<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28123</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28123</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Het begon in Deventer. De waarden van de Moderne Devotie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Dijk</surname>
<given-names>Mathilde</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksuniversiteit Groningen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260038</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>van Raak</surname><given-names>Ronald</given-names></name>
</person-group>
<source>Het begon in Deventer. De waarden van de Moderne Devotie</source>
<publisher-loc>Meppel</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>160 pp.</page-range>
<isbn>9789024470266</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28123"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Sinds negentiende-eeuwse theologen en historici zoals Willem Moll de moderne devotie herontdekten, is deze laatmiddeleeuwse beweging in een cyclus beland van vergeten en herinnerd worden. In de eerste versie van de Canon van de Nederlandse geschiedenis had zij bijvoorbeeld geen apart venster. De afgelopen jaren zetten geleerden als de neerlandicus Herman Pleij de moderne devoten neer als vertegenwoordigers van het veronderstelde Nederlands volkskarakter: nuchter, praktisch en wars van kouwe drukte. De Rotterdamse bijzonder hoogleraar en oud-Eerste Kamerlid voor de <sc>sp</sc> Ronald van Raak voegt een nieuwe dimensie toe aan de herinnering aan de moderne devotie. Als bekleder van de leerstoel Erasmiaanse waarden is hij in zijn boek op zoek gegaan naar de waarden van de moderne devoten. Hij vraagt zich af wat deze zijn en of die ook in de huidige zeer geseculariseerde en ge&#x00EF;ndividualiseerde samenleving inspirerend kunnen zijn. Voor hem ligt de noodzaak van zijn zoektocht in de omstandigheid dat met het wegvallen van kerkelijke verbanden ook de noodzakelijke verbinding tussen mensen lijkt te verdwijnen. En passant bekritiseert hij de eenzijdige historiografische gerichtheid op het westen van het huidige Nederland. Hij merkt terecht op dat in de middeleeuwen het politieke en culturele zwaartepunt eerder in de Zuidelijke Nederlanden lag, terwijl de moderne devotie in het oosten ontstond, in de machtige en welvarende Hanzestad Deventer.</p>
<p>In zijn toegankelijk geschreven boek gaat Van Raak eerst in op de negatieve beoordeling van de devoten door sommige prominente historici. Johan Huizinga, bijvoorbeeld, had weinig goede woorden over voor deze &#x2018;eenvoudige mannetjes en vrouwtjes&#x2019;, in zijn ogen bekrompen en burgerlijk. Een ander voorbeeld vindt Van Raak in Sandra Langereis&#x2019; Erasmusbiografie. De humanist had zijn schooltijd doorgebracht in Deventer en &#x2019;s-Hertogenbosch. In de laatste stad was hij ook gehuisvest door de plaatselijke broeders van het gemene leven. Langereis geeft wel toe dat vernieuwer Erasmus in zijn jeugd in devote kringen had verkeerd, maar constateert dat de beweging helemaal niets aan diens intellectuele ontwikkeling had bijgedragen.</p>
<p>Van Raak onderzoekt de geldigheid van dergelijke beelden. In de eerste helft van het boek biedt de auteur een overzicht van de geschiedenis van de moderne devotie. Hij geeft een schets van de context van de moderne devotie in de opkomende steden van de late middeleeuwen, in dit geval de Hanzesteden Deventer en iets later ook Zwolle en Kampen. Hierbij gaat hij onder meer in op de verwoestende impact van de pest. Geert Grote (1340-1384), de Deventer kanunnik en canoniek jurist die als initiator wordt gezien, verloor als kind zijn ouders en zou uiteindelijk ook zelf aan de ziekte overlijden. Speciale aandacht besteedt hij aan het feit dat vrouwen zich als eersten aaneen sloten in gemeenschappen zonder geloften. Daar lag de nadruk op deugden als ootmoed en gehoorzaamheid. Ook ziet Van Raak vrouwen als de belangrijkste beoefenaren van mystiek, die bij hen altijd gericht was op de gemeenschap.</p>
<p>Startend met Thomas a Kempis&#x2019; <italic>Navolging van Christus</italic> wijdt Van Raak de tweede helft van het boek aan de doorwerking van de moderne devotie in latere denkers, in het bijzonder noordelijke humanisten zoals Agricola, Cusanus en Erasmus. Net als andere devoten vond Thomas dat alle gelovigen heilige teksten dienden te bestuderen en daaruit conclusies moesten trekken over hun levenswijze. De humanisten breidden dit corpus uit met klassieke teksten. Erasmus meende dat het bij dat onderzoek niet alleen diende te gaan over het herontdekken van oude teksten, maar ook om het ontdekken van betekenis voor het heden.</p>
<p>Dit is eigenlijk wat Van Raak zelf ook doet, en hij worstelt ermee. Als laatmiddeleeuwse beweging staat de moderne devotie nu eenmaal nogal ver van ons af. De innige vroomheid van de devoten is voor geseculariseerde mensen moeilijk na te voelen, evenals hun nadruk op soms nogal abject overkomende nederigheid en gehoorzaamheid. Het verleden gebruiken als inspiratiebron voor nu is volstrekt legitiem, maar deze recensent had wel graag gezien dat er, zelfs in een publieksboek als dit, enige theoretische reflectie was geweest. Er is immers een verschil tussen het bestuderen van een fenomeen uit historische belangstelling, om zo goed mogelijk te begrijpen wat het in zijn eigen context inhield en betekende, en het gebruiken daarvan als inspiratiebron voor nu. Met zijn interesse voor het laatste past Van Raak in de hedendaagse beweging van Franse historici als Pierre Nora of al diegenen die zich met erfgoedstudies bezighouden. Nora onderzocht hoe bepaalde historische fenomenen een rol gingen spelen in de vorming van hedendaagse identiteiten in Frankrijk. Ook in erfgoedstudies wordt de inzet van het verleden voor hedendaagse doelen benadrukt.</p>
<p>Op zijn minst moet het verschil tussen het bestuderen van geschiedenis vanuit historische belangstelling of vanuit een vraagstelling gericht op het vinden van inspiratie voor nu explicieter gemaakt worden. Van Raak beschrijft zowel de geschiedenis van de moderne devoten en hun invloed op het latere humanisme als de bruikbaarheid van hun waarden voor nu. Hij maakt geen onderscheid tussen die twee projecten: operationalisering van het laatmiddeleeuwse verleden is wezenlijk iets anders dan speuren naar wat er toen speelde. Het gevaar is altijd dat gewenste beelden terug worden geprojecteerd op het verleden. Van Raak ontsnapt hier niet helemaal aan: ik denk dat moderne devoten nogal raar zouden hebben opgekeken bij het gelijkheidsideaal dat hij hen toeschrijft. Bovendien was de idee dat alle gelovigen in staat waren om God te vinden vanaf het begin in het christendom aanwezig. Die opvatting is dus niet uniek voor de devoten. Hetzelfde geldt voor het verlangen te groeien in gemeenschap, dat ingebakken zit in het leven in religieuze gemeenschappen: er worden hele cursussen georganiseerd waarin de benedictijner orde als model voor het hedendaagse bedrijfsleven wordt voorgesteld. De idee dat mystici in afzondering opereren is achterhaald: bijvoorbeeld bij begijnen en begarden, in veel opzichten voorlopers van de devoten, is duidelijk dat zij hun mystieke kennis juist krijgen om die in te zetten voor de gemeenschap.</p>
<p>Wellicht onvermijdelijk in een kort boek als dit is dat het nogal oppervlakkig is. Van Raak wil veel: een geschiedenis van devoten en humanisten schrijven &#x00E9;n een voorstel doen voor waarden. Voor dat laatste was er meer te halen geweest bij een diepgaandere bestudering van bepaalde teksten, zoals de zusterboeken of werken van Thomas a Kempis, om zo hun gemeenschappelijk streven naar navolging van Christus en hoe zij elkaar daarbij hielpen in het licht te stellen. Iets meer couleur locale had het boek nog interessanter gemaakt: in het hoofdstuk &#x2018;De eigen taal van de zusters&#x2019; vond ik het een gemiste kans om helemaal niet in te gaan op het specifieke jargon dat zij gebruikten.</p>
<p>Van Raak is te prijzen voor zijn poging om de moderne devotie betekenis te geven in de huidige tijd. Hij verschilt van zijn vele voorgangers door zijn nadruk op de potenti&#x00EB;le rol van devote denkbeelden in de geseculariseerde samenleving. Ook mooi is hoe hij de veronderstelde tegenstelling tussen de devoten en humanisten ondergraaft, zoals bijvoorbeeld Langereis die ventileert. In plaats daarvan wijst Van Raak naar onderlinge relaties en verwante denkbeelden tussen die twee groepen, zonder daarbij de verschillen uit het oog te verliezen. De verdienste van de moderne devotie ziet Van Raak in de ruimte die zij bood voor eenieders zoektocht naar het ware en het goede, zonder te vervallen in zelfgerichtheid. Hiermee geeft hij een welkome aanzet voor een hernieuwde discussie van wat de devoten ons vandaag nog te bieden hebben.</p>
</body>
</article>