<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.23459</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.23459</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Geld, geloof en goede vrienden. Piet van Eeghen en de metamorfose van Amsterdam, 1816-1889</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Abrahamse</surname>
<given-names>Jaap Evert</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Vrije Universiteit Amsterdam en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250030</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Hasselt</surname><given-names>Laura</given-names></name>
</person-group>
<source>Geld, geloof en goede vrienden. Piet van Eeghen en de metamorfose van Amsterdam, 1816-1889</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Balans</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789463822473</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.23459"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Piet van Eeghen werd in 1816 in Amsterdam geboren. Hij bleef er zijn hele leven wonen, maar als oude man woonde hij in een totaal andere stad. Het inwonertal was meer dan verdubbeld, de haven en de economie waren opgebloeid en nieuwe sociale, medische, commerci&#x00EB;le en culturele instituties hadden zich gevestigd in indrukwekkende nieuwbouw, zoals het Rijksmuseum, het Concertgebouw en het Prinsengrachtziekenhuis. Her en der waren wooncomplexen voor arbeiders verrezen ter vervanging van de krotten die de norm waren voor de stedelijke onderklasse. Van Eeghen, firmant van het handelshuis Van Eeghen &#x0026; Co, speelde een hoofdrol in deze en andere ontwikkelingen.</p>
<p><italic>Geld, geloof en goede vrienden</italic> is de handelseditie van het proefschrift van Laura van Hasselt. Zij mengde biografie en stadsgeschiedenis, waardoor Van Eeghens levensverhaal wordt verteld als deel van een breder verhaal over stedelijke ontwikkeling dat chronologisch en thematisch is ingedeeld. Eerder verschenen boeken over het handelshuis en Van Eeghens collecties, maar over de man zelf werd niet veel geschreven, en nooit een biografie. De geschiedschrijving van de stedelijke ontwikkeling richt zich vanouds vooral op de overheid. Ida Jagers standaardwerk <italic>Hoofdstad in gebreke</italic> richt zich uitsluitend op de publieke werken, maar ook in het breed opgezette <italic>Amsterdam in de Tweede Gouden Eeuw</italic> komen het particulier initiatief, en dus ook Van Eeghen, er bekaaid vanaf. Dat geldt ook voor de vijfdelige <italic>Geschiedenis van Amsterdam</italic>, waarin vooral Samuel Sarphati wordt opgevoerd als initiatiefnemer van de grote vernieuwingen. Dit boek voorziet dus zonder meer in een lacune.</p>
<p>Na een inleidend hoofdstuk over Van Eeghens jeugd volgen thematische hoofdstukken waarin zijn maatschappelijke activiteiten centraal staan: de ziekenzorg, de opvang van prostituees en &#x2018;ontspoorde&#x2019; jongeren, de woningbouw voor arbeiders, het Vondelpark en zijn bemoeienis met diverse collecties en musea.</p>
<p>De stadsvernieuwing kwam niet voort uit de visie van de stedelijke overheid. Toen de economie in de tweede helft van de negentiende eeuw na een lange periode van teruggang weer opleefde, koos het stadsbestuur niet voor een actieve opstelling als het ging om stadsontwikkeling of publieke werken. De taakopvatting van het bestuur was &#x2018;zeer beperkt&#x2019;, zoals Van Hasselt niet zonder gevoel voor understatement schrijft (11). De heren hielden zich vooral bezig met ellenlange discussies, met van tijd tot tijd een halfslachtige poging om al te zeer in het oog springende uitwassen van de verloedering enigszins te maskeren. De mensen uit de kringen rond Van Eeghen voelden zich persoonlijk verantwoordelijk voor hun stad en zagen de beperkte rol van de overheid niet als problematisch. Vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen kwamen dan ook voort uit particulier initiatief. Groepen vermogende ondernemers maakten plannen en voerden deze uit. Piet van Eeghen speelde een hoofdrol in veel van deze burgerinitiatieven.</p>
<p>Van Eeghen deed elders in Europa inspiratie op voor zijn projecten: hij bezocht stadsparken, ziekenhuizen, musea en woningbouwprojecten in Londen, Parijs en Brussel. Van Hasselt maakt op een overtuigende manier duidelijk dat Van Eeghen een onuitwisbaar stempel heeft gedrukt op de stad, door gebruik te maken van zijn centrale positie in de <italic>civil society</italic> en zijn vermogen om verschillende netwerken te verbinden en met verschillende petten tegelijk op zaken te regelen. Vanuit een modern perspectief gebeurde dat niet op een al te transparante of democratische manier; ook verloor Van Eeghen zijn eigen belang nooit uit het oog, bijvoorbeeld door de strategische aankoop van bouwgrond of kunstwerken of het inzetten van arbeidskracht voor de ontginning van eigen grondbezit. Van Hasselt laat zien dat het in Van Eeghens tijd noodzakelijk was om sociale projecten een solide zakelijke basis te geven om structurele veranderingen teweeg te brengen. Filantropie was niet duurzaam: een project moest exploitabel zijn om blijvend effect te hebben. Dat was ook het uitgangspunt bij de Koloni&#x00EB;n van Weldadigheid: door grootschalige ontginningen en het opzetten van (landbouw)bedrijven zouden stedelijke paupers structureel van inkomen en huisvesting worden voorzien zonder afhankelijk te zijn van overheidsgeld. Toen Van Eeghen zich ging bezighouden met de opvang van prostituees en jongeren zal hij zeker naar de Koloni&#x00EB;n hebben gekeken; een aspect dat Van Hasselt niet uitwerkt. Hij bezat honderden hectaren grond op de Veluwe, die grotendeels werden ontgonnen door de ontspoorde jeugd. Het Hoenderlose Bos werd zowel in commercieel als landschappelijk opzicht een succes. De veel bescheidener opzet bleek een schaalvoordeel ten opzichte van de Koloni&#x00EB;n van Weldadigheid, die in Van Eeghens tijd al een slechte naam hadden.</p>
<p>Van Eeghen en zijn vrienden hielden de overheid graag op afstand. Dat blijkt al uit het hoofdstuk over de ziekenzorg. Waar de gasthuizen vooral fungeerden als besmettingshaard en sterfhuis, wist de Vereeniging voor Ziekenverpleging de zorg te professionaliseren en het modernste ziekenhuis van Nederland &#x2013; het Prinsengrachtziekenhuis &#x2013; te realiseren. Het werd gebouwd &#x00E9;n ge&#x00EB;xploiteerd zonder een cent overheidsgeld. Met succes: terwijl de kwaliteit van de zorg in de stedelijke gasthuizen steeds verder achteruitging toen de stadsbevolking begon te groeien, waarbij het stadsbestuur in apathie toekeek, fungeerde het ultramoderne Prinsengrachtziekenhuis als &#x2018;manend voorbeeld&#x2019; (66).</p>
<p>Wat gold voor het ziekenhuis, gold evenzeer voor de aanleg van het Vondelpark. Van Eeghen en de zijnen zagen aanleg en onderhoud als een strikt particuliere zaak, waar de overheid buiten moest blijven. Van Eeghen was ook de initiator van de diverse projectontwikkelingen eromheen, zoals het Willemspark, en was betrokken bij de oprichting van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum. Het Vondelpark was &#x2013; sterker nog dan Van Hasselt beschrijft &#x2013; bepalend in de ontwikkeling van de stadsplattegrond en het aanzien van Amsterdam, omdat het niet alleen een groene scheg in de stad was, maar ook een barri&#x00E8;re in de stadsontwikkeling. Door de activiteiten van Van Eeghen kreeg Zuid de structuur en het mondaine karakter dat het tot op de dag van vandaag heeft. Maar ook hele straten in de Jordaan en de Planciusbuurt werden gebouwd door de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse, opgericht door Van Eeghen, die navolging kreeg van andere verenigingen.</p>
<p>Enkele van de vragen die Van Hasselt met dit boek beoogt te beantwoorden, luiden als volgt: wat was het effect van burgerinitiatieven op de ambities van het stadsbestuur? Versterkten mensen als Van Eeghen de natuurlijke neiging van de overheid om achterover te leunen of lieten ze juist zien dat er uitvoerbare oplossingen waren voor de complexe problemen waar Amsterdam mee worstelde? Daar ligt een probleem, dat te maken heeft met de verhouding tussen biografie en geschiedenis. Van Hasselt beargumenteert overtuigend dat het stadsbestuur in Van Eeghens tijd niet als tegenhanger maar vooral als facilitator van de burgerinitiatieven functioneerde, maar om die vragen goed te beantwoorden moeten we kijken naar de lange termijn. Een biografie richt zich nu eenmaal op andere vragen dan de stadsgeschiedenis, die zich bezighoudt met patronen, netwerken en structuren en met langetermijnontwikkelingen. Om de vraag te beantwoorden hoe diep het ondernemerschap in de genen van Amsterdam zat en hoe zich dat verhield tot het stadsbestuur, moeten we misschien wel terug naar de tijd dat Amsterdam opkwam als handelsnederzetting in de <italic>frontier society</italic> van de veenontginningen en zich vervolgens ontwikkelde tot machtige haven- en handelsstad. Amsterdam was en bleef de stad van het vrije ondernemen en het priv&#x00E9;-initiatief. Deze vraag gaat de reikwijdte van een biografie dan ook te boven.</p>
<p>Maar dit alles doet niets af aan de kwaliteiten van Van Hasselts boek. Want de hoofdvraag is: wat waren de effecten van Van Eeghens activiteiten in Amsterdam? Die wordt op overtuigende wijze beantwoord, juist omdat Van Hasselt geen traditionele biografie heeft afgeleverd. Ze maakt Van Eeghen nadrukkelijk onderdeel van de stad waar hij vandaan kwam en die hij naar zijn hand zette, in deze knap gecomponeerde combinatie van biografie en stadsgeschiedenis. Deze biedt op veel punten verrassende nieuwe inzichten over een periode die altijd enigszins tussen wal en schip viel. Van Hasselt zet de publiciteitsschuwe pragmaticus Van Eeghen in het volle licht. En dat werd tijd.</p>
</body>
</article>