<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24898</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24898</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Voltooid verleden, onvoltooide geschiedenis. Een essay over geschiedenis en identiteit</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Bos</surname>
<given-names>Jacques</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250062</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Stabel</surname><given-names>Peter</given-names></name>
<name><surname>Puttevils</surname><given-names>Jeroen</given-names></name>
</person-group>
<source>Voltooid verleden, onvoltooide geschiedenis. Een essay over geschiedenis en identiteit</source>
<publisher-loc>Brussel</publisher-loc>
<publisher-name>ASP</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>255 pp.</page-range>
<isbn>9789461175298</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24898"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Geschiedenis en identiteit zijn nauw met elkaar verweven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de discussies rond de Canon van Vlaanderen, die de Vlaamse overheid heeft laten samenstellen met als expliciet doel de vorming van een Vlaamse nationale identiteit te stimuleren. Onder academische historici is de Canon omstreden, juist door deze doelstelling. Een ander fenomeen waarin het raakvlak tussen geschiedenis en identiteit duidelijk zichtbaar wordt, is de verzameling van op identiteit gerichte emancipatiebewegingen die doorgaans als &#x2018;woke&#x2019; wordt aangeduid. Het vertrekpunt van de woke-beweging ligt over het algemeen in onrecht en ongelijkheden in het verleden die doorwerken in discriminatie in het heden. Academische historici zouden zich misschien graag verre houden van hevige maatschappelijke debatten rond identiteit, maar worden steeds weer door de woelingen in de samenleving ingehaald.</p>
<p>Peter Stabel en Jeroen Puttevils, beiden als medi&#x00EB;vist werkzaam aan de Universiteit Antwerpen, proberen in hun &#x2018;boekessay&#x2019; <italic>Voltooid verleden, onvoltooide geschiedenis</italic> het verband tussen geschiedenis en identiteit te verhelderen en aan te geven op welke manier historici zich tot maatschappelijk omstreden thema&#x2019;s zouden kunnen verhouden. Dat doen zij in de eerste plaats door theoretische reflectie op de wetenschappelijke geschiedbeoefening, in nauwe relatie tot de praktijk van het historisch onderzoek. Stabel en Puttevils laten zien hoe de positivistische historici van de negentiende eeuw de geschiedschrijving professionaliseerden met behulp van wetenschappelijke bronnenkritiek, maar tegelijkertijd een instrument leverden voor de vorming van nationale identiteiten. Aan de hand van de <italic>Annales</italic>-school bespreken de auteurs vervolgens de vraaggeori&#x00EB;nteerde, op de sociale wetenschappen gerichte vorm van geschiedschrijving. In kort bestek, vooral op basis van het werk van Braudel, komt het probleem van de gelaagdheid van de historische tijd aan de orde, en ook teleologie en <italic>agency</italic> worden behandeld. Aan de hand van deze thema&#x2019;s laten Stabel en Puttevils zien dat historici verschillende opvattingen kunnen hebben over hoe het verleden in elkaar zit en hoe het bestudeerd moet worden.</p>
<p>Voor geschiedtheoretici zijn deze beschouwingen niet heel opzienbarend. Er wordt geen vernieuwende richting in het geschiedfilosofische debat ingeslagen, maar dat is ook niet wat <italic>Voltooid verleden, onvoltooide geschiedenis</italic> ambieert te doen. De reflectie op de kernproblemen in de geschiedbeoefening in het boek is bewonderenswaardig helder en toegankelijk, en maakt ook voor niet-historici duidelijk wat er in de geschiedschrijving op het spel staat: enerzijds streven historici ernaar om het verleden volgens de wetenschappelijke normen van hun vakgebied weer te geven en te analyseren, terwijl zij anderzijds te maken hebben met vragen en problemen van de maatschappij. De positie die Stabel en Puttevils innemen, is genuanceerd en zal voor veel academische historici herkenbaar zijn. Het verleden zelf is &#x2018;voltooid&#x2019;, het verandert niet meer. Historici kunnen het benaderen, maar nooit volledig doorgronden. De geschiedenis, het verhaal over het verleden, is &#x2018;onvoltooid&#x2019;, het verandert voortdurend doordat historici op basis van steeds nieuwe vragen telkens andere selecties uit de &#x2018;feitensoep&#x2019; maken. Objectiviteit is onmogelijk, maar het wetenschappelijke debat tussen historici kan een &#x2013; zij het altijd voorlopige &#x2013; consensus opleveren. Belangrijk voor de verhouding tussen historici en de maatschappij is dat zij transparant zijn en het publiek een blik gunnen in de &#x2018;interne keuken&#x2019; van de geschiedenis.</p>
<p>In de discussies over nationalistische en woke perspectieven op het verleden nemen Stabel en Puttevils een positie in die zeker een politieke dimensie heeft, maar die ook aansluit bij hun opvatting over geschiedbeoefening. Ze bekritiseren het nationalistische raamwerk van de Canon van Vlaanderen en de populaire televisieserie <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> omdat deze het kader van de Vlaamse natie vanuit het heden naar het verleden projecteren en er dus sprake is van een sterk teleologische invalshoek. Problematisch aan de Canon is dat de geschiedenis hierin in min of meer toevallige brokken wordt gepresenteerd en dat er sprake is van een geschiedenis zonder vragen. Wat de verschillende emancipatiebewegingen die onder het label &#x2018;woke&#x2019; samengenomen worden met elkaar gemeen hebben, is dat zij juist wel leiden tot nieuwe historische vragen. Stabel en Puttevils wijzen daarbij op het succes van de vrouwengeschiedenis en de verbreding en verdieping van historische vraagstellingen die postkoloniale benaderingen hebben opgeleverd. De nadruk die de woke-beweging op verschillende vormen van identiteit en op intersectionaliteit legt, heeft volgens de auteurs ook een keerzijde, namelijk maatschappelijke versplintering en de ondermijning van bestaande vormen van solidariteit. In dit krachtenveld moeten historici een weg zien te vinden die zowel recht doet aan de interne eisen van hun vakgebied als aan de uiteenlopende externe eisen van de maatschappij.</p>
<p>In hun slothoofdstuk presenteren Stabel en Puttevils daarom een &#x2018;toolkit voor historici&#x2019;: een reeks aanbevelingen gebaseerd op hun analyse van de geschiedbeoefening en haar verhouding tot de maatschappij. Hun eerste aanbeveling is dat historici de subjectiviteit van het historisch narratief moeten omarmen. In de keuze van hun onderwerpen laten historici zich onvermijdelijk leiden door subjectieve overtuigingen en ideologische vooronderstellingen. Historici zouden dit niet moeten verhullen door zich achter een objectiverende methode of een apolitieke houding te verschuilen. Uiteindelijk zal in het wetenschappelijke debat tussen historici met verschillende subjectieve perspectieven een synthese ontstaan die door de meeste historici aanvaard wordt. De tweede aanbeveling van Stabel en Puttevils heeft te maken met de omgang met bronnen, de &#x2018;grondstof&#x2019; van de geschiedbeoefening. Het is zaak om deze bronnen met creatieve vragen en methoden &#x2013; die onvermijdelijk geworteld zijn in het heden &#x2013; te laten spreken. Het derde punt dat de auteurs naar voren brengen gaat verder in op de verhouding tussen heden en verleden. Presentisme geheel vermijden is onmogelijk en onwenselijk, maar historici moeten ervoor waken uitsluitend aandacht te hebben voor de gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden die succesvol hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het heden zoals dat nu bestaat. In de vierde plaats moeten historici zich realiseren dat de geschiedenis, in de zin van het verhaal over het verleden, iets levends is dat voortdurend verandert. Dat de geschiedenis steeds herschreven moet worden is niet iets slechts, maar inherent aan de manier waarop de geschiedenis als wetenschap functioneert. Ten slotte geven Stabel en Puttevils aan dat academische historici niet het monopolie hebben op het doen van uitspraken over het verleden en zich niet op autoriteitsargumenten kunnen beroepen in de debatten over het verleden, maar dat zij door hun wetenschappelijke opleiding en ervaring wel bij uitstek in staat zijn een bijdrage aan die debatten te leveren. Waar het uiteindelijk om gaat is geschiedenis uit te dragen die aan bepaalde standaarden voldoet om daarmee een publiek met verschillende identiteiten aan te spreken.</p>
<p>De aanbevelingen van Stabel en Puttevils zullen de meeste professionele historici niet heel verrassend voorkomen. Dat kan als een kracht en als een zwakte beschouwd worden: de auteurs sluiten aan bij een consensus in het wetenschappelijke debat, zonder die fundamenteel ter discussie te stellen. Belangrijker dan het publiek van academische historici is voor dit boek daarom misschien wel het bredere publiek van in geschiedenis ge&#x00EF;nteresseerden. <italic>Voltooid verleden, onvoltooide geschiedenis</italic> biedt dat bredere publiek de blik in de &#x2018;interne keuken&#x2019; van de geschiedschrijving die volgens Stabel en Puttevils zo van belang is. Met hun &#x2018;boekessay&#x2019; leveren de auteurs een nuttige bijdrage aan maatschappelijke debatten waarin zowel geschiedenis als identiteit vaak te eendimensionaal benaderd worden.</p>
</body>
</article>