<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24798</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24798</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Denker voor Gods aangezicht. Titus Brandsma &#x2013; een intellectuele biografie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Zeilstra</surname>
<given-names>Jurjen</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">historicus en theoloog</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250053</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Bocken</surname><given-names>Inigo</given-names></name>
</person-group>
<source>Denker voor Gods aangezicht. Titus Brandsma &#x2013; een intellectuele biografie</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>636 pp.</page-range>
<isbn>9789024469826</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24798"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Op 15 mei 2022 werd de karmeliet Titus Brandsma (1881-1942) door paus Franciscus heilig verklaard. De aanleiding voor de nieuwe grondige biografie <italic>Denker voor Gods aangezicht</italic> is voor Inigo Bocken, verbonden aan de <sc>ku</sc> Leuven en de Radboud Universiteit, echter niet de heiligverklaring of het martelaarschap van Brandsma als slachtoffer van het fascisme. De intellectuele capaciteiten van Brandsma zijn het motief, omdat deze volgens de auteur in eerdere biografie&#x00EB;n van onder anderen Henk Aukes (1947) en Ton Crijnen (2008) en in de media onderbelicht bleven. Waar de aandacht in studies over Brandsma eerder vooral uitging naar zijn maatschappelijke rol, dappere stellingname in het verzet, gevangenneming door de nazi&#x2019;s en dood, ligt het accent in dit boek op Brandsma als filosoof en kenner van de mystiek. In vijf hoofdstukken wordt de lezer meegenomen in respectievelijk zijn jeugd, de jaren in Oss, de eerste jaren als wetenschapper in Nijmegen, de periode vanaf het universiteitsrectoraat en ten slotte de oorlogsjaren, toen Brandsma in opdracht van de aartsbisschop van Utrecht de rooms-katholieke pers ging waarschuwen, werd opgepakt door de bezetter en in Dachau om het leven kwam. Het zwaartepunt in dit boek ligt, niet verwonderlijk gezien de titel, op de twee hoofdstukken die gaan over de periode in Nijmegen.</p>
<p>In de context van een seculariserende samenleving wordt Brandsma getekend als een krachtig katholiek denker die zich inzette voor vernieuwing en de relevantie van kerk en geloof. Naarstig zocht Brandsma naar inspiratie, niet alleen in oude teksten, maar ook in moderne disciplines als sociologie, fenomenologie, religieus intu&#x00EF;tionisme en taalfilosofisch pragmatisme. Bocken laat zien dat Brandsma, terwijl hij steeds loyaal bleef aan zijn kerk, op voor velen in die tijd verrassend actuele wijze aandacht vroeg voor de persoonlijke Godsontmoeting. Bocken werpt zodoende een nieuw licht op Brandsma, maar of Brandsma nu zo&#x2019;n groot filosoof was, blijft een open vraag.</p>
<p>De rode draad in deze lijvige biografie is de balans tussen bezinning en actie, anders gezegd: tussen de <italic>vita contemplativa</italic> en de <italic>vita activa</italic> (<italic>politica</italic>) die Brandsma vooral vond bij mystici die hem voorgingen &#x00E9;n bij hem fascinerende figuren in zijn eigen tijd, zoals de katholieke politicus Piet J.M. Aalberse. De laatste was als minister van Arbeid vanaf 1918 een exponent van de emancipatie van de rooms-katholieke zuil, die vanaf toen actief participeerde in de Nederlandse samenleving. Trefzeker profileert Bocken zijn hoofdpersoon in het kader van het streven van Nederlandse rooms-katholieken zich te ontworstelen aan de tijd van schuilkerken en tweederangs burgerschap. Maar dat hij daarvan de grenzen besefte wordt ook duidelijk. Toen aanhangers van katholiek corporatisme op den duur met fascisme gingen flirten, moest Brandsma daar niets van hebben. Hij zag, met de theologie van de schepping in gedachten, het waardevolle in het particuliere als een facet van het grote geheel. Een mooi voorbeeld vindt Bocken in Brandsma&#x2019;s visie op de Friese taal en cultuur waarmee hij was opgevoed. Respect voor diversiteit diende in een recht verstaan van het algemene gewaarborgd te zijn. Van platte eenvormigheid kon alleen vervlakking komen. Zo hadden ook de rooms-katholieken hun steentje in de Nederlandse samenleving bij te dragen.</p>
<p>De jonge Brandsma, zo toont ons Bocken, wilde de apologie voorbij. Niet defensief, maar cultureel betrokken had de gelovige in de wereld te staan. Hij pleitte voor een actuele verkondiging uitgaand van de objectiviteit van Gods bestaan, maar altijd met ruimte voor het persoonlijk ervaren van de immanente manifestaties daarvan. Bocken noemt nergens het subsidiariteitsbeginsel dat in de katholieke sociale leer zo belangrijk is geweest ter ontwikkeling van een sterk sociaal middenveld. Toch was het al in de encycliek <italic>Rerum Novarum</italic> uit 1891 dat paus Leo <sc>xiii</sc> aanspoorde tot katholieke emancipatie. Zowel de liberale kapitalistische nachtwakersstaat als totalitaire staatsvormen konden vanuit deze uitgangspunten worden bekritiseerd, terwijl participatie in de samenleving werd aangemoedigd. Bocken ziet Brandsma als een voortrekker in deze lijn. Na een studieperiode in Rome die hij afsloot met een promotie, werd Oss zijn belangrijkste werkveld. Hij stortte zich in het verenigingsleven en stichtte bibliotheken, scholen, kranten en bladen. Zijn grote passie werd de journalistiek, die hij een gemeenschapsvormende taak toeschreef. Voor deze opdracht heeft Brandsma tenslotte zijn leven in de waagschaal gelegd.</p>
<p>Van zijn orde ontving hij toestemming om zich in oktober 1923 tot hoogleraar filosofie en mystiek aan de juist opgerichte Katholieke Universiteit in Nijmegen te laten benoemen. Het was een actuele opdracht. Binnen en buiten de kerk was mystiek in beeldende kunst en literatuur voor velen in deze periode een nieuwe fascinatie. Bocken wijst op de paradoxale kant van deze positie, want de filosofie vroeg Brandsma om te proberen te begrijpen wat volgens de mystiek juist niet te begrijpen is. Hij was een gedreven docent, spreker en journalist, en hij schreef vele artikelen, maar een grote wetenschappelijke publicatie van zijn hand is er nooit gekomen. Het in Brandsma&#x2019;s eigen tijd al gehoorde verwijt dat zijn drukke bestaan afbreuk deed aan zijn wetenschappelijke prestaties wordt door Bocken echter gerelativeerd.</p>
<p>Zo tekent de auteur de karmeliet Brandsma als hartstochtelijk op zoek naar de verbinding tussen goddelijke openbaring en menselijke ervaring in de geest van Thomas van Aquino. Brandsma wilde de steriliteit van het moderne dogmatisch neothomisme ontlopen middels de mystiek, die Bocken definieert als &#x2018;bij uitstek het bewustzijn dat verborgen achter het menselijke het goddelijke huist&#x2019; (457). In zijn wijsgerige benadering van deze mystiek zocht Brandsma naar antwoorden op de grote vraagstukken van de moderniteit. Meer dan de eerdere biografie&#x00EB;n laat dit boek zien hoe werken van Teresa van &#x00C1;vila en vertegenwoordigers van de Moderne Devotie daarbij voor Brandsma bronnen waren. Naar zijn beleving leefden zij net als hij in tijden van crisis en vonden zij inspiratie in God. De biografie krijgt diepte doordat Bocken laat zien dat Brandsma besefte dat het niet iedereen gegeven kon zijn mystieke teksten tot zich te nemen of lange perioden in gebed verzonken te zijn. Hij voelde zich geroepen geenszins een studeerkamergeleerde te zijn, maar een geestelijk leider die het volk wilde verheffen aan de hand van &#x2018;sterke&#x2019; godsbeelden en wilde leren en uitstralen dat lijden kon worden beleefd als een vorm van geestelijke groei.</p>
<p>Dat Brandsma daarbij de problemen van zijn eigen tijd vaak op historisch onwetenschappelijke wijze terug projecteerde, stelt Bocken onvoldoende aan de orde. Keer op keer heeft Brandsma betoogd dat in Teresa van &#x00C1;vila, die in de zestiende eeuw de karmelietenorde hervormde, de juiste balans tussen het meditatieve en het in de wereld actieve leven kon worden gevonden. Te gemakkelijk neemt Bocken aan dat de uitkomsten van Brandsma&#x2019;s onderzoek als nog altijd geldige conclusies van zuiver intellectueel-wetenschappelijke arbeid kunnen worden gezien, terwijl zij eerder overkomen als een reflectie van Brandsma&#x2019;s persoonlijke en vaak vergeefse zoektocht naar balans tussen contemplatie en activisme.</p>
<p>Bocken raakt de kern van Brandsma en plaatst hem spannend in zijn tijd. Hij wist zich in de rooms-katholieke zuil tot een buitengewoon geliefd schrijver en spreker te maken. Op de juiste momenten nam Brandsma ferm afstand van het opkomend fascisme. De auteur laat overtuigend zien hoe creatief Brandsma vorm en inhoud heeft gegeven aan de rooms-katholieke maatschappelijke emancipatie die Leo <sc>xiii</sc> op het oog had gehad. Door de nadruk te leggen op de belangstelling van Brandsma voor mystiek en wijsbegeerte werpt Bocken een nieuw licht op met name diens journalistieke werk. Maar de auteur is soms wel erg breedsprakig, methodisch niet sterk, en niet erg kritisch ten opzichte van de gebiografeerde, met name waar het gaat om zijn ge&#x00EF;dealiseerde verwachtingen over de kerk in de samenleving. Bocken herhaalt bepaalde constateringen (de verbondenheid van contemplatie en actie) werkelijk te vaak en soms zijn de filosofische bespiegelingen voor een biografie te complex. Maar de heldere samenvattingen aan het eind van ieder hoofdstuk helpen de lezer, ook wanneer het iets te filosofisch wordt.</p>
</body>
</article>