourguignon, 1363-1477</italic> (Parijs 1999) met Robert Stein, <italic>De hertog en zijn Staten. De eenwording van de Bourgondische Nederlanden, ca. 1380-ca. 1480</italic> (Hilversum 2014) en &#x00C9;lodie Lecuppre-Desjardin, <italic>Le royaume inachev&#x00E9; des ducs de Bourgogne (<sc>xiv</sc>e &#x2013;<sc>xvi</sc>e si&#x00E8;cles)</italic> (Parijs 2016).</p></fn>
<fn id="fn19"><p>Zie voor de integratie van Holland en Zeeland in de Bourgondische Nederlanden Louis Sicking, &#x2018;De integratie van Holland. Politiek en bestuur in de Bourgondisch-Habsburgse tijd&#x2019;, in: Thimo De Nijs en Eelco Beukers (eds.), <italic>Geschiedenis van Holland tot 1572.</italic> Deel 1 (Hilversum 2002) 259-290 en Louis Sicking, &#x2018;Politieke, gewestelijke en bovengewestelijke bestuursinstellingen&#x2019;, in: Paul Brusse en Peter Henderikx (eds.), <italic>Geschiedenis van Zeeland.</italic>1<italic> Prehistorie-1550</italic> (Utrecht en Zwolle 2014) 226-242.</p></fn>
<fn id="fn20"><p>Michel van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;. Hoeken en Kabeljauwen in het Bourgondisch-Oostenrijkse tijdperk</italic> (Den Haag 1994) 375-389.</p></fn>
<fn id="fn21"><p>Huub Jansen, <italic>De Hoekse en Kabeljauwse twisten</italic> (Bussum 1966) 98-103; Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 377, 462; Louis Sicking, &#x2018;De integratie van Holland, 269.&#x2019; Over het Kaas- en Broodspel en de achtergronden van rurale opstandigheid in het noorden van Holland: Johan Scheurkogel, &#x2018;Het Kaas- en Broodspel&#x2019;, <italic>Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden</italic> 94:2 (1979) 189-211; idem, &#x2018;Opstand in Holland&#x2019;, in: Dick de Boer en Jannis Marsilje (eds.), <italic>De Nederlanden in de late middeleeuwen</italic> (Amsterdam 1987) 363-378; Peter Hoppenbrouwers, &#x2018;Rebels with a Cause: The Peasant Movements of Northern Holland in the Later Middle Ages&#x2019;, in: Wim Blockmans en Antheun Janse (eds.), <italic>Showing Status. Representation of Social Positions in the Late Middle Ages</italic> (Turnhout 1999) 445-482 voor de periode tot 1428.</p></fn>
<fn id="fn22"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 375-389.</p></fn>
<fn id="fn23"><p><italic>Bronnen voor de geschiedenis der dagvaarten van de staten en steden van Holland voor 1544</italic> <sc>iv</sc> 1477-1494. Tweede stuk: tekst, Hendrik Kokken en Marjan Vrolijk (eds.) (Den Haag 2007); daarnaast is gebruik gemaakt van <italic>Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen (5 januari 1477-26 september 1506) Eerste deel: Tot de vrede van Kadzand (1492)</italic>, Wim Blockmans (ed.) (Brussel 1973); &#x2018;Kort verhaal&#x2019;, in: Johan Unger en Willem Bezemer (eds.), <italic>De oudste kronieken en beschrijvingen van Rotterdam en Schieland</italic>. <italic>Bronnen voor de geschiedenis van Rotterdam</italic> <sc>ii</sc> (Rotterdam 1895) 27-41; Willem van der Sluys, &#x2018;Verhaal van den Jonker Fransenoorlog (1509)&#x2019;, in: Johan Unger en Willem Bezemer (eds.), <italic>De oudste kronieken en beschrijvingen van Rotterdam en Schieland</italic>. Bronnen voor de geschiedenis van Rotterdam <sc>ii</sc> (Rotterdam 1895) 53-173; Adelbert von Keller (ed.), <italic>Die Geschichten und Taten Wilwolts von Schaumburg</italic> (Stuttgart 1859); Joannes &#x00E0; Leydis, &#x2018;De origine et rebus gestis dominorum de Brederode&#x2019;, in: Jan Verhoog, <italic>Onvoltooide roem. De heeren van Brederode in de middeleeuwen. Geschiedenis van een riddergeslacht 1203-1473</italic> (Bergen 1997) 612-689; Jean Molinet, <italic>Chroniques de Jean Molinet</italic>, <sc>ii</sc>, Georges Doutrepont en Omer Jodogne (eds.) (Brussel 1935-1937); Sjoerd Levelt, <italic>Jan van Naaldwijk&#x2019;s Chronicles of Holland: Continuity and Transformation in the Historical Tradition of Holland during the Early Sixteenth Century</italic> (Hilversum 2011).</p></fn>
<fn id="fn24"><p>Wim Blockmans, <italic>Metropolen aan de Noordzee. De geschiedenis van Nederland, 1100-1560</italic> (Amsterdam 2010) 529; Jean-Marie Cauchies, <italic>Philippe le Beau. Le dernier duc de Bourgogne</italic> (Turnhout 2003) 14; De Fouw<italic>, Philips van Kleef</italic>, 195-196; De stelling van Helmut Koenigsberger, <italic>Monarchies, States Generals and Parliaments. The Netherlands in the Fifteenth and Sixteenth Centuries</italic> (Cambridge 2001) 66, 70, dat de Hoeken uit waren op een onafhankelijk Holland is onjuist. Hermann Wiesflecker, <italic>Kaiser Maximilian <sc>i</sc>. Das Reich &#x00D6;sterreich und Europa an der Wende zur Neuzeit</italic>. <sc>i</sc>, <italic>Jugend, burgundisches Erbe und R&#x00F6;misches K&#x00F6;nigtum bis zur Alleinherrschaft 1459-1493</italic> (M&#x00FC;nchen 1971) 214-215, 222 bevat vooral onjuistheden over de Jonker Fransenoorlog. Hij laat Frans van Brederode bijvoorbeeld Dordrecht innemen in plaats van Rotterdam.</p></fn>
<fn id="fn25"><p>De ontwikkelingen in Brabant, Zeeland en Utrecht kunnen in het bestek van dit artikel niet aan de orde komen. Zie over Zeeland Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, met name 6; <italic>Bronnen voor de geschiedenis der dagvaarten van de Staten van Zeeland 1318-1572</italic>, <sc>ii</sc>, <italic>Teksten 1479-1536</italic>. Johannes Smit (ed.) (Den Haag 2011) leverde geen relevante nieuwe gegevens op voor de Jonker Fransenoorlog.</p></fn>
<fn id="fn26"><p>Robert Wellens, &#x2018;La r&#x00E9;volte brugeoise de 1488&#x2019;, <italic>Handelingen van het genootschap voor geschiedenis gesticht onder de benaming Soci&#x00E9;t&#x00E9; d&#x2019;&#x00C9;mulation te Brugge</italic> 102 (1965) 5-52; Jelle Haemers en &#x00C9;lodie Lecuppre-Desjardin, &#x2018;Conqu&#x00E9;rir et reconqu&#x00E9;rir l&#x2019;espace urbain. Le triomphe de la collectivit&#x00E9; sur l&#x2019;individu dans le cadre de la r&#x00E9;volte brugeoisie de 1488&#x2019;, in: Chlo&#x00E9; Deligne en Claire Billen (eds.), <italic>Voisinages, coexistences, appropriations. Groupes sociaux et territoires urbains (Moyen &#x00C2;ge&#x2013;16e si&#x00E8;cle)</italic> (Turnhout 2007) 119-142.</p></fn>
<fn id="fn27"><p>Blockmans en Prevenier, <italic>De Bourgondi&#x00EB;rs</italic>, 223.</p></fn>
<fn id="fn28"><p>Isidore Diegerick, &#x2018;Correspondance des magistrats d&#x2019;Ypres&#x2019;, <italic>Handelingen van het genootschap voor geschiedenis gesticht onder de benaming Soci&#x00E9;t&#x00E9; d&#x2019;&#x00C9;mulation te Brugge</italic> <sc>xiv</sc> (1855-1856) 3-142, aldaar 65; <italic>Handelingen Vlaanderen</italic>, 464-465; Molinet, <italic>Chroniques</italic> <sc>ii</sc>, 7; Haemers, &#x2018;Philippe&#x2019;, 50-51; Haemers en Sicking, &#x2018;De Vlaamse Opstand&#x2019;, 330-331.</p></fn>
<fn id="fn29"><p><italic>Geschichten und Taten</italic>, 126-128; Molinet, <italic>Chroniques</italic> <sc>ii</sc>, 309-327.</p></fn>
<fn id="fn30"><p>Haemers en Sicking, &#x2018;De Vlaamse Opstand&#x2019;, 332; Haemers, &#x2018;Philippe&#x2019;, 79.</p></fn>
<fn id="fn31"><p>Over de houding van Walraven Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 377-378.</p></fn>
<fn id="fn32"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 376-377, 379, 383-384.</p></fn>
<fn id="fn33"><p>Over de rol van Zierikzee zie Louis Sicking, &#x2018;De zaak Draeck. Antwerpen tegenover Zierikzee. Een interstedelijk conflict tijdens de Vlaamse Opstand&#x2019;, in: Paul Delsalle e.a. (eds.), <italic>Pour la singuli&#x00E8;re affection qu&#x2019;avons &#x00E0; luy. &#x00C9;tudes bourguignonnes offertes &#x00E0; Jean-Marie Cauchies</italic> (Turnhout 2017) 405-416.</p></fn>
<fn id="fn34"><p>Pieter van den Brandeler, &#x2018;De oudste Voorrechtsbrief der stad Dordrecht. Geschiedkundige bijdrage over het jaar 1490&#x2019;. <italic>Berigten van het historisch genootschap te Utrecht.</italic> Tweede <italic>serie</italic> 2 (1859) 79-127, 126-127; <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 942-943 (nr. 766), 945-946 (nr. 766).</p></fn>
<fn id="fn35"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 385, 387-388.</p></fn>
<fn id="fn36"><p><italic>Ibidem</italic>, 388-389.</p></fn>
<fn id="fn37"><p>Harry de Raad, &#x2018;Tussen trouw en ontrouw. Politieke en bestuurlijke instellingen&#x2019;, in: Diederik Aten e.a. (eds.), <italic>Geschiedenis van Alkmaar</italic> (Zwolle 2007) 50-63, aldaar 57.</p></fn>
<fn id="fn38"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 389-392; Scheurkogel, &#x2018;Het Kaas- en Broodspel&#x2019;, 197-201, 205-211; De Raad, &#x2018;Tussen trouw&#x2019;, 57.</p></fn>
<fn id="fn39"><p>Met zijn dood in 1493 raakten de Hoeken weer een leidersfiguur kwijt. Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 389-392; Scheurkogel, &#x2018;Het Kaas- en Broodspel&#x2019;, 197-201, 205-211; De Raad, &#x2018;Tussen trouw&#x2019;, 57.</p></fn>
<fn id="fn40"><p>Scheurkogel, &#x2018;Opstand&#x2019;, 373.</p></fn>
<fn id="fn41"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 380-382.</p></fn>
<fn id="fn42"><p>Van den Brandeler, &#x2018;Geschiedkundige bijdrage&#x2019;, 115-119, 119-123; <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 891-892.</p></fn>
<fn id="fn43"><p>Van den Brandeler, &#x2018;De oudste Voorrechtsbrief der stad Dordrecht&#x2019;, 115-119; <italic>Dagvaarten Holland</italic> <sc>iv</sc>, 891-892 (nr. 732); Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 380-381.</p></fn>
<fn id="fn44"><p>Koning, &#x2018;De nederlaag&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn45"><p>Koning, &#x2018;De nederlaag&#x2019;; A.J., &#x2018;Kort verhaal&#x2019;, 27-41; Anonymus, &#x2018;De nederlaag van Jonker Frans van Brederode, vermeld door Jan, graaf van Egmond&#x2019;, <italic>Bijdragen voor vaderlandse geschiedenis en oudheidkunde</italic>. Nieuwe reeks 2 (1861) 269-271.</p></fn>
<fn id="fn46"><p>Van der Sluys, &#x2018;Verhaal&#x2019;, 66; Over de authenticiteit en betrouwbaarheid van deze kroniek: Marijke Carasso-Kok, <italic>Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen. Heiligenlevens, annalen, kronieken en andere in Nederland geschreven verhalende bronnen</italic> (Den Haag 1981) 442-443; Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 376 n. 26; Kornelis van Alkemade, <italic>Rotterdamse heldendaden onder de stadvoogdy van den jongen heer Frans van Brederode, genaamt Jonker Fransenoorlog: beschreven en met egte meest ongedrukte bewijzen bekrachtigt</italic> (Rotterdam 1724) 72.</p></fn>
<fn id="fn47"><p>Van der Sluys, &#x2018;Verhaal&#x2019;, 67; Van Alkemade, <italic>Rotterdamse heldendaden</italic>, 74.</p></fn>
<fn id="fn48"><p>Isidore Diegerick (ed.), &#x2018;Correspondance&#x2019;, 164-165. Voor de context van de genoemde Statenvergadering: Jan Dumolyn en Jelle Haemers, &#x2018;Les bonnes causes du peuple pour se r&#x00E9;volter: Le contrat politique en Flandre m&#x00E9;di&#x00E9;vale d&#x2019;apr&#x00E8;s Guillaume Zoete (1488)&#x2019;, in: Fran&#x00E7;ois Foronda (ed.), <italic>Avant le contrat social. Le contrat politique dans l&#x2019;Occident m&#x00E9;di&#x00E9;val</italic> (Parijs 2011) 327-346.</p></fn>
<fn id="fn49"><p>&#x2018;van slandsweghe toegheleyt thulpen zijnen onderhaude&#x2019;. Stadsarchief Gent, Gentse oorlogsrekeningen, reeks 20, nr 6, f. 136v. Met dank aan Jelle Haemers voor deze verwijzing.</p></fn>
<fn id="fn50"><p>De Fouw, <italic>Philips van Kleef</italic>, 155, 160-161; Blockmans, &#x2018;Autocratie&#x2019;, 355-357; Vergelijk Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 376.</p></fn>
<fn id="fn51"><p>Diegerick, &#x2018;Correspondance&#x2019;, 164.</p></fn>
<fn id="fn52"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 376; Van Alkemade, <italic>Heldendaden</italic>, 306-307: vrijgeleide van 2 mei 1489 waarin Frans van Brederode zich stadhouder noemt.</p></fn>
<fn id="fn53"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 826 (nr. 697).</p></fn>
<fn id="fn54"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 377, en n. 33. <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 848 (nr. 712), 850-851, 858 (nr. 713).</p></fn>
<fn id="fn55"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 373.</p></fn>
<fn id="fn56"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 683 (nr. 568).</p></fn>
<fn id="fn57"><p><italic>Ibidem</italic>, 710 (nr. 590).</p></fn>
<fn id="fn58"><p>Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 376; <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 811-812 (nr. 689).</p></fn>
<fn id="fn59"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 842 (nr. 707).</p></fn>
<fn id="fn60"><p>Zie bijvoorbeeld de spanningen binnen de politieke elite van Leiden in 1486-1487. Frederik Buylaert, &#x2018;The &#x201C;Van Boschuysen Affair&#x201D; in Leyden. Conflicts between Elite Networks in Late Medieval Holland&#x2019;, <italic>Francia. Forschungen zur westeurop&#x00E4;ischen Geschichte</italic> 35 (2008) 94-113.</p></fn>
<fn id="fn61"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 836 (nr. 703).</p></fn>
<fn id="fn62"><p>De Fouw, <italic>Philips</italic>, 216-217. Zie aldaar noot 302 over mogelijke dateringen van deze slag (4 of 5 juni of 4 juli). Voor briefverkeer tussen Filips van Kleef en Jan van Montfoort, waarvan men van Kabeljauwse zijde op de hoogte was: <italic>Dagvaarten Holland</italic> <sc>iv</sc>, 872 (nr. 723).</p></fn>
<fn id="fn63"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 788 (nr. 670); <italic>Handelingen Vlaanderen</italic>, 453 (nr. 301).</p></fn>
<fn id="fn64"><p><italic>Dagvaarten Holland</italic>, 785-788 (nr. 670), 795, 797, 798 (nr. 677), 800-801 (nr. 678); <italic>Handelingen Vlaanderen</italic>, 461 (nr. 304); Dumolyn en Haemers, &#x2018;Les bonnes causes&#x2019;, 334; Wellens, <italic>&#x00C9;tats g&#x00E9;n&#x00E9;raux</italic>, 462-464.</p></fn>
<fn id="fn65"><p>Ook de relatief hoge vergaderfrequentie van de Staten van Holland tijdens de jaren van de Jonker Fransenoorlog sluit hierbij aan. Hendrik Kokken, <italic>Steden en Staten. Dagvaarten van steden en Staten van Holland onder Maria van Bourgondi&#x00EB; en het eerste regentschap van Maximiliaan van Oostenrijk (1477-1494)</italic> (Den Haag 1991), 130. Vergelijk Lantschner, &#x2018;Revolts&#x2019;, 4.</p></fn>
<fn id="fn66"><p>Vergelijk Lantschner, &#x2018;Revolts&#x2019;, 4, 9 en Firnhaber-Baker, &#x2018;Introduction&#x2019;, 4.</p></fn>
<fn id="fn67"><p>Zie bijvoorbeeld voor de adel: Arie van Steensel, &#x2018;Op naar revisie en synthese. Recente trends in het onderzoek naar de adel in de middeleeuwse Nederlanden&#x2019;, <italic>Virtus. Jaarboek voor adelsgeschiedenis</italic> 19 (2012) 9-38, en voor de stedelijke elites Frederik Buylaert, &#x2018;Gevaarlijke tijden. Een vergelijking van machtsverwerving en machtsbehoud bij stedelijke elites in laatmiddeleeuws Holland en Vlaanderen&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 119 (2006) 312-327 met verdere literatuurverwijzingen.</p></fn>
<fn id="fn68"><p>Buylaert, &#x2018;Gevaarlijke tijden&#x2019;, 325-326.</p></fn>
<fn id="fn69"><p>Hans Cools, <italic>Mannen met macht. Edellieden en de Moderne Staat in de Bourgondisch-Habsburgse landen, ca. 1475 &#x2013; ca. 1530</italic> (Zutphen 2001) 25-26; Antheun Janse, <italic>Ridderschap in Holland. Portret van een adellijke elite in de late Middeleeuwen</italic> (Hilversum 2001) 179.</p></fn>
<fn id="fn70"><p>In 1499-1500 bijvoorbeeld werd hij nog aangesteld als stadhouder van het Sticht tijdens de afwezigheid van de bisschop. Cools, <italic>Mannen</italic>, 267; Marius van der Linden, <italic>De burggraven van Montfoort in de geschiedenis van het sticht Utrecht en het graafschap Holland 1260-1490</italic> (Assen 1957) 174-175; Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 388.</p></fn>
<fn id="fn71"><p>Cools, <italic>Mannen</italic>, 267-268.</p></fn>
<fn id="fn72"><p>Van der Linden, <italic>De burggraven</italic>, 119, 126, 133-134, 179; Janse, <italic>Ridderschap</italic>, 410.</p></fn>
<fn id="fn73"><p>De Fouw, <italic>Philips van Kleef</italic>, 232-233, 258, 263.</p></fn>
<fn id="fn74"><p>De Fouw, <italic>Philips van Kleef</italic>, 227; Blockmans, &#x2018;Autocratie&#x2019;, 305-306, 357-368; Het uitvoerigst is de masterscriptie van Joey Spijkers, <italic>Punished and Corrected as an Example to All. On the Treatment of Rebellious Nobles during and after the Flemish Revolts (1482-1492)</italic> (Universiteit Leiden 2014). De oorlogen hadden de Hollandse steden zoveel geld gekost &#x2013; volgens een eigentijdse schatting in totaal wel 800.000 gulden &#x2013; dat hun met schulden bezwaarde poorters overal aangehouden dreigden te worden, met alle gevolgen voor het herstel van het economische leven van dien. Louis Galesloot, &#x2018;Trois arr&#x00EA;ts historiques du grand conseil de Malines&#x2019;, <italic>Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap</italic> 6 (1883) 422-463, 429; <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 1102 (nr. 882); Louis Sicking, &#x2018;Leiden and the Wool Staple of Calais at the End of the Middle Ages. A Case Study in Urban Diplomacy&#x2019;, in: Jes&#x00FA;s Sol&#x00F3;rzano Telechea, Beatriz Ar&#x00ED;zaga Bolumburu en Louis Sicking (eds.), <italic>Diplomacia y comercio en la Europa atl&#x00E1;ntica medieval</italic> (Logro&#x00F1;o 2015) 87-102, aldaar 95.</p></fn>
<fn id="fn75"><p>Wellens, <italic>Les &#x00C9;tats G&#x00E9;n&#x00E9;raux</italic>, 448-472; <italic>Handelingen Vlaanderen</italic>, 415-418; Louis Sicking, <italic>La naissance d&#x2019;une thalassocratie. Les Pays-Bas et la mer &#x00E0; l&#x2019;aube du Si&#x00E8;cle d&#x2019;or</italic> (Parijs 2015) 171-172.</p></fn>
<fn id="fn76"><p>Wim Blockmans, De <italic>Volksvertegenwoordiging in Vlaanderen in de overgang van Middeleeuwen naar Nieuwe Tijd (1384-1506)</italic> (Brussel 1978) 248-249; Kokken, <italic>Steden en Staten</italic>, 144-145.</p></fn>
<fn id="fn77"><p>Blockmans en Prevenier, <italic>Bourgondi&#x00EB;rs</italic>, 175.</p></fn>
<fn id="fn78"><p>Marjolein &#x2019;t Hart, &#x2018;De democratische paradox en de Opstand in Vlaanderen, Brabant en Holland&#x2019;, in: Mario Damen en Louis Sicking (eds.), <italic>Bourgondi&#x00EB; voorbij. De Nederlanden, 1250-1650. Liber alumnorum Wim Blockmans</italic> (Hilversum 2010) 375-388, 378-379; Kokken, <italic>Steden en staten</italic>, 281. Voorbeelden in de onderzochte periode: <italic>Dagvaarten Holland</italic>, 795 (nr. 677), 858 (nr. 713), 872 (nr. 723).</p></fn>
<fn id="fn79"><p><italic>Handelingen Vlaanderen</italic>, 435-436, 447, 524, 567-568, 596-597.</p></fn>
<fn id="fn80"><p>Scheurkogel, &#x2018;Opstand&#x2019;, 373, 375; Van Gent, <italic>&#x2018;Pertijelike saken&#x2019;</italic>, 390, 392.</p></fn>
<fn id="fn81"><p>De Hollandse steden waren een <italic>smaller bargaining network</italic>. Wim Blockmans, &#x2018;Voracious States and Obstructing Cities: An Aspect of State Formation in Preindustrial Europe&#x2019;, in: Charles Tilly en Wim Blockmans (eds.), <italic>Cities and the Rise of States in Europe, ad. 1000-1800</italic> (Boulder 1994) 218-250, aldaar 234-237.</p></fn>
<fn id="fn82"><p>Zie Sicking, &#x2018;De zaak Draeck&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn83"><p>Zie ook Haemers en Sicking, &#x2018;De Vlaamse Opstand&#x2019;, 346.</p></fn>
<fn id="fn84"><p>Lantschner, &#x2018;Revolts&#x2019;, 44-46.</p></fn>
<fn id="fn85"><p>Cohn, &#x2018;Rise&#x2019;, 32-33; Dumolyn en Haemers, &#x2018;Patterns&#x2019;, 380, 392.</p></fn>
<fn id="fn86"><p>De Fouw, <italic>Philips van Kleef</italic>, 134.</p></fn>
<fn id="fn87"><p>Serge ter Braake, &#x2018;Parties and Factions in the Late Middle Ages: The Case of the Hoeken and Kabeljauwen in The Hague (1483&#x2013;1515)&#x2019;, <italic>Journal of Medieval History</italic> 35:1 (2009) 97-111, 109-110.</p></fn>
<fn id="fn88"><p>Levelt, <italic>Jan van Naaldwijk&#x2019;s Chronicles</italic>, 127-132, 138-141, 195-199; Dirk Schoenaers, &#x2018;&#x201C;United we stand&#x201D;?, Representing Revolt in the Historiography of Brabant and Holland (Fourteenth to Fifteenth Centuries)&#x2019;, in: Firnhaber-Baker en Schoenaers, <italic>Handbook of Medieval Revolt</italic>, 117.</p></fn>
<fn id="fn89"><p>Haemers en Sicking, &#x2018;Vlaamse Opstand&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn90"><p>Johannes de Meij, <italic>De watergeuzen en de Nederlanden, 1568-1572</italic> (Amsterdam 1972) 307.</p></fn>
</fn-group>
<sec>
<title/>
<p><bold>Louis Sicking</bold> (1966) is Aemilius Papinianus hoogleraar volkenrechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doceert middeleeuwse en vroegmoderne geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Zijn interesse gaat vooral uit naar maritieme geschiedenis en de premoderne geschiedenis van diplomatie en internationaal recht. Hij co&#x00F6;rdineert momenteel het mede door <sc>nwo</sc> gefinancierde internationaliseringsproject &#x2018;Maritime Conflict Management in Atlantic Europe, 1200-1600&#x2019; en publiceerde onder andere <italic>La Naissance d&#x2019;une thalassocratie. Les Pays-Bas et la mer &#x00E0; l&#x2019;aube du Si&#x00E8;cle d&#x2019;or</italic> (2015), <italic>Colonial Borderlands. France and the Netherlands in the Atlantic in the Nineteenth Century</italic> (2008) en <italic>Neptune and the Netherlands. State. Economy and War at Sea in the Renaissance</italic> (2004). Deze laatste monografie verscheen in 2017 ook in het Spaans. E-mail: <email>l.h.j.sicking@vu.nl</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>
