<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24475</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24475</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ka&#x00E1;si de rebellenleider. Het vroege verzet tegen de slavernij in Suriname</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Stipriaan</surname>
<given-names>Alex</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Erasmus Universiteit Rotterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250048</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Dragtenstein</surname><given-names>Frank</given-names></name>
</person-group>
<source>Ka&#x00E1;si de rebellenleider. Het vroege verzet tegen de slavernij in Suriname</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>183 pp.</page-range>
<isbn>9789024456932</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24475"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De geschiedenis van de slavernij is tegenwoordig een verplicht onderdeel in het schoolcurriculum en het verzet tegen die slavernij is daar onlosmakelijk mee verbonden. Het Cura&#x00E7;aose slavernijverzet is bekend om de opstand van Tula, het Surinaamse verzet om zijn marrons. Dat waren mensen die uit de slavernij waren gevlucht, zich aaneensloten in de ondoordringbare bossen, en van daaruit de plantages aanvielen. De namen die daar altijd bij vallen zijn die van Boni en zijn kompanen Baron en Jolicoeur. Van de laatste is inmiddels duidelijk dat hij geen belangrijke rol heeft gespeeld, maar dat geldt voor de eerste twee wel. Iedere Surinamer kent hun namen. Dat is te danken aan het beroemde ge&#x00EF;llustreerde dagboek van majoor Stedman, die tussen 1772 en 1777 tegen Boni en de zijnen streed. Eind vorige eeuw kwam daar nog eens een lijvige studie over de Boni-oorlogen bij van de historisch antropoloog Wim Hoogbergen.</p>
<p>Opmerkelijk genoeg wonen de nazaten van Boni&#x2019;s groep, de Aluku, nauwelijks meer in Suriname, maar in buurland Frans-Guyana. In Suriname wonen nazaten van vijf andere Marrongroepen, waarvan er drie een veel oudere geschiedenis hebben dan die van Boni (ca. 1730-1798). Over hen is vooral in het Engels gepubliceerd door de antropologenechtparen Price en Thoden van Velsen-van de Wetering, waardoor hun geschiedenis veel minder bekend is. Historicus Frank Dragtenstein, geen marron maar wel van Afro-Surinaamse afkomst, brengt daar nu verandering in met zijn boek over Ka&#x00E1;si. Het is zeer toegankelijk geschreven en laat uitstekend de genesis zien van het grootste marronvolk, de Saamaka of Saramakaners. Via de figuur van Ka&#x00E1;si en de zijnen wil Dragtenstein laten zien dat marronage als vorm van strijd tegen de slavernij er al van het begin af aan is geweest en niet pas sinds de tijd van Boni. Tegelijk wil hij tonen hoe moeilijk, maar ook succesvol die strijd was en hoe creatief en moedig Marrons die voerden. Hij deed dat eerder en in breder verband in zijn proefschrift (2002), maar gaat nu de diepte in door op &#x00E9;&#x00E9;n vroege marronleider te focussen en zijn gegevens te combineren met wat de Prices over hem tegenkwamen in hun onderzoek naar de orale geschiedenis van de Saamaka.</p>
<p>Ka&#x00E1;si Pumbu, afgeleid van de slavennaam Klaas, was afkomstig uit het Congogebied, wellicht de Pumbustreek. Waarschijnlijk kwam hij begin jaren 1680 als slaafgemaakte in Suriname aan. Na zo&#x2019;n tien jaar keiharde slavenarbeid te hebben verricht, vluchtte hij in 1693 van een plantage. Met een klein groepje andere vluchtelingen vestigde hij zich bij de Saramaccarivier, zuidwestelijk van het plantagegebied. Dit gebied is voor hem en zijn groep hun thuis geworden, zij het in de loop der tijd steeds verder zuidwaarts en ook meer richting de Surinamerivier. Vanaf de vlucht hebben Ka&#x00E1;si en de zijnen anderen geholpen eveneens te vluchten en overvielen zij plantages, vooral langs de Surinamerivier en de Parakreek. Dat heeft geduurd tot Ka&#x00E1;si&#x2019;s overlijden, eind jaren 1740. Toen was zijn groep opgegaan in wat nu het Saamakavolk is. E&#x00E9;n van de dertien Saamakaclans draagt nog steeds de naam Langu, die verwijst naar Luangu,Congo, waar de meesten in Ka&#x00E1;si&#x2019;s groep vandaan kwamen.</p>
<p>Ka&#x00E1;si&#x2019;s groep groeide van een handvol mensen in de jaren 1690 uit tot meer dan zeshonderd verdeeld over vijf dorpen rond 1730, en nog meer in de periode daarna. Bij overvallen op plantages gingen slaafgemaakten met de marrons mee; slaafgemaakte lastdragers bij militaire expedities liepen over en vluchtelingen van plantages of uit Paramaribo vonden zelf de weg naar de Ka&#x00E1;sidorpen. In die eerste decennia van de achttiende eeuw werden steeds grotere expedities tegen Ka&#x00E1;si en de zijnen uitgerust, maar met weinig resultaat. Met een uitgebreid netwerk van informanten in het plantagegebied waren zij uitstekend op de hoogte van de voorbereidingen van militaire expedities, die weinig raad wisten met hun guerrillatactieken.</p>
<p>Nauwgezet maakt Dragtenstein gebruik van de vele verslagen van al die militaire expedities. Het nadeel van die bronnen is dat ze een blik van buitenaf blijven en ze over Ka&#x00E1;si en zijn mensen weinig zeggen. Dat heeft de auteur proberen te ondervangen door ook gebruik te maken van de orale overlevering van de Saamaka, opgetekend door Richard en Sally Price. Maar zelfs dat is te weinig om hem als mens echt tot leven te wekken. Misschien hadden verhoren van gevangen genomen Marrons Ka&#x00E1;si iets meer inhoud kunnen geven, maar die bron heeft de auteur niet gebruikt. Wel plaatst hij zich met zijn zeer gedegen spitwerk in de journaals en verslagen van militairen, plantage-eigenaars, bestuurders en andere tegenstanders van de Marrons in de traditie van historici en antropologen als Wim Hoogbergen, Sylvia de Groot, Chris de Beet en anderen die dat voor andere Marronvolken ook zo deden.</p>
<p>Daarnaast noopt de geschiedenis van Ka&#x00E1;si de auteur om ook ruim aandacht te besteden aan de Inheemsen. Dat is een interessante bijvangst, aangezien die geschiedenis nog nauwelijks is onderzocht. Dragtenstein toont hoezeer er een direct verband is tussen de Inheemse Oorlog (1678-1686) en het ontstaan van de strijd van Ka&#x00E1;si en anderen. Slaafgemaakten op verschillende plantages maakten gebruik van de oorlogsomstandigheden om te vluchten en werden daarbij door Inheemsen geholpen. Maar nadat de Inheemsen vrede hadden gesloten met de koloniale bezetter, veranderden sommigen van vrienden in vijanden van de marrons. De belangrijkste vredesvoorwaarde was namelijk dat Afrikaanse vluchtelingen moesten worden uitgeleverd. Sommige Inheemse groepen deden dat inderdaad en lieten zich bovendien gebruiken als gidsen voor de Europeanen. Dragtenstein concludeert zelfs dat de expedities tegen de marrons waarin de militairen door Inheemsen werden gesteund het meeste resultaat opleverden.</p>
<p>Aan de andere kant dreven marrons wel handel met Inheemsen en waren er verschillende dorpen waarin zowel marrons als Inheemsen woonden. Dat gold ook voor het dorp van Ka&#x00E1;si, die zelf een Inheemse vrouw had. Hij was bovendien bevriend met Inheemse hoofden en had met een van hen een eed van trouw gezworen, waarbij ze elkaars bloed hadden gedronken. In zijn proefschrift stipte Dragtenstein dit stuk Inheemse geschiedenis al aan, hier gaat hij er dieper op in. Daarmee legt hij een flinke bouwsteen voor een geschiedenis van de Inheemsen die nog altijd node wordt gemist in de Surinaamse historiografie.</p>
<p>Tegelijk toont Dragtenstein aan de hand van de soms paradoxale verhouding tussen Inheemsen en marrons hoezeer het koloniaal beleid was gebaseerd op een verdeel-en-heerstactiek. Marrons en slaafgemaakten die hun makkers verrieden werden beloond, in het geval van slaafgemaakten soms zelfs met de vrijheid. Dat gold eveneens voor slaafgemaakten die zich op wat voor manier dan ook trouw toonden aan de Europeanen. Zo niet, dan werd hun leven een hel en kon hun ongehoorzaamheid leiden tot de dood. Behalve de ontstaansgeschiedenis van een marronvolk maakt dit boek daarom heel goed duidelijk hoe een kleine groep Europeanen zich zo lang heeft kunnen handhaven in een omgeving waar zij de meerderheid van de bevolking in slavernij hield en ook nog eens constant van buitenaf werd bedreigd door marrons en Inheemsen. Als onderdeel van dit verdeel-en-heersbeleid sloot het koloniaal bestuur uiteindelijk in 1762 vrede met de Saamaka. Het moest wel, aangezien de expedities tegen de groep de kolonie volkomen uitputten. Ka&#x00E1;si was toen al gestorven, Boni begon net op te komen.</p>
<p>Voor wie Dragtensteins proefschrift kent, staat in dit boek veel bekends. De orale historische informatie uit het werk van de Prices is een welkome toevoeging. De focus op &#x00E9;&#x00E9;n van de eerste marrongroepen en de toegankelijke wijze waarop het is geschreven, geven ook een breder publiek helder inzicht in de vroegste strijd van Afro-Surinamers tegen de slavernij, het ontstaan van een marronvolk en de werking van koloniaal verdeel-en-heersbeleid. Daarnaast doet de substanti&#x00EB;le aandacht voor Surinaamse Inheemsen naar meer verlangen.</p>
</body>
</article>
