<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19114</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19114</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De vele levens van Rosey Pool. Strijdbaar van Westerbork tot Mississippi</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Jaffe-Schagen</surname>
<given-names>Judy</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Reinwardt Academie</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240035</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Geerlings</surname><given-names>Lonneke</given-names></name>
</person-group>
<source>De vele levens van Rosey Pool. Strijdbaar van Westerbork tot Mississippi</source>
<publisher-loc>Amsterdam/Antwerpen</publisher-loc>
<publisher-name>Atlas Contact</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>288 pp.</page-range>
<isbn>9789045046440</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19114"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>De vele levens van Rosey Pool</italic> doet Lonneke Geerlings verslag van haar zoektocht naar Rosey Pool. Wie was deze vrouw die aanwezig was bij vrijwel alle grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw, die als socialiste, Joodse verzetsstrijder, overlevende van de Shoah en lesbienne opkwam voor Afro-Amerikaanse dichters en schrijvers.</p>
<p>Rosey (Rosa) Eva Pool, geboren in 1905, groeide met haar ouders en haar broer op in Amsterdam. In 1927 vertrok Rosey met haar aanstaande echtgenoot naar Berlijn. Ze kreeg echter een relatie met een vrouw, waarna het huwelijk strandde. Na de Kristallnacht keerde Rosey terug naar Amsterdam, waar ze tijdens een razzia in 1943 werd opgepakt. Ze wist te ontsnappen uit Westerbork en dook onder. Als enige van het Joodse gezin Pool overleefde zij de oorlog. In 1948 verhuisde Rosey met haar vriendin Ursel (Isa) Isenburg naar Londen. Ze werkte als docent Nederlands en gaf lezingen over het werk van Afro-Amerikaanse schrijvers. Tien jaar later publiceerde ze de bundel <italic>Black and Unknown Bards. A Collection of N</italic>[<italic>.word</italic>]<xref ref-type="fn" rid="fn1"><sup>1</sup></xref> <italic>Poetry</italic> en <italic>Ik zag hoe zwart ik was</italic>, een tweetalige bloemlezing met werk van Afro-Amerikaanse dichters. In 1959 reisde ze voor het eerst naar de Verenigde Staten, waar ze zwarte scholen en universiteiten bezocht. Rosey zag parallellen tussen de segregatie in het zuiden van de Verenigde Staten en de anti-Joodse maatregelen van de nazi&#x2019;s. Eind jaren zestig voelde zij zich als witte vrouw minder geaccepteerd. In 1966 schreef ze daarover vanuit Dakar: &#x2018;Ik begin me echt overal het ongewenste kind te voelen&#x2019; (227). In 1971 overleed Rosey Pool aan de gevolgen van leukemie in Londen.</p>
<p>Lonneke Geerlings is in 2020 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam gepromoveerd op haar onderzoek naar Rosey Pool, met haar proefschrift <italic>Survivor, Agitator: Rosey E. Pool and the Transatlantic Century.</italic> Geerlings verwijst in de titel naar Mary Nolans concept van de &#x2018;transatlantische eeuw&#x2019;, dat duidt op de uitwisselingen van Europees-Amerikaanse economische, sociale en culturele praktijken. Deze &#x2018;eeuw&#x2019; heeft flexibele chronologische grenzen. Vaak wordt uitgegaan van de &#x2018;korte&#x2019; twintigste eeuw (1914-1989). Rosey Pools leven als &#x2018;overlever en onruststoker&#x2019; vond voor een groot deel plaats tijdens deze transatlantische eeuw. In 2023 verscheen ook de handelseditie: <italic>De vele levens van Rosey Pool</italic>. Geerlings beschrijft het als &#x2018;het omvormen van mijn academisch proefschrift tot een meeslepende biografie die het leven van Rosey (nog meer) eer zou doen&#x2019; (252). De &#x2018;vele levens&#x2019; in deze titel spoort niet met waar het begrip intersectionaliteit voor staat, een van de begrippen waar Geerlings naar verwijst. Intersectionaliteit laat juist zien hoe voor een individu diverse factoren (zoals sociale klasse, gender, etniciteit en seksualiteit) op diverse manieren tot discriminatie of machtsposities kunnen leiden.</p>
<p>Hoewel Geerlings op bijna elke bladzijde aanwezig is, postitioneert zij zichzelf niet, behalve dan als biograaf. Het blijft onduidelijk in hoeverre haar eigen &#x2018;identiteiten van verschil&#x2019; haar onderzoek bepalen. Wel vraagt Geerlings zich in haar proefschrift af of zij &#x2018;het recht heeft&#x2019; om &#x2018;haar biograaf&#x2019; te zijn (24). Zij geeft hier echter geen antwoord op.</p>
<p>In deze bespreking van de handelseditie verwijs ik naar het proefschrift om de eenvoudige reden dat Geerlings dat zelf ook doet: &#x2018;Vrijwel alle citaten en bronnen die worden genoemd in dit boek zijn terug te vinden in mijn proefschrift, dat in zijn geheel online te vinden is&#x2019; (258). Ook het theoretisch kader wordt alleen, zij het beknopt, in het proefschrift gegeven.</p>
<p>Geerlings geeft geen uitleg voor haar keuze voor de biografische vorm. Ook een inbedding in bestaande academische literatuur over historische biografie&#x00EB;n, zoals &#x2018;The biographical turn and the case for historical biography&#x2019; (<italic>History Compass</italic>, 2018) van Daniel Meister, ontbreekt. Opmerkingen over het door Geerlings gemaakt onderscheid tussen biografen en historici, blijven nietszeggend. Een voorbeeld hiervan is het volgende citaat: &#x2018;Het onderscheid tussen herinneringen en feiten is (daardoor) soms maar moeilijk te bepalen. Het is een dilemma waar historici vaker tegenaan lopen, maar biografen misschien nog wel het meest van allemaal&#x2019; (45).</p>
<p>Wellicht omdat Geerlings de &#x2018;historische biografie&#x2019; als concept niet definieert, kan zij dit niet verbinden met andere concepten waarnaar zij verwijst en waarvan zij zegt dat deze Pool defini&#x00EB;ren, zoals de al eerder genoemde intersectionaliteit en ook transnationalisme, gender, geheugen, trauma en critical race theory (432). Dit is jammer. Zo heeft onderzoek naar transnationalisme invloed op de methoden die gebruikt (zouden moeten) worden om biografie&#x00EB;n te construeren. (Zie bijvoorbeeld Hundle, Szeman and Hoare [2019] en Anderson et al [2019]). Bezwaarlijker is dat Geerlings verzuimt in te gaan in een belangrijk kenmerk van transnationalisme, namelijk het onderhouden van banden met het thuisland. Ook transnationale netwerken worden niet als zodanig besproken, terwijl hier in het leven van Pool duidelijk aanknoopspunten voor zijn. Alleen al de plaatsen waar de archieven die Geerlings gebruikt zich bevinden, laten aspecten van transnationalisme en intersectionaliteit zien. Het ontbreekt echter aan een kritische beschouwing over de rol van archieven in onderzoek naar transnationalisme gekoppeld aan bijvoorbeeld gender en ras, terwijl beide relevant zouden zijn voor de studie naar het leven van Pool.</p>
<p>Bij het schrijven van de biografie heeft Geerlings gebruikgemaakt van vier belangrijke archieven. Pool gaf een deel van haar archief, de &#x2018;Rosey Pool Papers&#x2019;, zelf aan de Howard University in Washington D.C. Isenburg schonk de &#x2018;Rosey Pool Collection&#x2019; een jaar na Roseys dood aan de University of Sussex. Het beslaat onder andere vijf decennia aan correspondentie met belangrijke Zwarte schrijvers uit Noord-Amerika, zoals Langston Hughes en W.E.B. Du Bois. Uit het priv&#x00E9;archief van Anneke Buys, dat ook haar in 1986 geschreven, ongepubliceerde, biografie over het leven van Rosey Pool, bevat, haalde Geerlings veel informatie over de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Tenslotte is er het priv&#x00E9;archief van Rosey&#x2019;s achterneef Rudi Wesselius waarin ook fotoboeken bewaard zijn.</p>
<p>Soms trekt Geerlings om onduidelijke redenen het waarheidsgehalte van haar bronnen in twijfel, bijvoorbeeld als Pool schrijft tijdens haar studie Germaanse Taal- en Letterkunde kennis te hebben gemaakt met de Afro-Amerikaanse po&#x00EB;zie van de Harlem Renaissance (31,32). Bovendien is Geerlings regelmatig oordelend naar haar bronnen toe. Zo schrijft ze bij het zien van het archief van Buys: &#x2018;Ik had verwacht dat ik veel meer boven water zou krijgen dan de oude biograaf in de jaren tachtig.&#x2019; Een paar zinnen later schrijft Geerlings: &#x2018;Na enkele maanden kan ik er niet meer omheen: ik heb de papiertjes van de oude biograaf nodig&#x2019; (27). Over haar ontmoeting met Rudi Wesselius noteert ze: &#x2018;Meestal zijn we het wel met elkaar eens maar deze keer niet. Het beeld dat ik schets van haar Londonse huis klopt niet, vindt Rudy. Ik merk dat ik me ondermijnd voel door deze ooggetuige&#x2019; (129). En een paar bladzijden later: &#x2018;Normaal gesproken is het vreselijk irritant als mensen je in de rede vallen, maar Rudi komt er op een of andere manier mee weg&#x2019; (131).</p>
<p>Het boek leest als een zoektocht waarin Lonneke Geerlings en niet Rosey Pool de hoofdrol speelt. In Geerlings&#x2019; streven om het een &#x2018;meeslepend verhaal&#x2019; te maken, wordt het te populair. Zo beschrijft ze Rosey op filmbeelden als &#x2018;een beetje een mix van Marc Marie Huijbregts en Paul de Leeuw, zeg maar: grappig, bij vlagen irritant, maar altijd boeiend&#x2019; (156). Verder is het gebrek aan empatie waarmee Geerlings praat over Rosey, en eigenlijk over bijna iedereen die ze ontmoet, pijnlijk. Toch is het gebrek aan gedegen historisch onderzoek, iets dat Geerlings als biograaf misschien niet nodig acht, dat ertoe leidt dat ik op Geerlings&#x2019; vraag, &#x2018;heb ik eigenlijk het recht om haar biograaf te zijn?&#x2019; neig naar een negatief antwoord.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Geerlings legt uit waarom zij het n-woord voluit schrijft (24, 25). Ik geef de voorkeur aan het &#x2018;n-woord&#x2019;, wanneer ik het gebruik van het woord niet kan voorkomen.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>
