<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.23076</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.23076</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Dubbel zondebok. Joodse journalisten in tijden van antisemitisme en vervolging, 1920-1945</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Ensel</surname>
<given-names>Remco</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Radboud Universiteit, <sc>niod</sc> Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, en Genocidestudies</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>04</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250016</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Hagen</surname><given-names>Piet</given-names></name>
</person-group>
<source>Dubbel zondebok. Joodse journalisten in tijden van antisemitisme en vervolging, 1920-1945</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>De Arbeiderspers</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>718 pp.</page-range>
<isbn>9789029542623</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.23076"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Gezien de cruciale rol die de pers speelde in de opkomst van het nationaalsocialisme, de verspreiding van het antisemitisme en de berichtgeving over de Jodenvervolging, is het verrassend dat er nu pas een boek verschijnt over Joodse journalisten in Nederland tijdens het interbellum en de oorlogsjaren. Er is al veel geschreven over periodieken en audiovisuele media in oorlogstijd, de verslaggeving vanuit Londen, de illegale pers en de vraag wat er in Nederland doorsijpelde over de genocide. <italic>Dubbel Zondebok</italic> van Piet Hagen brengt dit alles bij elkaar in een omvangrijke studie die voornamelijk is gebaseerd op dat al bestaande deelonderzoek. Het resultaat is een boek dat kan gelden als een ode aan en een in memoriam van de Joodse journalisten die een sleutelrol hebben gespeeld bij de opbouw van een moderne pers en het waarborgen van een kritische open samenleving in Nederland. <italic>Dubbel Zondebok</italic> biedt een schat aan namen en <italic>petites histoires</italic> en liet me kennismaken met het werk van veel journalisten die ik nog niet kende. Hagen kwam goed beslagen ten ijs. De voormalige journalist is de auteur van de net zo dikke studie <italic>Koloniale oorlogen in Indonesi&#x00EB;</italic> (2018), van een biografie van Troelstra (2010) en, relevant voor het boek dat ter recensie voorligt, van <italic>Journalisten in Nederland, 1850-2000</italic> (2002).</p>
<p><italic>Dubbel Zondebok</italic> bestaat uit drie delen. Het eerste deel, &#x2018;Naderend onheil&#x2019;, brengt het topos van de &#x2018;Joodse leugenpers&#x2019; in Duitsland in kaart. Deze haatcampagne kwam in een stroomversnelling na 1933, wat veel Joodse schrijvers ertoe bracht naar Nederland uit te wijken. Dit deel bespreekt hoe de journalistiek in Nederland reageerde op de nazificatie van Duitsland en hoe de beroepsgroep werd belemmerd in haar taak om hierover open, eerlijk en kritisch te berichten door een uiterst terughoudende Nederlandse regering, die zich vooral zorgen maakte over de mogelijkheid dat het staatshoofd van een bevriende natie werd beledigd.</p>
<p>Het tweede deel, &#x2018;Een &#x201C;Jodenvrije&#x201D; pers&#x2019;, handelt over de nazificatie van de Nederlandse journalistiek na 1940. Iconisch is dat Marga Minco, die als journaliste bij de <italic>Bredasche Courant</italic> werkte, werd ontslagen voordat er nog maar &#x00E9;&#x00E9;n antisemitische maatregel was uitgevaardigd &#x2013; en zij was lang niet de enige die dit lot ten deel viel. Typerend is ook dat de overgang naar mei 1940 betrekkelijk drempelloos verliep omdat de omroepen al gewend waren aan de censuur die de Nederlandse overheid hen in de jaren daarvoor had opgelegd. Dit deel bevat ook enkele tragische geschiedenissen van journalisten die in Mauthausen belandden en er &#x2018;op de vlucht&#x2019; werden doodgeschoten.</p>
<p>Het derde deel, &#x2018;Verzet en getuigenis&#x2019;, gaat in op hoe er ondanks de nazificatie een m&#x00EA;lee aan initiatieven ontstond om een democratische pers in stand te houden: van de illegale pers en de documentaire fotografie van de Ondergedoken Camera tot aan Radio Oranje. In dit deel staat de vraag centraal hoe er over de Jodenvervolging werd bericht.</p>
<p>Het boek is toegankelijk geschreven, maar is zeker geen <italic>rollercoaster ride</italic>. Hagen lijkt gestreefd te hebben naar volledigheid. Daarmee bedoel ik dat alle journalisten die zich als Joods identificeerden of door omstandigheden als Joods werden ge&#x00EF;dentificeerd bij elkaar zijn gebracht. Dit is prijzenswaardig, maar dit streven heeft ook een keerzijde. In grote delen van het boek overheersen opsommingen. Er zijn steeds korte verhaallijnen zichtbaar, maar een vraag die verder reikt, heb ik niet kunnen ontdekken. Het boek bevat bijvoorbeeld een appendix waarin alle gegevens aangaande de journalisten bijeen gebracht zijn, maar Hagen heeft vervolgens niet gekozen om deze gegevens te gebruiken als basis voor een prosopografische benadering, die een meer samenhangende collectieve biografie had kunnen opleveren &#x2013; en wellicht ook meer inzicht in de precaire kwestie van het hoge aantal Joden in de journalistiek.</p>
<p>Het opsommende karakter van het boek wordt versterkt door de repetitieve chronologie. Per onderwerp of korte biografie worden de jaren dertig besproken met terugkerende ijkpunten als 1933 en 1938, met soms een aanloop naar de naoorlogse periode of een triest einde in een van de kampen. Deze herhaling maakt het moeilijk om een beeld te krijgen van ontwikkelingen en verbanden door de tijd heen. Steeds weer komt bijvoorbeeld de Kristallnacht voorbij zonder dat er een integrale bespreking is van de wijze waarop in Nederland werd bericht over deze gebeurtenis. Een grote positieve uitzondering is het hoofdstuk over de pers in Londen, waar Hagen een indringend portret schetst van de pijnlijk omzichtige manier waarop met de binnendruppelende informatie over de massamoorden werd omgesprongen. Er heerste een &#x2018;mild antisemitisme&#x2019; en verschillende politici en ambtenaren maakten bezwaar tegen het hoge aantal Joodse journalisten. Over de Jodenvervolging werd slechts zeer mondjesmaat bericht.</p>
<p>Het drama in het boek is gelegen in de onvoorstelbare snelheid waarmee alle media in Nederland werden opgerold en &#x2018;gelijkgeschakeld&#x2019;, en de energie waarmee journalisten een illegale pers lanceerden. Schokkend vond ik de vanzelfsprekendheid van het antisemitisme in de Nederlandse pers. Een goed voorbeeld is het <italic>Friesch Dagblad</italic> onder hoofdredacteur Hendrik Algra. De krant is in de vroege jaren dertig &#x2018;positief gestemd over de opkomst van Hitler&#x2019;, met als aanvulling dat veel Joden links zijn en dat Joden de Duitsers de afgelopen tijd &#x2018;streken&#x2019; hebben geleverd die het antisemitisme verklaren. Hendrik Algra sprak in 1935 over het bestaan van een &#x2018;Jodenregime&#x2019; in zowel Duitsland als Nederland dankzij de sleutelposities die Joden zouden innemen in politiek en openbaar bestuur. Hagen concludeert uit dit relaas echter dat Algra het nationaalsocialisme principieel afwijst (67, 287). Ten eerste is dit onjuist: Algra en de krant verwerpen de feitelijke bezetting; het nationaalsocialisme werd tussen 1933 en 1940 juist met begrip ontvangen. Ten tweede ontloopt deze conclusie een analyse van het antisemitisme dat zo prominent in de ondertitel van dit boek figureert. De conclusie van het werk zou beter kunnen luiden dat het antisemitisme waarmee Joden te maken kregen, journalist of niet, voor 1940 ook van de Nederlandse media kwam.</p>
<p>Zo wordt in dit boek verzet tegen de bezetting vaker verward met verzet tegen antisemitisme of worden antisemitische uitspraken in de media verzacht door te wijzen op het opnemen van onderduikers (waarbij overigens onvermeld blijft of dit Joodse onderduikers waren). De kwalijke rol die een deel van de media in de jaren dertig speelde wordt weggestreept tegen ontwikkelingen die zich vijf tot tien jaar later tijdens de bezetting voltrokken. Hagen maakt regelmatig gebruik van kleine vergoelijkende zinnetjes voor handelingen en uitspraken die Joden stigmatiseerden of buitensloten. Hieronder schaar ik ook apodictische zinnen zoals de bewering dat we uit het toch flagrante antisemitisme in diverse katholieke periodieken vanaf het einde van de negentiende eeuw niet mogen concluderen dat antisemitisme in katholiek Nederland wijdverbreid was (70). Alleen een toelichting kan deze algemene bewering inhoud geven. Wat hier dus ontbreekt is een uitspraak over wat we dan wel mogen concluderen.</p>
<p>Opvallend is dat Hagen in dit soort gevallen zijn toevlucht zoekt in de autoriteit van andere auteurs. Hier zijn dat Marcel Poorthuis en Theo Salemink, de auteurs van <italic>Een donkere spiegel. Nederlandse katholieken over joden, 1870-2005. Tussen antisemitisme en erkenning</italic> (2006). Deze auteurs hebben wel degelijk gewezen op het bestaan van &#x2018;een felle vorm van katholiek antisemitisme&#x2019; waarin ook rasdenken een plaats kreeg. Dit katholiek antisemitisme kon, ook na 1945, blijven bestaan naast humanitaire kritiek op de Jodenvervolging en grote empathie voor de Joden die slachtoffer werden van het antisemitische geweld.</p>
<p>Deze kanttekeningen zijn niet bedoeld als een pleidooi voor een meer nadrukkelijke veroordeling. Waar het volgens mij om zou moeten gaan is het inzichtelijk maken van de historische context waarbinnen sprekers en schrijvers zich &#x2018;veilig&#x2019; voelden om antisemitische uitspraken te doen zonder dat hier juridische of sociale repercussies tegenover stonden.</p>
</body>
</article>