<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.23658</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.23658</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De ontplofte kip. De paradoxale geschiedenis van het meest gegeten dier</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Striekwold</surname>
<given-names>Amber</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250035</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Verdonk</surname><given-names>Dirk-Jan</given-names></name>
</person-group>
<source>De ontplofte kip. De paradoxale geschiedenis van het meest gegeten dier</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Marizel Pers</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>392 pp.</page-range>
<isbn>9789462497887</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.23658"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In Nederland leven er rond de 45 miljoen vleeskippen en jaarlijks sterven er wereldwijd ongeveer 70 miljard voor consumptie. Als archeologen in de toekomst op onze aardlaag stuiten, zullen botten van de vleeskip sterk vertegenwoordigd zijn. Toch hebben de meeste mensen nog nooit een vleeskip in levenden lijve gezien en vind je deze kip in de meeste studies over de eigentijdse geschiedenis niet terug. <italic>De ontplofte kip</italic> brengt hier verandering in. In dit publieksboek poogt Dirk-Jan Verdonk te begrijpen hoe de vleeskip in de tijdsspanne van minder dan een mensenleven het meest gegeten dier is geworden.</p>
<p>Lang was de kip een dubbeldoeldier: ze begon als legkip en zodra ze dat doel niet meer diende, verdween ze in de pot voor consumptie. In de naoorlogse periode werd de kip &#x2018;geoptimaliseerd&#x2019; &#x2013; er kwamen aparte rassen voor de eierproductie en voor het vlees. Deze moderne vleeskip brak op 21 maart 1948 in de Verenigde staten uit het ei. We kennen de precieze datum omdat haar ontstaan een doelbewust project was. Deze kip was gefokt als onderdeel van de drie jaar durende &#x2018;kip van morgen&#x2019;-competitie met het doel een kip te ontwikkelen met flink wat vlees op borst, dijen en bouten en een goede voederconversie (26). Deze competitie bleek slechts het begin van een zoektocht naar verdere optimalisatie van de moderne vleeskip.</p>
<p>Verdonk stelt dat de moderne vleeskip de ultieme natuur-cultuurhybride is. Ze is een biologische entiteit en belichaamt tegelijkertijd een &#x2018;ideologie van algehele menselijke superioriteit en specifieker van een geloof in een bepaalde economische ordening en optimalisatie die kan worden opgelegd aan wat daarin &#x201C;natuurlijke hulpbronnen&#x201D; heten&#x2019; (19). Verdonk specificeert dat de vleeskip een &#x2018;door en door kapitalistisch project&#x2019; is, maar stelt dat ook communistische regimes van de vleeskip gebruikmaakten. Daarmee appelleert hij aan werk van bijvoorbeeld Tiago Saraiva (2016), J.L. Anderson (2019) en Thomas Fleischmann (2020) waarin de evolutie van dieren wordt gekoppeld aan grotere politiek-economische systemen.</p>
<p>Naast historicus is Verdonk ook directeur van World Animal Protection Nederland, de Nederlandse tak van een internationale dierenbeschermingsorganisatie. Hij is helder over zijn positionaliteit als activist en onderzoeker. Daarnaast schrijft hij dat hij door zijn veelvormige betrokkenheid bij de vleeskip &#x2013; als onderzoeker, pleitbezorger, campagnevoerder en bestuurder &#x2013; verscheidene actoren heeft kunnen spreken (20-21). Dit is inderdaad een meerwaarde, omdat hij in zijn functie op plekken komt waar de gemiddelde wetenschapper niet kan komen. Met Verdonks kritische invalshoek past deze studie binnen een recente ontwikkeling in de historiografie waarin de Nederlandse naoorlogse landbouwmodernisatie wordt geproblematiseerd.</p>
<p>Verdonks geschiedenis van de plofkip is meer dan dierengeschiedenis.  Ge&#x00EF;nspireerd door <italic>Science and Technology Studies</italic> bestudeert Verdonk hoe wetenschap, technologie en de samenleving de vleeskip tezamen hebben geproduceerd. Daarbij is er in zijn studie aandacht voor wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, zoals innovaties in de kippenfokkerij, en culturele ontwikkelingen, zoals veranderende idee&#x00EB;n over gezondheid en gezonde voeding. Zo beargumenteert Verdonk dat de vleeskip een meervoudige aard heeft. Ze is gevormd en gemaakt door onder andere culinaire voorkeuren, politiek en ideologie. Die meervoudigheid echoot ook in het bronmateriaal en de opzet van het boek. Zijn bronnenarsenaal bespreekt Verdonk niet in de hoofdtekst, maar een blik op het notenapparaat laat zien dat de selectie indrukwekkend en veelzijdig is: van kookboeken tot het archief van de Nederlandse productschappen. Hij put daarmee voornamelijk uit het bronnenarsenaal verzameld voor zijn proefschrift <italic>Het Dierloze Gerecht</italic>, uit 2009.</p>
<p>Verdonk vat de meervoudigheid van de vleeskip in zeven hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bespreekt ontwikkelingen in de wetenschap en de praktijk van de fokkerij. Hij laat zien dat de criteria voor een &#x2018;goede&#x2019; vleeskip werden ingegeven door kosteffici&#x00EB;ntie &#x2013; specifiek groeisnelheid en voederconversie. Hierbij stond de wetenschap in dienst van economische belangen. In hoofdstuk 2 richt hij zich op de bedrijven die het genetisch materiaal leverden voor kippenvleesproductie en laat hij zien dat deze ook steeds sneller groeien. Hier focust hij zich op de drang naar kosteneffici&#x00EB;ntie in verschillende schakels van de voedselketen. Dit laat hij zien door onder andere te focussen op hoe goedkope arbeidskrachten (veelal migranten) doorheen de tweede helft van de twintigste eeuw onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden werden ingezet en hoe verticale integratie de boer steeds meer buitenspel zet.</p>
<p>In hoofdstuk 3 bespreekt Verdonk de geschiedenis van de vleeskip als consumptieartikel. Hij laat zien dat de vraag naar kippenvlees actief werd gecre&#x00EB;erd. Hij stelt in de context van de Verenigde Staten dat er &#x2018;voortdurend nieuwe en grotere behoeften gefabriceerd worden om ervoor te zorgen dat kippenvleesbedrijven &#x2013; en graanbedrijven &#x2013; konden blijven groeien&#x2019; (114). De kip bleek uitermate geschikt voor steeds verder doorgevoerde effici&#x00EB;ntie in de hele keten. Omdat vleeskippen al na 6 weken slachtrijp zijn, hebben ze geen tijd om aroma&#x2019;s te ontwikkelen. De daardoor ontstane smakeloosheid van kippenvlees maakte kip &#x2018;het meest veelzijdige stukje vlees&#x2019; en dus geschikt voor massale consumptie.</p>
<p>Hoofdstuk 4 richt zich op de samenhang tussen de vleeskip en internationale economische samenwerking en handelsvragen. De &#x2018;kippenoorlog&#x2019; tussen de Europese Economische Gemeenschap (<sc>eeg</sc>) en de Verenigde Staten (1961-1964) is hiervoor illustratief. De invoertarieven van de <sc>eeg</sc> brachten de Amerikaanse export van kippenvlees in het gedrang, waarop de vs met represailles dreigden. Ook al bleek deze kippenoorlog een storm in een glas water, volgens Verdonk toonde hij aan dat nationale belangen niet altijd overeenkomen met de belangen van transnationale bedrijven of politieke samenwerkingsverbanden. Soortgelijke kwesties zouden zich doorheen de tweede helft van de twintigste eeuw herhalen en zich in verschillende economische ruimtes voordoen, zoals ook bij de onderhandelingen van het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag.</p>
<p>In hoofdstuk 5 en 6 laat Verdonk zien hoe menselijk handelen ecosystemen verstoorde en welk aandeel de vleeskip daarin had. Dit doet hij aan de hand van het ontstaan en de verspreiding van vogelgriepvarianten, antibioticaresistentie en de mondiale milieu-impact van de vleeskip. Het laatste hoofdstuk wijdt de auteur aan de vleeskip en haar welzijn: hoe en door wie werd dat gedefinieerd? De sector was niet doof voor de steeds hardere roep om dierenwelzijnsnormen vanuit de maatschappij en de wetenschap, maar bepaalde zelf wie deskundig genoeg werd geacht om commentaar te geven. Daardoor werd dierenwelzijn volgens Verdonk ingevuld volgens een economische ratio en dus &#x2018;niet als waarde in zichzelf, maar als middel om financi&#x00EB;le waardevermeerdering te optimaliseren.&#x2019; Het welzijn van individuele kippen was &#x2018;daaraan per definitie ondergeschikt&#x2019; (267).</p>
<p>Elk van de hoofdstukken belicht een facet van de geschiedenis van de vleeskip met een gelaagd verhaal als resultaat. Tegelijkertijd had de keuze voor deze invalshoeken meer onderbouwd en ingekaderd mogen worden. Hetzelfde geldt voor de geografische afbakening van het werk. Verdonk stelt terecht dat de vleeskip de wereld heeft veroverd, dus is haar geschiedenis een mondiale geschiedenis. Toch beperkt hij zich voornamelijk tot de &#x2018;geboorteplaats&#x2019; van de vleeskip, Amerika, en zijn eigen standplaats Nederland. Daarnaast bespreekt hij regio&#x2019;s die hij voor zijn werk heeft bezocht: Oekra&#x00EF;ne en Zuid-Amerika. Dit is begrijpelijk, maar een reflectie op het waarom van deze casussen had de verantwoording voorbij het pragmatische gebracht.</p>
<p>Dit werk is een prikkelende historische studie met mooie aanknopingspunten voor verder historisch onderzoek naar het ontstaan van de bio-industrie in Nederland en daarbuiten. Bewonderenswaardig is ook Verdonks vermogen om complexe materie helder en overzichtelijk uit te leggen zonder af te doen aan de nuances. Dit maakt het boek voor academici &#x00E8;n het brede publiek zeer geschikt.</p>
</body>
</article>
