<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19616</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19616</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>? Melk, koe, ras, kolonie, taal, kunst, mest en meer</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Ham</surname>
<given-names>Laurens</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240052</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Cornips</surname><given-names>Leonie</given-names></name>
<name><surname>Hendriksen</surname><given-names>Marieke</given-names></name>
<name><surname>Mak</surname><given-names>Geertje</given-names></name>
</person-group>
<source>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>? Melk, koe, ras, kolonie, taal, kunst, mest en meer</source>
<publisher-loc>Gorredijk</publisher-loc>
<publisher-name>Sterck &#x0026; De Vreese</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>279 pp</page-range>
<isbn>9789056159993</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19616"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Een lunchbijeenkomst bij een Nederlandse ambassade in een Centraal-Europees land in 2023. Er liggen broodjes met kaas, er staan kannen met melk. De ambassadeur begint een uitvoerige lofzang op kaas en melk af te steken, omdat dat intens gezonde producten zouden zijn.</p>
<p>Deze anekdote, die mij werd verteld door een internationale neerlandicus, toont aan dat de mythologie rond kaas en melk als basis voor een oer-Hollandse gezonde maaltijd springlevend is en ook door Nederlandse instituten in het buitenland wordt uitgedragen. Over dit soort mythevorming gaat <italic>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>?</italic>, een bundel die is ontstaan uit het werk van <sc>nl</sc>-Lab, een onderzoeksgroep van het Humanities Cluster van de <sc>knaw</sc>. Deze multidisciplinaire groep onderzoekt hoe Nederlandse identiteit in heden en verleden gemaakt, gevoeld en verspreid wordt, bijvoorbeeld via een consumptieproduct als kaas.</p>
<p><italic>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>?</italic> is een wonderlijke titel, die door het gebruik van het gelijkheidsteken associaties oproept met een mathematische formule. Dat is geen toeval: deze bundel probeert de idealiserende taal rond kaas, koe en melk (&#x2018;authentiek&#x2019;, &#x2018;raszuiver&#x2019;, &#x2018;traditie&#x2019;) te doorprikken en aan te tonen hoe <italic>gefabriceerd</italic> kaas is. In werkelijkheid is het het product van een met uiterste precisie doorgefokte koe en een vrijwel geheel gerobotiseerd productieproces. Het boek toont daarnaast dat de mythe rond kaas al even zorgvuldig is vormgegeven, door Nederlandse en anderstalige makers die eeuwenlang bewust en onbewust hebben gesleuteld aan het beeld van Nederland als het ultieme kaasland. Beide fabricatieprocessen worden prachtig geanalyseerd in de mooie programmatische inleiding van de bundel, waarin onder meer de vele visuele en talige tekens op hedendaags kaaspapier worden geanalyseerd.</p>
<p>Deze focus op tekens en op het begrip &#x2018;mythe&#x2019; ontlenen de samenstellers van de bundel aan <italic>Mythologies</italic> (1957) van de semioticus Roland Barthes. Zij parafraseren Barthes&#x2019; mythebegrip als die &#x2018;beelden en verhalen die ongemerkt vastleggen wat op een bepaald moment als normaal, natuurlijk en vanzelfsprekend wordt beschouwd&#x2019; (12). Barthes analyseerde in <italic>Mythologies</italic> Franse mythes rond onder meer wijn, Franse auto&#x2019;s en reclamebeeldtaal. Zijn boek zou uitgroeien tot een klassieker in de <italic>cultural studies</italic>, en ook leiden tot studies die iets vergelijkbaars probeerden voor andere landen dan Frankrijk (Manuel Pe&#x00F1;a&#x2019;s <italic>American Mythologies</italic> en Jan Baetens en Karel Vanhaesebroucks <italic>Kleine Vlaamse mythologie&#x00EB;n</italic> bijvoorbeeld). In Nederland is deze traditie bij mijn weten vrij weinig uitgewerkt, en daarom is een gehele bundel die de dominante mythe rond kaas uitpakt zeer welkom.</p>
<p>De lange ondertitel <italic>Melk, koe, ras, kolonie, taal, kunst, mest en meer</italic> illustreert de grote reikwijdte van het boek en de fascinerende kruisverbanden die <sc>nl</sc>-Lab op het spoor is. De meerduidigheid van een begrip als &#x2018;ras&#x2019; wordt hier mooi uitgelicht: het staat in de opsomming tussen &#x2018;koe&#x2019; en &#x2018;kolonie&#x2019; in, en verwijst dus zowel naar &#x2018;koeienras&#x2019; als naar inmiddels controversi&#x00EB;le mensenrastheorie&#x00EB;n in het Nederlandse koloniale verleden (&#x2018;kolonie&#x2019;). Het eerste komt ter sprake in een stuk van Oscar Verkaaik over de werking van het begrip koeienras in de moderne zuivel- en vleeshandel, het tweede in een uitvoerige analyse door Tess Post van de raciale connotaties van melk in de Nederlandse koloni&#x00EB;n.</p>
<p>Naast de inleiding beslaat dit boek maar liefst 22 van dit soort artikelen, ondergebracht in vijf delen: &#x2018;Cultiveren&#x2019;, &#x2018;Koe&#x2019;, &#x2018;Taal&#x2019;, &#x2018;Kolonie&#x2019; en &#x2018;Inter/nationaal&#x2019;. Het eerste draait om het maakproces rond kaas en de verbeelding daarvan, bijvoorbeeld in de beeldende kunst; het tweede brengt stukken rond de koe als melkproducent samen; het derde richt zich op taalkundige vraagstukken rond koeien en kaas; het vierde bevat enkele stukken over koloniale relaties rond koeien, melk en kaas; en het vijfde richt zich op de vraag of kaas nu &#x2018;typisch Nederlands&#x2019; is of juist met internationale ontwikkelingen verknoopt. Het antwoord laat zich raden: in heden en verleden was Nederlandse kaas van vermeend Nederlandse koeien een sterk gemondialiseerd product.</p>
<p>Deze indeling doet soms willekeurig aan. Artikelen hadden ook in andere delen opgenomen kunnen worden en er bestaan dwarsverbanden tussen thema&#x2019;s als &#x2018;kolonie&#x2019; en &#x2018;inter/nationaal&#x2019;. Dat is geen bezwaar, want het feit dat er zoveel terugkerende thema&#x2019;s in te herkennen zijn, vergroot de coherentie van de bundel. Zo gaat het veel over Holstein-Frisians, het zwartbonte koeienras dat inmiddels het overgrote deel van de Nederlandse runderpopulatie uitmaakt. Terwijl het artikel van wetenschapshistoricus Bert Theunissen de fokgeschiedenis uiteenzet en laat zien hoe men tot deze melkproductiekampioen kwam, bespreekt taalkundige Leonie Cornips het melkproces van Holstein-Frisians, laat antropoloog Oscar Verkaaik zien dat deze koe in kringen van culinaire <italic>connaisseurs</italic> een slechte reputatie heeft, en analyseren cultuurwetenschappers Anke Bosma en Esther Peeren de (misleidende) beeldvorming rond zwartbonte koeien in kaasreclames. Zo ontstaat langzaamaan een completer beeld van deze koe, haar internationale herkomst en de manier waarop ze de beeldvorming van Nederlandse zuivel en het Nederlandse landschap bepaalt.</p>
<p>Tegelijk ontbreekt een echt interdisciplinair perspectief in deze bundel. Er hebben weliswaar veel verschillende wetenschappelijke disciplines bijgedragen, maar er is niet tussen de disciplines samengewerkt. Dat is spijtig, omdat daarmee de kans bleef liggen om twee spanningsvelden te adresseren: in de eerste plaats dat tussen contemporain en historisch onderzoek, en in de tweede plaats het spanningsveld tussen onderzoek dat nationale en regionale beeldvorming bestudeert enerzijds en meer generalistisch onderzoek anderzijds.</p>
<p>Eerst iets over dat spanningsveld tussen kaas, koe en melk in verleden en heden. De periode v&#x00F3;&#x00F3;r de zestiende eeuw komt er bekaaid af, maar alle eeuwen nadien zijn gerepresenteerd. Wel is het aardig puzzelen hoe we de historische lijnen nu precies kunnen trekken. Welke relaties zijn er tussen vroegmoderne koopmanspraktijken rond zuivel, onder meer in Oost-Indi&#x00EB;, de rol van zuivel in het latere kolonialisme en de boerenpraktijken van Nederlandse emigranten die na de Tweede Wereldoorlog naar Australi&#x00EB; trokken? Zijn er verbanden te trekken tussen aan melk en kaas gerelateerde raciale denkbeelden in vroegere decennia en de hedendaagse radicaal-rechtse meme &#x2018;Kaas is de baas&#x2019;, een hondenfluitje voor wit superioriteitsdenken? Dit soort overkoepelende onderzoeksvragen wordt in <italic>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>?</italic> niet echt beantwoord, omdat er geen slothoofdstuk in het boek zit waarin overkoepelende vragen aan de orde kunnen worden gesteld.</p>
<p>Het tweede spanningsveld, dat tussen geografisch gesitueerd en generalistisch onderzoek, wordt prachtig gethematiseerd in het antropologische artikel van Else Vogel. Daarin wordt een sterk lokaal geworteld denken over de kringloop van de Nederlandse zuivelproductie gekoppeld aan een meer holistische blik op mondiale ecologie&#x00EB;n. In het boekdeel &#x2018;Taal&#x2019; mis ik deze relatie tussen het generalistische en het geografisch gesitueerde denken echter. Daarin staan onder meer artikelen van Vincent van Heuven en Nicoline van der Sijs over de vertaling van het woord kaas in verschillende Nederlandse streektalen, van Leonie Cornips over de mate waarin koeiengeluiden als een taal te interpreteren zijn, en opnieuw van Vincent van Heuven over de klankpatronen (fonetiek) in koeiengeluiden. Steeds draait het eerder om fundamentele taalkundige vraagstukken (heeft <italic>een koe</italic> een taal?) dan om de vraag &#x2018;hoe maakt kaas <italic>Nederland</italic>?&#x2019; die elders in het boek dominant is. Ik denk dat ook hier interdisciplinaire samenwerking veelbelovende mogelijkheden biedt. Zo roept het nogal descriptieve artikel van Van Heuven en Van der Sijs over de uitspraak van &#x2018;kaas&#x2019; de vraag op waarom niet de varianten &#x2018;kees&#x2019;, &#x2018;tsiis&#x2019; of &#x2018;k&#x00E8;&#x00E8;s&#x2019; het standaardwoord voor dit zuivelproduct geworden zijn. Een explicietere verbinding met het artikel van Inger Leemans in deze bundel was hier productief geweest: zij belicht in haar onderzoek namelijk de manieren waarop er in de vroegmoderne tijd een nationaal vertoog rond kaas en handel ontstond vanuit het dominante gewest Holland &#x2013; een sociaal-economische ontwikkeling die grote effecten heeft gehad op taalstandaardisering.</p>
<p>Zo blijft er voor de lezer van <italic>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>?</italic> nog genoeg te wensen over, maar evengoed is dit een gulle, inzichtgevende uitgave, die zowel onderzoekers als ge&#x00EF;nteresseerden wezenlijk verder kan helpen met het ontwikkelen van een historische en cultuurkritische blik op Nederlandse identiteitsvorming.</p>
</body>
</article>