<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.24472</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.24472</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Oorlogsboeven. Alledaagse criminaliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Campion</surname>
<given-names>Jonas</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universit&#x00E9; du Qu&#x00E9;bec &#x00E0; Trois-Rivi&#x00E8;res</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250045</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Zurn&#x00E9;</surname><given-names>Jan Julia</given-names></name>
</person-group>
<source>Oorlogsboeven. Alledaagse criminaliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>208 pp.</page-range>
<isbn>9789048565276</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.24472"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De Tweede Wereldoorlog had een grote impact op het functioneren van samenlevingen. Dit is zeker het geval in de door de Duitsers veroverde gebieden, waar de bezette nationale instellingen en de bezettingsautoriteiten moesten samenleven. Dit leidde tot een duidelijke strijd over de publieke orde en tot een acuut normenconflict. De juridische normen raakten tijdens de bezetting immers vertroebeld: er heersten steeds meer tekorten, het geweld nam toe en de grenzen tussen legaliteit en legitimiteit van gedrag vervaagden. Voor de ordehandhavers waren de uitdagingen dan ook buitengewoon groot. De bezetting is daarom in veel opzichten een uitzonderlijke periode, niet in de laatste plaats op het gebied van de rechtspraak en het bestrijden van de criminaliteit. In de geschiedschrijving en het collectieve geheugen is deze kwestie van ordehandhaving vaak uitsluitend belicht vanuit het perspectief van een tegenstelling tussen verzet en collaboratie.</p>
<p>Maar deze problematiek van ordehandhaving is veel complexer. Tijdens militaire bezettingen ondergaat ook de &#x2018;alledaagse criminaliteit&#x2019; &#x2013; een typering voor misdrijven die niet politiek of ideologisch van aard zijn &#x2013; grote veranderingen. In de context van nieuwe regelgeving en rantsoenering stijgt dit type criminaliteit aanzienlijk, neemt het nieuwe vormen aan, treft het nieuwe doelwitten of betrekt het mensen (slachtoffers en daders) die vanwege hun leeftijd, geslacht of sociale achtergrond geen deel uitmaakten van het traditionele vooroorlogse &#x2018;client&#x00E8;le&#x2019; van het strafrechtsysteem. Bovenal moeten de rechtspraak en de politie zich aanpassen aan deze nieuwe omstandigheden, waarbij zij heen en weer geslingerd worden tussen de traditionele verhoudingen en de specifieke belangen van politie en rechtbanken, de verplichtingen die worden opgelegd door de militaire- of bezettingsautoriteiten, de maatschappelijke belangen van de bevolking en de verdediging van nationale belangen.</p>
<p>Het zeer degelijke boek van Jan Julia Zurn&#x00E9; behandelt deze kwestie van ordehandhaving en alledaagse criminaliteit voor Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze specialist op het gebied van Europese rechtspraak in oorlogstijd en universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen beschrijft de vormen en belangen van alledaagse criminaliteit vanaf de vooroorlogse tot de naoorlogse periode. Aan de hand van strafrechtelijk en maatschappelijk gedefinieerde categorie&#x00EB;n van diefstal, fraude, heling en verduistering kijkt ze eerst naar de manieren waarop deze vormen van criminaliteit en illegaal gedrag tijdens de oorlog transformeerden. Vervolgens analyseert ze de reacties van de ordehandhavers daarop: werd dit criminele gedrag al dan niet bestraft, en hoe? Zurn&#x00E9; richt zich daarbij niet alleen op de jaren van de Duitse bezetting. Door een breder chronologisch perspectief te hanteren laat ze zien hoeveel tijd het kostte vooraleer er na de bevrijding en de Duitse capitulatie een nieuwe veiligheidsnorm en een nieuwe dagelijkse veiligheid in de Nederlandse samenleving tot stand kwam. Dit brede perspectief, waarbij Zurn&#x00E9; de praktijken van de alledaagse criminaliteit op het terrein zelf als bron hanteert, is een nuttige aanvulling op het werk van Derk Venema over de Hoge Raad en de relaties tussen de Nederlandse justitie en de Duitse autoriteiten (2007), het werk van Peter Romijn (2002) en Helen Grevers (2013) over de repressie van de collaboratie, alsook op het onderzoek van met name Cyrille Fijnaut naar de politie tijdens de oorlog (2008).</p>
<p>Het boek is onderverdeeld in negen hoofdstukken die elk vanuit een andere invalshoek naar een crimineel fenomeen kijken. In elk hoofdstuk staat een specifieke casestudie centraal die in detail wordt gepresenteerd. Deze microhistorische analyse van negen cases biedt een uitgebreid overzicht van de alledaagse criminaliteit in oorlogstijd. Een aantal cases is gericht op een specifieke periode (de invasie van mei 1940, de Hongerwinter), andere op een bepaald type misdrijf (fietsendiefstal, ravitaillering) of een specifieke categorie van daders (jongeren), alsook op bepaalde bijzondere omstandigheden in de oorlogsperiode: bijvoorbeeld Joodse slachtoffers die ondergedoken zaten, of de onmogelijke keuze van politie of justitie om onder Duitse inzet een misdrijf als niet-politiek of met patriottische motieven te beschouwen en te behandelen en dus de misdadigers eventueel te beschermen. De strafzaken waarop Zurn&#x00E9; zich baseert, zijn afkomstig uit twee gerechtelijke arrondissementen in de provincies Noord-Brabant en Noord-Holland, namelijk&#x2019; s Hertogenbosch en Haarlem. Deze worden voornamelijk geanalyseerd op basis van gerechtelijke bronnen zoals proces- en instructiedossiers, onderzoeken en vonnissen. De keuze van de auteur om Noord-Brabant vanuit een langetermijnperspectief te bestuderen is des te interessanter omdat deze provincie tussen de jaren 1920 en 1950 op het gebied van veiligheid en criminaliteit een slechte reputatie kende (15-17).</p>
<p>Deze lokaal verankerde verhalen zijn gedetailleerd en rijkelijk ge&#x00EF;llustreerd beschreven en worden gepresenteerd met bijzondere aandacht voor de betrokken actoren (daders, slachtoffers, en autoriteiten). De casussen worden in hun context geplaatst, besproken en bovendien ook verbonden met bredere observaties uit de algemene inleiding en de conclusie van het boek. In deze twee onderdelen vat Zurn&#x00E9; de ontwikkelingen van de alledaagse criminaliteit tijdens de oorlog uitstekend samen en dit helpt de lezer sterk om de thematieken van de verschillende hoofdstukken te begrijpen en te interpreteren. De auteur navigeert bovendien met gemak tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens om de specifieke casestudies binnen bredere trends te situeren. Zurn&#x00E9; stelt hier de betekenis van de rechtsuitoefening ter discussie en biedt handvatten voor het begrijpen en analyseren van de invloed van de bezetting op het Nederlandse recht en op de praktijken van de betrokken actoren (justitie, politie, Duitse bezetters, en Nederlandse inwoners), met als doel de politieke aard van sociale regulering in crisistijd beter te doorgronden. Een dergelijke inleiding en conclusie vergroten ongetwijfeld de diepgang van het boek als geheel, waardoor deze studie een singuliere, feitelijke en weinig geproblematiseerde lokale geschiedenis overstijgt. Dit had wel een valkuil kunnen zijn, aangezien Zurn&#x00E9; de individuele casestudies dermate centraal heeft gesteld.</p>
<p>Uiteindelijk heeft de auteur haar doelstelling behaald: het begrijpen en analyseren van alledaagse, kleine criminaliteit en de bestraffing ervan tijdens de oorlog, waarbij zowel de houding van de betrokkenen als die van de instellingen kritisch wordt bestudeerd, en waarbij de eigenheid van deze bezettingsperiode ten opzichte van de periode voor en na het conflict duidelijk wordt gemaakt. De methodologische aanpak leidt tot een algemeen overzicht, terwijl elk van de behandelde thema&#x2019;s zeker ook verder en systematischer onderzoek verdient. Maar de bijdrage van Zurn&#x00E9;&#x2019;s boek is belangwekkend en het is duidelijk dat deze studie, die deel uitmaakt van recente tendensen in de historiografie om zich op de individuele ervaring te richten zoals in het werk van Koen Aerts (2017) en Fabrice Maerten (2020), een geslaagde aanvulling vormt op de geschiedschrijving van samenlevingen in oorlogstijd en de ordehandhaving daarbinnen.</p>
<p>Het boek nodigt ook uit tot verder onderzoek. Internationale vergelijkingen met andere landen in West- of Noord-Europa kunnen leiden tot een beter begrip van de specifieke kenmerken van de Nederlandse situatie: wat is nu de impact van de lokale omstandigheden van het conflict en met name van de Hongerwinter, of wat is het precieze gewicht van bredere sociaal-politieke trends binnen het Nederlandse Koninkrijk? Het boek toont eens te meer de rijkdom en het belang van gerechtelijke archieven aan en zal daardoor uiteraard ook nuttig zijn voor andere thema&#x2019;s binnen de historiografie van de Tweede Wereldoorlog, zoals de geschiedenis van het dagelijks leven, sociale geschiedenis, de geschiedenis van jongeren, gendergeschiedenis, cultuurgeschiedenis of een <italic>bottom-up</italic> benadering van economische geschiedenis.</p>
</body>
</article>
