<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.21009</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.21009</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Op veler verzoek. Inclusieve politiek in Nederland (1780-1860)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Zanten</surname>
<given-names>Jeroen</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240068</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Oddens</surname><given-names>Joris</given-names></name>
</person-group>
<source>Op veler verzoek. Inclusieve politiek in Nederland (1780-1860)</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>324 pp.</page-range>
<isbn>9789024462476</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.21009"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Petities geven de historicus toegang tot een verborgen politieke geschiedenis, een verleden waarin politiek niet vanzelfsprekend werd gemaakt door de elite, maar ook door de gewone burgers die vaak in historisch onderzoek over het hoofd worden gezien, zo stelt Joris Oddens in de inleiding van <italic>Op veler verzoek. Inclusieve politiek in Nederland</italic>. Oddens claimt dat politieke organisatie en belangenbehartiging als een interactie van <italic>onderaf</italic> en van <italic>buitenaf</italic> moet worden gezien tussen de overheid en verschillende actoren en groepen in de samenleving. In zijn woord vooraf benadrukt hij dat deze petitiepraktijk de deur opent naar een inclusievere vorm van politieke geschiedschrijving. Onder deze inclusieve politieke geschiedenis verstaat hij een brede blik op politieke participatie en betrokkenheid.</p>
<p>Sinds het verschijnen van Jaap Talsma&#x2019;s proefschrift <italic>Het recht van petitie</italic> in 1989 is er opvallend weinig studie gedaan naar de rol van petities in de Nederlandse politiek. Talsma richtte zich in zijn dissertatie met name op het ontstaan van het petitierecht. In de eerste vijf hoofdstukken van zijn boek geeft hij een overzicht van de politieke, constitutionele en staatkundige ontwikkelingen van het petitierecht binnen het Nederlands politiek bestel tot aan 1983. In zijn laatste hoofdstuk geeft hij enkele voorbeelden van hoe historici gebruik kunnen maken van petities als historische bron. Volgens Talsma zijn verzoekschriften een belangrijke graadmeter voor de betrokkenheid van burgers bij politiek en bestuur. Ze kunnen daarmee voor verschillende tijdvakken inzicht geven in de verhouding tussen burgers en de overheid. In haar onderzoek naar <italic>issuepolitiek</italic> in de negentiende eeuw borduurt Maartje Janse deels voort op deze bevindingen van Talsma. In haar in 2007 verschenen voortreffelijke proefschrift <italic>De afschaffers</italic> laat Janse op overtuigende wijze zien dat petities een belangrijk onderdeel vormden van het repertoire van protestbewegingen. Verzoekschriften, zo stelt Janse, waren bij uitstek een vehikel voor burgers om de politieke besluitvorming te be&#x00EF;nvloeden. Er ligt meer dan twintig jaar tussen het onderzoek van Talsma en Janse, en het is niet overdreven te zeggen dat beide dissertaties inmiddels standaardwerken zijn voor onderzoekers die onderzoek willen doen naar politieke participatie en betrokkenheid van burgers in de negentiende eeuw.</p>
<p>Joris Oddens voegt hier met zijn studie een belangrijke derde sleutelpublicatie aan toe. <italic>Op veler verzoek</italic> telt vijftien korte hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een verzoekschrift dat representatief is voor een groter corpus en/of een sociaal-politieke kwestie, en dat door Oddens van context wordt voorzien en nader wordt geduid. Deze &#x2018;caleidoscopische aanpak&#x2019; (11) pakt heel goed uit en zorgt voor een levendige analyse van de petitiepraktijk in de late achttiende eeuw en de restauratieperiode. De door Oddens uitgekozen petities gaan over uiteenlopende maatschappelijke kwesties en betreffen bijvoorbeeld gilden, oude privileges, burgerrechten en -plichten en armenzorg. Qua onderwerpen en thema&#x2019;s is de reikwijdte van zijn onderzoek indrukwekkend.</p>
<p>Het gaat te ver om hier alle in het boek behandelde thema&#x2019;s te bespreken &#x2013; alle geselecteerde en besproken petities spreken tot de verbeelding. Toch springen er een paar uit. Hoofdstuk 9, met de titel &#x2018;Gelijker dan anderen&#x2019;, behandelt bijvoorbeeld een petitie van Maria May. Maria was een in slavernij geboren vrouw die nadat ze naar Nederland was meegenomen als vrij werd gezien zonder dat dit voor de wet zo was vastgelegd. Terug in Suriname vroeg Maria door middel van een petitie aan het gerechtshof in Paramaribo alsnog om een juridische bevestiging van haar vrijgemaakte status, waarbij ze als bewijzen een doopceel en haar lidmaatschap van de hervormde kerk in Tiel voorlegde. Haar petitie werd door het Hof ingewilligd en ze vestigde zich daarna als vrije burger in de kolonie, waar ze een dochter en zoon kreeg met plantagedirecteur Johannes Wijnbergh, en opmerkelijk genoeg als voormalig tot slaafgemaakte zelf in bezit kwam van twee tot slaafgemaakten.</p>
<p>Het verzoekschrift van Maria May vormt voor Oddens een vertrekpunt om in dit hoofdstuk een nadere analyse te maken van de institutionele ongelijkheid tussen burgers en ingezetenen in de vroegmoderne Nederlandse samenleving. Naar aanleiding van de vrijverklaring van Maria en de geschiedenis van haar rechtspositie laat hij zien dat het (on)gelijkheidsprincipe in de Republiek nogal grillig was. Opvallend aan haar verzoekschrift was namelijk dat dit niet door haar, maar door de plaatselijke procureur was opgesteld en ondertekend. Kennelijk werd haar rechtspositie zowel door haar niet-offici&#x00EB;le vrijgemaakte status als haar vrouw-zijn bepaald. Het verschil in juridische status tussen bevoorrechte en onbevoorrechte groepen was, zo blijkt hieruit, niet altijd even helder. Oddens laat in dit hoofdstuk zien dat deze juridische &#x2018;onbepaaldheid&#x2019; vanaf 1795 vooral gold voor Joodse burgers, slaaf- en vrijgemaakten, koloniale onderdanen en vrouwen. Het verlenen van rechten aan deze groepen werd tot ver in de negentiende eeuw beschouwd als een gunst van de overheid, niet als een recht. Ofschoon vastgelegd in de grondwet en in het burgerlijk wetboek, namen de autoriteiten hiermee allerminst principieel afscheid van rechtsongelijkheid, en bleken arbitraire maatstaven als veronderstelde beschaving, belijdenis van een bepaalde geloofsovertuiging en afkomst in de praktijk bepalender voor de rechtspositie en status van individuele burgers en ingezetenen dan juridische criteria.</p>
<p>Dit soort originele bevindingen, en de zorgvuldige en genuanceerde analyses die eraan voorafgaan, zijn exemplarisch voor Oddens&#x2019; onderzoek en maken zijn boek uitermate geslaagd. Hij laat op overtuigende wijze zien dat verzoekschriften als historische bron bij uitstek geschikt zijn om de wisselwerking tussen overheid en burger en de complexiteit van sociale, juridische en politieke kwesties bloot te leggen. <italic>Op veler verzoek</italic> is een zeer innovatieve studie en een <italic>must-read</italic> voor iedereen die onderzoek doet naar burgerschap en politieke geschiedenis.</p>
</body>
</article>