<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19842</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19842</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Adel en Ridderschap in Utrecht</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Feys</surname>
<given-names>Sieben</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Gent en Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240058</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>de Bruin</surname><given-names>Renger</given-names></name>
</person-group>
<source>Adel en Ridderschap in Utrecht</source>
<publisher-loc>Zwolle</publisher-loc>
<publisher-name>WBooks</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>512 pp.</page-range>
<isbn>9789462585461</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19842"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Adelsgeschiedenis zit in de lift. Frits van Oostroms bestseller <italic>Nobel streven</italic> en mediaproducties zoals <italic>Het verhaal van Nederland &#x2013; Oranje Nassau</italic> tonen aan dat het brede publiek de lotgevallen van de <italic>beau monde</italic> kan smaken. Ook in de geschiedwetenschap over de Lage Landen staat het onderzoek naar adel en naar elites in brede zin sinds enkele decennia weer in de belangstelling. Verschillende studies getuigen hiervan. Deze zijn zowel gericht op de adel van een bepaalde regio tijdens een specifiek tijdvak (bijvoorbeeld de late middeleeuwen: Holland, Zeeland, Vlaanderen, Loon) als vanuit het perspectief van de <italic>longue dur&#x00E9;e</italic> (bijvoorbeeld A.J. Mensema, Js. Mooijweer en J.C. Streng, <italic>De ridderschap van Overijssel: le m&#x00E9;tier du noble</italic>, 2000; Coen O.A. Schimmelpenninck van der Oije e.a., <italic>Adel en ridderschap in Gelderland: tien eeuwen geschiedenis</italic>, 2013).</p>
<p>Renger de Bruin onderzoekt de adel en ridderschap van Utrecht in een breed toegankelijk werk dat duidelijk bij die laatste traditie aansluit. De kaft van het boek vertelt het al: het is &#x2018;een lange geschiedenis&#x2019; geworden, in meer dan &#x00E9;&#x00E9;n betekenis van het woord. In een doorwrochte monografie van meer dan 500 pagina&#x2019;s analyseert De Bruin de lotgevallen van de Utrechtse elite over een tijdspanne van maar liefst 1500 jaar. Als symbolisch beginpunt neemt hij de Friese bekeringsmissie van Willibrord in 690 en het eindpunt valt samen met het heden. Bij studies met een dergelijke chronologische omvang dreigt het gevaar dat de hoofdstukverdeling scheefgezakt is. Wat de tijdsafbakening betreft worden de tien hoofdstukken inderdaad steeds korter, maar De Bruin is er wonderwel in geslaagd om een gebalanceerde analyse te presenteren. Dat dit titanenwerk door &#x00E9;&#x00E9;n auteur is geschreven, is nog indrukwekkender wanneer we bedenken dat een legertje van dertien auteurs de tegenhanger over Gelderland heeft geschreven.</p>
<p>De Bruin opteert voor een maximalistische opvatting van wat adel inhoudt; dat moet ook wel met zo&#x2019;n lange chronologische insteek. Adel wordt hier namelijk gedefinieerd als &#x2018;een overkoepelend begrip voor een erfelijke elite, die vooraanstaande politieke, militaire en kerkelijke posities bekleedde, een groot maatschappelijk prestige had, en de grootste rijkdommen bezat.&#x2019; (16) Deze studie behandelt dus alle soorten erfelijke elites die zich vanaf de vroege middeleeuwen tot vandaag in de regio Utrecht (eerst het vorstendom, later de huidige provincie) manifesteerden.</p>
<p>De huidige Ridderschap van Utrecht doet haar verleden eer aan en speelt ook vandaag nog een rol als mecenas en hoofdfinancier van dit werk. Het doel van dit werk is volgens de auteur om &#x2018;de verhalen over Utrechtse edelen in het bredere kader van het recente wetenschappelijk onderzoek te plaatsen en daarin verklaringen te zoeken voor ontwikkelingen in de regio Utrecht&#x2019; (12). Een korte inleiding in de historiografie (10-12) wordt echter meteen terzijde geschoven, want: &#x2018;Wat dit boek wil vermijden, is het voortdurend aanhalen van wetenschappelijke discussies&#x2019; (12). De lezer moet zich er dan ook van bewust zijn dat het werk hoofdzakelijk gericht is op het brede publiek.</p>
<p>De inleiding maakt ook duidelijk dat de auteur weinig bijkomend archiefonderzoek heeft uitgevoerd; De Bruin steunt vooral op reeds verschenen literatuur. Enerzijds vormt het boek daardoor een geweldige synthese over het onderwerp. Anderzijds brengt het hierdoor de tekortkomingen van de huidige historiografie over Utrechtse adelsgeschiedenis in herinnering. Zo is de politieke rol van de adel erg centraal komen te staan, zoals de auteur zelf ook aangeeft (15). Historici waren traditioneel gezien namelijk meer ge&#x00EF;nteresseerd in de relatie tussen de adel en de vorst dan in de adel als sociale groep en in diens interactie met andere lagen van de samenleving. De rode draad van het boek is dan ook onvermijdelijk de eeuwige tango tussen elites en de voortdurend veranderende politieke constellaties.</p>
<p>De nadruk ligt daarbij op de lotsbeschrijvingen van enkele uitzonderlijk goed gedocumenteerde families, zoals Van Zuylen, Van Reede of Van Tuyll van Serooskerken. De &#x2018;lagere&#x2019; adel komt minder aan bod, hoewel net bij deze groep sociale verandering wellicht het sterkst voelbaar was. Ook de rol van vrouwen is onderbelicht, tenzij het een opvallend figuur betreft zoals Anna Elisabeth van Reede, een groot bewonderaar van Japanse kimono&#x2019;s (259). Het blijft wachten tot hoofdstuk 5 vooraleer De Bruin een eerste overzicht presenteert van adellijk vermogen, goederen- en grondbezit, huwelijkspatronen en adellijke cultuur. De grote afwezige in het hele vertoog zijn de heerlijkheden. Eerder onderzoek heeft echter wel al duidelijk aangetoond dat het bezit van heerlijkheden en de daarmee gepaard gaande lokale machtsuitoefening cruciaal was voor de definitie van adeldom in het ancien r&#x00E9;gime (Frederik Buylaert, Wim De Clercq en Jan Dumolyn, &#x2018;Sumptuary legislation, material culture and the semiotics of &#x201C;vivre noblement&#x201D; in the County of Flanders (14th-16th centuries)&#x2019;, 2011). De rol van edelen als ambachtsheren wordt slechts tweemaal echt besproken: in het kader van de Reformatie (209-210, 250-256) en na de afschaffing van heerlijke rechten in 1848 (313, 360-364) om aan te tonen dat adellijke prerogatieven tot ver in de negentiende eeuw bleven doorleven.</p>
<p>Deze studie mist dus vooral een breed sociaal perspectief op de adelsgeschiedenis. Door de &#x2018;lagere&#x2019; adel, vrouwelijke edelen en heerlijke macht onderbelicht te laten, sluit het op deze punten niet aan bij de huidige academische geschiedschrijving. Dat is wellicht een gevolg van de opzet van dit boek: enerzijds een geschiedenis-in-opdracht dat als genre al te vaak op het politiek-historische focust en anderzijds een synthese van oudere literatuur. Mijn eindoordeel blijft echter wel positief. Het is ronduit indrukwekkend dat De Bruin erin geslaagd is om ingewikkelde historische processen vanuit het perspectief van een <italic>longue dur&#x00E9;e</italic> als een samenhangend geheel te presenteren. Niet alleen is het geheel vlot leesbaar door de vele kleurrijke anekdotes, het boek is ook prachtig vormgegeven en zeer rijk ge&#x00EF;llustreerd. De kaderteksten zetten bijzondere verhalen of vondsten in de kijker. Het laatste hoofdstuk, waarin de Utrechtse adel vanaf 1940 tot heden wordt gevolgd, is een sterke hekkensluiter. Controversi&#x00EB;le thema&#x2019;s als collaboratie worden niet geschuwd, maar genuanceerd ontleed.</p>
<p>Het moge duidelijk zijn dat de adelsgeschiedenis van de Nederlanden verrijkt is met een mooie synthese die zo gedetailleerd is dat ze tevens een goed overzicht biedt van de algemene geschiedenis van de regio. Daardoor is het werk aan te bevelen voor zowel een breed publiek van ge&#x00EF;nteresseerden als voor vakhistorici. Gezien De Bruin binnenkort met pensioen gaat &#x2013; hij spreekt zelf van &#x2018;het einde van mijn loopbaan&#x2019; (542) &#x2013; is het dan ook gerechtvaardigd om te spreken van de kers op de taart van een rijkgevulde carri&#x00E8;re.</p>
</body>
</article>