<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.26577</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.26577</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Martelaren voor de Paus. De vergeten geschiedenis van de Nederlandse zoeaven</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Peters</surname>
<given-names>Ramses</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Katholiek Documentatie Centrum</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260002</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>de Groot</surname><given-names>Koen</given-names></name>
</person-group>
<source>Martelaren voor de Paus. De vergeten geschiedenis van de Nederlandse zoeaven</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>327 pp.</page-range>
<isbn>9789044650723</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.26577"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2020 won Koen de Groot met zijn masterscriptie over drie Nederlandse zoeaven de scriptieprijs van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis. Deze studie, het resultaat van zijn onderzoeksmaster aan de UvA, vormde de basis voor het publieksboek <italic>Martelaren voor de Paus. De vergeten geschiedenis van de Nederlandse zoeaven</italic>. Zoals het woord &#x2018;vergeten&#x2019; in de titel met wat gevoel voor overdrijving aanduidt, zijn de zoeaven relatief onbekend in onze nationale geschiedenis &#x2013; terwijl Nederlanders in de historie van het pauselijke leger een prominente rol hebben gespeeld. De zoeaven vormden tussen 1860 en 1870 een internationaal vrijwilligerskorps dat meevocht in de strijd voor het behoud van de Kerkelijke Staat tegen de opkomende Italiaanse staat.</p>
<p>Door de jaren heen zijn er enkele niet-wetenschappelijke overzichtswerken verschenen over de Nederlandse zoeaven. In 1947 verscheen van broeder Christofoor van Langen het hagiografische <italic>Uit het epos der 3000 Nederlandse zouaven</italic>. Hij beschreef nauwkeurig de belevenissen van de zoeaven en de verschillende priesters die hen in Nederland en Rome bijstonden. Wim Zaal leverde in 1980 met zijn zeer leesbare publieksboek <italic>De vuist van de paus. De Nederlandse zoeaven</italic> een neutraler en gebalanceerder verhaal, waarin hij ook aandacht besteedde aan de internationale politieke en militaire context. In 2021 verscheen van Kees Schaepman het beknopte <italic>Soldaten van God. De Nederlandse strijders in het leger van de paus.</italic> Schaepmans focus lag op het grotere verhaal: de plaats van de zoeaven in de politieke aardverschuivingen in het negentiende-eeuwse Europa en het fenomeen van Nederlanders die voor een vreemde mogendheid streden. De genoemde werken hebben, elk met hun eigen inhoudelijke zwaartepunten en detailniveau, een vergelijkbare chronologische opzet waarin dezelfde actoren en gebeurtenissen ten tonele worden gevoerd.</p>
<p><italic>Martelaren van de paus</italic> is op deze chronologische regel geen uitzondering. Het onderscheidende aan dit boek, althans volgens De Groot zelf, is dat de geschiedenis van de zoeaven voor het eerst wordt verteld vanuit hun eigen perspectief. De Groot beargumenteert dit te doen door de belevenissen van vier zoeaven te integreren in de grotere geschiedenis van het pauselijke vrijwilligerskorps.</p>
<p>De Groot start zijn verhaal met het begin van het pontificaat van Pius <sc>ix</sc> in 1846. Deze moest als hoofd van de Kerkelijke Staat, het huidige midden van de Italiaanse laars, het hoofd bieden aan diverse krachten die streefden naar &#x00E9;&#x00E9;n verenigd Itali&#x00EB;. Modernisering van het kleine, amateuristische pauselijk leger was noodzakelijk om de onafhankelijkheid van de staat te behouden. E&#x00E9;n van de maatregelen hiervoor was de oprichting van het vrijwilligersbataljon der pauselijke zoeaven in 1861.</p>
<p>Vanaf 1866 kwam in Nederland de mobilisatie voor het zoeavenbataljon echt op gang. De Groot onderzoekt uitgebreid de motieven van de Nederlandse katholieke jongemannen, veelal van eenvoudige komaf, om zich als vrijwilliger aan te sluiten. Met 3.000 man vormden zij de grootste nationale groep binnen de in totaal ruim 9.000 zoeaven. Dit enthousiasme kwam voort uit de daadkrachtige emancipatiebeweging van de Nederlandse katholieken, die was opgekomen na eeuwenlange protestantse onderdrukking.</p>
<p>Met veel verwijzingen naar dagboeken en brieven beschrijft de Groot tot in het detail het dagelijks leven van de Nederlandse zoeaven in Rome. In het begin bestond hun bestaan vooral uit het bekijken van de vele kerken, exerceren, en jagen op de vele roversbendes op het Romeinse platteland. Het dodelijkst bleken niet de gevechten, maar ziektes als cholera. Hoge rangen kregen de Nederlanders niet; die werden toebedeeld aan de voornamelijk Franse en enkele Spaanse edellieden in het bataljon.</p>
<p>Pas in 1867, toen de vrijheidsstrijder Garibaldi en zijn zoons de Kerkelijke Staat aanvielen, namen de zoeaven daadwerkelijk deel aan de strijd. Met veel gevoel voor drama beschrijft De Groot hoe Garibaldi door de zoeaven en Franse hulptroepen bij Mentana werd verslagen. Dit was uiteindelijk de enige grote overwinning van de zoeaven. Toen Napoleon <sc>iii</sc> in 1870 zijn hulp aan Rome introk, werd de stad na een korte strijd ingenomen door de Italiaanse strijdkrachten.</p>
<p>Enkele tientallen zoeaven verlengden hun militaire bestaan in andere legers. De bekendste is Ignace Wils, die de Spaanse Bourbontelg Alfonso Carlos, een oud-zoeaaf, bijstond in de strijd van diens broer om de Spaanse troon. Zijn avonturen worden uitgebreid beschreven in <italic>Martelaren voor de paus</italic>. De meeste zoeaven keerden echter terug naar huis. Daar bleek dat zij hun Nederlanderschap waren kwijtgeraakt omdat zij in vreemde krijgsdienst waren geweest. Desondanks genoten de oud-zoeaven veel aanzien in hun katholieke kring en hadden ze vaak een ceremoni&#x00EB;le rol bij katholieke feesten. De zoeavenbroederschappen die werden opgericht waren maatschappelijk actief en onder andere betrokken bij de oprichting van katholieke vakbonden. Tegenwoordig is de herinnering aan de zoeaven goeddeels vervaagd: enkele monumenten in Itali&#x00EB; en het zoeavenmuseum in Oudenbosch getuigen nog van hun geschiedenis.</p>
<p><italic>Martelaren voor de paus</italic> is het compleetste overzichtswerk over de Nederlandse zoeaven tot nu toe. Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat en dito literatuur- en bronnenlijst. Over de gehele linie gaat De Groot dieper op de materie in dan dat in eerder verschenen werken gebeurde. Nieuwe inzichten levert dat meestal niet op, wel een completer en genuanceerder verhaal. Het boek onderscheidt zich met name door de beschrijving van de situatie op het Romeinse platteland en de historische context die gegeven wordt bij enkele legerofficieren. Daarnaast brengt De Groot de zoeaaf Pieter Jong, die bekend stond als een reus van 2 meter, letterlijk terug tot menselijke proporties, namelijk van 1 meter 78.</p>
<p>De Groots belofte om de geschiedenis van de zoeaven vanuit hun eigen perspectief te schrijven, komt niet helemaal uit de verf. Dat komt doordat hij, net als eerdere auteurs, de belevenissen van de zoeaven, hoe uitgebreid soms ook, gebruikt ter illustratie van een groter verhaal, maar niet als vertrekpunt van zijn boek. De Groots werk is uitgebreider, maar niet anders van opzet dan eerder werk. In zijn scriptie, <italic>&#x2018;Volgaarne gaf ik mijn bloed en leven voor onzen H. Vader Pius <sc>ix</sc><sc></sc>.&#x2019; Een microhistorische studie naar de pauselijke zoeaven Frans Aghina, Bert Gijsbers en Ignace Wils (1865-1895)</italic>, te raadplegen via de website van de universiteitsbibliotheek van de <sc>uva</sc>, is het zoeavenperspectief wel het uitgangspunt. Egodocumenten van zoeaven vormen de ruggegraat waarlangs een geschiedenis op macroniveau wordt verteld en genuanceerd. Hieruit volgt de belangrijkste kritiek op <italic>Martelaren voor de paus</italic>: de bewerking van wetenschappelijke scriptie tot een overzichtsgeschiedenis voor een breder publiek lijkt nog niet helemaal te zijn afgerond. Populairwetenschappelijk taalgebruik wordt afgewisseld met een formelere stijl, die direct uit De Groots scriptie komt. Delen die in de scriptie een logische plaats hadden, verliezen die in het verhaal van dit boek. Het complete hoofdstuk over het Carlistische avontuur van Ignace Wils leest als een jongensboek, maar krijgt in relatie tot het grotere verhaal te veel aandacht. Het notenapparaat is dan wel uitgebreid, maar kritische lezing leert dat lang niet alles verantwoord is: zo annoteert de Groot lange beschrijvende passages over de eerste opvang van zoeaven in Oudenbosch met verwijzingen naar &#x00E9;&#x00E9;n primaire bron die alleen de herkomst van &#x00E9;&#x00E9;n specifiek citaat weergeeft. De overige tekst, vermoedelijk uit secundaire literatuur, wordt niet verantwoord.</p>
<p>Ondanks de tekortkomingen slaagt De Groot erin zijn fascinatie en enthousiasme voor dit curieuze stukje vaderlandse geschiedenis op de lezer over te brengen. Voor wie de zoeaven een &#x2018;vergeten geschiedenis&#x2019; zijn, is dit boek een goede kennismaking.</p>
</body>
</article>