<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.28116</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.28116</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De &#x2018;Javaanse psyche&#x2019;. Koloniale psychiaters in Nederland-Indi&#x00EB; 1900-1940. Een familiegeschiedenis</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Leg&#x00EA;ne</surname>
<given-names>Susan</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Vrije Universiteit Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260034</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Engelhard</surname><given-names>Marens</given-names></name>
</person-group>
<source>De &#x2018;Javaanse psyche&#x2019;. Koloniale psychiaters in Nederland-Indi&#x00EB; 1900-1940. Een familiegeschiedenis</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>312 pp.</page-range>
<isbn>9789024472499</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.28116"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Centraal in <italic>De &#x2018;Javaanse psyche&#x2019;</italic> staan de psychiater Chris Engelhard (1887-1959) en zijn vrouw Amy Knappert (1890-1976), de grootouders van vaderskant van auteur Marens Engelhard. De kleinzoon, in 2021 gepensioneerd als rijksarchivaris (tevens oud-<sc>knhg</sc>-bestuurslid) schrijft met gevoel voor understatement in het voorwoord: &#x2018;Als voormalig archivaris weet ik dat in archieven lang niet altijd iedereen aan het woord komt&#x2019; (12). Dat understatement gaat wat mij betreft over hemzelf als &#x2018;voormalig archivaris&#x2019;, maar vooral over dat &#x2018;lang niet altijd iedereen&#x2019;. Immers, wie zijn de Javanen over wier psyche het hier gaat, hoe werden zij die ziek waren een eeuw geleden geanalyseerd door een Europees opgeleide psychiater, hoe zijn hun beschrijvingen opgeborgen in de archieven? Engelhard laat zien hoe moeilijk het is om het perspectief van de koloniale psychiatrie in bestaande archieven te passeren opdat iets van het leven van een pati&#x00EB;nt zichtbaar wordt.</p>
<p>Engelhards vertrekpunt is dezelfde twijfel over de onderneming van zijn opa die ook zijn oma bezighield kort voor het echtpaar in 1916 de boot nam: of een Europees opgeleide psychiater, die bovendien nog nooit op Java was geweest, iets kan begrijpen van en betekenen voor pati&#x00EB;nten in een andere cultuur, sprekend in talen die de psychiater niet verstaat. Vanuit dat kritische perspectief zoekt de auteur in de archieven doelgericht naar de stem van pati&#x00EB;nten en van de Indonesische assistenten van de Nederlandse psychiater. Dat blijkt moeilijk. Zo het al over personen gaat, vindt hij naast enkele gevalsbeschrijvingen vooral ingevulde standaardformulieren en protocollen, en discussies over nieuwe standaardformulieren en nieuwe protocollen. Zeldzaam zijn de meer kwalitatieve bronnen over specifieke pati&#x00EB;nten. Een mooie bron is het materiaal van veldwerkonderzoek uit 1923. Chris Engelhard wilde weten of een gesprek over afbeeldingen kon helpen om &#x2018;de geestesgesteldheid&#x2019; van &#x2018;de Javaan&#x2019; vast te stellen. Drie groepen Javaanse respondenten werden hierover bevraagd: mensen die niet bekend waren met (westerse) beeldcultuur, scholieren en ambtenaren die dat wel waren, en tenslotte inheemse collega-artsen. Engelhards assistent Soekirman nam de interviews af, de psychiater observeerde op de achtergrond. De conclusie was dat de methode niet werkte.</p>
<p>Brieven naar huis en andere egodocumenten, vooral van Amy Engelhard-Knappert, geven een goede indruk van de organisatie en de intensiteit van het werk in de opkomende psychiatrie op Java. Marens Engelhard volgt het spoor van zijn grootouders, op zoek naar meer aanknopingspunten voor het beeld van de koloniale psychiatrie. De auteur beschrijft de architectonische en institutionele geschiedenissen van de inrichtingen waar het echtpaar Engelhard tussen 1916 en 1925 op Java kwam te werken en die zijn opa deels zelf mede oprichtte. Inderdaad draagt deze benadering bij aan een breder beeld van de organisatie van de psychiatrie als opkomende discipline, de wijze waarop psychiatrische pati&#x00EB;nten (al dan niet) werden behandeld in een inrichting of gevangenis, of hoe ze juist thuis bleven wonen in de relatieve bescherming van hun dorpsgemeenschap.</p>
<p>Ook verdiept de auteur zich in de schaarse bronnen &#x2018;over&#x2019; geanonimiseerde pati&#x00EB;nten, gesteld in de academische vaktaal van tijdschriften als <italic>Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indi&#x00EB;</italic> of <italic>Orgaan der Vereeniging van Indische Geneeskundigen</italic>. Daarin komt gaandeweg een repertoire tot stand van &#x2018;typisch Javaanse aandoeningen&#x2019; met een sterk raciale ondertoon. Naast begrippen als &#x2018;infantiliteit&#x2019; ijken deze artikelen ook verschijnselen als amok (wilde razernij), lattah (dwangmatig nabootsen), koro (iets met penisangst), bezetenheid, alsmede tropenneurasthenie &#x2013; een ziektebeeld onder Europeanen op Java. Marens Engelhard verbindt dan in hoofdstuk 10 en 11 deze raciaal gekleurde psychiatrische begrips- en beeldvorming aan een breder verhaal over het uiteenlopen van wetenschappelijke en politieke standpunten tussen de Europese psychiaters onderling en in debat met hun Indonesische collega&#x2019;s, opgeleid aan de Indonesische medische opleiding <sc>stovia</sc> en aan Nederlandse universiteiten. Psychiaters als Jonas Andreas Latumeten, de voorzitter van de Bond van Indonesische Artsen, en Mohamed Amir leverden fundamentele kritiek op de stellige stereotyperingen van de gezaghebbende Nederlanders, en de politieke consequenties die deze mede hieruit trokken ten aanzien van de bestendiging van het koloniale bewind (207 en verder). De beroepsbeoefenaars groeiden steeds verder uit elkaar.</p>
<p>Chris Engelhard sprak zich zelden uit over de visies op Javaanse psychiatrie of politiek van zijn soms zeer uitgesproken collega&#x2019;s, onder wie Jan Willem Hofmann, Dirk J. Hulshoff Pol, Sierk Lijkles, Paul van Schilfgaarde. Veel aandacht krijgen het werk, de lezingen en de publicaties van koloniale diehards als P.H.M. Travaglino (die, vermoedelijk niet toevallig, in de bronnen en zelfs in de egodocumenten van de Engelhards nooit met voornaam wordt genoemd) Feike van Loon, en Pieter Matthijs van Wulfften Palthe. Engelhard vertrok en werd in 1927 directeur van de Willem Arntszhoeve, de psychiatrische inrichting in Den Dolder. Maar Marens Engelhard laat deze wetenschappelijke en politieke controverses in de aanloop naar en tijdens de dekolonisatiejaren met recht niet liggen. Hij concludeert dat, ondanks verschillende inzichten en politieke keuzes, noties van Westerse superioriteit en evolutionair of historisch verklaard raciaal verschil, bij alle psychiaters, ook bij zijn grootvader, een rol speelden in hun oordeelsvermogen (235).</p>
<p>Zo heb ik deze &#x2018;familiegeschiedenis&#x2019; hier vooral willen bespreken als een koloniale wetenschapsgeschiedenis die door de auteur doelgericht geplaatst is in de politieke context van de ethische politiek en de opkomende nationalistische beweging. Het onderwerp leeft in de historiografie, zoals spreekt uit de verwijzingen naar Hans Pols, Nur Janti, Adriesti Herdaetha en anderen. Het boek is ook een sterk voorbeeld van de in 2026 door Fenneke Sysling in <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> gesignaleerde trend om het Neerlandocentrische perspectief op de koloniale wetenschapsgeschiedenis in den brede te verlaten. Met recht laat Marens Engelhard daarbij zijn onderzoeksperiode doorlopen tot aan de Onafhankelijkheidsoorlog, toen Van Wulfften Palthe zijn gewicht in de schaal legde om de geestesgesteldheid van de Indonesi&#x00EB;r als verklaringsgrond te zien voor wat hij de &#x2018;bersiap&#x2019; zou noemen. De geschiedenis van psychiatrische beeldvorming, framing en institutionele ontwikkeling werkt door tot vandaag de dag. De auteur heeft die geschiedenis met zijn persoonlijke schrijfstijl en invalshoek overtuigend naar het heden gebracht; ik begrijp alleen niet goed waarom hij dan, ook waar hij niet citeert of instituten benoemt, toch gedateerde termen overneemt, zoals het lang gangbare begrip krankzinnigheid, dat nu stigmatiserend voelt.</p>
<p>De biografische insteek van deze wetenschapsgeschiedenis maakt nieuwsgierig naar de doorwerking van de koloniale ervaringen op Java op de latere ontwikkeling van de psychiatrie in Indonesi&#x00EB; en hier. Chris Engelhard was na &#x2018;Java&#x2019; haast dertig jaar directeur van de Willem Arntszhoeve. Marens Engelhard vermoedt dat zijn ervaringen met koloniale psychiatrie mede richting gaven aan zijn verzet tegen de deportatie van &#x2018;zijn&#x2019; joodse pati&#x00EB;nten in de Tweede Wereldoorlog. Ook na 1945 stond het vak niet stil. Zelf noemde Engelhard zijn &#x2018;Indische jaren&#x2019; de interessantste tijd van zijn leven, maar die daarna de vruchtbaarste (245-246). Daarmee vraagt de focus in dit boek op Nederland en koloniaal Java, met de Tweede Wereldoorlog in Nederland als historisch eindpunt, om een vervolg vanuit een breder internationaal vergelijkend perspectief op psychiatrie, koloniale overheersing, dekolonisatie en fascisme. Engelhard heeft zowel het kolonialisme als de holocaust professioneel en persoonlijk meegemaakt. Het verband daartussen zou in 1952 door de eveneens praktiserend psychiater Frantz Fanon in 1952 worden uitgewerkt in <italic>Peau noire, masques blancs</italic>. Hoe werd Fanons visie binnen de Nederlandse beroepsgroep ontvangen?</p>
<p>Die vraag overstijgt het biografische en is niet voor Marens Engelhard. Zijn volgende project is een familiegeschiedenis van zijn grootouders van moederskant en de geschiedenis van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Zonder twijfel zit in dat verhaal zo&#x2019;n internationaal perspectief ingebakken.</p>
</body>
</article>