<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.26582</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.26582</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>History of the Netherlands as a Tax Haven, 1914-1996: Rise, Heyday, Downfall and Revival After the Second World War</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Luyten</surname>
<given-names>Dirk</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksarchief/CegeSoma</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260007</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Beurden</surname><given-names>Tijn</given-names></name>
</person-group>
<source>History of the Netherlands as a Tax Haven, 1914-1996: Rise, Heyday, Downfall and Revival After the Second World War</source>
<publisher-loc>Utrecht</publisher-loc>
<publisher-name>Eburon</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789463015370</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.26582"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De geschiedenis van de fiscaliteit is eerder een historiografische niche. Dat weerspiegelt geenszins het belang van de fiscaliteit en bij uitbreiding de openbare financi&#x00EB;n: zij vormen een essenti&#x00EB;le pijler van het economisch beleid. Het heffen van belastingen, of ze net niet te heffen door sluiproutes te laten ontstaan, heeft verregaande economische en sociale effecten. Dit boek, van de hand van de onafhankelijke onderzoeker Tijn van Beurden, bespreekt de geschiedenis van de Nederlandse fiscaliteit tussen 1914 en 1996. Het doet dit vanuit het perspectief van het niet heffen van belastingen door voorwaarden te cre&#x00EB;ren waardoor een land een belastingparadijs kan worden, een thema dat eerder slechts werd aangeraakt in een artikel voor de periode na 1945.</p>
<p>Dit boek analyseert hoe Nederland fiscaal beleid ontwikkelde om van het land een belastingparadijs te maken &#x2013; tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het neutrale Nederland een toevluchtsoord werd voor Duits kapitaal, en na de oorlog toen er ook kapitaal uit Centraal-Europa werd ondergebracht om te ontsnappen aan belastingen en de politieke onrust na de nederlaag van Duitsland en zijn bondgenoten. Het boek beschrijft hoe Nederland die positie onder meer met internationale belastingverdragen tijdens het interbellum verder uitbouwde, hoe er een einde aan kwam tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, en hoe er al snel via onder meer de zogenaamde Antillenroute een alternatief werd opgetuigd waarbij Cura&#x00E7;ao de rol van fiscaal paradijs ging spelen voor grote ondernemingen uit de <sc>vs</sc>. Tenslotte komen de jaren 1980-1990 aan de orde, toen Nederland en vooral de Amsterdamse Zuidas in de context van de vrijmaking van de financi&#x00EB;le markten met doelbewust nationaal beleid in de markt werd gezet als een plaats waar bedrijven constructies konden opzetten om zo weinig mogelijk belastingen te betalen. Het boek focust voornamelijk op drie aspecten die van een land een belastingparadijs maken: het bankgeheim, de mogelijkheid om zogenaamde brievenbusfirma&#x2019;s op te richten, en het afsluiten van internationale belastingverdragen met clausules die belastingontwijking mogelijk maken.</p>
<p>Het boek is gebaseerd op grondig onderzoek van Nederlandse uitgegeven bronnen en archieven. De auteur haalt veel informatie uit parlementaire bronnen van zowel de Eerste als de Tweede Kamer, de (financi&#x00EB;le) pers en de archieven van de ministeries van Financi&#x00EB;n, Economische Zaken en Buitenlandse Zaken, en financi&#x00EB;le instellingen. Op basis daarvan reconstrueert Van Beurden de hoofdlijnen van het proces van het ontstaan, de neergang en de wederopstanding van Nederland als belastingparadijs. Hij besteedt daarbij aandacht aan verschillende mechanismen: wetgeving, met inbegrip van internationale verdragen die vooral na de Tweede Wereldoorlog cruciaal waren om de positie als belastingparadijs te handhaven; rechtspraak of adviezen van de Raad van State die de visie van juristen ondersteunden die fiscaal vriendelijke constructies bepleitten; en &#x2018;<italic>rulings</italic>&#x2019; door de fiscale administratie. Het boek maakt goed duidelijk dat belastingparadijzen niet alleen een zaak zijn van wetgeving, maar evenzeer van praktijken die op een bepaald moment onwrikbaar worden als gevolg van administratieve richtlijnen, rechtspraak, of omdat ze door alle betrokkenen als zodanig aanvaard worden en niet meer ter discussie staan.</p>
<p>Drie zaken vallen in deze geschiedenis op: de sterke en succesvolle lobby van financi&#x00EB;le instellingen en internationaal opererende (gemengd) Nederlandse bedrijven, de faciliterende rol van de Raad van State in het interbellum en het belang van internationale belastingverdragen, die initieel bedoeld waren om dubbele belastingen te vermijden, maar vehikels konden worden om de positie als belastingparadijs te verankeren en die zich na de Tweede Wereldoorlog tot een waar netwerk ontwikkelden.</p>
<p>Fiscale geschiedenis is geen lichte materie, maar de auteur vertelt het verhaal helder en <italic>to the point</italic>, zonder onnodige uitweidingen. De argumentatie is systematisch en het boek maakt overtuigend duidelijk dat Nederland, ondanks het opheffen van het bankgeheim, na de Tweede Wereldoorlog is ge&#x00EB;volueerd tot een belastingparadijs, vooral onder druk van Nederlandse multinationale ondernemingen en de financi&#x00EB;le sector. Saillant is dat vanaf de jaren 1980 de stad Amsterdam en de van oorsprong sociaaldemocratische burgemeester Ed van Thijn flink lobbyden voor het behoud van voor internationaal opererende bedrijven interessante fiscale regelingen, om zo de groeiende sector van financi&#x00EB;le dienstverlening in de hoofdstad zo min mogelijk te hinderen. Verder blijkt dat er in deze periode een brede consensus ontstond om gunstige fiscale regelingen niet te laten uithollen door bepalingen in internationale verdragen, ook al kwam dat de Nederlandse staatskas niet ten goede. Het boek toont goed aan dat Nederlandse ministeries zeer ontvankelijk waren voor de argumenten van de financi&#x00EB;le sector, zodat die als het ware mee aan de onderhandelingstafel zat terwijl het parlement in het ongewisse werd gelaten. Fiscale wetten waren vaak hamerstukken, waarover zelfs niet formeel gestemd werd, laat staan dat men erover debatteerde.</p>
<p>Op enkele punten is dit boek minder geslaagd. In de hoofdstukken over het interbellum worden actoren als parlementsleden en ministers niet systematisch politiek gesitueerd, terwijl dat in de latere hoofdstukken wel het geval is. Voor een boek in het Engels, voor een internationaal publiek dat niet altijd vertrouwd is met de finesses van de Nederlandse politiek, is een adequate situering van belang. Ook zou de algemene economische context wat concreter mogen geduid worden: de auteur noemt de liberalisering van de financi&#x00EB;le markten, de globalisering en de Europese integratie, maar gaat daar slechts heel beperkt op in en geeft niet systematisch aan hoe die precies het fiscale beleid be&#x00EF;nvloedden. Een iets uitgebreidere schets van de economische structuur van Nederland en de evolutie ervan zou welkom geweest zijn om te verklaren waarom bepaalde ondernemingen en sectoren een zo sterke lobby konden ontwikkelen.</p>
<p>Ook zou het boek nog aan kracht hebben gewonnen als de auteur een verband gelegd had met bredere politieke evoluties, zoals de merkwaardige rol die de sociaaldemocratie heeft gespeeld in de ontwikkeling van Nederland als belastingparadijs in een langetermijnperspectief. Het feit dat de sociaaldemocraten pas laat regeringsverantwoordelijkheid kregen heeft wellicht bijgedragen tot de brede beleidsconsensus die er in het interbellum groeide om een fiscale politiek te voeren die erg vriendelijk was voor hoge inkomens en buitenlands kapitaal. Na de Tweede Wereldoorlog sneuvelde het bankgeheim mede onder druk van de sociaaldemocraten, die daarmee onder meer wie zich tijdens de bezetting sterk verrijkt had wilden treffen. In de jaren 1980-1990 waren sociaaldemocraten als Ed van Thijn en vooral Willem Vermeend &#x2013; zelf een fiscalist &#x2013; dan weer onvoorwaardelijke verdedigers van regelingen die ervoor moesten zorgen dat Nederland een fiscaal paradijs kon blijven. Deze beleidsmatige en ideologische transformatie had een ruimere politiek-historische situering verdiend dan ze in dit boek krijgt.</p>
<p>Deze kanttekeningen doen geen afbreuk aan de belangrijkste kwaliteit van het boek: het kernachtig ontrafelen van de soms complexe beleidsprocessen die fiscale regels zodanig aanpasten dat Nederland zich kon ontwikkelen tot een belastingparadijs.</p>
</body>
</article>