<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.26581</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.26581</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Nederlandse bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Trouw aan volk, vijand en vaderland</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Wouters</surname>
<given-names>Nico</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksarchief/CegeSoma, Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260006</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>van Meurs</surname><given-names>Wim</given-names></name>
<name><surname>Petterson</surname><given-names>Anne</given-names></name>
<name><surname>Scherpenisse</surname><given-names>Susan</given-names></name>
<name><surname>van der Vlis</surname><given-names>Ingrid</given-names></name>
<name><surname>Zurn&#x00E9;</surname><given-names>Jan Julia</given-names></name>
</person-group>
<source>Nederlandse bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Trouw aan volk, vijand en vaderland</source>
<publisher-loc>Zwolle</publisher-loc>
<publisher-name>WBOOKS</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789462586840</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.26581"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het boek <italic>Nederlandse bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog</italic> is een fraai vormgegeven publieksboek van een collectief van maar liefst veertig onderzoekers en auteurs. Vijf specialisten treden op als redacteuren, hoewel hun namen niet op de voorpagina vermeld worden en de bijdragen, inclusief de introductie, niet zijn ondertekend. De redacteuren zorgden desalniettemin voor een strakke eenvormigheid. Het geheel leest als een organisch boek en niet als een gefragmenteerde lappendeken, wat een grote verdienste is.</p>
<p>Het boek telt zeven hoofdstukken, gewijd aan evenveel categorie&#x00EB;n bestuurders, achtereenvolgens vooroorlogse burgemeesters die in functie bleven, <sc>nsb</sc>-burgemeesters, gemeenteambtenaren, provinciebestuurders, waterschapsbestuurders, politieagenten, ordehandhavers en rechters. Het gaat dus om overheidspersoneel, waarbij de auteurs de voorkeur lijken te geven aan gezagdragers die relatief dicht bij de burger stonden. Ze kiezen voor een biografische aanpak en presenteren telkens een zestal biografische portretten per categorie bestuurder. Korte, meer reflectieve passages wisselen de portretten af en leggen telkens een bruggetje naar het volgende portret. Wat ik erg waardeer, is dat elk hoofdstuk eindigt met een korte presentatie van een type archief of bron, zoals krantenartikelen of egodocumenten, maar ook het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (<sc>cabr</sc>). In een tijd waarin steeds meer mensen zonder historische opleiding gebruik maken van deze al dan niet integraal digitaal aangeboden bronnen, zijn korte bespiegelingen over potenti&#x00EB;le valkuilen geen overbodige luxe.</p>
<p>Hoewel de introductie dat niet expliciteert, is dit boek boven alles een publieksboek. De auteurs willen niet zozeer een nieuwe synthese schrijven, een vraagstelling beantwoorden of nieuwe onderzoeksresultaten presenteren, maar vooral de diversiteit van besturen in oorlogstijd aanschouwelijk maken voor een breder publiek. De stijl is eenvoudig, de teksten zijn kort en er werd veel ruimte voorzien voor illustraties. Wat mij betreft vult dit boek een belangrijke leemte door juridische en ambtelijke aspecten van de bezettingsgeschiedenis naar een ruimer publiek te brengen. Het lijkt mij trouwens uitermate geschikt voor het onderwijs. Het hoofdstuk over de waterschapsbestuurders vult de grootste lacune, omdat deze categorie bij het grote publiek weinig bekend is. Deze bestuurders werden aanvankelijk met rust gelaten, maar kwamen in botsing met de bezetter toen de kwestie van militaire verdedigingswerken op tafel kwam of wanneer bepaalde bevelen een risico betekenden voor het waterbeheer.</p>
<p>Hoewel het boek eigenlijk gaat over &#x2018;besturen in oorlogstijd&#x2019;, blijkt een substantieel deel van veel biografie&#x00EB;n in de praktijk over de naoorlogse zuivering te gaan. Dat had gerust explicieter aangekondigd mogen worden in de inleiding, want de reflecties over de botsing tussen bezettingsrealiteit en naoorlogse afwegingen behoren tot de boeiendste passages van het boek. De tientallen auteurs beheersen de materie perfect en inhoudelijk valt er niets af te dingen op de teksten. Dat ik zelf geen wereldschokkende nieuwe inzichten over besturen in oorlogstijd heb ontdekt, betekent vooral dat ik niet behoor tot het primaire doelpubliek.</p>
<p>Ik formuleer graag twee algemene bedenkingen. Ten eerste is het duidelijk dat dit boek vertrekt vanuit een onderliggende basisvisie over het in Nederland zo belangrijke nivelleringsdebat met betrekking tot de morele invulling van &#x2018;goed&#x2019; en &#x2018;fout&#x2019;. Dat blijkt uit de selectie van de casussen en thema&#x2019;s, de accenten die worden gelegd en de conclusies van de biografie&#x00EB;n. E&#x00E9;n van de rode draden doorheen de biografie&#x00EB;n is dat &#x2018;goede&#x2019; Nederlandse bestuurders soms toch &#x2018;foute&#x2019; beslissingen namen, terwijl &#x2018;foute&#x2019; <sc>nsb</sc>-bestuurders soms al bij al toch &#x2018;goed&#x2019; bestuur konden leveren. Er is veel aandacht voor de sociale beweegredenen van de collaboratie van <sc>nsb</sc>-bestuurders en ook de soms zware persoonlijke gevolgen na de oorlog van hun foute keuzes. Er passeren regelmatig <sc>nsb</sc>-bestuurders die eigenlijk de kwaadsten niet zijn: &#x2018;[Hij] oogst meer lof dan in Vlissingen, mede vanwege zijn ervaring en inzet voor de voedselvoorziening tijdens de Hongerwinter. Dat neemt niet weg dat hij net als alle andere <sc>nsb</sc>&#x2019;ers na de bevrijding wordt ge&#x00EF;nterneerd en zich moet verantwoorden&#x2019; (60). In een van de deelbesluiten luidt het: &#x2018;[Dit] illustreert dat nationaal-socialistische functionarissen binnen de rechtspraak niet per definitie politiek gekleurde houdingen aannemen&#x2019; (207). De Jodenvervolging, anno 2026 het morele maatschappelijke paradigma bij uitstek, verdwijnt in dit boek naar de achtergrond. Dat is ook perfect te verantwoorden, want dit thema was voor de gemiddelde Nederlandse bestuurder in oorlogstijd allesbehalve een prioriteit.</p>
<p>Dat alles betekent in de praktijk dat het boek wijst op bestuurlijke overeenkomsten tussen Nederlandse bestuurders en collaborateurs, de collaboratie van de <sc>nsb</sc> contextualiseert en soms vermenselijkt, weinig oog heeft voor het verzet, en andere prioritaire thema&#x2019;s naar voren schuift dan de Jodenvervolging. Daarmee positioneert het boek zich pal in het nivelleringsdebat. Ik bekritiseer geenszins die aanpak, integendeel, maar vind het jammer dat het boek ervan terug lijkt te schrikken zijn eigen overtuiging al te expliciet aan de lezer mee te geven. Enkel in het slotwoord wordt ge&#x00EB;xpliciteerd dat dit boek projecties van hedendaagse morele oordelen op de oorlogsgeschiedenis wil tegengaan. Opvallend genoeg is dat slotwoord ook de enige tekst die ondertekend is, namelijk door Wim van Meurs. Dat de auteur in deze tekst plots de ik-vorm gebruikt (&#x2018;ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat&#x2019;, 216) versterkt nog het contrast met collectieve aanpak in de rest van het boek. Het kan voor een lezer van slechte wil zelfs de indruk wekken dat van Meurs hier niet spreekt voor alle auteurs. Ik begrijp dat de auteurs bewust kozen voor een soort &#x2018;<italic>show, don&#x2019;t tell</italic>&#x2019;-aanpak. Ik kan enkel veronderstellen dat de auteurs geen zin hadden oude en vermoeiende polemieken nieuw leven in te blazen, maar de stelling dat dit boek een neutrale waarheid presenteert waarover de lezer zelf maar moet oordelen, is te gemakkelijk.</p>
<p>Een tweede bedenking is dat deze veelheid aan biografie&#x00EB;n &#x00E9;&#x00E9;n intrinsiek nadeel heeft, namelijk dat wat men wint aan nuancering in de breedte verloren kan gaan aan analyse in de diepte. Vanuit de missie om &#x2018;niet te oordelen&#x2019; plaatsen deze historici zich in een afstandelijke, haast afwezige positie. Wat de motieven van de actoren betreft, bijvoorbeeld, stelt men in de introductie: &#x2018;Dat blijft dus vaak een open vraag, overgelaten aan het inlevingsvermogen van de lezer&#x2019; (12). De geschiedenis is uiteraard meer dan een optelsom van individuele verhalen. Wetenschappelijke afstandelijkheid ten aanzien van morele vraagstukken sluit duidelijke standpunten en conclusies niet uit. Dit boek doet perfect wat het moet doen, maar dat neemt niet weg dat er in de toekomst ook nood zal blijven aan historici die zelf duidelijke verklarende antwoorden blijven bieden. Deze slotbedenkingen zijn er echter enkel ter overweging en hebben meer te maken met een ruimer debat dan het boek zelf. Ze doen niets af aan de expertise die hier tentoon wordt gespreid, de uitmuntende wetenschappelijke kwaliteit van de teksten en de grote maatschappelijke waarde van dit boek.</p>
</body>
</article>