<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19839</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19839</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Balkenhol</surname>
<given-names>Markus</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Meertens Instituut</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240056</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Captain</surname><given-names>Esther</given-names></name>
<name><surname>Oostindie</surname><given-names>Gert</given-names></name>
<name><surname>Smeulders</surname><given-names>Valika</given-names></name>
</person-group>
<source>Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag</source>
<publisher-loc>Meppel</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>352 pp.</page-range>
<isbn>9789024446117</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19839"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><italic>Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag</italic> (in 2024 bekroond met de Die Haghe Prijs) staat in een snel groeiende reeks van soortgelijke studies naar de betrokkenheid van specifieke steden bij slavernij en kolonialisme. Eerdere studies naar bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Utrecht en meer recent Delft schetsten al een zeer gedetailleerd beeld van de verwevenheid van de stadsgeschiedenissen met slavernij en kolonialisme. Zo ook dit boek. Het vertrekt vanuit de vraag: wat is het koloniale en slavernijverleden van de stad Den Haag? De auteurs maken een aantal argumenten. Ten eerste concluderen zij dat Den Haag deel uitmaakt van het koloniale en slavernijverleden, maar anders dan in andere steden springt hier vooral de politiek-bestuurlijke kant in het oog. Ten tweede is de migratiegeschiedenis van Den Haag uniek: al eeuwen wonen mensen uit de koloni&#x00EB;n in de stad, maar de naoorlogse migratiebewegingen maken dat Den Haag vandaag vooral gezien wordt als Indisch en Hindostaans. De opzet van het boek neemt dan ook de gehele geschiedenis in ogenschouw, van vroegkoloniaal tot hedendaags.</p>
<p>De bundel bevat een inleiding en 16 hoofdstukken. Gert Oostindie begint met een &#x2018;koloniale en postkoloniale geschiedenis van Den Haag in vogelvlucht&#x2019;, een beknopt overzicht van het Nederlandse koloniale en slavernijverleden en vooral de betrokkenheid van de elites daarin. Postkoloniale migranten zijn &#x2018;veruit de belangrijkste getuigen van het koloniale verleden&#x2019; (28). In hoofdstuk 2 belicht Valika Smeulders het leven als koloniale bediende in Den Haag aan de hand van 106 personen die in het gemeentearchief gedocumenteerd zijn. Zij schetst een zeer ingeperkt leven onder Europese hegemonie, maar ook beperkte sociale mobiliteit: sommigen lukte het om te trouwen, te werken, of zelfs rechtszaken aan te spannen. Hoofdstuk 3 (Marie Christine van der Sman) en 4 (Raymund Sch&#x00FC;tz en Jo&#x00EB;lle Glerum) gaan dieper in op de Haagse elite en koloniale belangen. Hoewel er meer onderzoek nodig is naar deze groep, kan geconstateerd worden dat Den Haag profiteerde van de overzeese handel door het bezit van aandelen of het bekleden van functies in de Compagnie&#x00EB;n. Van der Sman laat daarnaast zien dat zich rondom deze elite een intellectuele kring formeerde bestaande uit predikanten, uitgevers, schrijvers en schilders. Dat wil zeggen dat de betrokkenheid van Den Haag verder reikte dan alleen de elite. In hoofdstuk 4 is naast de bestuurlijke organisatie van de Compagnie&#x00EB;n aandacht voor de periode na de slavernij. Met name vanaf de late negentiende eeuw wordt in Nederland de behoefte gevoeld om trots te zijn op het koloniale rijk, een sentiment dat doorklinkt tot in het heden.</p>
<p>Een aantal hoofdstukken gaat over verzet tegen slavernij en kolonialisme. In hoofdstuk 5 laat Maartje Janse zien dat er halverwege de negentiende eeuw weliswaar individuen waren die de slavernij bekritiseerden, maar dat er onder Haagse burgers geen brede beweging tegen de slavernij is ontstaan. In hoofdstuk 8 bespreekt Sander van der Horst het antikoloniaal activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum (1913-1939). In deze periode &#x2018;vormde Den Haag het decor van verzet tegen het Nederlandse kolonialisme&#x2019; (147). Bekende namen zoals Ernest Douwes Dekker, Mohammed Hatta en Anton de Kom ontwikkelden nationalistische en communistische kritieken op het kolonialisme, bijvoorbeeld in caf&#x00E9; Hollandais. Het feit dat dit doorgaans een vrij kleine groep van niet meer dan een paar honderd personen betrof, met relatief weinig directe invloed op het koloniale beleid, doet niets af aan de historische relevantie van deze activisten als uitdagers van de koloniale tijdsgeest, aldus de auteur. Esther Captain en Valika Smeulders laten in een hoofdstuk over verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog zien hoe de strijd tegen het fascisme en die tegen het kolonialisme verstrengeld waren. De vredesbeweging in de vroege twintigste eeuw was weliswaar belangrijk voor de reputatie van Den Haag als hoedster van de vrede, maar, zoals Marlies van der Riet in hoofdstuk 16 laat zien, het streven naar vrede ging voor de meeste vredesbewegingen niet samen met kritiek op het kolonialisme: dat zou de internationale standing van Nederland hebben aangetast.</p>
<p>Natuurlijk mag een hoofdstuk over de rol van het huis van Oranje-Nassau in een boek over Den Haag niet ontbreken. D&#x00E1;t de koninklijke familie betrokken was bij, en enthousiast over, het Nederlandse kolonialisme ligt voor de hand. In hoofdstuk 6 pleit Gert Oostindie vooral voor meer onderzoek naar deze betrokkenheid. Henk den Heijer en Gerhard de Kok laten vervolgens in hoofdstuk 7 zien dat Haagse bedrijven, actief in de kolonies, de stad significante winsten opleverden, vooral door werkgelegenheid en belegd kapitaal. En in hoofdstuk 10 geven Freek Schmidt en Miel Groten een overzicht van de ruimtelijke weerslag van het kolonialisme op Den Haag. Ze richten hun aandacht vooral op de drie grote kanalen (politiek, migratie en kapitaal) die de Haagse architectuur in belangrijke mate vormden. In hoofdstuk 11 presenteert Marie Christine van der Sman een rondgang langs spraakmakende voorbeelden van materieel en immaterieel erfgoed zoals theater, muziek, festivals en herdenkingen.</p>
<p>Martin Bossenbroek geeft in hoofdstuk 12 een inkijkje in een aantal (online en offline) archieven met betrekking tot het Haagse koloniale verleden. Marlies van der Riet beschrijft in hoofdstuk 13 het culturele leven in de Hofstad tussen 1890 en 1950, waarin zij de kruisbestuivingen tussen de stad en de koloni&#x00EB;n laat zien. In hoofdstuk 14 geven Martine Gosselink en Erik Odegard inzicht in de betrokkenheid van Johan Maurits bij de slavernij, en laten zij zien hoe het museum Het Mauritshuis manieren probeert te vinden om met dit verleden om te gaan. Ook Kiran Sukul schrijft in hoofdstuk 15 over de omgang met het koloniaal verleden in het Haags Historisch Museum. Uit de ervaringen in het museum concludeert zij dat participatieve en co-creatieve methoden cruciaal zijn bij het ontsluiten van met name koloniaal erfgoed.</p>
<p>Een belangrijke vernieuwing van het boek zijn de zestien korte portretten van &#x2018;persoonlijk sterk bij deze thematiek betrokken Hagenaars&#x2019;, gemaakt door erfgoedspecialist Ardjuna Candotti en fotograaf Amber Toorop. Het gaat te ver om deze portretten hier samen te vatten, maar een goed voorbeeld is het portret van de al genoemde auteur Kiran Sukul, senior medewerker erfgoed en stedelijke diversiteit bij het Haags Historisch Museum. Voor haar is erfgoed niet Javaans, Hindostaans, Indisch of Afro-Surinaams, maar &#x00F3;&#x00F3;k Haags. Telkens wordt in de portretten het verleden doorgetrokken naar het heden, zoals Rudy van der Beek, oprichter van de studentenvereniging Tribez, dat doet: &#x2018;tot op heden merk je de impact hiervan&#x2019; (31). Door deze portretten wordt duidelijk dat geschiedenis in het algemeen, en de geschiedenis van het slavernijverleden in het bijzonder, niet een puur academische exercitie is, maar over mensen in het heden gaat.</p>
<p>Daarmee beperkt het boek zich niet tot het Haagse koloniale en slavernijverleden, maar stipt het ook de complexiteit aan van de vraag hoe het slavernijverleden doorwerkt in het heden. De auteurs maken dit argument niet expliciet. Toch maken zowel de hoofdstukken als de portretten duidelijk dat het vraagstuk van de koloniale en slavernijgeschiedenis niet los staat van het heden. Het koloniale en slavernijverleden heeft de Nederlandse en Europese cultuur als geheel in belangrijke mate gevormd. Niet alleen de politieke economie, maar ook het zelf- en wereldbeeld, culturele tradities, architectuur en filosofie zijn niet &#x2018;achter de dijken&#x2019; ontstaan, maar voortgekomen uit wereldwijde, vaak asymmetrische verstrengelingen. In mijn ogen kan dit boek dan ook gezien worden als een aanzet om het thema koloniaal en slavernijverleden breder te trekken dan alleen een onderwerp voor de geschiedwetenschap. Het gaat tenslotte niet alleen over een geschiedkundig verhaal, maar ook over cultureel erfgoed als een product van het heden.</p>
</body>
</article>