<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24827</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24827</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Huishouden in Nieuw-Guinea. Zending en het kolonialisme van goede bedoelingen</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Stoutjesdijk</surname>
<given-names>Martijn J.</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Protestantse Theologische Universiteit</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250060</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Mak</surname><given-names>Geertje</given-names></name>
</person-group>
<source>Huishouden in Nieuw-Guinea. Zending en het kolonialisme van goede bedoelingen</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>336 pp.</page-range>
<isbn>9789464564419</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24827"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De deels overlappende onderwerpen van zendingsgeschiedenis, slavernij, kerk en kolonialisme mogen in toenemende mate op de belangstelling van zowel het grote publiek als de vakwetenschapper rekenen. Dat resulteerde recent onder meer in het stevige proefschrift <italic>&#x2018;Een knecht der knechten sy hy syne broederen&#x2019;</italic> van Ben Ipenburg (2024) en het meer essayistische boek <italic>Uitverkoren</italic> van Saskia Pieterse en Janneke Stegeman (2025). Geertje Mak voegt zich in deze trend met een studie over de protestantse zending. Centraal staan de zendelingen van de Utrechtsche Zendingsvereeniging die halverwege de negentiende eeuw werden uitgezonden naar Nieuw-Guinea, dat op dat moment eigenlijk slechts in naam deel was van Nederlands-Indi&#x00EB;, want zonder enige noemenswaardige witte aanwezigheid.</p>
<p>In haar boek richt Mak zich op de wijze waarop de zending en het koloniale project samenhingen en analyseert ze de &#x2013; in hedendaags perspectief <italic>misguided</italic>, maar destijds niet minder gemeende &#x2013; goede bedoelingen van de zendelingen en hun donateurs. Daarbij maakt Mak een aantal vruchtbare keuzes: allereerst richt ze zich niet op de mannen en hun preken, maar op de zendingsvrouwen en hun huishoudens, waarin die goede bedoelingen concreet vorm kregen. Zo kruipt ze dicht op de huid van de koloniale alledaagse praktijk, waarmee ze een welkome aanvulling biedt op de hierbovengenoemde werken die zich vooral op het publieke debat over slavernij en zending in Nederland richtten. Ten tweede toont de auteur nadrukkelijk het perspectief en het verzet van de Papoea&#x2019;s en de wijze waarop hun cultuur inclusief hun wijze van werken, organiseren, en het geven van geschenken compleet botste met die van de zendelingen. Tot slot laat Mak zien hoe de door de zendelingen opgelegde ontginning van de aarde doorgetrokken kan worden tot het exploitatieve kapitalisme van vandaag de dag. Haar voornaamste bronnen bij dit alles zijn de brieven en verslagen van de zendeling-mannen en bovenal hun vrouwen, die in aparte tijdschriften publiceerden: <italic>Berigten van de Utrechtsche Zendingsvereenging</italic> voor mannen en <italic>Het Penningsken</italic> voor vrouwen. Mak probeert die bronnen &#x2018;dwars&#x2019; te lezen door op zoek te gaan naar meerstemmigheid, verzwijgingen en tegenstrijdigheden. Ze vult deze bronnen aan met antropologisch onderzoek naar de Papoea&#x2019;s.</p>
<p>Hoe werkt Mak het &#x00E9;&#x00E9;n en ander concreet uit? Haar boek zoomt in min of meer chronologisch geordende hoofdstukken in op verschillende thema&#x2019;s en casestudy&#x2019;s. Een buitengewoon boeiend thema in het werk is de betrokkenheid van de zendelingen bij de slavernij, die onder andere in de hoofdstukken 6 en 10 uitgewerkt wordt. In andere hoofdstukken heeft Mak al laten zien dat de Papoea&#x2019;s een geheel andere kijk hadden op werk dan de zendelingen. Voor de zendelingen bestond er eigenlijk maar &#x00E9;&#x00E9;n echte soort van werken, namelijk het ontginnen van &#x2018;tuinen&#x2019;: kleinschalige vormen van landbouw. Zij deden er alles aan om de Papoea&#x2019;s in dit model te krijgen omdat dit soort regelmatig werk zou bijdragen aan hun kerstening en beschaving. Het lukte de zendelingen echter nauwelijks om aan de benodigde menskracht te komen. Niet alleen was landbouw niet het dominante economisch model van de Papoea&#x2019;s, die in hun onderhoud voorzagen met onder meer visserij en de opbrengst van de handel in paradijsvogels, daarnaast percipieerden ze het werken voor een ander als slavernij. Gaandeweg vonden de zendelingen echter een oplossing voor hun dubbele probleem van het gebrek aan menskracht &#x00E9;n het gebrek aan zendingssucces: het opnemen van (kind)slaven in hun huishoudens &#x2013; een element dat goed in beeld komt bij Mak door haar focus op de vrouwen van zendelingen en de huishoudens die ze bestierden.</p>
<p>Als achtergrond bij dit fenomeen beschrijft Mak hoe er op Nieuw-Guinea regelmatig (kleine) oorlogen of rooftochten, zogenaamde <italic>raaks</italic>, plaatsvonden, waarbij dikwijls krijgsgevangenen gemaakt werden. Die werden vrijgelaten in ruil voor losgeld, (ritueel) gedood of als slaafgemaakte gebruikt. Met name gevangenen die jong, zwak, of verminkt waren of anderszins als gebrekkig werden gezien, liepen een hoog risico om gedood te worden. Nadat zendelingen enkele malen tussenbeide waren gekomen en een aantal kindslaven gered hadden, werd het steeds gebruikelijker om hen aan de zendelingen te koop aan te bieden. Aan de ene kant bleek dit een gouden greep voor het weinig vlottende zendingswerk: deze van hun verwantschapnetwerken afgesneden kinderen (en volwassen) waren door de zendelingen te kneden tot ideale inlandse christenen. Ze waren &#x2013; noodgedwongen &#x2013; loyaal aan de zendelingen, gingen naar de kerk en droegen (semi-)westerse kleren. Enkelen slaagden er vervolgens in een zelfstandig bestaan op te bouwen en werden lokale <italic>intermediaries</italic> van het christendom, met als beroemdste voorbeeld Petrus Kafiar. Voor de zendelingen was het aankopen van tot slaaf gemaakten ook een oplossing voor het nijpende arbeidstekort: nu hadden ze eindelijk de menskracht voor het bouwen van kerken en huizen en het bewerken van de tuinen. Ten slotte vormden de verhalen van vrijkoping uit slavernij een dramatisch, goed &#x2018;verkopend&#x2019; narratief voor de achterban thuis: met een kleine donatie uit Nederland was het mogelijk in Papoea een kind te redden van de dood of de slavernij.</p>
<p>De andere kant van het verhaal is dat de zendelingen met hun (humanitaire) interventie ook de lokale slavenmarkt verstoorden. Niet alleen steeg de prijs van kinderen gaandeweg, ook klopten de verkopende partijen bij de zendelingen aan met steeds zwaardere dreigementen dat wie niet gekocht werd subiet gedood, of tenminste afgeranseld zou worden. Een ander effect was dat men zich tijdens de bestuursvergaderingen van het zendingsgenootschap in Utrecht in toenemende mate de vraag stelde of deze kinderen nu eigenlijk niet slaven geworden waren van de zendelingen. Immers: uit de beschrijvingen werd heel duidelijk dat de &#x2018;vrijgekochte&#x2019; kinderen ingelijfd werden in de zendelinghuishoudens en daar stevig bezig werden gehouden. In hun reactie op dit soort verwijten focusten de zendelingen opmerkelijk genoeg op een andere vorm van slavernij, het in metaforische zin slaaf zijn van de duivel, in plaats van kind van God &#x2013; en daarmee waarlijk vrij &#x2013; te zijn. Die vrijheid was wat er werkelijk toe deed, en die vrijheid was via de route van de zendelingenhuishoudens onder handbereik. De zendelingen erkenden echter ook dat zij, voor wat betreft hun behoefte aan arbeidskracht, eigenlijk geen keus hadden: op een andere manier was er niet aan hulp te komen.</p>
<p>In het besluit van haar boek schrijft Geertje Mak dat ze &#x2018;niet een gemakkelijk boek&#x2019; heeft willen schrijven (307). En inderdaad: haar boek snijdt heel wat thema&#x2019;s aan: kolonialisme, slavernij, genderverhoudingen, zending, perspectieven op arbeid en economie. Maar Mak doet dat met zo&#x2019;n virtuositeit &#x2013; soepel in taal, helder in concepten &#x2013; dat je na lezing van het boek met een totaal verfriste blik naar de geschiedenis van Nederlandse zending en kolonialisme kijkt, doordat je inzicht hebt gekregen in de wijze waarop die thema&#x2019;s samenhingen en praktisch vorm kregen in de koloniale samenleving. Daarbij heeft het boek een plezierige layout, met veel mooi en relevant (foto)materiaal. Wat mij betreft zou dit boek dan ook verplichte kost moeten zijn voor wie meer wil begrijpen over de complexiteit van de relatie tussen kolonialisme en christendom in het voormalige Nederlandse koloniale rijk. Nederland boft maar dat Mak dit boek op een toegankelijke manier &#x00E9;n in het Nederlands heeft willen schrijven.</p>
</body>
</article>