<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28120</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28120</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Palace of Commerce: Amsterdam&#x2019;s City Hall in the Seventeenth Century</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Petram</surname>
<given-names>Lodewijk</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Huygens Instituut</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260035</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>den Hollander</surname><given-names>Maurits</given-names></name>
<name><surname>Wessels</surname><given-names>Bob</given-names></name>
</person-group>
<source>Palace of Commerce: Amsterdam&#x2019;s City Hall in the Seventeenth Century</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>104 pp.</page-range>
<isbn>9789464551617</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28120"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het idee voor <italic>Palace of Commerce</italic> ontstond toen de auteurs na een bezoek aan het Paleis op de Dam een beetje teleurgesteld in de museumwinkel rondneusden. Hoewel daar veel boeken over de geschiedenis van het gebouw lagen, zat er geen tussen dat precies behandelde waar Den Hollander en Wessels benieuwd naar waren. Ze besloten dat boek vervolgens zelf te schrijven. <italic>Palace of Commerce</italic> behandelt in kort bestek de functie van het gebouw in de zeventiende eeuw, toen het als stadhuis gebouwd werd en onderdak bood aan verschillende bestuurlijke, gerechtelijke en commerci&#x00EB;le organen en instellingen. Achtereenvolgens komen in bondige hoofdstukken de burgemeesters, de schout en schepenen, de Vroedschap, de Secretarie en de Thesorie aan bod. Zo krijgt de lezer een overzicht van het bestuur van de stad, de rechtspraak, de stedelijke administratie en het financi&#x00EB;le beheer. Ook is er aandacht voor de Kamer van Assurantie en Avarij, de Desolate Boedelkamer en de Weeskamer. Deze instellingen hielden zich bezig met verzekeringszaken rond schepen en ladingen, afwikkeling van faillissementen en de behartiging van de belangen en het beheer van de bezittingen van minderjarige wezen. Deze mooi ge&#x00EF;llustreerde hoofdstukken worden afgewisseld met korte vensters waarin de auteurs iets meer vertellen over de geschiedenis van Amsterdam of een specifieke casus uitlichten. Na het hoofdstuk over de Weeskamer volgt bijvoorbeeld een venster over Titus van Rijn, de zoon van Rembrandt, dat een voorbeeld geeft van een zaak die door de Weeskamer werd behandeld.</p>
<p>Op sommige punten komt het boek heel goed uit de verf. Historicus Den Hollander en jurist Wessels zijn op hun sterkst als ze zich op het terrein van hun gedeelde interesse begeven: de rechtsgeschiedenis. Niet geheel ontoevallig is vooral het hoofdstuk over de Desolate Boedelkamer goed gelukt; hier hebben de beide auteurs eerder veel onderzoek naar gedaan. Het hoofdstuk geeft een toegankelijke inleiding op de werkwijze van deze stedelijke instelling die zich bezighield met de afwikkeling van faillissementen. Aan de hand van de zaak van de insolvente koopman Abraham Sena vertellen de auteurs over de procedure die de Desolate Boedelkamer hanteerde. Sena was een koopman die voornamelijk met Frankrijk handelde en in 1685 in financi&#x00EB;le problemen raakte. Net als de Griekse mythologische figuur Icarus, van wie een sculptuur van de hand van Artus Quellinus de ingang tot de Desolate Boedelkamer siert, had Sena te veel risico genomen. Icarus vloog te dicht bij de zon, Sena had te veel schulden. De Desolate Boedelkamer bemiddelde bij een overeenkomst tussen Sena en zijn schuldeisers die ervoor zorgde dat Sena&#x2019;s schulden hem niet voor de rest van zijn leven in hun greep zouden houden. Hiermee duiden Den Hollander en Wessels ook meteen het belang van deze instelling voor de stad: zij zorgde ervoor dat Amsterdammers die hun schulden niet meer konden financieren gauw weer een bijdrage aan de stedelijke economie konden leveren door hen in de eerste plaats te helpen bij de afwikkeling van hun financi&#x00EB;le verplichtingen.</p>
<p>Daarnaast geven de auteurs een goed overzicht van het bestuur van de stad in de zeventiende eeuw. De lezer wordt meegenomen van de ene zaal van het stadhuis naar de volgende en leert over het mandaat van de burgemeesters, de verhouding tussen de burgemeesters en de schepenen, en het belang van de secretarissen die werkzaam waren in de Secretarie. Vooral de procedurele kant van het verhaal krijgt aandacht. De praktijk blijft naar mijn mening vaak wat onderbelicht. Zeker voor een boek dat zijn oorsprong vond in een gebrek in het assortiment van de museumwinkel had ik meer aansprekende voorbeelden verwacht. Zo komt de Kamer van Kleine Zaken, een rechtbank waar bijvoorbeeld zedendelicten werden behandeld, alleen zijdelings aan bod in een passage over de juridische kennis en ervaring van de schepenen. De auteurs vertellen dat deze rechtbank net als de andere lagere rechtscolleges van de stad werd voorgezeten door een meer ervaren schepen. Zijn collega&#x2019;s met een kortere staat van dienst konden van hem de fijne kneepjes van het vak leren. Maar korte, nogal institutionele beschrijvingen als deze bieden te weinig om echt gevoel te krijgen voor wat er zich in de zeventiende eeuw in dit gebouw afspeelde. Het boekje is natuurlijk niet bedoeld als een uitputtende geschiedenis van het stadhuis, maar de auteurs hadden meer aandacht mogen geven aan de dagelijkse praktijk. Hoe vaak gingen Amsterdammers naar het stadhuis? Wat deden ze daar? Wat voor zaken behandelden de Kamer van Kleine Zaken en de andere rechtbanken? En hoe ging het er dan aan toe in de rechtszaal?</p>
<p>Verder wordt niet helemaal duidelijk waarom de auteurs als titel <italic>Palace of Commerce</italic> gekozen hebben. Natuurlijk, de Desolate Boedelkamer en de Kamer van Assurantie en Avarij waren economisch gezien belangrijk voor de stad. Hetzelfde geldt voor de praktijk van schepenkennissen (offici&#x00EB;le registraties van leningen), waarvoor Den Hollander en Wessels een goede, bondige uitleg en rechtshistorische duiding geven. En vooral ook de in het stadhuis gevestigde Wisselbank, waarvoor helaas een niet helemaal toereikende beschrijving wordt gegeven als onderdeel van het hoofdstuk over de Thesorie, was belangrijk voor de ontwikkeling van Amsterdam als centrum van handel en financi&#x00EB;n. Maar dit is al met al maar een deel van het boek. Dat de auteurs een prettige inleiding geven op het bestuur en de rechtspraak in vroegmodern Amsterdam, valt op basis van titel en flaptekst niet te vermoeden.</p>
<p>Het is duidelijk dat Den Hollander en Wessels graag een internationaal, breed publiek (waaronder bezoekers van de museumwinkel van het Paleis op de Dam) hebben willen bedienen. Daarom hebben zij hun boek in het Engels geschreven en er ook bijvoorbeeld een wat losstaand venster over de <sc>voc</sc> in opgenomen. Ook blijven ze weg van historiografische en methodologische beschouwingen. Secundaire literatuur wordt gebruikt als bron voor feitelijke informatie; niet om verschillende perspectieven op de geschiedenis van het stadhuis en het stedelijke bestuur van Amsterdam te belichten. Voor archiefbronnen geldt hetzelfde. Bij hun bespreking van de afhandeling van het faillissement van Abraham Sena hebben zij verwijzingen naar de betreffende archiefstukken opgenomen, zonder verder in te gaan op het type bron en de bruikbaarheid voor historisch onderzoek. Terecht, gezien het karakter van dit boek.</p>
<p>Toch denk ik dat de internationale, niet-specialistische doelgroep beter bediend zou zijn met een Engelse vertaling van <italic>Het Stadspaleis</italic> van Geert Mak, een boek dat de auteurs overigens niet noemen in de literatuurlijst. Mak gaat anekdotischer te werk, maar brengt de functie van het stadhuis en de rol van het gebouw in de stad wel meer tot leven. Van Den Hollander en Wessels zie ik heel graag een uitgebreidere studie van bestuur en rechtspraak in vroegmodern Amsterdam tegemoet.</p>
</body>
</article>