<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24816</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24816</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Tilburg sport (1840-1940). Identiteit, diversiteit en distinctie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Oonk</surname>
<given-names>Gijsbert</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Erasmus Universiteit Rotterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250057</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Kemmeren</surname><given-names>Thijs</given-names></name>
</person-group>
<source>Tilburg sport (1840-1940). Identiteit, diversiteit en distinctie</source>
<publisher-loc>Woudrichem</publisher-loc>
<publisher-name>Pictures Publishers</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>280 pp.</page-range>
<isbn>9789492576804</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24816"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De wetenschappelijke bestudering van sportgeschiedenis bevindt zich in Nederland in een relatief marginale positie. Waar in landen als Duitsland en de <sc>vs</sc> al decennialang sprake is van institutionalisering, blijft Nederland achter. In Duitsland werd reeds in de jaren zeventig een leerstoel sportgeschiedenis gevestigd, terwijl Amerikaanse universiteiten inmiddels honderden hoogleraren en docenten sportgeschiedenis tellen. In Nederland ontbreekt het aan een structurele verankering van het vakgebied in het universitaire landschap. De tijdelijke leerstoel van Marjet Derks in Nijmegen, met haar focus op sportgeschiedenis, omstreden sporterfgoed en de culturele betekenis van het sportieve lichaam, vormde een zeldzame uitzondering. Eerder vervulden figuren als Ruud Stokvis en Nico Scheepmaker een voortrekkersrol, respectievelijk vanuit de sociologie en de sportjournalistiek. Hoewel er academische aandacht bestaat voor sport binnen disciplines zoals de sociologie en mediawetenschappen &#x2013; met name in het werk van Maarten van Bottenburg en Jacco van Sterkenburg &#x2013; blijft sportgeschiedenis als zelfstandige discipline onderontwikkeld.</p>
<p>Tegen deze achtergrond is het verschijnen van het proefschrift <italic>Tilburg sport (1840</italic>-<italic>1940). Identiteit, diversiteit en distinctie</italic> van Thijs Kemmeren bijzonder te noemen. Het werk levert een belangrijke bijdrage aan de lokale sportgeschiedenis in Nederland en laat zien hoe sportpraktijken verweven zijn met sociale, religieuze en economische structuren binnen een specifieke stadsgemeenschap. Hoewel het boek niet primair theoretisch van aard is, biedt het wel een empirisch rijke beschrijving van de wijze waarop sport in Tilburg functioneerde als sociaal en cultureel fenomeen tussen 1840 en 1940. De centrale onderzoeksvraag van het werk luidt: in hoeverre is aan te tonen dat sport in Tilburg in deze periode bijdroeg aan de toenemende betrokkenheid van burgers op elkaar en op de stad?</p>
<p>Kemmeren beschouwt sport als een sociaal-cultureel verschijnsel dat niet los gezien kan worden van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Sport is in zijn optiek niet slechts een vorm van lichamelijke ontspanning, maar een sociale praktijk die betekenisvol is binnen processen van identiteitsvorming, sociale integratie en uitsluiting. In zijn studie volgt hij de opkomst en ontwikkeling van diverse sporten en sportverenigingen in Tilburg, van traditionele volkssporten zoals handboogschieten tot moderne sporten zoals voetbal, wielrennen, gymnastiek, korfbal en hockey.</p>
<p>Een belangrijk inzicht van het boek is de wijze waarop sportfuncties en sportbeoefening sociaal gestratificeerd waren. Zo blijkt dat sporten als boogschieten en hockey voornamelijk werden beoefend door de stedelijke elite. Deze sporten werden aanvankelijk vaak georganiseerd binnen verenigingen met strikte toelatingseisen, ballotageprocedures en hoge contributies, hetgeen hun exclusieve aard onderstreept. In contrast daarmee stonden voetbal en wielrennen, sporten die vooral populair waren onder arbeiders. Ook binnen het voetbal bestonden er duidelijke sociale scheidslijnen: zo werd Willem <sc>ii</sc> geassocieerd met de textielarbeidersklasse, terwijl de verenigingen Noad en Longa zich meer richtten op de middenklasse. Deze differentiatie wijst op het belang van sport als terrein van sociale distinctie, een thema dat Kemmeren treffend verbindt aan bredere sociologische en cultuurhistorische debatten.</p>
<p>Interessant is ook Kemmerens aandacht voor genderverhoudingen in de sport. Hoewel het boek hier niet diep op ingaat, benoemt de auteur wel enkele veelzeggende verschillen. Zo werden vrouwen relatief vroeg toegelaten tot sporten als korfbal, gymnastiek en hockey, terwijl hun participatie in voetbal veel langer uitbleef. In het geval van hockey mochten vrouwen vanaf 1910 deelnemen, al was dat enkel op specifieke tijdstippen. Deze toelating vond dus plaats onder strikte voorwaarden, wat illustreert hoe genderrollen binnen sport mede werden bepaald door sociaal-culturele normen over vrouwelijke lichamelijkheid en gepast gedrag. In navolging van de Engelse Football Association, die in 1921 na raadpleging van zogenoemde &#x2018;medische experts&#x2019; besloot vrouwen te verbieden te voetballen op aangesloten velden, nam ook de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond in datzelfde jaar een officieel verbod op vrouwenvoetbal op. De vraag waarom deze vormen van gesegregeerde toelating binnen sommige sporten sneller ontstonden dan in andere, blijft grotendeels onbeantwoord en vormt daarmee een interessante suggestie voor vervolgonderzoek.</p>
<p>Kemmeren besteedt uitvoerig aandacht aan de invloed van religie, onderwijs en lokale instituties op de ontwikkeling van sportverenigingen in Tilburg. In een stad die gekenmerkt werd door een verzuild en geografisch gesegregeerd landschap, boden sportverenigingen belangrijke ontmoetingsplekken voor burgers met gedeelde achtergronden. Onder meer parochies, jeugdbewegingen, katholieke organisaties en het onderwijs waren daarbij belangrijke medespelers. Opvallend is dat de gemeentelijke overheid v&#x00F3;&#x00F3;r 1940 een marginale rol speelde in de sportontwikkeling. Het waren eerder initiatiefrijke burgers, lokale ondernemers en kerkelijke actoren die het sportleven vormgaven. Dit beeld nuanceert het idee van sport als <italic>top-down</italic> georganiseerd verschijnsel en laat juist zien hoe sport &#x2018;van onderop&#x2019; gestalte kreeg.</p>
<p>Een ander sterk punt van het boek is de aandacht voor sport als drager van geografische identiteiten. Sport bood niet alleen ruimte voor sociale distinctie, maar ook voor ruimtelijke identificatie: met een wijk, een stad of zelfs een regio. In het voetbal was Willem <sc>ii</sc> de club van de fabrikanten, Longa was de club van middenstanders en Noad stond bekend als arbeidersclub. Het wielrennen was aanvankelijk vooral populair bij de nieuwkomers in de stad, die zich vooral in de binnenstad vestigden. Via sport werden grenzen tussen &#x2018;oude&#x2019; en &#x2018;nieuwe&#x2019; Tilburgers zichtbaar, evenals tussen parochies en sociale milieus. Maar die grenzen konden ook vervagen. Zo functioneerden sportverenigingen als microkosmossen van de bredere stedelijke gemeenschap, waarin processen van in- en uitsluiting zich manifesteerden. Ballotageprocedures en contributies speelden hierbij een centrale rol. Tegelijkertijd wijst Kemmeren erop dat sport naar verloop van tijd ook kon bijdragen aan sociale mobiliteit en integratie: arbeiders en middenklassers kregen via sport toegang tot netwerken, voorzieningen en identiteiten die voorheen voorbehouden waren aan de elite.</p>
<p>Het empirisch fundament van het boek is stevig. Kemmeren baseert zich op diepgravend bronnenonderzoek in lokale archieven, zoals het Regionaal Archief Tilburg, het Archief van de Nederlandse Handboogbond en dat van nog bestaande verenigingen, zoals de Gymnastiek Vereniging Sint Dionysus. Daarnaast maakte Kemmeren intensief gebruik van de digitale krantenarchieven van Delpher. De studie wordt ondersteund door een indrukwekkende visuele documentatie: foto&#x2019;s, kaarten, programmaboekjes en andere illustraties reconstrueren honderd jaar sportleven in Tilburg. De combinatie van geschreven bronnen en illustraties versterkt het narratief en onderstreept de culturele verankering van sport in het dagelijks leven van de stad.</p>
<p>Toch kent het boek ook enkele beperkingen. Zoals eerder genoemd, blijft de analyse van genderdynamieken vrij beperkt en wordt er slechts incidenteel gereflecteerd op bredere theoretische kaders uit de cultuurgeschiedenis of de sociologie. De concepten identiteit, diversiteit en distinctie worden in de titel benoemd, maar krijgen in de analyse slechts impliciete betekenis. Het boek is vooral beschrijvend van aard en biedt minder ruimte voor theoretische verdieping of vergelijkende reflectie met andere steden of internationale ontwikkelingen. Dat is wellicht niet de opzet van het werk, maar voor een academisch publiek zou een explicietere conceptualisering van de kernbegrippen de waarde van het boek verder hebben kunnen vergroten.</p>
<p>Niettemin levert <italic>Tilburg sport</italic> een waardevolle bijdrage aan de sportgeschiedschrijving in Nederland. Het boek laat zien hoe sport functioneert als sociaal bindmiddel &#x00E9;n als mechanisme van sociale differentiatie. Kemmeren toont overtuigend aan dat sport geen neutraal terrein is, maar een domein waarin sociale, religieuze, economische en geografische identiteiten voortdurend worden geconstrueerd en bevochten. In een tijd waarin sport enerzijds wordt geassocieerd met massale inclusiviteit en anderzijds met elitevorming en uitsluiting, biedt dit boek een historische spiegel. Het laat ook het belang van lokale casestudy&#x2019;s zien. Is het voorbeeld van Tilburg uniek, of vonden vergelijkbare processen ook elders plaats? Tijd dus voor meer sportgeschiedenis. Het boek verdient een brede lezerskring onder historici, sociologen, beleidsmakers &#x00E9;n sportliefhebbers.</p>
</body>
</article>