<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28127</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28127</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Verloren wereld in de Amstelbocht. Leven op Vlooienburg 1600-1815</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lucassen</surname>
<given-names>Jan</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260042</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Hell</surname><given-names>Maarten</given-names></name>
</person-group>
<source>Verloren wereld in de Amstelbocht. Leven op Vlooienburg 1600-1815</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>528 pp.</page-range>
<isbn>9789464563177</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28127"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Interdisciplinariteit, en in ons vak interdisciplinariteit van geschiedenis en archeologie, is een veel geuite wens, maar niet vaak wordt de daad bij het woord gevoegd. Zeker voor de tijd na 1600 is &#x00E9;cht interdisciplinair onderzoek zeldzaam onder historici. Dit onderzoek van Maarten Hell naar het eiland Vlooienburg, nu de plek in hartje Amsterdam waar de Stopera staat, is hierop een gelukkige uitzondering.</p>
<p>De al aardig onderkomen buurt en haar bewoners kregen een zware slag te verduren in de Tweede Wereldoorlog. De toen 85 &#x00E0; 90 procent joodse inwoners werden, op een enkeling na, gedeporteerd naar de vernietigingskampen, waarvan slechts weinigen terugkeerden. Zij troffen bij terugkomst een buurt aan waarvan bijna de helft van de huizen was gesloopt of geplunderd, en het stadsbestuur heeft nooit overwogen de buurt te herstellen. In tegendeel, het voltooide de sloop om plaats te maken voor een nieuw stadhuis. In het kader hiervan hebben stadsarcheologen in 1981-1982 de kans gekregen om het hart van Vlooienburg, de middelste twee van zes huizenblokken, grondig te onderzoeken. Van een honderdtal percelen en vooral uit de daarachter gelegen beerputten verzamelden zij talloze voorwerpen, die tegenwoordig opgeslagen liggen in duizend kratten in gemeentelijke depots. Zoals helaas bijna gebruikelijk in dit soort gevallen, was dit lange tijd het einde van het feest en waren behalve de kratten enkel ongepubliceerde opgravingsrapporten de stille getuigen van de in de zeventiende en achttiende eeuw zo bruisende buurt. Gelukkig kwam hierin na 35 jaar verandering door een <sc>nwo</sc>-onderzoeksproject van de Universiteit van Amsterdam, de gemeentelijke afdeling Monumenten en Archeologie en het Joods Museum. Daarbij werden de opgegraven resten nauwkeurig geanalyseerd en werd er een visuele reconstructie van het zeventiende-eeuwse Vlooienburg gemaakt. Ook kreeg Maarten Hell de opdracht om de panden (zowel de huizen als de er gevestigde bedrijven en religieuze instellingen) en hun bewoners te lokaliseren en identificeren aan de hand van een brede selectie aan schriftelijke bronnen &#x2013; een taak hem wel is toevertrouwd als auteur van het succesvolle Nijmeegse proefschrift <italic>De Amsterdamse Herberg 1450-1800. Geestrijk centrum van het openbare leven</italic> uit 2017. Deze achtergrond is belangrijk om dit boek naar waarde te schatten, want het heeft de auteur prachtige mogelijkheden geboden, maar ook beperkingen opgelegd.</p>
<p>Eerst de mogelijkheden. Die worden meteen duidelijk wanneer men het boek openslaat. In de paragraaf &#x2018;Tappen&#x2019;, bijvoorbeeld, staat niet alleen een sprekende afbeelding van een eenvoudige biertapkelder, maar ook een van drie opgegraven bekers voor koffie en chocolade, een mooie illustratie van de gedeeltelijke overgang van bier en wijn &#x2013; deels via gedistilleerd &#x2013; naar meer koffie, thee en ook chocoladedranken. Uit de aard van de gebruikte grondstoffen en hun bewerking volgt dat sommige materi&#x00EB;le resten van het dagelijks leven overvloediger zijn teruggevonden dan andere: meer gebroken vaatwerk, metalen voorwerpen en vooral botjes dan bijvoorbeeld edelmetaal of textiel, hoewel ook dat laatste niet geheel afwezig is. Weliswaar eindigden de meeste kleren als lompen en, indien niet ge&#x00EB;xporteerd, vervolgens als papier, maar fragmenten van kostbare stoffen van een trijpwerker uit de Lange Houtstraat zijn toch keurig geconserveerd. Tezamen maken de voorwerpen en beschrijvingen, door Hell overvloedig opgediept uit het stadsarchief, het dagelijks leven aanschouwelijk zoals je zelden ziet.</p>
<p>Maar deze interdisciplinariteit heeft niet alleen voordelen. Dit geldt zeker bij het componeren van een boek, wat immers iets anders is dan een opgravingsverslag. Hell heeft ervoor gekozen een groot deel van zijn tekst, hoofdstukken drie tot en met zeven, in te delen naar de inkomensbronnen van de inwoners: de handel, de nijverheid, de kleinhandel, de voedselvoorziening en de genees- en genotmiddelen. Net als de hoofdstukken over de huizen en de huishoudens, waar ook scholing en spel aan de orde komen, is dit fascinerende stof. Deze indeling biedt echter weinig mogelijkheden een meer algemene vraagstelling te ontwikkelen of langetermijnontwikkelingen te schetsen &#x2013; al gaat dat wel op deelonderwerpen, zoals uit het voorbeeld van het drankgebruik blijkt.</p>
<p>Toch gaat Hells belangstelling wel degelijk uit naar ontwikkelingen op de lange termijn, zoals blijkt uit zijn tweede hoofdstuk, waarin hij onder de opvallende titel &#x2018;Hutspot&#x2019; systematisch de godsdienstige gezindheid van de inwoners behandelt, respectievelijk remonstranten (inclusief hun verhouding tot de gereformeerden, die geen afzonderlijke paragraaf krijgen), Brownisten, Sefardische en Asjkenazische joden, lutheranen, katholieken en calvinistische Walen. Daaruit, ondersteund door een steekproef uit de ondertrouwregisters (429), blijkt een interessante verschuiving van een overwegend protestantse naar een overwegend joodse (en daarbinnen Hoogduitse) bevolkingssamenstelling. De ontwikkeling van de verhouding tussen die bevolkingsgroepen en de belangrijke rol van het stadsbestuur en de ambachtsgilden daarbij komen op verschillende plaatsen en passant aan de orde, maar in het bijzonder in enkele paragrafen van hoofdstuk tien en hoofdstuk elf.</p>
<p>Toevalligerwijs verscheen niet lang voor het boek van Hell <italic>Migratie als <sc><sc>dna</sc></sc> van Amsterdam, 1550-2021</italic> van de hand van mijn broer Leo en mij, onder meer met een bijdrage van Bart Wallet over joods Amsterdam. Helaas hebben Hell en wij niet van elkaars resultaten en inzichten gebruik kunnen maken. Hoewel Hell geen expliciete conclusies trekt (en zijn boek eindigt met een epiloog over de buurt in de negentiende en twintigste eeuw), ben ik geneigd te stellen dat zijn diepgaande beschrijving van de Vlooienburgse samenleving onze conclusies onderschrijft over het samengaan van massa-immigratie, met name van buitenlanders vanaf ongeveer 1600, met economische bloei. Op basis van de thematische hoofdstukken van Hell kan ook de conclusie getrokken worden dat nieuwkomers in het algemeen in staat waren om zich langzaam maar zeker een succesvolle positie te verwerven, maar dat dit in ieder geval voor de zeventiende en achttiende eeuw veel minder gold voor joodse immigranten en hun nakomelingen, ondanks de in Europees perspectief zeer gunstige &#x2013; maar desondanks duidelijk discriminerende &#x2013; voorwaarden. Wat ik uit de diepgaande beschrijvingen van deze processen in ieder geval van Maarten Hell heb geleerd, is met hoeveel pijn en moeite, maar ook plezier, deze in heel algemene termen gegoten geschiedenis zich in het dagelijks leven voltrok. Hier zie je integratieprocessen in de praktijk.</p>
</body>
</article>