<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.22323</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.22323</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Kolonialisme en racisme. Een postkoloniale kroniek</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kanobana</surname>
<given-names>Sibo R.</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Open Universiteit van Nederland</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250005</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Breman</surname><given-names>Jan</given-names></name>
</person-group>
<source>Kolonialisme en racisme. Een postkoloniale kroniek</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>404 pp.</page-range>
<isbn>9789463722551</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.22323"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>Kolonialisme en racisme</italic> toont Jan Breman met een doorwrochte analyse hoe kolonialisme en racisme met elkaar vervlochten zijn. Hij toont bovendien op gedetailleerde wijze en met tal van voorbeelden aan hoe het systemische karakter van kolonialisme en racisme doorwerken op de structuren van de hedendaagse geopolitieke orde alsook de samenlevingen van de Lage Landen. In die zin levert het boek een uiterst belangrijke bijdrage aan de historiografie van het kolonialisme, met name door de racistische ideologische fundamenten van de koloniale overheersing bloot te leggen. Breman biedt mijns inziens echter geen bijzonder nieuwe inzichten &#x2013; wat hij schrijft en het argument dat hij verdedigt kwam al eerder in detail aan bod in het werk van Engelstalige zwarte historici zoals de Trinidadaanse C.L.R. James (1901-1989) of de Guyanese Walter Rodney (1942-1980). Wel legt hij een noodzakelijk en misschien al te vaak miskende nadruk die vooral in de context van de Lage Landen en het Nederlandse en Belgische kolonialisme te weinig expliciet wordt vermeld: de rol van racisme in het mogelijk maken van de koloniale onderneming.</p>
<p>Het boek is een academische monografie die put uit een breed scala aan historisch bronmateriaal, van koloniale archieven tot persoonlijke getuigenissen. Breman maakt gebruik van verschillende casestudies, met name uit Nederlands-Indi&#x00EB; maar ook uit Belgisch Congo, om zijn betoog te onderbouwen. Die variatie aan cases en de vergelijking tussen Nederland en Belgi&#x00EB; maken zijn argumentatie sterk en erg pertinent. Bovendien worden de casestudies zorgvuldig gekozen om op een fijnmazige manier de systematische en ge&#x00EF;nstitutionaliseerde aard van racisme binnen het koloniale project uit de doeken te doen.</p>
<p>Breman opent zijn boek met een theoretische uiteenzetting over de politieke en economische dimensies van imperialisme en kolonialisme. Hij onderzoekt de relatie tussen ras en klasse en besteedt bijzondere aandacht aan de innerlijke tegenstrijdigheden en het impliciete racisme in het werk van de Franse conservatief-liberale denker Alexis de Tocqueville, een van de grondleggers van de sociale en politieke wetenschappen. In de volgende delen gaat Breman aan de slag met twee belangrijke casussen: koloniale schandalen in Nederlands-Indi&#x00EB; en de Congo Vrijstaat. In deel vier, inmiddels halverwege het meer dan 400 pagina&#x2019;s tellende boek, verbindt hij de theorie met deze praktijkvoorbeelden. Hij laat overtuigend zien hoe racisme een essentieel onderdeel is van het koloniaal-kapitalistische systeem. Hoewel dit deel eindigt met de val van dat systeem dankzij de dekoloniale bewegingen van na de Tweede Wereldoorlog, richt het vijfde en laatste deel zich op hoe die val toch niet leidt tot de verhoopte dekoloniale wereldorde maar doorwerkt in de hedendaagse educatieve en politieke context van de Lage Landen.</p>
<p>Breman biedt daarmee een scherpe analyse van de verbinding tussen koloniale retoriek en hedendaagse discoursen over migratie en multiculturalisme. Hij laat zien hoe deze idee&#x00EB;n passen binnen een kapitalistisch systeem dat, ondanks uiterlijke veranderingen, nog steeds gebaseerd is op overheersing, onderdrukking, uitbuiting en onteigening, met louter winstbejag als drijvende kracht. Die doorwerking dreigt de sociaaldemocratische principes van de westerse rechtstaat te ondergraven en opent de deur naar een autoritaire antidemocratie, die echter nog steeds het kapitalisme uitdraagt.</p>
<p>De structuur van het boek is helder: Breman begint met een theoretische verkenning van de kernbegrippen kolonialisme en racisme. Hierna volgen de casestudies, die hij doorspekt met concrete voorbeelden over het dagelijkse leven in de kolonie, de dagelijkse terreur die gepaard ging met de economische vereisten van de kolonie en hoe die terreur genormaliseerd en verantwoord werd met racisme. In het laatste deel van het boek reflecteert Breman op de doorwerking van deze koloniale logica&#x2019;s in onze hedendaagse maatschappij, waarbij hij scherpe kritiek uit op de manier waarop het koloniale verleden vaak wordt genegeerd of gebagatelliseerd. Daarbij is Breman ook kritisch voor sociaaldemocratische stemmen zoals PvdA-politicus en auteur Jan Pronk, die weliswaar een rol speelt in de strijd tegen discriminatie en intolerantie en voor kansengelijkheid, maar &#x2013; zoals Breman zich afvraagt &#x2013; &#x2018;leveren deze sociale en democratische beginselen een voldoende omlijnd progressief programma van actie op waaruit het &#x201C;overbodig&#x201D; en afgeschreven deel der mensheid nieuwe hoop kan putten voor haar emancipatie?&#x2019; (360). Voor Breman is de strijd tegen racisme dus geen zaak van louter Nederland of Belgi&#x00EB;, maar een transnationaal vraagstuk dat vraagt om &#x2018;mondialisering met een menselijk gezicht&#x2019; (372). Dat is enorm lovenswaardig en maakt dit boek voor mij tot essenti&#x00EB;le lectuur.</p>
<p>De schrijfstijl van het boek, met overspannen tangconstructies en ellenlange zinnen waardoor het nogal ouderwets en hermetisch overkomt, is evenwel een achilleshiel. Dat geeft het werk wel academisch cachet, maar maakt de leeservaring erg stroef. Helaas belemmert deze stijl de toegankelijkheid van het werk voor een breder publiek, wat bijzonder jammer is gezien het belang van de besproken thema&#x2019;s.</p>
<p>Een van de sterke punten van Bremans werk is zijn kritische reflectie op zijn positionaliteit. Hij toont zich bewust van zijn plaats binnen de academische wereld, de Nederlandse geschiedenis en samenleving, en het onderwerp dat hij behandelt. Volgens zwarte denkers zoals de Frans-Martinikaanse Frantz Fanon (1925-1961) of de Afro-Amerikaanse W.E.B. Du Bois (1868-1963) zijn het net auteurs die beweren vanuit een neutrale positie te spreken voor wie we de meeste achterdocht moeten hebben. Bij Breman is van die vermeende neutraliteit niets terug te vinden. Door zijn subjectiviteit te erkennen blijkt hij niet alleen complexiteit toe te voegen aan zijn werk, maar slaagt hij er ook in om de objectiviteit van zijn betoog te vergroten.</p>
<p>Breman plaatst zijn analyse stevig in een politiek-historisch kader van enerzijds koloniale expansie en economische onderdrukking in de verre kolonies en anderzijds groeiende sociaaleconomische gelijkheid in het moederland. Daarnaast laat hij niet na ook scherpe kritiek te uiten op hoe kolonialisme vandaag nog steeds tot uitdrukking komt. Hij laat zien hoe kolonialisme niet alleen een economisch en politiek maar ook een ideologisch project was dat diepgewortelde racistische overtuigingen legitimeerde en versterkte. In zijn recensie voor het <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> merkt Philip Post echter op dat Breman te veel de nadruk legt op die ideologische dimensie, waardoor de economische en politieke factoren die eveneens bijdroegen aan de koloniale onderdrukking enigszins onderbelicht zouden blijven.</p>
<p>Ik snap waarom Philip Post dit schrijft, maar zou daar tegenin willen brengen dat ideologie vaak de politieke of economische oorzaken net overschaduwt. Zo beargumenteert filosoof Norman Ajari in zijn boek <italic>Darkening Blackness</italic> (2024) dat de ideologische fundamenten van racisme tot gratuit geweld leiden dat politieke en economische belangen eerder schaadt dan dient, en dat kolonialisme bijgevolg wellicht niet zulke gruwelijke en sadistische vormen zou aannemen als het een louter politieke of economische onderneming zou zijn. Deze bemerking hangt samen met mijn grootste kritiek op dit boek: de afwezigheid van een expliciete discussie over een specifieke vorm van racisme die in de contexten die Breman analyseert in werking treedt, namelijk witheid. Dit is een gemiste kans, aangezien uit mijn eigen onderzoek blijkt dat de analyse van witheid essentieel is voor een dieper begrip van hoe de koloniale en racistische wereldorde niet alleen in stand wordt gehouden maar ook de westerse democratie ondergraaft. Spreken over witheid helpt immers niet alleen om het racisme van de koloniale onderneming aan het licht te brengen, maar ook het irrationele en zelfdestructieve karakter van dat witte racisme, waar zwarte denkers zoals Aim&#x00E9; C&#x00E9;saire (1913-2008) of James Baldwin (1924-1987) ons al veel eerder op wezen.</p>
<p><italic>Kolonialisme en racisme</italic> is zonder twijfel een sterk analytisch werk dat kan dienen als referentie binnen de studie van beide thema&#x2019;s die de titel benoemt. Ondanks de minder toegankelijke stijl en het gebrek aan aandacht voor witheid, biedt het boek bijzonder waardevolle inzichten die zowel academici als anderen zullen aanspreken. Bremans werk plaatst zich terecht in de lijn van de grote werken over kolonialisme, en het is een must-read voor iedereen die zich bezighoudt met dit onderwerp.</p>
</body>
</article>
