<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28117</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28117</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De Tachtigjarige Oorlog in Europese ogen. De internationale geschiedenis van een nationaal verhaal</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hart</surname>
<given-names>Marjolein &#x2018;t</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Vrije Universiteit Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260032</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Fagel</surname><given-names>Raymond</given-names></name>
<name><surname>P&#x00E9;rez</surname><given-names>Yolanda Rodr&#x00ED;guez</given-names></name>
</person-group>
<source>De Tachtigjarige Oorlog in Europese ogen. De internationale geschiedenis van een nationaal verhaal</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789024470013</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28117"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>We kennen allemaal het standaardverhaal over de Tachtigjarige Oorlog met Willem van Oranje en de geuzen als helden en koning Filips <sc>ii</sc> en de hertog van Alva als de tirannieke slechteriken. Maar buiten de noordelijke Nederlanden bestonden er in het Europa van de zestiende en zeventiende eeuw andere verhalen, van Schotland en Portugal tot en met Polen en het Ottomaanse Rijk. In landen waar het protestantisme een behoorlijke voet aan de grond had gekregen, was het oordeel over de opstandelingen gunstiger dan waar de katholieken nog oppermachtig waren. Maar ook binnen die twee groepen was er volop variatie te zien. In dit boek bundelen Raymond Fagel en Yolanda Rodr&#x00ED;guez P&#x00E9;rez een ruim scala aan internationale percepties van de Tachtigjarige Oorlog. De bijdragen aan deze bundel brengen ons zo inzichten die meer nuance geven dan een simpele tegenstelling tussen katholiek en protestant.</p>
<p>De Fransen beschouwden de oorlog niet als een scherpe goed-fout tegenstelling. Veeleer lag de oorzaak van de Opstand volgens hen in de twisten tussen de edelen in de Lage Landen. Rosanne Baars noteert daarbij dat de Franse calvinisten opmerkelijk genoeg Lodewijk van Nassau een grotere heldenstatus toekenden dan Oranje. Terwijl in Frankrijk veel valse geruchten de ronde deden over de vraag of Maurits van Oranje nu was vermoord of niet, of dat Filips <sc>ii</sc> nu echt een keer overleden was, hield men in Engeland juist zeer goed de ontwikkelingen in de Nederlanden in de gaten. Arthur der Weduwen beschrijft hoe men aanvankelijk vrij positief tegenover de opstandelingen stond, maar dat dit veranderde toen Nederland zich op koloniaal gebied ging ontplooien en een geduchte handelsconcurrent van de Engelsen werd.</p>
<p>In het Staatse leger vochten tienduizenden Engelse soldaten mee, maar ook vanuit Schotland vertrokken velen om de opstandelingen te helpen. Dit waren vaak felle calvinisten, die de strijd in de Nederlanden als een verlengstuk zagen van de burgeroorlog in hun eigen land. Jack Abernethy laat zien hoezeer Maurits graag op hen vertrouwde, vooral bij precaire aangelegenheden zoals de doorvoering van de zuiveringen in de Hollandse steden. Daarentegen was het beeld in Denemarken veel minder eenduidig. Liesbeth Geevers analyseert hoe de Deense koning aan de ene kant op de hand van Willem van Oranje was, die hij persoonlijk goed kende. Ondertussen probeerde hij elke openlijke steun te vermijden om zijn goede relaties met de Duitse keizer niet te beschadigen.</p>
<p>In de Duitse gebieden speelde er op politiek gebied eenzelfde soort strijd als in de Nederlanden, met steden en staten die hun vrijheden tegen een vorst verdedigden. De zwarte legende over koning Filips <sc>ii</sc> werd daar breed uitgemeten. Het valt Jonas van Tol wel op hoe weinig echte steun er voor de calvinisten was in dit door lutheranen gedomineerde gebied. In Bohemen heerste veel sympathie voor de opstandelingen, vooral na 1618. Nicolette Mout ziet dat die sympathie in de Nederlanden minder sterk was, want militaire hulp kwam niet op gang. In Polen vloeiden vele reisbeschrijvingen, vooral over Holland, voort uit het verblijf aldaar van jonge Poolse edellieden die in het Staatse leger dienden. Paul Hulsenboom ziet hoe zij de Nederlanden als een ware oorlogsschool beschouwden, waar de militaire strategie duidelijk voorliep op die van andere landen. Zelfs katholieke Polen zagen Maurits als een groot leider.</p>
<p>In het Habsburgse leger dienden veel Italiaanse edelen en soldaten. Opmerkelijk is, zoals Nina Lamal uit de vele nieuwsbrieven weet te halen, dat berichten vaak lovend waren over de Nederlandse krijgskunst. Deels had dit te maken met anti-Spaanse gevoelens, maar door de tegenstand aan de kant van de Republiek aan te dikken, staken Italianen ook heldhaftiger af. Ook in Portugal bestond bewondering voor de Nederlanders, zoals Miguel Dantas da Cruz laat zien. Na 1640 groeide de sympathie voor de Republiek omdat de Portugezen zelf in een strijd tegen het Spaanse gezag verwikkeld raakten.</p>
<p>In Spanje overheerste de mening dat de oorlog veroorzaakt was door de hebzuchtige steden in het noorden met religie als dekmantel voor hun belangen, zoals de twee redacteuren Raymond Fagel en Yolanda Rodr&#x00ED;guez P&#x00E9;rez concluderen. Lisa Kattenberg focust op een bijzondere adviseur van Filips <sc>ii</sc>: William Sempill, Schot van origine, die in het Staatse leger had gediend en dus uitermate goed op de hoogte was van de militaire organisatie van de Nederlanders. Hij waarschuwde vooral voor de Nederlandse kracht op zee. Gerard Wiegers bestudeerde de <italic>moriscos</italic>, de onder dwang bekeerde moslims in Spanje. Nadat zij het land waren uitgezet vestigden sommigen zich in Amsterdam, maar de meesten bouwden een nieuw bestaan op in Marokko. Van daaruit informeerden zij de sultan van het Ottomaanse Rijk positief over de Republiek. Merlijn Olnon kijkt tenslotte naar de Ottomanen, die al vroeg in de Opstand de zijde kozen van de opstandelingen. De handel met de Levant zou door deze vriendschapsbanden tot grote hoogten stijgen.</p>
<p>In grote delen van Europa bestond dus opmerkelijk veel belangstelling voor de Nederlandse Opstand. Het boek kent jammer genoeg geen conclusie. Elke auteur heeft een andere invalshoek en gebruikt weer andere soorten bronnen, wat het trekken van conclusies lastiger maakt, maar niet helemaal onmogelijk. Een rode draad zou bijvoorbeeld de versterking van een protonationalistische identiteit kunnen zijn, waarbij elk land het facet koos dat het beste bij de eigen politieke cultuur paste. Fagel en Rodr&#x00ED;guez P&#x00E9;rez zien dat voor Spanje de lange duur van de oorlog een rol speelde. De Republiek ging daardoor steeds meer staan voor wat de Spanjaarden zelf beslist niet wilden zijn, als een soort spiegel voor de vorming van een eigen Spaanse identiteit. Ook andere landen gebruikten de oorlog om hun religieus-politieke zelfbeeld te versterken. De Fransen benadrukten de vergelijkbare adellijke twisten en daarmee de grote rol die de adel in hun typische politieke systeem speelde. De Engelsen beklemtoonden hun antikatholieke houding door de Republiek te steunen. Dat religieuze motief gold nog sterker voor de streng-calvinistische Schotten. Duitse steden en gewestelijke staten, en ook Bohemen en Portugal, wezen weer op het in hun ogen terechte verzet tegen een tirannieke vorst die oude vrijheden en privileges met de voeten trad. Polen en Italianen versterkten hun zelfbeeld door trots te zijn op de moed en de competentie van de Poolse en Italiaanse bevelhebbers en soldaten in de lange, zware strijd. En tenslotte liet de Ottomaanse sultan zijn anti-Spaanse houding blijken door voor de opstandelingen te kiezen. Als geheel is dit boek echter wel degelijk vernieuwend door de Tachtigjarige Oorlog zo sterk in Europees perspectief te plaatsen.</p>
</body>
</article>