<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.21001</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.21001</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De Echte Rotterdammer komt van buiten. Rotterdam migratiestad, 1600-2022</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Puschmann</surname>
<given-names>Paul</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Radboud Universiteit Nijmegen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240065</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van de Laar</surname><given-names>Paul</given-names></name>
<name><surname>Scholten</surname><given-names>Peter</given-names></name>
</person-group>
<source>De Echte Rotterdammer komt van buiten. Rotterdam migratiestad, 1600-2022</source>
<publisher-loc>Bussum</publisher-loc>
<publisher-name>Thot</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>335 pp.</page-range>
<isbn>9789068688597</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.21001"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><italic>De Echte Rotterdammer komt van buiten</italic> is een werk dat zich op het snijvlak van de geschiedenis, migratiestudies en bestuurskunde bevindt. Het werk is geschreven door historicus Paul Van de Laar, bekend van <italic>Stad van Formaat. Geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw</italic>, dat in mijn ogen tot de beste stadsgeschiedenissen van Nederland behoort, en door de bestuurskundige Peter Scholten. In <italic>De Echte Rotterdammer komt van buiten</italic> nemen de auteurs de lezer mee in de fascinerende stadsgeschiedenis van Rotterdam, van het moment dat de eerste Rotterdammers een dam in de Rotte bouwden tot en met de dagen waarin Aboutaleb burgemeester van de stad was. Dit is echter geen standaard stadsgeschiedenis van de stad Rotterdam, maar een migratiegeschiedenis. Het stedelijk verleden wordt met andere woorden bestudeerd vanuit een migratiebril. Het rijk ge&#x00EF;llustreerde boek, dat voor het brede publiek geschreven is, heeft tot doel een nieuw en positief narratief te schetsen over Rotterdam als migratiestad. Dit is volgens de auteurs noodzakelijk omdat Rotterdam, anders dan bijvoorbeeld Amsterdam, een januskop heeft: enerzijds is de stad trots op haar wereldhaven en haar kosmopolitische karakter, anderzijds hebben de stad en haar inwoners de neiging om datgene wat van buiten komt &#x2013; migranten, vreemde culturen en diversiteit in de breedste zin van het woord &#x2013; als een bedreiging te beschouwen en zich naar binnen te keren. Rotterdam worstelt volgens de auteurs dan ook al enkele decennia met migratie en integratie, maar ook met haar eigen migratieverleden en identiteit.</p>
<p>Lange tijd stond Rotterdam bekend als de grote werkstad, zoals dat zo treffend beschreven werd door Bouman &#x0026; Bouman in hun studie over de bevolking van de stad (1952). Rotterdammers kwamen overal vandaan, zowel uit binnen- als buitenland (vooral Duitsland). Veel nieuwe Rotterdammers droegen middels noeste arbeid &#x2013; veelal in de haven &#x2013; aan de stedelijke economie bij en verwierven na een vaak moeizaam aanpassingsproces een plekje in de stad. Het beeld van de grote werkstad past echter steeds minder bij het postindustri&#x00EB;le Rotterdam, dat volgens Van de Laar en Scholten gekenmerkt wordt door superdiversiteit. Dit concept van de Amerikaanse antropoloog Steven Vertovec beschrijft een nieuwe realiteit waarin de meerderheid van de stedelijke bevolking gevormd wordt door een optelsom van minderheden. In deze nieuwe realiteit, zo betogen de auteurs, is de maakbaarheid van de samenleving, waarmee ze een geleide integratiepolitiek bedoelen die buitenstaanders via sociaaleconomische en culturele aanpassing tot insiders verheft, niet langer realistisch. Volgens Van de Laar en Scholten is het beter en logischer om de &#x2018;onmaakbaarheid&#x2019; van de Rotterdamse populatie te accepteren, de superdiversiteit te omarmen en de migrant, die zij als de ware Rotterdammer beschouwen, op een voetstuk te zetten.</p>
<p>Bij het lezen van <italic>De Echte Rotterdammer komt van buiten</italic> moest ik denken aan <italic>Ab Urbe Condita</italic> van Titus Livius. In het voorwoord op dit beroemde Romeinse werk verzucht de auteur dat het een enorme taak was om 700 jaar geschiedenis in kaart te brengen en dat die taak alsmaar complexer werd naarmate hij dichter bij zijn eigen tijd kwam omwille van de enorme toename in het bronnenmateriaal, maar vooral omdat de uitdagingen in de eigen tijd in omvang leken toe te nemen. Net als Livius kiezen Van de Laar en Scholten ervoor om beduidend meer aandacht te schenken aan het recente verleden dan aan het verdere verleden en hun beweegredenen lijken grotendeels dezelfde te zijn.</p>
<p>Bovengenoemde aanpak leidt ertoe dat de lezer met zevenmijlslaarzen door eeuwen aan Rotterdamse migratiegeschiedenis stapt en dan vrij plotseling geconfronteerd wordt met een zeer gedetailleerde beschrijving en analyse van de migratie- en integratiegeschiedenis van de afgelopen vijftig jaar. Daardoor lijkt de komst van niet-Westerse migranten een keiharde breuk met het verleden te zijn. Dit beeld wordt vooral gevoed door de uitvergroting van maatschappelijke en politieke strubbelingen, zoals de rellen in de Afrikaanderwijk, de opkomst van Fortuyn en Leefbaar Rotterdam en de omstreden Rotterdamwet. Paradoxaal genoeg voedt het uitgebreide vertoog over deze strubbelingen het idee dat migratie en toenemende etnische, religieuze en culturele diversiteit tot alsmaar complexere problemen zouden hebben geleid, terwijl de auteurs juist een positief narratief over migratie en migranten wilden neerzetten. De conclusie dat de stad z&#x00F3; superdivers geworden is dat zij &#x2018;onmaakbaar&#x2019; geworden is, gaat dan ook voorbij aan alle successen die er op het vlak van integratiebeleid ook te melden vallen, met name inzake onderwijs en de arbeidsmarkt. Als een islamitische Marokkaanse migrant, die ooit in armoede naar Nederland trok, burgemeester van de stad kan worden en in die functie nationale en internationale faam weet te verwerven, kan het lokale integratiebeleid niet helemaal mislukt zijn.</p>
<p>Hoewel het boek, dat grotendeels gebaseerd is op secundaire literatuur, aangevuld met inzichten uit krantenartikelen en beleidsrapporten, in sommige opzichten onbedoeld een negatieve indruk wekt, biedt het de lezer veel waardevolle inzichten. Er komen veel migrantengroepen aan bod en het wordt ook duidelijk hoe deze groepen een stempel op de ontwikkeling van de stad hebben weten te drukken. Ook wordt er een poging gedaan om het Rotterdamse migratieverleden in perspectief te plaatsen. In het laatste hoofdstuk worden er vergelijkingen gemaakt met andere Europese havensteden, zoals Amsterdam, Antwerpen en Hamburg, wat vooral resulteert in een aantal opvallende en interessante paralellen. Al deze steden blijken vergelijkbare sociaaleconomische structuren te delen, met een verleden waarin de industrie sterk afhankelijk was van arbeidsmigratie en migranten en hun nakomelingen oververtegenwoordigd zijn in arbeiderswijken. Jammer genoeg worden er geen systematische vergelijkingen door de tijd gemaakt. Ik had graag een vergelijking gezien van de integratietrajecten van voor- en naoorlogse migranten, maar aan een dergelijke onderneming wagen de auteurs zich niet. Ook is het jammer dat er veel over migranten geschreven wordt, maar migranten zelf niet of nauwelijks aan het woord komen. Desalniettemin is dit een zeer lezenswaardig boek dat ik zowel aan migratiehistorici als stadshistorici kan aanraden, alsmede aan iedereen die ge&#x00EF;nteresseerd is in de stad Rotterdam en haar (migratie)verleden.</p>
</body>
</article>