<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.22326</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.22326</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Een adres. De geschiedenis van de joodse onderduik</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>von Frijtag</surname>
<given-names>Geraldien</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250009</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Citroen</surname><given-names>Michal</given-names></name>
</person-group>
<source>Een adres. De geschiedenis van de joodse onderduik</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Alfabet</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>608 pp.</page-range>
<isbn>9789021340920</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.22326"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hans Citroen was twintig jaar oud toen hij in de vroege zomer van 1942 door Scheveningen wandelde, op weg naar zijn ouderlijk huis. Eenmaal in de buurt zag hij een vrachtwagen, pal voor de deur geparkeerd, en vreemde mannen die druk bezig waren met het leeghalen van de woning. Waar zijn ouders en jongere broertje en zusje op dat moment waren, wist hij niet. Voor hem, als Jood, was wel duidelijk dat hij zich uit de voeten moest maken. Hans hield zich schuil tot het donker was, en ging toen op zoek naar onderdak. Hij klopte aan bij een gezin dat hij goed kende en waar hij vaak en graag over de vloer kwam &#x2013; de vrouw des huizes stuurde hem weg. Bij een andere bevriende familie probeerde hij het nog eens, weer vergeefs. Door het luikje in de dichte deur werd hem toegefluisterd dat hij en zijn broer &#x2018;maar beter nooit meer langs moesten komen&#x2019; (14).</p>
<p>Met deze aangrijpende anekdote, met haar vader Hans in de hoofdrol, opent Michal Citroen haar nieuwste boek <italic>Een adres</italic>. We kennen Citroen natuurlijk vooral van haar werk als radiomaker, met name van het geschiedenisprogramma <sc>ovt</sc>. Dat ze ook een verdienstelijk onderzoeker en meesterlijk schrijver is, bewees zij 25 jaar geleden al met <italic>U wordt door niemand verwacht</italic>. Citroens tweede boek heeft dezelfde thematiek, de Holocaust in bezet Nederland, maar waar zij zich in haar eerste onderzoek richtte op de terugkeer van Nederlandse Joden na de bevrijding, gaat dit tweede onderzoek over de Joodse onderduik ten tijde van de bezetting.</p>
<p>Over de onderduik van ruim 25.000 Joden in bezet Nederland is veel geschreven. In enkele pareltjes uit de Nederlandse naoorlogse literatuur &#x2013; ik denk daarbij in de eerste plaats aan Marga Minco&#x2019;s oeuvre &#x2013; staat de onderduik centraal en ook in de grote wetenschappelijke overzichtswerken van de Jodenvervolging komt het fenomeen ter sprake. Van recentere datum zijn populairwetenschappelijke historische deelstudies, van bijvoorbeeld Sytze van der Zee en Ad van Liempt, die het verraad van en de jacht op Joodse onderduikers belichten. Toch is er opvallend weinig systematisch onderzoek dat zich alleen of hoofdzakelijk op de Joodse onderduik concentreert. Het bekendst is de dissertatie <italic>Omdat hun hart sprak</italic> van Bert-Jan Flim, maar dat onderzoek dateert alweer uit 1996, en heeft de hulpverleners en hun organisaties als focuspunten.</p>
<p>In <italic>Een adres</italic> wordt uit die dissertatie rijkelijk geciteerd en ook andere academische studies over de Jodenvervolging in Nederland worden veelvuldig aangehaald. Dat gaat echter op een manier die in de wetenschap vrij ongebruikelijk is. De deskundige wordt in de lopende tekst opgevoerd met een aankondiging als: &#x2018;auteur x zegt hierover &#x2026;&#x2019; &#x2013; veelal zonder voet- of eindnoot. Citroen schrijft duidelijk niet in de eerste plaats voor de wetenschap, maar voor een breder publiek. Ze heeft niet de intentie of pretentie &#x2018;een keurige historicus&#x2019; te zijn, zoals ze het zelf verwoordt (587). <italic>Een adres</italic> bevindt zich dan ook op het kruispunt van wetenschap en journalistiek.</p>
<p>Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er daardoor wel het een en ander op het boek aan te merken. Het boek is niet helemaal in balans, omdat Citroen het onderwerp met een wijde omtrekkende beweging benadert. Het eigenlijke onderwerp &#x2013; de onderduik &#x2013; komt pas aan bod in de twee sleutelhoofdstukken &#x2018;Schuilmensen&#x2019; en &#x2018;Homo submersus&#x2019;, na zo&#x2019;n driehonderd bladzijden van achtergrond en voorgeschiedenis. Vooral in dat eerste deel worden veel grote thema&#x2019;s aangesneden, zijwegen ingeslagen en &#x2018;what if&#x2019;-scenario&#x2019;s besproken: wat als invloedrijke personen uit Joodse kring in de jaren dertig hadden opgeroepen het land te verlaten, of de Joodse Raad in 1941 of 1942 had aangestuurd op onderduik; wat als koningin Wilhelmina niet in mei 1940 naar Londen was uitgeweken, in 1942 niet had gezwegen over de massamoord, of de Nederlandse bevolking had aangemoedigd om Joodse landgenoten bij te staan? <italic>Een adres</italic> kan hier niet overtuigen. Sleutelthema&#x2019;s in het onderzoek naar de Jodenvervolging, zoals de kennis van gewone Nederlanders van het lot dat Joden na deportatie wachtte, de opstelling van Nederlandse (Joodse en niet-Joodse) gezagdragers of personen met autoriteit, en het langzame opstarten van hulpverlening bij onderduik, worden sterk vereenvoudigd &#x2013; en soms ook wat eenzijdig &#x2013; weergegeven. Het meest evident is dat in de bespreking van de acties en opties van koningin Wilhelmina, die Citroen op bladzijde 418 het tussen aanhalingstekens geplaatste predicaat &#x2018;onverzettelijk&#x2019; geeft. &#x2018;De moed zonk vrijwel alle Nederlanders definitief in de schoenen&#x2019; toen haar vertrek naar Londen in mei 1940 bekend werd, aldus Citroen, zonder dit te onderbouwen (103). &#x2018;Haar zwijgen over de vervolging van de Nederlandse joden werd &#x201C;oorverdovend&#x201D; genoemd&#x2019;, stelt zij elders, zonder nader te specificeren door wie, waar en wanneer (425).</p>
<p>De meerwaarde van <italic>Een adres</italic> zit niet in het schetsen van de brede kaders en de behandeling van de grote vragen, maar in de reconstructie van de onderduikgeschiedenis vanuit Joods perspectief. Het gaat Citroen om wat Nederlandse Joden dachten, voelden, deden: hoe zij de dreiging inschatten en hoe zij daarop reageerden; hoe zij tot de beslissing kwamen om geen gehoor te geven aan een oproep van de autoriteiten en te gaan schuilen; hoe zij zo&#x2019;n schuiladres vervolgens regelden en hoe zij daarna een vaak jarenlange staat van angst en alertheid, afhankelijkheid en aanpassing ervoeren. Het verhaal van Citroen is daarmee bovenal het verhaal van Joodse agency, moed, inventiviteit en overlevingsdrang binnen het moorddadige systeem van genocide. &#x2018;Niemand ging mak of vrijwillig de dood tegemoet&#x2019;, schrijft Citroen op bladzijde 36, wat ook de boodschap van dit boek lijkt te zijn.</p>
<p>Om dat perspectief uit de verf te laten komen put Citroen uit een grote verzameling van (mondelinge) getuigenissen, vaak afkomstig uit gesprekken zij zelf in de loop der jaren met voormalige onderduikers heeft gevoerd. Daarmee is <italic>Een adres</italic> ook een pleidooi voor integratie van mondelinge bronnen en <italic>oral history</italic> als onderzoeksmethode in het onderzoek naar de Jodenvervolging in Nederland. Daar is Marianne Citroen, het jongere zusje van Hans en de tante van de schrijfster, die dacht dat ze samen met de huishoudster van haar gezin bij iemand op visite ging, maar werd achtergelaten bij een vreemde. Daar is Hartog Citroen, pater familias en grootvader van de schrijfster, die hoopte dat zijn gemengde huwelijk en sterilisatie hem voor deportatie zouden behoeden, maar die uiteindelijk toch in Auschwitz belandde (en overleefde). Daar is vader Hans, wiens onderduikgeschiedenis niet meer precies te reconstrueren is, maar die jaren na dato nog leed onder de last van het verleden. En daar is tot slot de schrijfster zelf, die moest leven met het leed van haar vader: &#x2018;Mijn vader lag vaak op bed met klachten en dan was het de opdracht om stil te zijn, hem met rust te laten en er vooral niet naar te vragen&#x2019; (543). &#x2018;Kleine&#x2019; verhalen, van mensen met een naam, waardoor het lezen van het boek een welhaast intieme ervaring is &#x2013; een zeldzame prestatie.</p>
</body>
</article>
