<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28125</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28125</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Heyrman</surname>
<given-names>Peter</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1"><sc>kadoc, ku</sc> Leuven</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260040</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Rutten</surname><given-names>Hans</given-names></name>
</person-group>
<source>Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)</source>
<publisher-loc>Utrecht</publisher-loc>
<publisher-name>Eburon</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>328 pp.</page-range>
<isbn>9789463015585</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28125"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Dit boek is de herwerkte en aangevulde masterscriptie in de theologie die de auteur in maart 2023 indiende aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Rutten, een notarieel juridisch expert, studeerde in de jaren tachtig filosofie en theologie en behaalde recent ook nog een licentiaat Rechtsgeleerdheid aan diezelfde universiteit. De resultaten van zijn onderzoek vonden al een weerslag in het artikel &#x2018;Een spoor van gerechtigheid. Diaconie in de rooms-katholieke kerk in Nederland 1965-2022&#x2019; in het <italic>Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis</italic> in december 2023.</p>
<p>Voor wie niet vertrouwd is met het christelijke jargon wil ik toch even aanstippen dat het uit het Grieks stammende begrip diaconie of &#x2018;dienst aan de gemeenschap&#x2019; verwijst naar hoe kerkelijke actoren en structuren, parochies in het bijzonder, hulp bieden aan mensen in armoede of sociale kwetsbaarheid. Daarbij refereren ze vaak naar de christelijke deugd van caritas en de opdracht tot naastenliefde en barmhartigheid. Rutten focust in het bijzonder op de wijze waarop dit engagement werd ingevuld en in de praktijk gebracht in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland van 1965 tot 2025. Hij doet dat naar eigen zeggen &#x2018;in samenhang met de geschiedenis van de Nederlandse kerkprovincie in het algemeen, andere vormen van katholieke armenzorg, de katholieke theologie, het sociaal onderricht en met name ook in samenhang met de sociaaleconomische ontwikkelingen in Nederland&#x2019; (17).</p>
<p>Ruttens analyse focust dus op de periode na 1965, toen met de Algemene Bijstandswet de armenzorg in Nederland formeel onder staatsverantwoordelijkheid werd geplaatst. Tevoren, in het bijzonder na de Armenwet van 1854, droegen de kerken de belangrijkste verantwoordelijkheid. Die voorgeschiedenis wordt door de auteur kort behandeld in een proloog. In zijn scriptie sloot Rutten zijn analyse af in 2006, maar voor dit boek schreef hij een aanvullend maar jammer genoeg wat opsommend hoofdstuk over de ontwikkelingen in de daaropvolgende decennia. Daar gaat hij onder meer uitgebreid in op de geschiedenis van de uit het arbeidspastoraat gegroeide oecumenische Dienst Industri&#x00EB;le Samenwerking vanwege de Kerken (<sc>disk</sc>, 1972-2014), waarvan het steunfonds de uitgave van dit boek mogelijk maakte.</p>
<p>Hoewel de auteur zeer bescheiden blijft en de resultaten van zijn onderzoek herhaaldelijk als onvolledig en verkennend bestempelt, mag toch worden onderlijnd dat dit boek pionierswerk is. Het behandelt een tot vandaag duidelijk onderbelicht onderwerp. De Nederlandse kerkhistorici, maar ook andere onderzoekers die schreven over de geschiedenis en de impact van het Nederlandse katholicisme in de negentiende en twintigste eeuw, gingen nauwelijks in op de katholieke armenzorg. Rutten verwijt die historiografie een te &#x2018;hoogkerkelijk en emancipatoir&#x2019; perspectief, waarmee hij bedoelt dat er te veel aandacht uitging naar de kerkelijke instituties en hi&#x00EB;rarchie enerzijds, en naar de christelijke sociale bewegingen anderzijds &#x2013; die voor arbeiders in het bijzonder. Naast die ontvoogdende maatschappelijke organisaties en hun voorzieningen bleven katholieke gemeenschappen zich ook bijzonder toeleggen op armenzorg. Denk daarbij aan (parochiale) actiegroepen, allerhande collectes, solidariteitsfondsen, voedselbanken, dienstverlenende secretariaten, buddy-systemen, inloophuizen, initiatieven in de sociale economie, enzovoort. Die katholieke armenzorg, vaak bestempeld als liefdadigheid, had een wat paternalistische reputatie en was (wellicht daarom) veel minder voorwerp van onderzoek. Dit boek plaatst dit engagement nadrukkelijk op de voorgrond.</p>
<p>Rutten focust vooral op de impact van de evoluerende katholieke sociale leer op dat werkingsveld van de Nederlandse Kerk. Dat levert tal van scherpe analyses op, bijvoorbeeld over hoe het Tweede Vaticaans Concilie de lont stak aan een vurige beweging die in de activistische jaren 1960 en 1970 ijverde voor democratie, rechtvaardige maatschappelijke structuren en systeemverandering, duidelijk ge&#x00EF;nspireerd door de radicale keuze voor de armen van de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie. Het begrip diaconie bood een moderne vlag en oogde bovendien minder bevoogdend dan het traditionele concept caritas. Leken namen daarbij uitdrukkelijk het voortouw en hoopten uit die diaconie een nieuwe theologische taal en kerkgemeenschap te laten groeien, van onderuit, democratisch en met open structuren. In de institutionele Kerk werd die progressieve, activistische stroming ingedamd door meer conservatieve stemmen. De afnemende omvang en impact van de katholieke kerkgemeenschap in Nederland, de &#x2018;krimp&#x2019; aldus Rutten, zette het debat verder op scherp. Critici vroegen zich af of de afnemende middelen van de Kerk niet eerder moesten worden ingezet voor geloofsverkondiging dan voor maatschappelijke dienstverlening.</p>
<p>Rutten gaat ook in op de gevolgen van de &#x2018;versobering&#x2019; van de Nederlandse verzorgingsstaat, bijvoorbeeld met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (<sc>wmo</sc>, 2007) en de Participatiewet (2015). Het groeiend aantal mensen in armoede was als gevolg van die wetten meer en meer aangewezen op informele zorg en private steunverlening. Kortom, de &#x2018;vermaatschappelijking&#x2019; van de armenzorg in Nederland bood nieuwe kansen aan de katholieke Kerk en die speelde er, ondanks het teruglopend aantal gelovigen en personeelsleden, uitdrukkelijk op in. Daarbij werd ook in toenemende mate samengewerkt met anders- of niet-gelovigen en met de overheid. Over de dialoog van de katholieken met die partners vernemen we dan weer weinig.</p>
<p>Rutten baseerde zijn onderzoek louter op literatuur en gepubliceerd bronnenmateriaal, bijvoorbeeld tal van eigentijdse tijdschriften en rapporten. Hij raadpleegde geen archieven en nam ook geen interviews af. Hoewel zijn bibliografie beslist indrukwekkend mag worden genoemd, maakt die keuze zijn verhaal wel wat abstract, met een bijzondere focus op conceptuele discussies. Een ander gemis vond ik dat dit boek de armoedezorg door religieuze orden en congregaties grotendeels buiten beschouwing laat, hoewel de auteur zelf aanstipt dat die ondanks hun dalende ledencijfers een grote impact behielden, ook op de fondsenwerving.</p>
<p>De spanwijdte van deze studie blijft zeer Nederlands. Op de ontwikkelingen buiten de landsgrenzen wordt, met uitzondering van de leiding van de Katholieke Kerk in Rome, nauwelijks ingegaan. Recent onderzoek voor Frankrijk en Belgi&#x00EB; maakt nochtans duidelijk hoe intensief er visies en actiemodellen werden uitgewisseld tussen de katholieke caritatieve initiatieven en netwerken in West-Europa. Het gradueel minder bevoogdend vertoog van de Katholieke Kerk over mensen in armoede werd ook in belangrijke mate internationaal vormgegeven. Caritas International krijgt in dit boek welgeteld &#x00E9;&#x00E9;n vermelding (250). Een verwijzing naar de opkomende vierdewereldbeweging met Agir tous pour la dignit&#x00E9; quart monde (<sc>atd</sc>) en priester Joseph Wresinski (1917-1988) heb ik niet teruggevonden. We vernemen ook niet of en hoe de initiatieven van de Nederlandse Katholieke Kerk internationaal weerklank vonden.</p>
<p>Ook de mensen in armoede zelf komen niet aan bod. Toegegeven, dat is een euvel van wel meer studies over armenzorg. Om hen een stem te geven, ontbreken veelal de vereiste bronnen. Maar we vernemen ook weinig over de bijzondere doelgroepen van de katholieke caritas of bijvoorbeeld over hoe de Nederlandse Kerk omging met de kansarmoede van (arbeids)migranten met een vaak andere (islamitische) geloofsovertuiging. Hoe succes- en impactvol was die Nederlandse katholieke diaconische beweging? Een vergelijking met andere (geloofs)gemeenschappen en landen ontbreekt. Studies over andere nationale contexten tonen hoe religieus ge&#x00EF;nspireerde solidariteitsinitiatieven net een verschil maakten door hun vermogen om nieuwe behoeften en kansengroepen te detecteren en die ook flexibel en met innovatieve werkvormen te ondersteunen.</p>
<p>Misschien moeten bovenstaande vragen niet zozeer als kritieken maar als aandachtspunten voor verder onderzoek worden beschouwd. Voor dat verder studiewerk biedt de studie van Rutten alvast een waardevol vertrekpunt.</p>
</body>
</article>