<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.25419</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.25419</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Sporen van Joods leven. Ontrechting en rechtsherstel in Kampen en IJsselmuiden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Huijsmans</surname>
<given-names>Meta</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1"><sc>niod</sc> Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies &#x0026; Erasmus Universiteit Rotterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250078</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Duijvendak</surname><given-names>Maarten</given-names></name>
</person-group>
<source>Sporen van Joods leven. Ontrechting en rechtsherstel in Kampen en IJsselmuiden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog</source>
<publisher-loc>Zwolle</publisher-loc>
<publisher-name>WBOOKS</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>192 pp.</page-range>
<isbn>9789462586307</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.25419"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De rol van Nederlandse gemeenten bij de Holocaust heeft recent veel aandacht gekregen in de media en in academische kringen. De nadruk lag daarbij vooral op een specifiek onderdeel: de roof en restitutie van onroerend goed van Joodse burgers. Het onderzoeksjournalistieke tv-programma <italic>Pointer</italic>, dat sinds 2020 onderzoek doet naar geroofd Joods vastgoed, wierp hier op toegankelijke wijze licht op. Deze uitzendingen zorgden mede voor een toegenomen besef dat de naoorlogse terugkeer van vervolgde Joodse ingezetenen niet alleen op landelijk, maar ook op lokaal niveau werd gekenmerkt door bureaucratische kilte. Daarop hebben verschillende gemeentebesturen onderzoek ge&#x00EF;nitieerd naar de wijze waarop het rechtsherstel en de voorafgaande ontrechting van onroerend goed in hun gemeente heeft plaatsgevonden, en welke rol hun gemeente daarin heeft gespeeld. Deze belangstelling voor de houding van lokale overheden past in een bredere ontwikkeling van hernieuwde aandacht voor ontrechting en rechtsherstel, aandacht die zich in historisch onderzoek met name richt op de rol van specifieke organisaties en instituties.</p>
<p>Historicus Maarten Duijvendak, tussen 2001 en 2022 hoogleraar economische, sociale en regionale geschiedenis aan de universiteit van Groningen, heeft zich de laatste jaren gespecialiseerd in deze lokale onderzoeken. Zo schreef hij samen met Stefan van der Poel het in 2021 gepubliceerde onderzoeksrapport <italic>Ontvreemding van Joods vastgoed en rechtsherstel in de gemeente Groningen (1940-1955)</italic>. Hierin wordt kundig antwoord gegeven op de vraag hoe er met Joods onroerend goed in Groningen werd omgesprongen, zowel tijdens de oorlogsjaren als na afloop. De nadruk lag op de &#x2018;aanschaf van vastgoed in en door de gemeente en de gemeentelijke heffingen op onroerend goed&#x2019;. Deze vragen stonden ook centraal in vergelijkbare gemeenteonderzoeken in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Zwolle. Uit een aantal van deze grootstedelijke onderzoeken blijkt dat de gemeenten zelf als oorlogskoper van Joods vastgoed optraden of Joodse huiseigenaren naheffingen van achterstallige erfpachtcanons of straatgeld oplegden.</p>
<p>In het publieksboek <italic>Sporen van Joods leven. Ontrechting en rechtsherstel in Kampen en IJsselmuiden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog</italic> stelt Duijvendak dezelfde vragen, maar verkleint hij de schaal van het onderzoek tot het niveau van de relatief kleinere gemeenten Kampen en IJsselmuiden. De belangstelling voor de provincie als onderzoeksgebied en de opleving van het lokale genre maken onderdeel uit van de <italic>spatial turn</italic>, de brede verschuiving in historisch onderzoek waarbij historici ruimte en plaats centraal zijn gaan stellen in hun analyses. Wat het meest in het oog springt bij deze lokale studies is dat de gemeente en haar bevolking niet louter worden beschouwd als passief object en lijdend voorwerp in het verhaal van de Duitse bezetting, maar dat er specifieke aandacht is voor handelende personen en hun onderlinge verhoudingen. In deze trant schreef Geraldien von Frijtag Drabbe K&#x00FC;nzel een boek over Hilversum tijdens de bezettingstijd, dat een geschiedenis &#x2018;van binnenuit&#x2019; toont: &#x2018;een verhaal in menselijke maat, over de oorlog in Hilversum&#x2019; Ze bekeek de gebeurtenissen als het ware door de ogen van haar hoofdfiguren; het bestuur en de organisatie van hun gemeente, de ontwikkeling van hun sociale leven, hun ervaringen met de veranderende omstandigheden en de dreiging van de oorlog.</p>
<p>Ook Duijvendak problematiseert het (doorgaans nationale) macroperspectief op de bezetting en de gevolgen daarvan. Volgens hem wordt er verhoudingsgewijs minder aandacht besteed aan de betrokkenheid van de gemeente en de omgang met Joods materieel bezit (13). In zijn boek weet hij deze lacunes op overtuigende wijze te vullen en voorziet hij daarnaast de verschillende casussen van de nodige context. Deze brede benadering vormt de grote kracht van het boek. De auteur voorziet de verordeningen tegen Joden van de nodige context en maakt duidelijk dat de gebeurtenissen in Kampen en IJsselmuiden zich niet in een vacu&#x00FC;m afspeelden. Het werk is daarmee een belangrijke toevoeging aan de lokale geschiedschrijving in Overijssel die bewondering verdient, zeker gezien het beperkte bronnenmateriaal dat voorhanden is.</p>
<p>Tegelijkertijd kent deze verbreding van het onderwerp structureel bezien ook zwaktes. Zo begint Duijvendak in hoofdstuk 2 met een beschrijving van de Joodse gemeenschap te Kampen &#x2013; die door hem als vrijzinnig wordt getypeerd &#x2013; aan de vooravond van de oorlog. Het daaropvolgende hoofdstuk bevat een uiteenzetting van alle landelijk uitgevaardigde anti-Joodse maatregelen en de uitwerking daarvan op lokaal niveau in Kampen en IJsselmuiden, waarna de deportaties in het vierde hoofdstuk aan bod komen. De kern van het boek wordt gevormd door Duijvendaks gedetailleerde beschrijving van de precieze gang van zaken bij de onteigening en de uiteindelijke verkoop van het Joodse vastgoed, en welke rol de betrokken partijen daarbij speelden. Uit het nauwkeurige archiefwerk blijkt dat de gemeente Kampen in slechts &#x00E9;&#x00E9;n geval betrokken was bij de aankoop van Joods onroerend goed. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen gevonden die duiden op het systematisch vorderen van achterstallige lasten. In IJsselmuiden woonden gedurende de oorlogsjaren geen Joden, met uitzondering van een vrouw met twee kinderen die zich er kort vestigde (131). Joodse (en andere) onderduikers die zich op het grondgebied van de toenmalige gemeenten Kampen en IJsselmuiden bevonden, vormden geen onderdeel van dit onderzoek (13). In het laatste hoofdstuk wordt nogmaals stilgestaan bij de rol van de gemeentebesturen als geheel, de rol van bepaalde functionarissen als burgemeesters en korpschefs, en de invloed van de <sc>nsb</sc> op het bestuur en de samenleving, waarbij &#x2018;de informatie uit eerdere hoofdstukken hier fungeert als achtergrond&#x2019; (138). Hoewel deze bespreking cruciaal is, had het de leesbaarheid en chronologie van Duijvendaks betoog versterkt als hij deze analyses al in voorgaande hoofdstukken had gepresenteerd in plaats van er achteraf op terug te komen.</p>
<p>Om tot zijn conclusies te komen, raadpleegde Duijvendak een uitgebreid bronnencorpus met daarin een centrale rol voor de zogenaamde <italic>Verkaufsb&#x00FC;cher</italic>; de vastgoedboeken waarin de Duitse autoriteiten de administratie van de verkoop van Joodse panden bijhielden. Verder zijn het archief van het voormalige Nederlandse Beheersinstituut (<sc>nbi</sc>), de provinciale archieven van Overijssel en het Stadsarchief van Kampen benut. Duijvendak heeft voornamelijk informatie geput uit akten, rapporten, en gemeentelijke correspondentie; ambtelijke stukken zonder persoonlijke noot. Het toevoegen van mogelijke egodocumenten waaruit een eventuele reactie op de maatregelen vanuit Joodse hoek blijkt, had het boek overtuigender gemaakt. Hoewel Duijvendak deze leemte zelf ook benoemt en daarbij uitlegt dat het archief van de Joodse religieuze gemeente bij de deportaties in 1942 is verdwenen, maakt de titel <italic>Sporen van Joods leven</italic> toch nieuwsgierig naar de stem van de Joodse Kampenaren zelf. Voor dit boek, waarin het handelen van de gemeente en andere ambtelijke partijen centraal staat, was &#x2018;administratieve sporen&#x2019; passender geweest.</p>
<p>Daarnaast roepen de resultaten over Kampen &#x2013; en IJsselmuiden, waar eigenlijk geen sprake was van een Joodse gemeenschap ten tijde van de oorlog &#x2013; de vraag op naar de relevantie van dergelijke grote onderzoeken in plaatsen waar het gemeentebestuur niet of nauwelijks heeft opgetreden als oorlogskoper en er geen aanwijzingen zijn voor naheffingen. Aan de andere kant bieden deze projecten historici wel de gelegenheid om breder onderzoek te doen naar lokale Joodse gemeenschappen en hun perspectieven op deze ervaringen. Hoewel de resultaten daarvan wellicht niet geheel relevant zijn met betrekking tot de gestelde onderzoeksvragen, ligt er een kans om het nationale narratief met microhistorische inzichten te bevragen en waar nodig bij te stellen. De lopende en afgeronde onderzoeken leren ons hoe dan ook veel over de rol van lokaal bestuur in oorlogstijd en maken een onderwerp dat jaren onderbelicht is geweest bespreekbaar.</p>
</body>
</article>
