<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19118</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19118</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De Keien. Rotterdamse studenten tussen handel en verzet 1940-1945</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Dorsman</surname>
<given-names>Leen</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240039</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Leeman</surname><given-names>Merel</given-names></name>
</person-group>
<source>De Keien. Rotterdamse studenten tussen handel en verzet 1940-1945</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Atlas Contact</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>360 pp.</page-range>
<isbn>9789045048642</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19118"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Een geweldige compositorische vondst: de geschiedenis van het Rotterdamse studentenverzet beschrijven vanuit de ervaringen van een jaargroep van acht studenten aan wat toen nog de Nederlandse Economische Hoogeschool was. Ze kwamen aan in september 1940 en noemden zich de &#x2018;Keien&#x2019;. Merel Leeman volgt hen niet alleen voor de duur van de oorlog, maar ook daarna. Ze vraagt zich af wat er van hen is geworden en welke impact de oorlog op hen heeft gehad, en zoekt een antwoord in onder meer persoonlijke archieven, correspondenties en interviews met nabestaanden. Aan de hand van de lotgevallen van de Keien presenteert Leeman ook een geschiedenis van de Rotterdamse hogeschool voor, in en na de oorlog. Daarmee is het boek eveneens een volwaardig onderdeel van de universiteitsgeschiedenis geworden.</p>
<p>De Keien waren afkomstig uit liberaal-conservatieve handelsfamilies en gespeend van maatschappelijk engagement: ze kwamen om te studeren en &#x2013; de een misschien wat meer dan de ander &#x2013; volledig van het studentenleven te genieten. Dat laatste is wellicht lastig voorstelbaar in een deels verwoeste stad, maar zij lieten zich daar niet door weerhouden. Het wekt dan ook enige verbazing hoe lang het corporale gedrag stand hield, zelfs tot na het moment dat niet meer te ontkennen viel dat verregaande repressie en Jodenvervolging geen bijverschijnselen waren van de bezetting.</p>
<p>Toch raakten de Keien stapje voor stapje betrokken bij illegaal werk. In eerste instantie was Frits Ruys degene die via hulp aan onderduikers een ondergronds netwerk opbouwde, maar ook Charles van der Sluis en Han Goudswaard namen daaraan deel. Uiteindelijk zouden alle acht Keien ieder op hun eigen wijze in het verzet belanden. Eind 1942 vonden twee gebeurtenissen plaats die bepalend waren voor de ontwikkelingen in de groep. Frits Ruys werd gearresteerd en in Scheveningen ge&#x00EF;nterneerd en Charles van der Sluis ontmoette de schrijver en hispanist Johan Brouwer, die een veel radicaler vorm van verzet uitdroeg. Daarmee ontstonden als het ware twee richtingen. Frits Ruys stond voor onderlinge solidariteit en eenheid van het verzet, Charles van der Sluis evolueerde van de illegale pers naar gewapende actie in knokploegen die naar het einde van de oorlog steeds meer zelfstandig en competitief begonnen op te treden.</p>
<p>In november 1944 werd Frits Ruys nogmaals opgepakt &#x2013; waarschijnlijk verraden door een medestudent &#x2013; en gefusilleerd. De sfeer in de stad werd na de grote razzia van 11 november 1944 en als gevolg van de Hongerwinter harder en onaangenamer, maar tegelijk meldden zich in september van dat jaar zeventig nieuwe leden aan bij het Rotterdamsch Studenten Corps. De overgebleven leden van de Keien namen tussen het illegale werk door deel aan de nog steeds bestaande autoritaire traditie van het ontgroenen.</p>
<p>Na de oorlog ontkwamen ook de Keien niet aan wat veel oud-verzetsmensen overkwam: een gevoel van teleurstelling, niet op waarde geschat worden en soms moeite hebben om zich weer in het &#x2018;gewone&#x2019; leven te voegen. Wim van Dissel kwam bijvoorbeeld volstrekt onvoorbereid in de leiding van het kamp in Hoek van Holland waar <sc>nsb</sc>-leden werden opgesloten, een functie die alleen maar op kritiek kon rekenen. Maar uiteindelijk gingen de meeste Keien de weg die al voor de oorlog voor hen was uitgestippeld: naar het bedrijfsleven. Alleen Charles van der Sluis kreeg de oorlog niet uit zijn hoofd. Hij was voorbestemd zijn vader op te volgen in het familiebedrijf in scheepvaartagentschappen, maar werd het bedrijf uitgewerkt. Hij werkte nog wel bij andere bedrijven in de Rotterdamse haven, maar gaandeweg nam het oorlogsverleden steeds meer bezit van hem. Hij begon te twijfelen aan de juistheid van zijn acties en moest psychische hulp zoeken.</p>
<p><italic>De Keien</italic> is echter niet alleen het verhaal van de Werdegang van acht Rotterdamse studenten. Het is ook een verhaal van oorlog en verzet in Rotterdam en vooral ook van de bijzondere geschiedenis van de Economische Hoogeschool in oorlogstijd. Bijzonder, omdat de <sc>neh</sc> geen rijksinstelling was, maar net als de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Katholieke Universiteit in Nijmegen een particuliere instelling met een stichtingsbestuur dat een eigen koers kon varen. Maar waar de <sc>vu</sc> en de <sc>kun</sc> conclusies trokken uit de bedoelingen van de bezettende macht en hun instellingen in april 1943 sloten, reageerde men in Rotterdam anders.</p>
<p>Het grote dilemma aan de Nederlandse universiteiten gedurende de Tweede Wereldoorlog was de vraag hoe lang zij open konden blijven zonder ten prooi te vallen aan nazificering. Dat leverde spanningen op, die een rol hebben gespeeld bij de beoordeling van het universitaire bestuur n&#x00E1; de oorlog. In eerste instantie lijkt dat ook voor de <sc>neh</sc> op te gaan, maar in <italic>De Keien</italic> wordt ook nog iets anders, iets specifiek Rotterdams, zichtbaar. De Nederlandse economie zou door de Duitsers in corporatistische zin hervormd worden en daar moest de hogeschool een rol in spelen. Zo werd deze gewenste nieuwe economische orde ook behandeld in colleges aan de <sc>neh</sc> en fungeerde de hogeschool als hofleverancier van ambtenaren in de verschillende rijksdiensten die door de Duitse overheid werden ingesteld. Volgens de auteur was de hogeschool voor de oorlog al de minst ge&#x00EB;ngageerde instelling voor hoger onderwijs in Nederland en had zij zich altijd &#x2018;pragmatisch&#x2019; opgesteld tegenover nazi-Duitsland. Dat betekende dat ook na de Kristallnacht van 1938 veel van de banden met de Duitse academische wereld bleven bestaan.</p>
<p>De al oude en bijzondere relatie van de Rotterdamse haven met het Duitse achterland speelde ook een rol in het hogeschoolbestuur. Daarin is vooral de positie van havenbaron, beter misschien: havenpaus, K.P. van der Mandele van belang. Van der Mandele was betrokken bij vrijwel alles wat zich in de haven en de handel afspeelde: &#x2018;Onder invloed van het handelsleven bleef de Hoogeschool een [&#x2026;] &#x201C;kleine gesloten gemeenschap&#x201D;, die zijn eigen afwegingen maakte&#x2019; (156). Dat bleek ook bij de gebeurtenissen rond de loyaliteitsverklaring in het voorjaar van 1943 die aan de <sc>vu</sc> en in Nijmegen leidde tot sluiting. Lange tijd heeft de opvatting stand gehouden dat de <sc>neh</sc> aan de &#x2018;goede&#x2019; kant stond door ook tot sluiting over te gaan, maar in feite werd de instelling niet gesloten door het bestuur, maar omdat de docenten zich eind 1943 en masse ziek meldden. Van der Mandele was daardoor in staat een mythe te cre&#x00EB;ren waarin morele overwegingen bij het sluiten van de hogeschool de overhand hadden. In werkelijkheid had het hogeschoolbestuur niet het initiatief tot sluiting genomen, maar juist geprobeerd het te voorkomen. De effectiviteit van die mythe bleek ook na de oorlog bij de zuivering. De rector (Gonggrijp) kreeg weliswaar kritiek te verduren, maar werd uiteindelijk mild bejegend. De zakenlieden in het bestuur bleven buiten schot. Van der Mandele werd in 1945 even zo vrolijk president-curator, een functie die hij tot 1964 zou bekleden. Overigens is een deel van het Zuiveringsarchief van de <sc>neh</sc> onvindbaar&#x2026;</p>
<p>Met <italic>De Keien</italic> hebben nu alle Nederlandse instellingen van hoger onderwijs hun eigen geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Dit boek is echter niet de geschiedenis van <italic>het</italic> Rotterdamse studentenverzet of de oorlogsgeschiedenis van de Economische Hoogeschool. Maar de verdienste van het boek is dat middels een originele aanpak &#x2013; de geschiedenis van een hechte jaargroep die tot ver na de oorlog contact is blijven houden &#x2013; een aantal mythen over het Rotterdamse hoger onderwijs in deze periode is doorgeprikt. Tussen de regels door heeft de auteur ook een boodschap verwerkt, namelijk dat het gevaarlijk kan zijn als het hoger onderwijs zich afsluit voor maatschappelijke ontwikkelingen en zich al te zeer afhankelijk maakt van het bedrijfsleven.</p>
</body>
</article>