<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.22319</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.22319</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Fascisme en de goede dictator. Oordelen en dwalingen van de Nederlandse pers (1920-1940)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lantink</surname>
<given-names>Frans Willem</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20250002</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Geleijnse</surname><given-names>Hans</given-names></name>
</person-group>
<source>Fascisme en de goede dictator. Oordelen en dwalingen van de Nederlandse pers (1920-1940)</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>176 pp.</page-range>
<isbn>9789464550023</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.22319"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De internationale fascinatie voor Mussolini en het fascisme in Itali&#x00EB; v&#x00F3;&#x00F3;r 1935 is bekend. Het geheel nieuwe fenomeen van een revolutionaire, anticommunistische beweging met een &#x2018;sociaal programma&#x2019; schreeuwde om duiding in de tijd na de Eerste Wereldoorlog. Mussolini als extravert nieuw type leider leek in niets op de liberale en confessionele voormannen van die tijd. Hij was een cultfiguur in de jaren 1920. De soms onverholen bewondering stond naast het onbehagen over de ruwe &#x2018;methoden&#x2019; van een toenemend repressieve dictatuur. Deze ambivalentie wordt zichtbaar in de berichtgeving van contemporaine Nederlandse kranten.</p>
<p>Deze studie van Hans Geleijnse behandelt de Nederlandse berichtgeving over het Italiaans fascisme vanaf 1920 tot aan 1940: een logisch eindpunt, niet alleen gezien de <italic>Gleichschaltung</italic> van de Nederlandse pers onder de Duitse bezetting, maar ook door het feit dat door oorlogsdeelname van Itali&#x00EB; aan de zijde van Nazi-Duitsland in 1940 het onderscheid tussen de twee regimes nu helemaal wegviel. Het internationaal prestige van Mussolini was juist het grootst tijdens zijn onafhankelijke koers v&#x00F3;&#x00F3;r 1935. Het accent van het onderzoek van Geleijnse ligt op de periode voor 1933, toen de focus steeds meer op de ontwikkelingen in Duitsland kwam te liggen. Dit werk is de evenknie van de studie <italic>De Nederlandse Pers en Duitsland 1930-1939</italic> van Frank van Vree uit 1989. Geleijnse nuanceert Van Vree door op de toch niet al te kritische houding van de Nederlandse pers ten opzichte van het Itali&#x00EB; van na 1935 te wijzen. In de historiografie is de buitenlandse perspolitiek ten opzichte van fascistisch Itali&#x00EB; in het algemeen goed onderzocht, met name van de Verenigde Staten (bijvoorbeeld in <italic>Mussolini and Fascism: The View from America</italic> uit 1975, van J.P. Diggins). Deze op Nederland gerichte studie is een goede aanvulling op de beeldvorming van Mussolini&#x2019;s Itali&#x00EB; in het Europa van het interbellum.</p>
<p>Het onderzochte perspectief binnen het verzuilde Nederlandse perslandschap is de waarneming van de ontwikkeling van het Italiaanse fascisme en de afbraak van de democratische rechtstaat. De ideologische scheidslijnen van de verzuiling manifesteerden zich in een consequente afwijzing in de sociaaldemocratische en communistische kranten, een meer positieve grondtoon in de katholieke en protestante pers, en een weifelende koers in de liberale pers. Het meest overheersend is lange tijd de Nederlandse neiging als &#x2018;neutrale toeschouwer&#x2019; naar de wereld te kijken. Het beeld sloeg echter over de hele linie om, ten eerste in de context van de rechtsbreuk van de wrede koloniale oorlog tegen Ethiopi&#x00EB; in 1935 en vervolgens door de overname van de rassenwetten van Nazi-Duitsland in 1938. Maar ook hier ebde de belangstelling snel weg.</p>
<p>Opmerkelijk is dat Mussolini v&#x00F3;&#x00F3;r 1935 in grote delen van de Nederlandse pers vrijwel steeds positief werd onderscheiden van het Italiaans fascisme zelf. De propaganda van de sterke leider als wal tegen het &#x2018;bolsjewistische gevaar&#x2019; werd geloofd. Interessant is eveneens het onvaste beeld: de <italic>Nieuwe Rotterdamsche Courant</italic> kende een zwalkende koers, heldere kritiek op het fascisme werd niet zelden afgewisseld met een rooskleurig begrip voor Mussolini. Ook de <italic>Telegraaf</italic> bevatte tegelijkertijd zeer kritische commentaren op de ontwikkelingen in Itali&#x00EB; en een soms openlijke bewondering voor de duce. In zijn eindconclusie is de auteur ook het meest kritisch over de liberale pers, die beter had moeten weten. Maar de vraag is hoe Nederlands deze ambigu&#x00EF;teit was. De auteur noemt de &#x2018;goedgelovigheid en meegaandheid&#x2019; (144) van grote delen van de Nederlandse pers en volgt de scheidslijnen van de verzuiling, maar een volledig antwoord is dit niet. De dubbelzinnigheid ten opzichte van het fascisme is namelijk ook zichtbaar in de liberale pers van Itali&#x00EB; zelf. De (tot de dag van vandaag) meest prestigieuze krant, de <italic>Corriere della Sera</italic>, was &#x2018;kritisch positief&#x2019; over de opkomst van het fascisme als tegengewicht tegen socialisme en communisme. Luigi Albertini (1871-1941) is daarvan een goed voorbeeld. Hij ontwikkelde zich als hoofdredacteur pas in 1925 tot een felle criticus, waarna hij meteen werd ontslagen.</p>
<p>Vanaf 1925 sloot de censuur elk kritisch geluid af. Een interessante vaststelling van Geleijnse is dat de Nederlandse media, die voordien correspondenten in Rome hadden, vanaf dat moment geen eigen onderzoek meer konden doen in Itali&#x00EB;. En fnuikender nog, de confessionele en liberale kranten in Nederland namen steeds vaker de offici&#x00EB;le media van het fascistisch regime ongefilterd over. Pas rond 1938, met de Italiaanse invoering van antisemitische rassenwetten, komt er een keerpunt met weer wat meer eigen commentaar en informatievoorziening. Interessant zijn de dwarsverbanden die Geleijnse hier en daar legt met buitenlandse kranten zoals de <italic>Times</italic> &#x2013; vaak positief over Mussolini &#x2013; en de Vaticaanse <italic>Osservatore Romano</italic>, cruciaal voor de ultramontane katholieke zuil in Nederland. Na 1929 konden te kritische uitingen in de Nederlands katholieke pers op een vermaning van de nuntius in Den Haag rekenen. In de katholieke media was er aandacht voor het &#x2018;corporatistische&#x2019; experiment van het Italiaanse fascisme. Pas eind jaren dertig sloeg de toon om, hier ook weer het Vaticaan volgend.</p>
<p>Een nadeel van deze studie is dat ze te uitgebreid een kroniek van het Mussolini-regime brengt &#x2013; gelardeerd met citaten uit de Nederlandse pers. De enkele thematische hoofdstukken, zoals die over Nederlandse propagandisten of over de rol van intellectuelen in Itali&#x00EB;, zijn veel beter leesbaar &#x2013; maar strikt genomen vallen ze buiten het eigenlijke personderzoek. De bewondering van Jan Toorop voor Mussolini als &#x2018;orde-schepper in de chaos van deze eeuw&#x2019; (82) wordt genoemd. De internationale voorbeelden van intellectuelen en kunstenaars die te laat (vanaf 1935) tot inkeer kwamen zijn legio. Origineel is Geleijnse meer in zijn analyse van de Nederlandse behandeling van de wel kritische, liberale intellectuelen in Itali&#x00EB; en met name de internationale reactie op hen. Het belangrijke &#x2018;Manifest van antifascistische intellectuelen&#x2019; (1925) van onder anderen Benedetto Croce werd in de Nederlandse pers geheel over het hoofd gezien. Terecht wordt hier door Geleijnse de vergelijking gemaakt met Charta 77, de kritische intellectuelen in het voormalig Tsjecho-Slowakije ten tijde van het Oostblok. Van soortgelijke solidariteit met door het fascisme vervolgde intellectuelen in Itali&#x00EB; was in Nederland niets te merken. Een artikel uit precies dezelfde tijd in het <italic>Algemeen Handelsblad</italic> komt met een loftuiting voor de &#x2018;voorbeeldige tucht, van orde en controle op alles en allen. [&#x2026;] De treinen rijden precies op tijd en er wordt niet meer gestolen&#x2019; (71). Dat vooraanstaande Nederlandse wetenschappers als Hendrik Lorentz en Pieter Zeeman zich na een conferentie in 1927 lieten f&#x00EA;teren op een tuinfeest in Rome met Mussolini is tekenend. Dit past in het beeld dat Geleijnse van de Nederlandse publieke opinie schetst. Ook al waren de sociaaldemocratische en communistische kranten consistent in hun onderkenning van de gevaren van het Italiaanse fascisme, zij hadden geen oog voor het verzet van de liberale antifascistische intellectuelen en hun vervolging.</p>
<p>Was het Nederlandse publiek slecht ge&#x00EF;nformeerd? Dat kan niet echt gezegd worden voor de eerste periode. Tot 1930 wordt er namelijk uitvoerig over Itali&#x00EB; bericht. Het oordeel van Geleijnse over met name de liberale en neutrale pers is hard: deze was te vergoelijkend over de dictator zelf. Daarbij legt de auteur de lat overigens hoger dan bij de katholieken. Maar hoe Nederlands was die te weinig kritische houding? Is er bij dat oordeel niet enige wijsheid achteraf? Geleijnse noemt immers een soortgelijk apologetisch Mussolini-beeld in de Angelsaksische pers. En anticommunisme in het interbellum was diepgeworteld en verklaart veel van de vanuit hedendaags perspectief vertekende waarneming van het Italiaanse fascisme door tijdgenoten in het buitenland. Dat de fascistische perspropaganda werkte, kan dus wel gesteld worden.</p>
<p>Zijn er lessen te trekken? De auteur ziet nu verbetering in de aandacht voor antidemocratische krachten. Hij noemt de kritische berichtgeving over Polen en Hongarije in de Nederlandse media, maar is tevens verontrust over de onvoldoende stellingname tegen binnenlands antidemocratisch rechts in Nederland: een journalistieke opgave volgens hem. Een mooi normatief perspectief, maar gaat de historische vergelijking met het interbellum hier wel op?</p>
</body>
</article>
