<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.26710</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.26710</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Het verdriet van Elisabeth van Culemborg. Bloei en ondergang van een adellijke dynastie, 1400-1555</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Brandsma</surname>
<given-names>Margreet</given-names> 
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260015</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Mijnhardt</surname><given-names>Wijnand W.</given-names></name>
</person-group>
<source>Het verdriet van Elisabeth van Culemborg. Bloei en ondergang van een adellijke dynastie, 1400-1555</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>312 pp.</page-range>
<isbn>9789044658293</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.26710"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de afgelopen decennia is er in de internationale historische literatuur een aanzienlijke inhaalslag gemaakt aangaande de bestuurlijke, financi&#x00EB;le, politieke en diplomatieke rol van middeleeuwse edelvrouwen en vorstinnen. Voor de middeleeuwse Lage Landen is die tot nu toe echter nog beperkt gebleven, met name als het gaat om edelvrouwen uit de Noordelijke Nederlanden. Het is daarom lovenswaardig dat emeritus hoogleraar vergelijkende wetenschapsgeschiedenis Wijnand Mijnhardt nu een boek heeft gewijd aan Elisabeth van Culemborg (1475-1555). De titel, <italic>Het verdriet van Elisabeth van Culemborg</italic>, legt de nadruk op haar kinderloosheid, maar dat is wat misleidend: het boek behandelt de bloei en ondergang van de Culemborgse dynastie vanuit een breed (cultuur)historisch perspectief. Elisabeths rol daarin blijkt verre van passief te zijn geweest.</p>
<p>Rode draad in het boek vormt het in Culemborg gelegen Huis van de Bastaard uit 1477, waar de auteur al enkele decennia zelf woont. De bouwgeschiedenis van dit pand, destijds met de allure van een stadspaleis, komt aan het begin en eind van het boek gedetailleerd naar voren. Het eerste deel, &#x2018;Culemborg en de wereld&#x2019;, behandelt hoe de heren van het bescheiden stadje Culemborg, strategisch gelegen in het grensgebied van Holland, Gelre, Brabant en Utrecht, er in de late vijftiende eeuw geleidelijk in slaagden om met name via een goed gekozen alliantie met de hertogen van Bourgondi&#x00EB; door te dringen tot de hoogste toppen van het adeldom. Dit deel verbindt de opkomst van Culemborg als stad en die van de Culemborgse dynastie met de bredere politieke en cultuurhistorische context. Interessant is bijvoorbeeld dat er een sterke connectie blijkt te zijn geweest tussen verschillende vrouwelijke leden van de dynastie en het met de Moderne Devotie verbonden klooster Diepenheim.</p>
<p>Toch is, gezien de opzet van dit boek om vrouwen centraal te plaatsen, dit eerste deel maar ten dele geslaagd en wat onevenwichtig. Hun rol als initiator en bemiddelaar van huwelijksallianties blijft bijvoorbeeld grotendeels buiten beeld. Zo wordt Isabella van Portugal, de drijvende kracht achter het huwelijk tussen Karel de Stoute en Margaretha van York, nergens genoemd, terwijl aan Maximiliaan en Karel <sc>v</sc> &#x2018;persoonlijke brille&#x2019; wordt toegeschreven, juist in het smeden van dergelijke allianties (35). Ook is er de bijzondere constatering dat het verlenen van het Groot Privilege door Maria van Bourgondi&#x00EB;, een onderwerp van vele historische studies dat genoemd wordt in de huidige Canon van Nederland en ook door Bart Van Loo&#x2019;s boek over de Bourgondi&#x00EB;rs recent weer in de aandacht kwam, een &#x2018;inmiddels praktisch vergeten gebeurtenis&#x2019; zou zijn (17).</p>
<p>In deel <sc>ii,</sc> &#x2018;De wereld van Elisabeth&#x2019;, verschuift de focus naar de machtspositie van adellijke vrouwen in het algemeen en die van Elisabeth in het bijzonder. Zij groeide op aan het Hof van Kamerijk in Mechelen, en verwierf vervolgens de hoogst mogelijke posities: hoofd van de hofhouding van achtereenvolgens Johanna van Castili&#x00EB; en Margaretha van Oostenrijk. Het boek presenteert dit hof als een keerpunt in de machtspositie van vrouwen. Hierbij zou het trio Jacoba van Beieren, Isabella van Beieren en Margaretha van Bourgondi&#x00EB; als lichtend voorbeeld hebben gediend. Waarom nu juist deze drie (op zich noemenswaardige) vorstinnen een omslag zouden vertegenwoordigen, wordt echter niet duidelijk. De aanname dat middeleeuwse edelvrouwen die zich politiek manifesteerden &#x2018;ge&#x00EF;soleerde gevallen&#x2019; waren (141) is in de internationale literatuur inmiddels ruimschoots achterhaald. Ook voor de Bourgondische dynastie gold dat deze vanaf het begin werd gekenmerkt door invloedrijke en deels zelfstandig opererende vrouwelijke telgen, zoals Richard Vaughan in de jaren zeventig in zijn biografie&#x00EB;n van de vier hertogen al constateerde en sindsdien in de (grotendeels Franstalige) literatuur verder is onderbouwd. Ook gaat de auteur voorbij aan de hoogmiddeleeuwse wortels van de machtspositie van edelvrouwen in samenhang met de periode van de kruistochten, toen mannen langdurig afwezig waren. Dat alles neemt niet weg dat het Hof van Kamerijk wat betreft stevige vrouwelijke rolmodellen ongetwijfeld een uitermate leerzame omgeving moet zijn geweest.</p>
<p>Aangaande Elisabeth zelf wordt aanvankelijk melding gemaakt van een gebrek aan bronnen. Ook is de auteur onduidelijk over haar positie. Zo was ze na het overlijden van haar vader &#x2018;heersende vrouwe van Culemborg en Hoogstraaten&#x2019;, maar ook &#x2018;zonder formeel opvolgingsrecht&#x2019; (165), wat strijdig lijkt. Afgaande op de informatie in de hoofdstukken <sc>viii</sc> tot <sc>x</sc> valt het gebrek aan bronmateriaal echter mee en was haar positie als erfdochter van een groot aantal heerlijkheden onbetwist. Elisabeth komt naar voren als een behendig huwelijksmakelaar, slim financieel beheerder en initiator van grootschalige bouwprojecten. Zo weet zij, ondanks de onvruchtbaarheid van haar opeenvolgende huwelijken met hoge leden van de Bourgondische hofadel, de diverse heerlijke goederen strategisch te verdelen en tot een hoger niveau te verheffen. Het verhaal krijgt extra kleur doordat er sprake is van een zekere mate van competitie met niemand minder dan Margaretha van Oostenrijk, die als landvoogdes heerste over de Nederlanden. Zo stak ze met haar indrukwekkende bouwactiviteiten in Hoogstraten, Culemborg, Brussel en Mechelen die van Margaretha in omvang en schaal naar de kroon. Op basis van deze hoofdstukken had de titel van het boek ook heel goed &#x2018;Het vernuft&#x2019;, &#x2018;Het vermogen&#x2019; of misschien zelfs &#x2018;Het venijn van Elisabeth van Culemborg&#x2019; kunnen zijn. Wat betreft dat laatste: de auteur rekent af met het clich&#x00E9;matige beeld van haar zachtmoedig karakter door te beargumenteren dat zijzelf de drijvende kracht was achter de hardvochtige vervolging van ketters in Culemborg gedurende haar laatste levensjaren, toen zij daar weer verbleef. Karel <sc>v</sc> beloonde haar voor dit &#x2018;contrareformatisch offensief&#x2019;: in navolging van de heerlijkheid Hoogstraten werd ook die van Culemborg kort voor de dood van de keizer en Elisabeth zelf tot graafschap verheven. Haar dynastieke masterplan vond daarmee een ideale voltooiing.</p>
<p>Helaas bevat de tekst nogal wat kleine slordigheden die door een zorgvuldiger eindredactie verholpen hadden kunnen worden. Zo wordt Elisabeths moeder Johanna van Bourgondi&#x00EB; ergens aangeduid als de &#x2018;halfzuster&#x2019; van Maria van Bourgondi&#x00EB; (115; elders als bastaardnicht, 29) en is de taal waarin namen worden weergegeven inconsequent (Antoon of Antoine, &#x2018;de&#x2019; of &#x2018;van&#x2019;). Ook is het onhandig dat het belangrijke personage Zweder, een bastaard van Culemborg, in de stamboom ontbreekt.</p>
<p>Aangezien dit boek zich richt op een breed publiek, is het uiterst spaarzame gebruik van noten begrijpelijk. Maar voor wie meer wil weten over een bepaald onderwerp is het daardoor vaak lastig te achterhalen waar de auteur zijn standpunten op baseert. Weliswaar is er een ruime hoeveelheid geraadpleegde secundaire literatuur vermeld, maar deze staat in onoverzichtelijke tekstblokken per hoofdstuk. Een algemene, alfabetisch gerangschikte literatuurlijst ontbreekt. Er is wel ruimte uitgetrokken voor een aantal tijdlijnen, waarvan die met de titel &#x2018;Deelnemers debat vrouwenrechten&#x2019; de opmerkelijkste is (295-297). Hierin is terecht de bekende protofeministische Franse schrijfster Christine de Pisan opgenomen, maar niet de misogyne auteurs met wie zij literair in debat ging. Wel vermeldt het overzicht Jacoba van Beieren en haar moeder Margaretha van Bourgondi&#x00EB;, die als mecenas en boekbezitter met Christine verbonden waren, en zeker strijdbaar opkwamen voor de handhaving van hun eigen rechten, maar voor zover bekend nooit aan een dergelijk debat hebben deelgenomen. Afgezien van dergelijke onvolkomenheden is dit een mooi uitgegeven, inhoudelijk veelzijdig, rijk ge&#x00EF;llustreerd en prettig leesbaar boek, dat relevant is voor de geschiedenis van heerlijkheden in de Lage Landen en de prominente rol van vrouwelijke leden van de hoge adel in het bestuur en dynastiek beheer daarvan.</p>
</body>
</article>