<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>The Hague, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10226</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.18352/bmgn-lchr.10226</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Van niemandsland tot de &#x2018;grote klaprozenexplosie&#x2019;</article-title>
<subtitle>Twee decennia onderzoek over Belgi&#x00EB; in de Eerste Wereldoorlog, 1995&#x2013;2014</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Vrints</surname>
<given-names>Antoon</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>8</month>
<year>2016</year>
</pub-date>
<volume>131</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>54</fpage>
<lpage>73</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2016 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2016</copyright-year>
<license license-type="open-access" xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.10226"/>
<abstract>
<p><italic>From No-Man&#x2019;s Land to the &#x2018;Great Poppy Explosion&#x2019;: Two Decades of Research into Belgium in the First World War</italic>, <italic>1995&#x2013;2014</italic></p>
<p>During the last twenty years the historiography on Belgium during the First World War has been undergoing a true transformation. Originally a neglected topic, it became the focus of an established sub-discipline. The Belgian case was finally integrated in the vital international research landscape on the First World War. Purpose of this article is to make a (preliminary) overview of these developments by identifying the major conceptual and thematic evolutions. The question is addressed how the historiography of Belgium during the First World War could develop from a marginal to a respectable field. Following aspects of war history are discussed: the position of the German invaders and occupiers, the Belgian front experience, the Belgian civilian experiences in the occupied country and in exile and settling/memory of the war.</p>
<p>De historiografie over Belgi&#x00EB; tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft de afgelopen twintig jaar een ware transformatie doorgemaakt. Van een verwaarloosd onderwerp werd het de inzet van een gevestigde subdiscipline. Aansluiting werd bovendien gevonden bij het vitale internationale onderzoekslandschap over de Eerste Wereldoorlog. Oogmerk van dit artikel is een (voorlopig) bilan van die ontwikkelingen op te maken door de belangrijkste conceptuele en thematische evoluties te duiden. Geanalyseerd wordt hoe de historiografie over Belgi&#x00EB; zich tijdens de Eerste Wereldoorlog van een marginaal tot een respectabel veld kon ontwikkelen. Daarbij worden de volgende facetten van de oorlogsgeschiedenis behandeld: de positie van de Duitse invallers en bezetters, de Belgische frontervaring, de Belgische civiele ervaringen in het bezette land en in ballingschap en de afwikkeling van/herinnering aan de oorlog.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De afgelopen twee decennia maakte de historiografie over Belgi&#x00EB; tijdens de Eerste Wereldoorlog (<sc>woi</sc>) een ware gedaanteverandering door. Twintig jaar geleden bestond er weinig belangstelling van historici voor dat oorlogsverleden en was de Belgische historiografie over <sc>woi</sc> afgesneden van internationale tendensen. Vandaag is Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> een respectabel specialisme, stevig verankerd in het nationale en internationale onderzoekslandschap. Hoog tijd dus om terug te blikken op deze merkwaardige evolutie. Oogmerk van deze bijdrage is niet zozeer de achtergronden van die hernieuwde belangstelling en institutionele verankering te reconstrueren, maar een bilan te maken van de voornaamste thematische en conceptuele evoluties. Beantwoordt het beeld aan de internationale trends in de oorlogshistoriografie en in welke mate bestond er wisselwerking tussen Belgische en internationale tendensen? Is er zoals Jay Winter vaststelt elders in Europa na eerdere opeenvolgende diplomatiek-politieke, sociaalhistorische en cultuurhistorische golven een periode van verbinding van die perspectieven en een transnationale wending doorgebroken?<xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref> Werden de vier grote nieuwe thema&#x2019;s (militaire bezetting, radicalisering, ras en lichaam) die Heather Jones in de internationale oorlogshistoriografie van de afgelopen twintig jaar ontwaart, ook in het onderzoek over Belgi&#x00EB; ge&#x00EB;xploreerd of werden vooral lopende discussies over diplomatieke en krijgshistorische kwesties enerzijds en over de houding van soldaten en burgers tegenover de oorlogsinspanning anderzijds uitgediept?<xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref> </p>
<p>Enige reflectie op de Belgische casus dringt zich dus duidelijk op. In de geschiedschrijving over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> zijn boeken het meest van belang. Daarom wordt hier enkel ingegaan op monografie&#x00EB;n die tussen 1995 en 2014 over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> gepubliceerd werden. De keuze van die termini laat toe de hele ontwikkeling vanaf het voorzichtige aantrekken van de belangstelling midden jaren 1990 te behappen. Enkel oorlogsstudies met een bovenindividuele reikwijdte worden besproken: biografie&#x00EB;n waarin ook op <sc>woi</sc> ingegaan wordt, worden dus niet behandeld. Artikelen, bronnenpublicaties (zoals de talloze uitgegeven egodocumenten) en lopend onderzoek blijven dus onbesproken.<xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref> De klemtoon ligt op wetenschappelijke publicaties gericht op een bovenlokaal publiek. Vanwege de dynamiek van het onderzoeksveld is zelfs met al die beperkingen volledigheid een schier onmogelijke opdracht.</p>
<sec id="s1">
<title>Van marginaal naar respectabel</title>
<p>Gezien de centrale rol van Belgi&#x00EB; in het uitbreken van <sc>woi</sc> wekt het geen verwondering dat het land een brandpunt van de internationale herdenking van honderd jaar 1914&#x2013;1918 vormde.<xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref> Bovendien zetten de vele Belgische overheden een ple&#x00EF;ade aan herdenkingsinitiatieven op. Het Belgische publiek participeerde op massale schaal door televisieseries te bekijken, boeken te lezen, tentoonstellingen te bezoeken en de slagvelden van weleer te verkennen. Was de herdenkingsdynamiek initieel voornamelijk aangezwengeld om buitenlandse toeristen aan te trekken, in 2014 sprong vooral de overweldigende publieke belangstelling in Belgi&#x00EB; zelf in het oog. Bij al dat herdenkingsgeweld is het moeilijk voorstelbaar dat amper een kwarteeuw eerder <sc>woi</sc> in Belgi&#x00EB; slechts op een lauwe belangstelling kon rekenen.<xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref> Dat was in het bijzonder het geval voor de Belgische historische wereld: anders dan in landen als Frankrijk en Duitsland was er in de vanaf de jaren 1960 ontspruitende vakgroepen nieuwste geschiedenis nauwelijks interesse voor 1914&#x2013;1918. Het weinige onderzoek dat naar <sc>woi</sc> gevoerd werd, werd bovendien doorgaans niet bewogen door intrinsieke belangstelling voor die oorlog zelf. Centraal stond de impact van de oorlog op brandende vraagstukken uit de Belgische politieke geschiedenis zoals de verhouding tussen het Vlaamse en het Belgische nationalisme en de internationale positie van Belgi&#x00EB; met inbegrip van de houding van koning Albert I. De wending in het internationale oorlogsonderzoek vanaf de jaren 1950 van diplomatiek-politieke geschiedenis naar sociale geschiedenis vond in Belgi&#x00EB; niet plaats, een paar interessante uitzonderingen daargelaten. De samenstellers van de retrospectieve bibliografie over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> kwamen in 1987 dan ook tot de vaststelling dat de historiografie ter zake hopeloos verouderd was.<xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></p>
<p><sc>woi</sc> was in Belgi&#x00EB; in die tijd een historiografisch niemandsland. Nochtans wijst diezelfde monumentale bibliografie uit dat er in het Interbellum al heel wat verkennend onderzoek was verricht waarop men verder had kunnen bouwen. Henri Pirenne publiceerde in 1929 op basis daarvan een prikkelende synthese die tot doel had nieuw onderzoek uit te lokken. Waarom dat decennialang niet gebeurde, blijft tot op heden onduidelijk. Ter verklaring wordt nogal eens verwezen naar het feit dat de maatschappelijke en wetenschappelijke preoccupatie met de Tweede Wereldoorlog (<sc>woii</sc>) de belangstelling voor <sc>woi</sc> wegdrukte. Op het eerste gezicht is dit een overtuigende hypothese, maar de vraag blijft waarom dit verschijnsel zich in Belgi&#x00EB; dan in veel sterkere mate voorgedaan zou hebben dan in Frankrijk, Groot-Brittanni&#x00EB; of zelfs Duitsland. Mogelijk is de in vergelijkend perspectief beperkte bloedtol van <sc>woi</sc> in Belgi&#x00EB; een factor: terwijl in genoemde grote landen van de miljoenen frontdoden een blijvend app&#x00E8;l op historici uitging, was dat veel minder het geval in Belgi&#x00EB; waarvan de oorlogservaring overwegend een bezettingservaring was. Hoe het ook zij, Pirennes synthese bleek decennialang een eindpunt in plaats van een startpunt, afgezien van strijdpunten van nationaal politiek belang zoals de <italic>Flamenpolitik</italic> en de Koning.</p>
<p>Pas diep in de jaren 1990 kwam het tot een kentering. De lopende bibliografie van de geschiedenis van Belgi&#x00EB; laat toe die ontwikkeling te duiden. Terwijl een kwarteeuw geleden nauwelijks twintig publicaties per jaar over Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> verschenen, begon dat aantal gestaag toe te nemen om de afgelopen vijf jaar een redelijk spectaculair gemiddelde van bijna tweehonderd te bereiken. Zowel amateur als professionele historici gingen veel intenser publiceren op dit terrein. Opvallend is dat in die enorme productie de afgelopen twee decennia ongeveer evenveel aandacht naar het front als naar het bezette land is uitgegaan, en dat de hausse van de afgelopen vijf jaar overwegend uit frontgeschiedenis bestond. Dat overwicht van de frontgeschiedenis moet goeddeels het resultaat zijn van de ijver van amateurhistorici, want in de recente professionele productie is van een dergelijk overwicht geen sprake. Voor de laatste vijf volledige jaren springt ook in het oog dat het aantal Nederlandstalige publicaties drie maal talrijker was dan de Franstalige hoeveelheid (respectievelijk 849 in het Nederlands, 329 in het Frans, 77 in het Engels en 26 in het Duits voor 2009&#x2013;2014), terwijl dit onderwerp traditioneel een wat Franstalige reuk heeft. De suggestie dat &#x2019;14-&#x2019;18 als laatste <italic>moment de gloire</italic> van een overwegend francofone burgerlijke natie Franstalige vorsers buitenproportioneel zou bekoren en omgekeerd Vlaamse historici zou afschrikken, gaat dus niet (meer) op.<xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref> Ook hier lijkt er een discrepantie te bestaan tussen amateur en professionele historici: het globale Nederlandstalige overwicht is niet terug te vinden bij de professionele productie en moet dus het werk zijn van amateurhistorici. Wellicht is de grotere vitaliteit van de heemkringen en erfgoedsector in Vlaanderen daar debet aan. Dat in Vlaanderen de markt voor historische boeken er beter voorstaat dan in Franstalig Belgi&#x00EB;, vormt mogelijk een ander deel van de verklaring.</p>
<table-wrap>
<label>Tabel 1:</label>
<caption><p>absoluut aantal publicaties over Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> 1990&#x2013;2014 (Bron: Bibliografie van de geschiedenis van Belgi&#x00EB;).</p></caption>
<table>
<tbody>
<tr>
<td align="left" valign="top"><graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.10226_tab1.jpg"/></td>
</tr>
</tbody>
</table>
</table-wrap>
<p>Er is niet alleen sprake van een kwantitatieve, maar ook van een kwalitatieve sprong. Met name het Rijksarchief heeft de afgelopen kwarteeuw een volgehouden inspanning gedaan om de voorheen goeddeels ontoegankelijke oorlogsarchieven te ontsluiten aan de hand van inventarissen en bronnengidsen.<xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref> Zelfs gespecialiseerde onderzoeksgidsen zagen het licht.<xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref> Een krachtige impuls ging ook uit van gespecialiseerde publiekshistorische instellingen in West-Vlaanderen (met name het <italic>In Flanders Fields Museum</italic>). Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> werd eindelijk een volwaardig onderzoeksveld, wat zich uitte in een toenemend aantal wetenschappelijke publicaties, de opname van <sc>woi</sc> in het verruimde onderzoeksprogramma van het <sc>cegesoma</sc> (Studiecentrum Oorlog en Maatschappij), en een veel sterkere inbedding in het internationale onderzoekslandschap. Een eerste duidelijke manifestatie van dat laatste was het congres &#x2018;Een totale oorlog?&#x2019; dat in 2003 aan de <italic>Universit&#x00E9; Libre de Bruxelles</italic> (<sc>ulb</sc>) gehouden werd en een brede schare binnen- en buitenlandse specialisten samenbracht.<xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref> Tekenend voor de toegenomen academische respectabiliteit van het onderwerp is ook het toenemend aantal proefschriften over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc>. Een recente schatting wijst uit dat op dit moment 43 doctoraatsprojecten lopen, een stuk meer dan er de hele eeuw na 1914 verdedigd werden.<xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref> Het spreekt voor zich dat de &#x2018;grote klaprozenexplosie&#x2019;, de overrompelende herdenkingsactiviteit van de afgelopen tijd, sterk tot deze ontpopping heeft bijgedragen.<xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref> Overheden, uitgevers, heemkringen en andere actoren stimuleerden met het oog op de nakende herdenking tal van publicaties over <sc>woi</sc>. Die invloed zal ook de komende jaren nog sterk te voelen zijn, met name door gefinancierde onderzoeksprojecten die thans vrucht beginnen te dragen. De lopende bibliografie geeft echter aan dat de historische belangstelling voor <sc>woi</sc> zeker niet geheel tot het herdenkingseffect te herleiden valt want zij begon duidelijk al in de late jaren 1990 stevig aan te trekken, lang voor dat er sprake was van de herdenking. De initi&#x00EB;le impuls lijkt te zijn uitgegaan van de sinds 1990 sterk aanzwellende internationale belangstelling voor <sc>woi</sc> die met enige vertraging oversloeg op Belgi&#x00EB;.</p>
<p>Opmerkelijk is dat die hernieuwde belangstelling mede ingeluid werd door een nieuwe synthese, <italic>De Groote Oorlog</italic>, van de hand van Sophie De Schaepdrijver die in 1997 verscheen.<xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref> Dat boek was een echte krachttoer juist omdat de auteur niet kon steunen op veel recent onderzoek; De Schaepdrijver moest haar synthese voor tal van aspecten baseren op publicaties uit het Interbellum of op origineel bronnenonderzoek. Zij maakte echter van de nood een deugd en schreef op basis van het disparate materiaal een lucide, persoonlijke analyse die de urgentie van de Belgische casus tijdens <sc>woi</sc> met een klap op het voorplan zette. De exceptionele stijl en vaart maakten van het boek een zeldzame historische bestseller. De brede weerklank van <italic>De Groote Oorlog</italic> valt ogenschijnlijk ook af te lezen uit de eerste piek aan publicaties over Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> in de jaren na 1997. De verbinding van sociale, culturele en politieke geschiedenis was vernieuwend en sloot aan bij toenmalige internationale tendensen in het onderzoek over <sc>woi</sc>. Nochtans had de auteur daar afgaande op de bibliografie niet bewust naar gestreefd en lijkt dus op eigen kracht tot die verbinding te zijn gekomen. De Schaepdrijver schreef het boek op verzoek van haar Nederlandse uitgever. Inhoudelijk ging veel aandacht uit naar de weerslag van de oorlog op de communautaire verhoudingen in Belgi&#x00EB;, &#x00E9;&#x00E9;n van de intern-Belgische twistpunten die in de decennia daarvoor wel systematisch uitgespit was. Naderhand zou De Schaepdrijver zich natuurlijk wel als d&#x00E9; Belgische <sc>woi</sc>-specialist presenteren in het internationale onderzoekslandschap. <italic>De Groote Oorlog</italic> die naderhand ook in het Frans verscheen, is nog steeds veruit de beste synthese. Navolgers strandden door een gebrek aan kennis van het Nederlands en een uitgesproken slachtofferperspectief.<xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></p>
<p>Ongeveer gelijktijdig met het verschijnen van <italic>De Groote Oorlo</italic>g werd op het vlak van de cultuurgeschiedenis vanuit de Belgische oorlogshistoriografie aansluiting gevonden bij de internationale onderzoeksagenda. Dat dat precies op dit terrein plaatsvond is niet toevallig, want vanaf de jaren 1990 brak onder invloed van de <italic>cultural</italic> en <italic>linguistic turns</italic> een derde, door cultuurgeschiedenis gedomineerde, fase in het internationale oorlogsonderzoek (ge&#x00EF;ncarneerd door een internationale groep historici rond het <italic>Historial</italic> te P&#x00E9;ronne, een museum en onderzoekscentrum gewijd aan <sc>woi</sc>) aan. Representatie en betekenisgeving van de oorlogservaringen kwamen daarbij centraal te staan. Laurence Van Ypersele ontpopte zich tot de belangrijkste vertegenwoordiger van deze stroming in Belgi&#x00EB; en maakte aan de <italic>Universit&#x00E9; Catholique de Louvain</italic> (<sc>ucl</sc>) als eerste school. Paradoxaal genoeg introduceerde zij deze aanpak in Belgi&#x00EB; aan de hand van haar analyse van de mythe van koning Albert I, het Belgische oorlogsicoon bij uitstek.<xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref> De twee grote vernieuwsters van de Belgische oorlogshistoriografie vertrokken dus vanaf vertrouwd, vaderlands terrein.</p>
<p>Van beslissend belang om <sc>woi</sc> in Belgi&#x00EB; wetenschappelijke respectabiliteit te verlenen, was ook de sterk aantrekkende internationale belangstelling. Dat gerenommeerde buitenlandse onderzoekers als John Horne en Alan Kramer zich rond de eeuwwisseling met Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> inlieten, gaf duidelijk aan welk gewicht in het internationale oorlogsonderzoek aan die casus werd gehecht.<xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref> Die internationale belangstelling droeg er ongetwijfeld toe bij dat ook andere Belgische universiteiten en onderzoeksinstellingen dan de <sc>ucl</sc> volop gingen inzetten op onderzoek over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc>. Het zwaartepunt van de academische belangstelling bleef binnen Belgi&#x00EB; de eerste tijd in Franstalig Belgi&#x00EB; (<sc>ucl</sc> en daarna ook <sc>ulb</sc>) liggen, ongetwijfeld aangezwengeld door de aantrekkingskracht van P&#x00E9;ronne en de vitaliteit van de Franse oorlogshistoriografie. De hernieuwde francofone dynamiek stak ook de federale wetenschappelijke instellingen aan. Nog in 2005 werd vastgesteld dat de Vlaamse universiteiten nauwelijks belangstelling toonden. Pas in de afgelopen vijf jaar zou die achterstand ingelopen worden. Parallel met de verbreding van het onderzoekslandschap verruimde het onderzoeksveld ook op inhoudelijk en conceptueel vlak. Conform de internationale tendensen is de geschiedenis van representaties niet langer dominant, maar worden culturele, sociale en politieke geschiedenis in toenemende mate met elkaar verbonden.</p>
<p>Nico Wouters schrijft die hausse van <sc>woi</sc> toe aan een zekere mate van verzadiging in het <sc>woii</sc>-onderzoek vanaf ongeveer 1995 na twee decennia van baanbrekende werken over hete hangijzers in het Belgische publieke debat over <sc>woii</sc>.<xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref> Historici zouden hun aandacht verlegd hebben naar <sc>woi</sc> die zich als een nieuw, maagdelijk terrein aandiende. Afgezien van de vraag of een dergelijke hydraulische kijk op het historische bedrijf wel opgaat, springt vooral het verschil in benaderingswijze tussen de historiogafie van <sc>woi</sc> en <sc>woii</sc> in het oog. In sterkere mate dan de geschiedschrijving over <sc>woii</sc> overstijgt de historiografie over <sc>woi</sc> een klassieke rankeaanse benadering van kwesties van politiek-moreel belang, door vernieuwde methodologie&#x00EB;n en vraagstellingen. Terwijl de historiografie over <sc>woii</sc> zich de afgelopen twintig jaar voornamelijk toelegde op de analyse <italic>wie es eigentlich gewesen</italic> <italic>war</italic> van verschijnselen met een sterke maatschappelijke urgentie zoals de collaboratie en de Jodenvervolging, was een dergelijke benadering voor <sc>woi</sc> bij gebrek aan vergelijkbare maatschappelijke noodzaak geen optie. Waar lagen nu de zwaartepunten van het onderzoek van de afgelopen twee decennia? Vooraleer op die vraag in te gaan, is het belangrijk te wijzen op de gespletenheid van de Belgische oorlogservaringen. Er zijn minstens drie Belgi&#x00EB;s in oorlogstijd: bezet Belgi&#x00EB; dat 95 procent van het grondgebied omvatte, het Belgische front in de onbezette Westhoek, en de Belgische vluchtelingen in het buitenland.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>De Duitse invallers en bezetters</title>
<p>Juist de verscheidenheid aan oorlogservaringen heeft historici ertoe gebracht, Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> als een laboratorium voor de &#x2018;totale oorlog&#x2019; te betitelen.<xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref> Tal van verschijnselen die kenmerkend zouden zijn voor een dergelijke oorlog (zoals geweldpleging tegen burgers, massale vlucht, economische exploitatie, dwangarbeid en deportatie, honger en hulp, repressie en verzet), kan men observeren bij de casus van Belgi&#x00EB;. Dat vermeende hoge laboratoriumgehalte verklaart waarom zoveel buitenlandse onderzoekers zich de afgelopen jaren met Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> ingelaten hebben. E&#x00E9;n aspect heeft op uitgesproken veel internationale belangstelling kunnen rekenen: de opstelling van de Duitse invaller en bezetter. Belgi&#x00EB; was de casus bij uitstek van de door Heather Jones sterk toegenomen internationale interesse voor militaire bezettingen. Terwijl de Belgische specialisten van de bezetting zich vooral richtten op de ervaringen van de Belgische burgers en militairen, staat voor buitenlanders in het verlengde daarvan de houding van de Duitsers centraal. Achterliggend sluimert de vraag hoe het gedrag van de Duitsers in Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> zich verhield tot het massale nazigeweld nauwelijks een generatie later. Als het om de Duitse wreedheden bij de invasie gaat, lopen de interpretatiekaders sterk uiteen. Voor Horne en Kramer waren zij terug te voeren op de collectieve illusie bij de Duitse militairen dat er Belgische vrijschutters actief waren. Die illusie was gestoeld op de ervaringen van de Frans-Duitse oorlog. Voor Lipkes ligt het referentiepunt elders, het ging om bewuste terreur, een voorafspiegeling van het nazigeweld.<xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></p>
<p>Voornamelijk Duitse onderzoekers legden belangrijke facetten van het beleid van de bezetter bloot, met name over de exploitatie van het bezette land, de strategische plaats van Belgi&#x00EB; in het Europa van de toekomst en de cultuurpolitiek.<xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref> Aan Belgische zijde gaat de aandacht nog steeds voornamelijk naar de <italic>Flamenpolitik</italic>.<xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref> Terwijl literatuurwetenschappers voornamelijk de culturele <italic>Eigendynamik</italic> van de activisten exploreerden, benadrukte Lode Wils in een herwerkte synthese nog krachtiger dan voorheen het belang van de Duitse interventie in de communautaire geschiedenis van Belgi&#x00EB; sinds 1914. Bruno Yaminne ging een stap verder door de <italic>Flamenpolitik</italic> in een lange voorgeschiedenis te situeren. Bij al dat onderzoek over de bezetter valt op dat de klemtoon ligt op het Duitse beleid en de toekomstplannen met Belgi&#x00EB;, de politiek met de grote P. Veel minder aandacht is er voor de dagelijkse praxis van het bezettingsbestuur, voor de vraag hoe de Duitsers op diverse terreinen daadwerkelijk bestuurden.<xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref> Dat manco valt wellicht moeilijk te ondervangen, want is deels terug te voeren op de vernietiging van de meeste archieven van de Duitse bezettingsbesturen.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Belgen aan het front</title>
<p>De militaire geschiedenis bleef lange tijd het ondergeschoven kindje van de Belgische oorlogshistoriografie. Terwijl in het Interbellum in talloze regimentsgeschiedenissen het optreden van het Belgische leger aan het IJzerfront werd gereconstrueerd, viel de militairhistorische belangstelling na 1940 goeddeels stil. Ook op dit vlak week Belgi&#x00EB; af van het patroon elders in Europa, waar de soldaten een centraal thema vormden in de sociaalhistorische golf in de oorlogshistoriografie vanaf de jaren 1960. De opeenvolgende roof van de Belgische legerarchieven door de nazi&#x2019;s en de sowjets was daar deels debet aan. Ook beschikbare bronnen zoals egodocumenten of de frontpers werden echter nauwelijks aangesproken, tenzij voor de studie van de taalverhoudingen en de daaraan gerelateerde Frontbeweging.<xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref> Dat de dominante oorlogservaring in Belgi&#x00EB; een bezettingservaring was heeft er ook toe bijgedragen dat een geschiedenis van het Belgische front lange tijd achterwege bleef. Door de snelle bezetting van het gros van het land was het Belgische leger verhoudingsgewijs klein (goed 350.000 man), maar dat neemt niet weg dat de frontervaring een cruciaal facet van de Belgische oorlogservaring vormt.</p>
<p>Intussen zijn belangrijke Belgische legerarchieven weer gerepatrieerd uit Moskou en is de belangstelling voor de frontgeschiedenis het afgelopen decennium weer opgeveerd. In de klassieke krijgshistorische traditie verschenen een heleboel studies over bepaalde operaties of eenheden (vaak uitgegeven bij gespecialiseerde uitgeverijen zoals <italic>De Krijger</italic> en <italic>De Klaproos</italic>) en voor het eerst sinds lang syntheses over de oorlogsvoering door het Belgische leger.<xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref> Maar ook de vernieuwde militaire geschiedenis met een sterke mentaliteits- of sociaalhistorische inslag begon in Belgi&#x00EB; weerklank te krijgen. Het perspectief van de soldaten zelf stond daarin centraal. De vraag waarom de soldaten al die jaren bleven doorvechten, een vraag die vooral in Frankrijk veel controverse opriep, inspireerde genuanceerd onderzoek over de Belgische casus.<xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref> In dezelfde lijn werden de ervaringen, percepties en aspiraties van de soldaten systematisch onderzocht op basis van onuitgegeven egodocumenten.<xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref> Elementen als het geloof, het natiegevoel, de genderopvattingen, de dagelijkse overlevingsstrategie&#x00EB;n, de omgang met verminking en dood aan het front kwamen in dergelijk onderzoek volop aan bod. De door Heather Jones gesignaleerde benadering van oorlogsvoering als een lijfelijk verschijnsel, is echter voor de Belgische casus nog niet ten volle ge&#x00EB;xploreerd.</p>
<p>Niet alleen de ervaringen van de soldaten aan het IJzerfront, maar ook bijvoorbeeld die van de krijgsgevangenen in Duitsland of van het Belgische pantserkorps in Rusland werden onderzocht.<xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref> Net als elders kreeg ook de imperiale en raciale dimensie van de oorlogsvoering in Belgi&#x00EB; en Afrika hernieuwde aandacht, ofschoon er nog veel werk op de plank ligt om Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> vanuit globaal perspectief te analyseren.<xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref> Opvallend veel aandacht ging de afgelopen jaren ook naar het Belgische militaire gerecht in <sc>woi</sc>, in de hand gewerkt door het beschikbaar komen van de gerechtelijke militaire bronnen &#x00E9;n de levendige onderzoeksactiviteit op het vlak van de geschiedenis van recht en gerecht. Er verscheen een omvattende synthese over de werking van het krijgsgerecht.<xref ref-type="fn" rid="fn29">29</xref> Onderzoek van de bestraffingspraktijk liet ook toe de mythe van een harde repressie van Vlaamsgezinde militairen aan het front tot haar ware properties terug te brengen.<xref ref-type="fn" rid="fn30">30</xref> Maar ook de strategie&#x00EB;n van de gewone soldaten die met het krijgsgerecht of andere regulerende instanties in aanraking kwamen, kregen aandacht. Zo verscheen er een studie over de vraag hoe conflicten tussen soldaten en officieren beslecht werden.<xref ref-type="fn" rid="fn31">31</xref> De archieven van het krijgsgerecht lieten ook toe meer te weten te komen over motieven en lot van Belgische deserteurs.<xref ref-type="fn" rid="fn32">32</xref> De afgelopen jaren werd in navolging van de discussies in Frankrijk, Groot-Brittanni&#x00EB; en Duitsland ook in Belgi&#x00EB; een controverse uitgelokt over de gefusilleerden (en in mindere mate ook over de Belgische soldaten die in Nederland ge&#x00EF;nterneerd werden).<xref ref-type="fn" rid="fn33">33</xref> Dat debat had alvast de verdienste onderzoek te stimuleren over de terdoodveroordelingen door het krijgsgerecht.<xref ref-type="fn" rid="fn34">34</xref></p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Burgers in het bezette land en in ballingschap</title>
<p>De oorlog haalde niet enkel het leven overhoop van de mannen die in krijgsdienst traden, maar van de bevolking als geheel. Net dat &#x2018;totale&#x2019; karakter van <sc>woi</sc> heeft oorlogsonderzoekers er in Europa tijdens de sociaal- en cultuurhistorische golven toe aangezet, de civiele kant van de oorlogservaring uitputtend te onderzoeken. Aangezien de oorlogservaring in Belgi&#x00EB; door de relatief beperkte omvang van het leger nog veel sterker dan elders een civiele ervaring was, wekt het verwondering dat die voor 1995 slechts op een beperkte belangstelling had kunnen rekenen.</p>
<p>De Belgische civiele oorlogservaring bij uitstek was de bezetting. Voor zes miljoen Belgen was de bezetting de stoorzender van het dagelijks leven. Steeds minder facetten van het leven ontsnapten aan de omvattende invloed van de bezetting. Beproefde strategie&#x00EB;n kwamen onder druk te staan. Bestaande sociale verhoudingen en hi&#x00EB;rarchie&#x00EB;n verschoven. Gevestigde mentaliteiten voldeden vaak niet langer. De bevolking van het bezette land moest op allerlei fronten haar positie opnieuw bepalen. Hoe dat in zijn werk ging, was afgaande op de stand van het onderzoek van twee decennia geleden nauwelijks te zeggen. Er was veel gepubliceerd over de Vlaams-nationalistische collaboratie (het &#x2018;activisme&#x2019;) en over de impact van bezetting op de voedselvoorziening en de genderverhoudingen waren al belangrijke, maar verkennende stukken geschreven door Peter Scholliers en Eliane Gubin. Vandaag kunnen we de vraag hoe de bevolking omging met de stoorzender die de bezetting was, voor een aantal facetten veel beter beantwoorden. Tegelijkertijd dringt de vaststelling zich op dat er nog heel veel terrein braak ligt.</p>
<p>De bezetting wijzigde de machtsconstellatie grondig. In de eerste plaats moest een houding worden gevonden ten aanzien van een nieuwe actor, de bezetter. Het vroegere onderzoek over de politieke collaboratie met de bezetter bleef beperkt tot Vlaanderen en de kopstukken. De afgelopen tijd verschenen studies over de activistische achterban in Vlaanderen en eindelijk een eerste synthese over het activisme in Walloni&#x00EB;.<xref ref-type="fn" rid="fn35">35</xref> Andere vormen van collaboratie (zoals de economische) bleven tot dusver onderbelicht en werden louter bestudeerd vanuit het perspectief van de naoorlogse bestraffing. Over het verzet tijdens <sc>woi</sc> was op wat hagiografische publicaties uit het Interbellum na nauwelijks iets bekend. In die situatie is dramatisch verandering gekomen door een overrompelende onderzoeksactiviteit over het verzet (met name, maar niet uitsluitend inlichtendiensten) tijdens <sc>woi</sc>.<xref ref-type="fn" rid="fn36">36</xref> Die is mede mogelijk gemaakt door het toegankelijk worden van de archieven van de &#x2018;Vaderlandse diensten&#x2019;. Opvallend veel aandacht gaat daarbij naar de rol van vrouwen, de Duitse repressie en het discours over en van de verzetslui. Door al die onderzoeksijver zijn we intussen goed ge&#x00EF;nformeerd over de twee uitersten verzet en collaboratie, maar keerzijde van die concentratie is het gevaar van vertekening: hoe de overgrote meerderheid van de bevolking die buiten de collaboratie en het verzet bleef, zich tegenover de bezetters positioneerde, dreigt buiten beeld te blijven.<xref ref-type="fn" rid="fn37">37</xref></p>
<p>De focus op collaboratie en verzet houdt ook het risico in dat veel crucialere machtsactoren onderbelicht blijven. Ook voor dat deel van het Belgische overheidsapparaat dat in het bezette land operationeel bleef, was het immers moeilijk laveren tussen de bezetter, de bevolking en de regering in Le Havre. In het bijzonder was dat het geval voor de Belgische ordediensten en gerecht die naast die botsende claims ook nog eens te kampen kregen met een gespannen situatie op het vlak van openbare orde en een sterk toenemende criminaliteit. Een aantal grondige studies liet nieuw licht schijnen op de houding van de Brusselse politie, de jeugdrechtbanken en het Belgische gerecht als geheel, eveneens een vrucht van de dynamiek op het vlak van de <italic>Crime and criminal justice history</italic> in Belgi&#x00EB;.<xref ref-type="fn" rid="fn38">38</xref></p>
<p>Voor andere facetten van het bestuur en beleid in het bezette land tasten we voorlopig nog in het duister, behalve dan op het vlak van de voedselpolitiek waarover vernieuwend onderzoek verscheen. De rol van het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding en de <italic>Commission for Relief in Belgium</italic> in de bevoorrading is verder uitgespit.<xref ref-type="fn" rid="fn39">39</xref> Maar vooral staat in dat onderzoek centraal tot welke scherpe politieke en sociale spanningen de voedselcrisis tijdens de oorlog leidde en hoe ook van onderop gepoogd werd de voedselpolitiek te be&#x00EF;nvloeden.</p>
<p>Terwijl de aandacht voor de impact van de oorlog voor politiek met de grote en kleine p verdiepte, bleef de belangstelling voor de sociaaleconomische weerslag van de oorlog beperkt. De invloed van de oorlog op de demografie (huwelijk, geboorte, ziekte, sterfte) is vooralsnog nauwelijks onderzocht. Hoe diverse sociale groepen bestaansstrategie&#x00EB;n ontwikkelden om met de moeilijkheden en kansen die de oorlog met zich meebracht om te gaan, blijft nog grotendeels in het ongewisse. Welke sociale groepen als verliezer of (zeldzamer, maar toch) als winnaar uit de oorlog kwamen, weten we maar bij benadering. Voor de vraag hoe diverse economische sectoren de oorlog doorkwamen, geldt hetzelfde. De enige bedrijfstak waarvoor betekenisvolle vooruitgang is geboekt, is die van de landbouw.<xref ref-type="fn" rid="fn40">40</xref> Over de ingrijpende weerslag van de oorlog op industrieland Belgi&#x00EB; weten we thans nog altijd niet veel meer dan in het Interbellum. Met die relatieve veronachtzaming van de sociaaleconomische dimensies van de oorlog past de casus Belgi&#x00EB; in een breder internationaal patroon in het actuele oorlogsonderzoek. Voor de Belgische casus is dat des te erger, omdat de sterk kwantitatief gekleurde sociaalhistorische golf van de jaren 1960&#x2013;1980 er grotendeels aan voorbij gegaan is. Ogenschijnlijk bestaat er binnen het brede veld van de sociaaleconomische geschiedenis in Belgi&#x00EB; een soort koudwatervrees ten aanzien van oorlogsgeschiedenis. Mogelijk valt die te verklaren door een sterke focus op structuren en conjuncturen en een geringer belang dat aan schokken op de korte termijn wordt gehecht.</p>
<p>De bezettingservaring was in eerste instantie een lokale ervaring omdat de bewegingsvrijheid van de bevolking in het bezette land sterk ingeperkt werd. Vanuit dat perspectief verdient de ware hausse aan lokale studies over <sc>woi</sc> in Belgi&#x00EB; dan ook verwelkomd te worden. Tal van lokale historici en heemkundige kringen zijn door de herdenkingen geprikkeld om aan de slag te gaan met dit oorlogsverleden. De kwaliteit ervan varieert van het beste tot het slechtste en ook de opzet van de studies loopt heel sterk uiteen. Het is in dit bestek nauwelijks doenbaar om algemene uitspraken te doen over deze enorme stroom publicaties. Wat wel duidelijk is, en te betreuren valt gezien het feit dat Belgi&#x00EB; in 1914 het meest verstedelijkte land ter wereld was, is dat nauwelijks de brug gemaakt is naar de subdiscipline van de stadsgeschiedenis. Sterk in het oog springt evenzeer dat vaak het standpunt van de spreekwoordelijke kleine man of vrouw als uitgangspunt genomen wordt. In geslaagde voorbeelden leidt zulks tot knappe staaltjes van sociaalhistorische analyse, in minder geslaagde gevallen wordt de blik vertroebeld door een eenzijdig slachtofferperspectief.</p>
<fig>
<caption><p>Micha&#x00EB;l Amara presenteert in 2008 zijn standaardwerk over de Belgische vluchtelingen.</p>
<p>Fotograaf onbekend.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.10226_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>Naast de bezetting was de vlucht de belangrijkste component van de Belgische civiele oorlogservaring. Een grondiger verstoring van de dagelijkse routines dan een ervaring van vlucht en ballingschap is moeilijk denkbaar. Bij de Duitse inval sloegen ongeveer anderhalf miljoen Belgen op de vlucht. Ofschoon ongeveer 600.000 van hen (tien procent van de bevolking) de oorlog in buitenlandse ballingsoorden doorbrachten, bestond er nauwelijks historische belangstelling voor die massale exilervaring. In die verwaarlozing kwam de afgelopen tijd eindelijk verandering. De Roodt legde de eerste steen met een boek over het lot van de vluchtelingen en krijgsgevangenen in Nederland.<xref ref-type="fn" rid="fn41">41</xref> Amara schreef de langverwachte synthese over de Belgische vluchtelingen. In deze geraffineerde studie kwam niet enkel de wisselende ontvangst in de diverse gastlanden, maar ook de (gespannen) relaties tussen het bezette land en de vluchtelingen &#x00E9;n de interne breuklijnen onder de vluchtelingen aan bod.<xref ref-type="fn" rid="fn42">42</xref> Deze werken over de massale Belgische vluchtervaring vormden niet zomaar een vertaling van internationale onderzoekstendensen, maar droegen er toe bij om het belang van bevolkingsbewegingen in <sc>woi</sc> op de internationale onderzoeksagenda te plaatsen.</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Afwikkeling en herinnering</title>
<p>De oorlog liet diepe sociale en fysieke sporen achter; in de Belgische samenleving en in het landschap zouden nog decennialang de gevolgen van die wereldbrand naspeurbaar zijn. Tot voor de opbloei van de Belgische oorlogshistoriografie was de aandacht vrijwel exclusief uitgegaan naar de fysieke wederopbouw van de aangerichte schade. De afgelopen vijftien jaar is het onderzoek naar de afwikkeling van en omgang met het oorlogsverleden stevig verruimd. In het bijzonder verdient het onderzoek naar de Westhoek hier vermelding, de streek die door het IJzerfront geheel omgewoeld werd. Niet alleen werden de landschappelijke weerslag van de oorlogsvoering en de reconstructie verder verkend, de naoorlogse herinneringsactiviteiten in de Westhoek werden nu ook aan grondig onderzoek onderworpen.<xref ref-type="fn" rid="fn43">43</xref></p>
<p>De vraag hoe de overgang van oorlog naar vrede vorm kreeg, heeft in het gehele land veel meer aandacht dan voorheen gekregen. Uitputtend werd onderzocht hoe de Belgische staat en samenleving omgingen met diverse categorie&#x00EB;n mensen die na de Wapenstilstand als &#x2018;ongewenst&#x2019; doorgingen.<xref ref-type="fn" rid="fn44">44</xref> Het gaat dan bijvoorbeeld om ongewenste vreemdelingen (mensen van Duitse herkomst in Belgi&#x00EB;) of gewapende bendes die het land onveilig maakten. In het bijzonder naar de bestraffing van zogenaamde &#x2018;incivieken&#x2019;, Belgen die gecollaboreerd hadden met de bezetter, is veel onderzoek verricht. Door op de bestraffing van de collaboratie (gaande van economische collaborateurs over Duitse spionnen tot politieke collaborateurs) in haar totaliteit te analyseren, heeft al dat onderzoek aangetoond hoe onterecht de concentratie op de repressie van het activisme wel niet was. Ook de Leipziger processen, de ambivalente naoorlogse Duitse bestraffing van Duitse oorlogsmisdaden, werden eindelijk bestudeerd.<xref ref-type="fn" rid="fn45">45</xref> In het licht van de wereldwijde belangstelling voor <italic>transitional justice</italic> zouden al die onderzoeksresultaten sterker internationaal bekend gemaakt kunnen worden. Andere aspecten van de transitie van oorlog naar vrede kregen echter nog niet de aandacht die ze verdienen. De sociale spanningen na de Wapenstilstand en vooral de economische reconstructie van het leeggeplunderde land blijven nog steeds grotendeels <italic>terrae incognitae</italic>. Wel uitputtend onderzocht werd de kwestie van de Duitse herstelbetalingen.<xref ref-type="fn" rid="fn46">46</xref></p>
<p>Maar het is vooral het onderzoek naar de (collectieve) herinnering aan <sc>woi</sc> dat een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt heeft. Dat onderzoek werd gevoed uit twee bronnen: de cultuurhistorische <italic>Wende</italic> binnen de oorlogsgeschiedenis in de jaren 1990 en de algemene <italic>memory boom</italic> in de geschiedenis. Van Ypersele knoopte zoals reeds gezegd als eerste aan bij die internationale onderzoeksdynamiek met haar studie over de beeldvorming over Koning-Ridder Albert I. Dat vormde het startschot voor een reeks publicaties over de herinnering aan <sc>woi</sc> in Belgi&#x00EB;. De vraag hoe de offici&#x00EB;le herinneringspolitiek vorm kreeg in diverse monumenten werd op nationale schaal gereconstrueerd.<xref ref-type="fn" rid="fn47">47</xref> Tal van lokale studies focusten op diverse facetten van de herinneringspolitiek &#x00E9;n -praktijken. Om zijn betekenis van hoofdstad van het bezette land, werd de Brusselse casus uitputtend bestudeerd.<xref ref-type="fn" rid="fn48">48</xref> Naast de monumenten en bijhorende riten, werd ook de betekenisgeving van de oorlog in de letterkunde, schoolboeken, film etc. bestudeerd.<xref ref-type="fn" rid="fn49">49</xref> Het parcours van de herinnering aan de &#x2018;helden&#x2019; en &#x2018;verraders&#x2019; van de oorlog werd blootgelegd en de impact van het oorlogsverleden op de natievorming in Belgi&#x00EB; verder ge&#x00EB;xploreerd. De doorwerking van de herinnering aan <sc>woi</sc> in <sc>woii</sc> werd verkend. Bij al die publicatie-ijver passen toch een paar kritische bedenkingen. In het bestaande onderzoek staat de herinneringscultuur onder (overwegend stedelijke) elites en middengroepen centraal, terwijl we over de betekenisgeving van de oorlog door de lagere sociale groepen en op het platteland nauwelijks iets weten, een scheeftrekking die te wijten is aan selectief brongebruik en de concentratie op een beperkt aantal figuren. De militaire herinneringscultuur (denken we aan de talloze regimentsgeschiedenissen) werd nauwelijks onderzocht. Een systematische studie van de doorwerking van de oorlog op de Belgische politieke cultuur ontbreekt vooralsnog. Meer in algemene zin is voor Belgi&#x00EB; niet onderzocht of de oorlog processen van radicalisering of brutalisering ingezet heeft die doorwerkten in de naoorlogse jaren.</p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Besluit</title>
<p>Het mag duidelijk zijn dat de afgelopen twee decennia de historiografie over Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> een lange weg afgelegd heeft. Wat eerst een verwaarloosd onderwerp vormde, is thans de inzet van een levendige subdiscipline. Tal van interessante, lopende onderzoeksprojecten getuigen van de levendigheid ervan. Aansluiting is gevonden bij het vitale internationale onderzoekslandschap over <sc>woi</sc>; als er een tak van de Belgische contemporaine geschiedenis transnationaal vervlochten is, is het wel deze. Gevolg van die sterk toegenomen verstrengeling is ook dat de historiografie over Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> voor het eerst sinds het Interbellum inspeelt op actuele tendensen in het internationale onderzoekslandschap. Enerzijds zorgden ontwikkelingen in dat internationale landschap &#x2013; zoals de aantrekkende belangstelling voor bezettingen &#x2013; ervoor dat buitenlandse onderzoekers zich veel sterker dan voorheen gingen interesseren voor de Belgische casus. Anderzijds gingen ook Belgische historici de Belgische oorlogservaring hernieuwd tegen het licht houden. Daarbij werden zij deels ge&#x00EF;nspireerd door de internationale ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de weerklank van de school van P&#x00E9;ronne aangeeft. Toch is de Belgische oorlogshistoriografie niet zomaar een doorslag van internationale tendensen. De twee grondlegsters van de vernieuwde Belgische oorlogshistoriografie (De Schaepdrijver en Van Ypersele) betraden dit terrein ogenschijnlijk relatief autonoom ten opzichte van de ontwikkelingen in het toenmalige internationale oorlogsonderzoeklandschap. Ook de vervlechting tussen oorlogsgeschiedenis en de <italic>Crime &#x0026; Criminal Justice History</italic> is een voorbeeld van een specifieke Belgische dynamiek.</p>
<p>De vrees dat wel snel verzadiging zal optreden als de herdenkingen voorbij zijn, lijkt ongegrond. De onderzoeksdynamiek is immers niet geheel afhankelijk van de chronologie van de herdenkingen, dat blijkt duidelijk uit de ontwikkelingen van de laatste twee decennia. De bijzondere en cruciale positie van Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> als &#x2018;laboratorium voor de totale oorlog&#x2019; zal een blijvende stimulans voor onderzoek in nationaal en internationaal verband vormen. Tal van belangwekkende vragen en terreinen (zoals economie, religie, stadsgeschiedenis, gender) hebben nog niet de aandacht gekregen die ze verdienen, dat leert dit overzicht evenzeer. Hoe burgers en soldaten de oorlog betekenis gaven, kan nog veel verder uitgespit worden. Ook de vraag hoe de drie Belgi&#x00EB;s zich tot elkaar verhielden, moet nog veel systematischer ge&#x00EB;xploreerd worden. Dat Belgi&#x00EB; in <sc>woi</sc> nu het voorwerp van een gevestigde subdiscipline vormt, houdt echter niet alleen beloftes, maar ook risico&#x2019;s in. Met name bestaat het gevaar dat de nu ontwikkelde oorlogshistoriografie zich geheel toelegt op interne discussies en onvoldoende kruisverbindingen zoekt met het bredere historische veld.</p>
<p>Natuurlijk is het gerechtvaardigd dat een specifieke onderzoeksniche zich toelegt op de oorlog als grootschalige geweldsvorm met enorme en lang doorwerkende maatschappelijke impact. Maar de oorlogsgeschiedenis heeft ook een relevantie die de oorlog en zijn weerslag nog overstijgt. De prioriteit moet dan ook zijn die bredere relevantie van de casus Belgi&#x00EB; tijdens en na <sc>woi</sc> te exploreren. Die relevantie is er omdat <sc>woi</sc> er in Belgi&#x00EB; toe leidde dat sociale processen die vaak kenmerkend worden genoemd voor de moderniteit, althans tijdelijk van richting veranderden. Belgi&#x00EB; was een van de vroegst en meest ge&#x00EF;ndustrialiseerde landen ter wereld, maar werd door de bezetter vakkundig gedesindustrialiseerd. De Belgische economie was voor de oorlog een van de sterkst geglobaliseerde, via handels- en financi&#x00EB;le netwerken vervlochten met tal van andere landen, maar wordt door de Britse zeeblokkade goeddeels op zichzelf teruggeworpen. Belgi&#x00EB; was het dichtst bevolkte en een van de meest verstedelijkte landen ter wereld, maar de oorlog stimuleerde processen van reruralisering en maakte van de landbouw weer de basis van de nationale economie. Ook staatsvormingsprocessen werden door de oorlog be&#x00EF;nvloed. De centrale administratie raakte ontredderd en het zwaartepunt van het politieke leven verschoof (verder) naar het lokale niveau. Het geweldsmonopolie van de staat raakte uitgehold door de verzwakking van de politie-aanwezigheid en de staking van het gerecht vanaf 1918. De nationale markt desintegreerde door de indeling van het land in diverse bezettingszones. Dat proces werd nog in de hand gewerkt door de beperking van de bewegingsvrijheid van de bevolking en dat in een land met een sterk vertakte verkeersinfractuur en hoge mate van mobiliteit voor de oorlog. De oorlog initieerde ook processen van deliberalisering. Het vooroorlogse Belgi&#x00EB; was zowel politiek-constitutioneel als sociaaleconomisch een liberale staat. De oorlog leidde niet enkel tot een autoritair bezettingsregime, maar ook tot sociaalpolitieke interventies van ongekende intensiteit en omvang met name op het vlak van de voedselvoorziening. Het onderzoek naar de weerslag van die fundamentele verschuivingen moet nog beginnen. Daarbij moet niet enkel de impact van de oorlog onderzocht worden, maar ook de vraag hoe na 1918 die verschuivingen al dan niet weer omgebogen werden. Zulk onderzoek opent een frisse kijk op sociale procesen die maar al te vaak vanuit lineair ontwikkelingsperspectief worden benaderd. Belgi&#x00EB; tijdens <sc>woi</sc> is dan ook niet enkel uiterst relevant als een laboratorium van de totale oorlog, maar ook als een historisch-sociologisch observatorium voor de dynamiek van sociale processen.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Jay Winter, &#x2018;Historiography 1918-Today&#x2019;, in: Ute Daniel e.a. (eds.), <italic>1914&#x2013;1918-online: International Encyclopedia of the First World War</italic> (Berlijn 2014) <sc>doi <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://dx.doi.org/10.15463/ie1418.10498">10.15463/ie1418.10498</ext-link></sc>.</p></fn>
<fn id="fn2"><p>Heather Jones, &#x2018;As the Centenary Approaches: The Regeneration of First World War Historiography&#x2019;, <italic>Historical Journal</italic> 56:3 (2013) 857&#x2013;878.</p></fn>
<fn id="fn3"><p>Voor een brede selectie van die egodocumenten zie Pieter Serrien, <italic>Oorlogsdagen. Overleven in bezet Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Antwerpen 2013).</p></fn>
<fn id="fn4"><p>M&#x00E9;lanie Bost en Chantal Kesteloot, <italic>Les comm&#x00E9;morations de la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale</italic> (Brussel 2014); Maarten van Alstein, &#x2018;Memories of War &#x0026; Peace in Flanders Fields: The Great War Centenary and the Memory Boom&#x2019;, <italic>European Review of International Studies</italic> 1:2 (2014) 31&#x2013;49; Sophie De Schaepdrijver, &#x2018;Belgi&#x00EB; &#x2019;14-&#x2019;18: een verhaal in het midden&#x2019;, <italic>Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis</italic> <italic>(<sc>btng</sc>)</italic> 42:1 (2012) 2, 189&#x2013;192; Nico Wouters, &#x2018;&#x201C;Poor little Belgium&#x201D;? De Vlaamse en Franstalige herdenkingspolitiek&#x2019;, <sc><italic>btng</italic></sc> 42:2 (2012) 198&#x2013;205; Laurence Van Ypersele, &#x2018;Les pr&#x00E9;paratifs des comm&#x00E9;morations de 14&#x2013;18 par la F&#x00E9;d&#x00E9;ration Wallonie-Bruxelles et la Wallonie&#x2019;, <sc><italic>btng</italic></sc> 42:2 (2012) 193&#x2013;197.</p></fn>
<fn id="fn5"><p>Bruno Benvindo, Beno&#x00EE;t Majerus en Antoon Vrints, &#x2018;La Grande Guerre des historiens belges&#x2019;, <sc><italic>btng</italic></sc> 44:2&#x2013;3 (2014) 170&#x2013;196; Nico Wouters, &#x2018;Historiography 1918-Today (Belgium)&#x2019;, in: Daniel e.a. (eds.), <italic>1914&#x2013;1918-online</italic>. <sc>doi <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://dx.doi.org/10.15463/ie1418.10720">10.15463/ie1418.10720</ext-link></sc>.</p></fn>
<fn id="fn6"><p>L. Lef&#x00E9;vre en J. Lorette (eds.), <italic>Belgi&#x00EB; en de Eerste Wereldoorlog. Bibliografie</italic> (Brussel 1987).</p></fn>
<fn id="fn7"><p>Michael Amara e.a., &#x2018;La recherche sur la Premi&#x00E8;re Guerre Mondiale: Un champs disciplinaire en plein d&#x00E9;veloppement&#x2019;, in: S. Jaumain e.a. (eds.), <italic>Une guerre totale?: La Belgique dans la Premi&#x00E8;re Guerre Mondiale: Nouvelles tendances de la recherche historique</italic> (Brussel 2005) 16.</p></fn>
<fn id="fn8"><p>Zie Hans Vanden Bosch, Micha&#x00EB;l Amara en Vanessa D&#x2019;Hooghe, <italic>Archievenoverzicht betreffende de Eerste Wereldoorlog in Belgi&#x00EB;</italic> (Brussel 2010).</p></fn>
<fn id="fn9"><p>Giselle Nath en Maarten van Alstein, <italic>14&#x2013;18 van dichtbij. Inspiratiegids voor lokale projecten over de Grote Oorlog</italic> (Leuven 2012); Brecht Demasure, <italic>Boeren, boter en bezetters. Onderzoeksgids landbouw, voeding en Eerste Wereldoorlog</italic> (Leuven 2013).</p></fn>
<fn id="fn10"><p>Serge Jaumain e.a. (eds.), <italic>Une &#x2018;guerre totale&#x2019;?: La Belgique dans la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale: Nouvelles tendances de la recherche historique</italic> (Brussel 2005).</p></fn>
<fn id="fn11"><p>Jan Naert, Karla Vanraepenbusch en Florent Verfaillie, <italic>Historians for the Nation?: The &#x2018;14&#x2013;18 Centenary Generation&#x2019; of Doctoral Researchers</italic> (paper colloquium <italic>War &#x0026; Fatherland</italic>, 2015).</p></fn>
<fn id="fn12"><p>Sophie De Schaepdrijver lanceerde dat beeld in <italic>De Morgen</italic>, 8 november 2013.</p></fn>
<fn id="fn13"><p>Sophie De Schaepdrijver, <italic>De Groote Oorlog. Het koninkrijk Belgi&#x00EB; tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Amsterdam 1997).</p></fn>
<fn id="fn14"><p>Annette Becker, <italic>Les cicatrices rouges: 14&#x2013;18: France et Belgique occup&#x00E9;es</italic> (Parijs 2010); Micha&#x00EB;l Bourlet, <italic>La</italic> <italic>Belgique et la Grande guerre: Les Nations dans la Grande Guerre</italic> (Saint-Cloud 2012); Larry Zuckerman,<italic>The Rape of Belgium: The Untold Story of World War <sc>i</sc></italic> (New York 2004).</p></fn>
<fn id="fn15"><p>Laurence Van Ypersele, <italic>Le roi Albert: Histoire d&#x2019;un mythe</italic> (Ottignies 1995).</p></fn>
<fn id="fn16"><p>John Horne en Alan Kramer, <italic>German Atrocities, 1914: A History of Denial</italic> (New Haven 2001).</p></fn>
<fn id="fn17"><p>Wouters, <italic>Historiography</italic>.</p></fn>
<fn id="fn18"><p>Bruno Benvindo en Beno&#x00EE;t Majerus, &#x2018;Belgien zwischen 1914 und 1918. Ein Labor f&#x00FC;r den totalen Krieg&#x2019;, in: Arnd Bauerk&#x00E4;mper en Elise Julien (eds.), <italic>Durchhalten! Krieg und Gesellschaft im Vergleich 1914&#x2013;1918</italic> (G&#x00F6;ttingen 2010) 127&#x2013;148.</p></fn>
<fn id="fn19"><p>Jeff Lipkes, <italic>Rehearsals the German Army in Belgium, August 1914</italic> (Leuven 2007); Horne en Kramer, <italic>German Atrocities</italic>.</p></fn>
<fn id="fn20"><p>Christina Kott, <italic>Pr&#x00E9;server l&#x2019;art de l&#x2019;ennemi?: Le patrimoine artistique en Belgique et en France occup&#x00E9;es, 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2006); Hubert Roland, <italic>Die deutsche literarische Kriegskolonie in Belgien 1914&#x2013;1918. Ein Beitrag zur Geschichte der deutsch-belgischen Literaturbeziehungen 1900&#x2013;1920</italic> (Wenen 1999); Jens Thiel, <italic>&#x2018;Menschenbassin Belgien&#x2019;. Anwerbung, Deportation und Zwangsarbeit im Ersten Weltkrieg</italic> (Essen 2007); Kai Rawe, <italic>&#x2018;... wir werden sie schon zur Arbeit bringen!&#x2019;. Ausl&#x00E4;nderbesch&#x00E4;ftigung und Zwangsarbeit im Ruhrkohlenbergbau w&#x00E4;hrend des Ersten Weltkriegs</italic> (Essen 2005); Christoph Schmidt-Supprian, <italic>The Antwerp Question: The Significance of the Port City of Antwerp during the First World War</italic> (Dublin 2005).</p></fn>
<fn id="fn21"><p>Geert Buelens, Matthijs De Ridder en Jan Stuyck (eds.), <italic>De Trust der Vaderlandsliefde. Over literatuur en Vlaamse Beweging 1890&#x2013;1940</italic> (Antwerpen, 2005); Lode Wils, <italic>Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging</italic> (Kalmthout 2014); Bruno Yaminne, <italic>Drang nach Westen. De fundamenten van de Duitse Flamenpolitik (1870&#x2013;1914)</italic> (Leuven 2011).</p></fn>
<fn id="fn22"><p>Recent verscheen wel Sophie De Schaepdrijver (eds.), <italic>Military Occupations in First World War Europe</italic> (Londen 2014).</p></fn>
<fn id="fn23"><p>Dani&#x00EB;l Vanacker, <italic>De Frontbeweging</italic> (Koksijde 2000).</p></fn>
<fn id="fn24"><p>Luc Vandeweyer, <italic>Koning Albert en zijn soldaten. Het Belgisch leger tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Antwerpen 2005); Luc De Vos e.a., <italic>14&#x2013;18. Oorlog in Belgi&#x00EB;</italic> (Leuven 2014). Voor de zomer en herfst van 1914 zie ook Patrick Goossens en Lieve Meiresonne, <italic>Vlaanderen Niemandsland 1914. Van gendarmen, vrijwilligers en burgerwachters tijdens de eerste oorlogsmaanden</italic> (Leuven 2009).</p></fn>
<fn id="fn25"><p>Bruno Benvindo, <italic>Des hommes en guerre: Les soldats belges entre t&#x00E9;nacit&#x00E9; et d&#x00E9;sillusion, 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2005).</p></fn>
<fn id="fn26"><p>Beno&#x00EE;t Amez, <italic>Dans les tranch&#x00E9;es: Les &#x00E9;crits non publi&#x00E9;s des combattants belges de la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale: Analyse de leurs exp&#x00E9;riences de guerre et des facteurs de r&#x00E9;sistance</italic> (Parijs 2009); Beno&#x00EE;t Amez, <italic>Vie et Survie dans les tranch&#x00E9;es belges: T&#x00E9;moignages in&#x00E9;dits</italic> (Brussel 2013); Christine Van Everbroeck en Pieter Verstraete, <italic>Le silence mutil&#x00E9;: Les soldats invalides belges de la Grande Guerre</italic> (Namen 2014).</p></fn>
<fn id="fn27"><p>Karolien Cool, <italic>Het leven van de Vlaamse krijgsgevangenen in Duitsland in de Eerste Wereldoorlog</italic> (Brussel 2002); August Thiry en Dirk Van Cleemput, <italic>Reizigers door de Grote Oorlog. De Odyssee van een Belgisch pantserkorps 1915&#x2013;1918</italic> (Leuven 2008).</p></fn>
<fn id="fn28"><p>Griet Brosens, <italic>Congo aan den Yser. De 32 Congolese soldaten van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog</italic> (Amsterdam 2013); Dominiek Dendooven en Piet Chielens (eds<italic>.</italic>),<italic> Wereldoorlog <sc>i.</sc> Vijf continenten in Vlaanderen</italic> (Tielt 2008).</p></fn>
<fn id="fn29"><p>Stanislas Horvat, <italic>De vervolging van militairrechtelijke delicten tijdens Wereldoorlog <sc>i.</sc> De werking van het Belgisch krijgsgerecht</italic> (Brussel 2009).</p></fn>
<fn id="fn30"><p>Jos Monballyu, <italic>De jacht op de flaminganten. De strafrechtelijke repressie van de Vlaamsgezinde militairen aan het IJzerfront</italic> (Brugge 2010).</p></fn>
<fn id="fn31"><p>Tom Simoens, <italic>Het gezag onder vuur. Over de conflicten tussen soldaten en hun oversten aan het IJzerfront</italic> (Brugge 2011).</p></fn>
<fn id="fn32"><p>Jos Monballyu, <italic>Deserteurs voor de Vlaamse zaak. Over de Vlaamsgezinde militairen die naar de vijand overliepen</italic> (Brugge 2012).</p></fn>
<fn id="fn33"><p>Siegfried Debaeke, <italic>De dood met de kogel. Elf arme drommels ten onrechte gefusilleerd?</italic> (Brugge 2014); idem, <italic>Onthoofding aan het IJzerfront. Het bloedstollende verhaal van een Belgische militair die door de Franse meesterbeul werd terechtgesteld</italic> (Brugge 2008).</p></fn>
<fn id="fn34"><p>Beno&#x00EE;t Amez, <italic>Je pr&#x00E9;f&#x00E8;re &#x00EA;tre fusill&#x00E9;: Enqu&#x00EA;te sur les condamnations &#x00E0; mort prononc&#x00E9;es par les conseils de guerre belges</italic> (Brussel, Parijs 2014).</p></fn>
<fn id="fn35"><p>Paul Delforge, <italic>La Wallonie et la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale: Pour une histoire de la s&#x00E9;paration administrative</italic> (Namen 2008); Christine Van Everbroeck, <italic>August Borms. Zijn leven, zijn oorlogen, zijn dood. De biografie</italic> (Amsterdam, Antwerpen 2005); Dani&#x00EB;l Vanacker, <italic>Een averechtse liberaal. Van activist tot antifascist. Leo Augusteyns en het Vlaams-nationalisme</italic> (Gent 2008); Antoon Vrints, <italic>Bezette stad. Vlaams-nationalistische collaboratie in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Brussel 2002).</p></fn>
<fn id="fn36"><p>Emmanuel Debruyne en Laurence Van Ypersele, <italic>Je serai fusill&#x00E9; demain: Les derni&#x00E8;res lettres des patriotes belges et fran&#x00E7;ais fusill&#x00E9;s par l&#x2019;occupant. 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2011); Laurence Van Ypersele en Emmanuel Debruyne, <italic>De la guerre de l&#x2019;ombre aux ombres de la guerre: L&#x2019;espionnage de 14&#x2013;18 en Belgique occup&#x00E9;e: Histoire et m&#x00E9;moire</italic> (Brussel 2004); Tammy Proctor, <italic>Female Intelligence: Women and Espionage in the First World War</italic> (New York 2003); Sophie De Schaepdrijver, <italic>Gabrielle Petit: The Death and Life of a Female Spy in the First World War</italic> (Londen 2015); Jan Van der Fraenen, <italic>Voor den kop geschoten. Executies van Belgische spionnen door de Duitse bezetter, 1914&#x2013;1918</italic> (Roeselare 2009); Emmanuel Debruyne, <italic>Le r&#x00E9;seau Edith Cavell: Des femmes et des hommes en r&#x00E9;sistance</italic> (Brussel 2015).</p></fn>
<fn id="fn37"><p>Uitzonderingen zijn Serge Jaumain en Val&#x00E9;rie Piette (eds.), <italic>Humor op oorlogspad. Brussel en de karikatuur in 14&#x2013;18</italic> (Brussel 2005); Guy Janssens, <italic>De Grooten Oorlog in Brusselse straatliedjes uit 1914&#x2013;1918</italic> (Antwerpen 2013).</p></fn>
<fn id="fn38"><p>Aurore Fran&#x00E7;ois, <italic>Guerres et d&#x00E9;linquance juvenile: Un demi-si&#x00E8;cle de pratiques judiciaires et institutionnelles envers des mineurs en difficult&#x00E9; (1912&#x2013;1950)</italic> (Brussel 2011); Beno&#x00EE;t Majerus, <italic>Occupations et logiques polici&#x00E8;res: La police bruxelloise en 1914&#x2013;1918 et 1940&#x2013;1945</italic> (Brussel 2007); M&#x00E9;lanie Bost, <italic>Traverser l&#x2019;occupation 1914&#x2013;1918: Du modus vivendi &#x00E0; la gr&#x00E8;ve, la magistrature belge face aux occupants allemands</italic> (Louvain-la-Neuve 2013).</p></fn>
<fn id="fn39"><p>Giselle Nath, <italic>Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Antwerpen 2013). Tine Van Bosstraeten, <italic>Bezet maar beschermd. Belgi&#x00EB; en de markies van Villalobar tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Leuven 2008).</p></fn>
<fn id="fn40"><p>Brecht Demasure, <italic>Boter bij de vis. Landbouw en voeding tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Leuven 2014).</p></fn>
<fn id="fn41"><p>Evelyn de Roodt, <italic>Oorlogsgasten, vluchtelingen en krijgsgevangenen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog</italic> (Zaltbommel 2000).</p></fn>
<fn id="fn42"><p>Micha&#x00EB;l Amara, <italic>Des Belges &#x00E0; l&#x2019;&#x00E9;preuve de l&#x2019;exil: Les r&#x00E9;fugi&#x00E9;s de la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale: France, Grande-Bretagne, Pays-Bas, 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2008); Jean-Pierre Popelier, <italic>Le Premier exode: La Grande guerre des r&#x00E9;fugi&#x00E9;s belges en France</italic> (Parijs 2014).</p></fn>
<fn id="fn43"><p>Dominiek Dendooven, <italic>Menenpoort &#x0026; Last Post. Ieper als heilige grond</italic> (Koksijde 2001); Johan Meire, <italic>De stilte van de salient. De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog rond Ieper</italic> (Tielt 2003); Birger Stichelbaut en Piet Chielens, <italic>De oorlog vanuit de lucht. Het front in Belgi&#x00EB; 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2013).</p></fn>
<fn id="fn44"><p>Guillaume Baclin, Laurence Bernard en Xavier Rousseaux, <italic>En premi&#x00E8;re ligne: La justice militaire belge face &#x00E0; &#x201C;l&#x2019;incivisme&#x201D;au sortir de la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale</italic> (Brussel 2010); Xavier Rousseaux en Laurence Van Ypersele (eds.), <italic>La Patrie crie vengeance!: La r&#x00E9;pression des inciviques belges au sortir de la guerre 1914&#x2013;1918</italic> (Brussel 2008); Jos Monballyu, <italic>Slechte Belgen!. De repressie van het incivisme na de Eerste Wereldoorlog door het Hof van Assisen van Brabant (1919&#x2013;1927)</italic> (Brussel 2011).</p></fn>
<fn id="fn45"><p>Gerd Hankel, <italic>Die Leipziger Prozesse. Deutsche Kriegsverbrechen und ihre strafrechtliche Verfolgung nach dem Ersten Weltkrieg</italic> (Hamburg 2003).</p></fn>
<fn id="fn46"><p>Rolande Depoortere, <italic>La question des r&#x00E9;parations allemandes et la politique &#x00E9;trang&#x00E8;re de la Belgique apr&#x00E8;s la Premi&#x00E8;re Guerre mondiale, 1919&#x2013;1925</italic> (Brussel 1997).</p></fn>
<fn id="fn47"><p>St&#x00E9;phanie Claisse, <italic>Du Soldat Inconnu aux monuments comm&#x00E9;moratifs belges de la guerre 14&#x2013;18</italic> (Brussel 2013).</p></fn>
<fn id="fn48"><p>Laurence Van Ypersele, Chantal Kesteloot en Emmanuel Debruyne, <italic>Brussel. De oorlog herdacht (1914&#x2013;2014)</italic> (Brussel 2014).</p></fn>
<fn id="fn49"><p>Leen Engelen, <italic>De verbeelding van de Eerste Wereldoorlog in de Belgische speelfilm (1913&#x2013;1939)</italic> (Leuven 2005); Karen Shelby, <italic>Flemish Nationalism and the Great War: The Politics of Memory, Visual Culture and Commemoration</italic> (Basingstoke 2014).</p></fn>
</fn-group>
<sec>
<title/>
<p><bold>Antoon Vrints</bold> (1978) is docent aan de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. Zijn belangrijkste interessevelden zijn de twee wereldoorlogen en conflictbeslechting in lange-termijnperspectief. Enkele recente publicaties: Antoon Vrints, &#x2018;Beyond Victimization: Contentious Food Politics in Belgium during World War <sc>i&#x2019;</sc>, <italic>European History Quarterly</italic> 45:1 (2015) 83&#x2013;107; Antoon Vrints en Dirk Luyten, &#x2018;De April-Meistakingen van 1943 heroverwogen. Pleidooi voor een herevaluatie van belang en betekenis&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 128:1 (2015) 69&#x2013;92; Bruno Benvindo, Beno&#x00EE;t Majerus en Antoon Vrints, &#x2018;La Grande Guerre des historiens belges, 1914&#x2013;2014&#x2019;, <italic>Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis</italic> 44:2&#x2013;3 (2014) 170&#x2013;196. E-mail: <email>antoon.vrints@ugent.be</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>