<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.25415</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.25415</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>&#x2018;A latere principis u de su theniente general&#x2019;. De regeringsraden naast landsheren en landvoogden in de Habsburgse Nederlanden. Leden, instellingen en algemene politiek, 1577/1580-1609</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lievens</surname>
<given-names>Brent</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250079</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>de Schepper</surname><given-names>Hugo</given-names></name>
</person-group>
<source>&#x2018;A latere principis u de su theniente general&#x2019;. De regeringsraden naast landsheren en landvoogden in de Habsburgse Nederlanden. Leden, instellingen en algemene politiek, 1577/1580-1609</source>
<publisher-loc>Leuven</publisher-loc>
<publisher-name>Peeters</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>1170 pp.</page-range>
<isbn>9789042951082</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.25415"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de inleiding van dit werk merkt wijlen Hugo de Schepper terecht op dat de institutionele geschiedschrijving vaak nog gebukt gaat onder een stoffig imago. Het feit dat heel wat onderzoekers zich lang focusten op de formele en statische aspecten van instellingen droeg hier zeker toe bij. De Schepper zelf gaat in dit werk veel verder en wil net breken met de depersonalisatie van instellingen. Die bestaan immers uit personen, van wie niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten. Individuen kunnen binnen instellingen dan ook een bepaalde dynamiek teweegbrengen. De auteur bestudeert in dat kader de drie regeringsraden die tijdens de vroegmoderne tijd naast de landsheer en zijn landvoogden in de Habsburgse Nederlanden functioneerden: de Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financi&#x00EB;n. Die eerste fungeerde vooral als adviesraad over buitenlandse zaken en oorlog, terwijl de Geheime Raad actief was als adviescollege voor binnenlandse aangelegenheden en justitie. De Raad van Financi&#x00EB;n, tot slot, hield zich bezig met het beheer van de overheidsfinanci&#x00EB;n en het vorstelijk domein. Deze instellingen worden meestal gegroepeerd onder de benaming &#x2018;collaterale raden&#x2019;; een term waar de auteur zichzelf niet volledig in kan vinden. De Schepper verkiest dan ook te spreken van de regeringsraden naast landsheren en landvoogden.</p>
<p>De studie bestrijkt de periode tussen 1577 en 1609, een politiek en militair zeer dynamische en woelige periode omwille van de Nederlandse Opstand. Zo kozen tijdens de jaren 1570 sommige raadsleden de kant van de vorst, terwijl andere zich toch achter de opstandelingen schaarden. Toen landvoogd don Juan van Oostenrijk zich in 1577 terugtrok naar de citadel van Namen met raadslieden die de vorst trouw bleven, waren er daardoor &#x00F3;&#x00F3;k raadsheren actief in Brussel die aan de zijde van de wederrechtelijke landvoogd Matthias van Oostenrijk stonden. Pas in 1580 werden de Raden officieel gerestaureerd door landvoogd Alexander Farnese, die don Juan was opgevolgd. Eindigen doet de studie in 1609, het jaar waarin het Twaalfjarig Bestand afgekondigd werd en de belangrijke staatsman Jean Richardot stierf. De Schepper wijst er terecht op dat in de bestaande literatuur tot voor kort weinig gekend was over de werking van de drie raden in dit tijdsgewricht. In de historiografie leefde lange tijd de veronderstelling dat de regeringsraden in deze periode buiten spel stonden. Met dit lijvige werk is die lacune en veronderstelling zeker verholpen.</p>
<p>Het boek is logisch en overzichtelijk opgebouwd en bestaat uit vier delen voorafgegaan door een schets van de politiek-institutionele gebeurtenissen tussen 1577 en 1580. Deze context is essentieel om een goed begrip te krijgen van de drie in het boek onderzochte raden. Het eerste deel is gewijd aan de organisatie en de samenstelling van de regeringsraden. De Schepper bespreekt hier de verschillende functies die binnen de raden bestonden. Zo bestond de Raad van Financi&#x00EB;n onder meer uit verschillende hoofden van financi&#x00EB;n, een thesaurier-generaal en ontvangers-generaal. In het tweede deel komen de personen die deze functies invulden op de voorgrond. De auteur maakte werk van een uitgebreide prosopografische studie naar de afkomst en loopbanen van de functionarissen. Dit deel zal zonder twijfel heel wat onderzoekers van pas komen. Het derde deel werpt een blik op de bevoegdheden die de regeringsraden toekwamen in het bestuur van de Habsburgse Nederlanden. Het vierde en laatste deel brengt de drie voorafgaande samen. Hier onderzoekt De Schepper effectief de rol van de regeringsraden in het politieke bestuur tussen 1580 en 1609. De auteur hanteert hier een chronologische methode om gelijkenissen en verschillen onder de opeenvolgende landvoogden te kunnen aanwijzen en duiden, waardoor de lezer zicht krijgt op de wisselwerking tussen de instellingen en de politieke context.</p>
<p>Wat <italic>&#x2018;A latere principis&#x2019;</italic> zo belangwekkend maakt, is de manier waarop De Schepper deze periode doorgrondt. Dit boek is in feite het eindproduct van het proefschrift waarop de auteur in 1972 promoveerde. In de decennia nadien bleef De Schepper nieuwe literatuur inpassen in zijn werk, wat zeker bijdraagt tot de kwaliteit van het boek. Bovendien verwerkte hij een indrukwekkend aantal archiefbronnen uit binnen- en buitenland in zijn studie. Vooral rekeningen dienden om de samenstelling van de raden te reconstrueren en te peilen naar de relaties met rekenplichtige officieren en provinciale en lokale autoriteiten. Door de offici&#x00EB;le briefwisseling tussen de landvoogden en Filips <sc>ii</sc> kon de auteur de organisatie en het functioneren van de raden analyseren. Het lijkt dan ook niet overdreven te beweren dat De Schepper degene was die de drie regeringsraden het best kende. Die kennis is in dit boek in een zeer heldere en leesbare stijl weergegeven en het kan dan ook ongetwijfeld als standaardwerk dienen voor iedereen die zich met de ruimere politiek-institutionele geschiedenis van deze periode bezighoudt.</p>
<p>Wat in het boek evenwel in grote mate ontbreekt, is de historiografische discussie over het functioneren van de zogenaamde <italic>noblesse d&#x2019;&#x00E9;p&#x00E9;e</italic> en de <italic>noblesse de robe</italic>. Met die eerste term worden de leden van oude adellijke families bedoeld, terwijl de tweede duidt op personen die meestal recent geadeld waren. De algemene indruk is dat de invloed en het belang van de oude adellijke families tijdens de onderzochte periode geleidelijk afnam. De Schepper benoemt dit echter niet als zodanig in zijn boek, hoewel de discussie op basis van zijn propografische studie zeker gevoerd kan worden. Op verschillende plaatsen in de studie wordt wel op deze thematiek gealludeerd (77, 88, 150, 155), maar een echte uitwerking ervan komt niet aan bod. Dat is jammer, want de sociale samenstelling van de raden had een dankbare insteek kunnen bieden om deze discussie expliciet te voeren. Zeker omdat de auteur in zijn inleiding opmerkt dat instellingen niet al te zeer gedepersonaliseerd mogen worden (21), maar dat ook de mensen die ze vormden aan bod moeten komen.</p>
<p>Verder vallen nog enkele andere opmerkingen te maken bij <italic>&#x2018;A latere principis&#x2019;</italic>. In de eerste plaats verdient de titel van het boek zelf een kritische opmerking. Die dekt de lading wel, maar het is twijfelachtig of een publiek breder dan enkel specialisten door het citaat &#x2018;<italic>A latere principis u de su theniente general</italic>&#x2019; kan achterhalen wat de studie precies inhoudt. Te meer daar de ondertitel in feite meegeeft wat het citaat betekent, waardoor het citaat zelf eerder overbodig is. Tot slot moet ook gewezen worden op het glossarium van persoons- en plaatsnamen achter in het boek. Dat zou een zeer handig instrument zijn voor lezers en onderzoekers, ware het niet dat er geen paginanummers toegevoegd zijn aan de plaatsen en personen. Op die manier vervalt uiteraard het nut van een glossarium.</p>
<p>Desalniettemin wegen deze kleine tekortkomingen niet op tegen de verdiensten van dit boek. &#x2018;<italic>A latere principis&#x2019;</italic> is een doorgedreven studie van de drie regeringsraden die in de Habsburgse Nederlanden naast de landvoogd fungeerden. De Schepper geeft op een heldere manier de samenstelling en bevoegdheden weer van deze instellingen en kadert ze in de bredere politiek-sociale ontwikkelingen tussen 1580 en 1609. Op die manier toont hij aan dat deze raden in deze periode wel degelijk een belangrijke schakel vormden in het landsbestuur. Bovendien verschaft dit werk de onderzoeker de meest diepgravende studie van de collaterale raden tot nu toe.</p>
</body>
</article>
