<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19096</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19096</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Verlichte verhalen. De omgang met het verleden in de Nederlandse Verlichting</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Rydin</surname>
<given-names>Thor</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>04</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240034</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>de la Porte</surname><given-names>Ele&#x00E1;</given-names></name>
</person-group>
<source>Verlichte verhalen. De omgang met het verleden in de Nederlandse Verlichting</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>294 pp.</page-range>
<isbn>9789463720083</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19096"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Historische reflecties en geschiedopvattingen staan niet alleen in historische boeken &#x2013; nu niet, vroeger niet. Om zicht te krijgen op hoe het verleden in een voorbij tijdsgewricht verhaald werd, is een blik op de academische boekenplank van de respectievelijke periode ontoereikend. Maar waar moet een historicus dan op zoek gaan naar een verleden geschiedopvatting? Is het daarvoor nodig dat de geschiedopvatting in kwestie ook destijds &#x2018;geschiedenis&#x2019; werd genoemd? En al werd die term expliciet gebezigd, hoe verhoudt het gebruik zich tot ons huidige begrip van de term?</p>
<p>Het boek <italic>Verlichte verhalen</italic> van Ele&#x00E1; de la Porte, de handelseditie van haar proefschrift, behandelt dit soort ingewikkelde vragen met als doel vat te krijgen op de historische verbeelding in het achttiende-eeuwse Nederland. De centrale vraag: welke gedaanten kreeg het historiografische &#x2018;verlichte verhaal&#x2019; in deze periode? Welke verhalen werden er in Nederland toen over het verleden verteld en hoe werden die verhalen ingezet om het heden te begrijpen? En <italic>waar</italic> waren die verhalen dan? Immers, &#x2018;het verlichte verhaal trad al snel buiten de grenzen van de verlichte geschiedschrijving&#x2019; (12).</p>
<p>De zoektocht naar dit &#x2018;verlichte verhaal&#x2019; begint bij een definitiekwestie, waarbij De la Porte put uit het werk van Karen O&#x2019;Brien, John Pocock en Dan Edelstein over &#x2018;the Enlightened narrative&#x2019; in Engeland, Schotland en Frankrijk. Voor haar onderzoek definieert De la Porte dit verhaal als het &#x2018;historische narratief waarmee tijdgenoten het verlichte heden verklaarden&#x2019; &#x2013; een verhaal dat zich van eerdere narratieven onderscheidde door het concept &#x2018;samenleving&#x2019;, causale verbanden en historische &#x2018;vooruitgang&#x2019; voor het eerst centraal te stellen (11).</p>
<p>De bijdrage van dit boek valt in twee delen uiteen. Op analytisch vlak toont het de waarde en toepasbaarheid aan van de term &#x2018;verlicht verhaal&#x2019; bij het bestuderen van geschiedsopvattingen in achttiende-eeuws Nederland. Door de aandacht te verleggen naar historische narratieven wordt het analytische concept van &#x2018;geschiedenis&#x2019; zo opgerekt dat ander, extra-academisch bronmateriaal aan het woord komt. Deze blik maakt een tweede, historische bijdrage mogelijk: &#x2018;er mag dan geen sterke traditie van verlichte geschiedschrijving hebben bestaan in achttiende-eeuws Nederland, er was wel degelijk sprake van het verlichte verhaal&#x2019; (37). Daar waar in &#x2018;het bestaande historiografische beeld van de Nederlandse Verlichting [&#x2026;] vaak de nadruk wordt gelegd op het nationale vervalsdenken en op een naar binnen gekeerde intellectuele gemeenschap&#x2019; (256), weet De la Porte een andere Nederlandse Verlichting te ontketenen, een waar optimisme en een Europees perspectief het historisch besef kenmerkten.</p>
<p>In een viertal hoofdstukken zoekt De la Porte deze verhalen in verscheidene soorten achttiende-eeuwse bronnen. Het eerste hoofdstuk belicht acht <italic>spectatoren</italic>, die middels de moderne &#x2018;zedenkunde&#x2019; lessen voor hun eigen tijd trachtten te destilleren uit de zeventiende eeuw en het Bataafse verleden. Onder andere <italic>De Nederlandsche Spectator</italic> en <italic>De Denker</italic> worden onder de loep genomen. De lessen in kwestie hadden met name betrekking op de vraag hoe een goede republikein zich diende te gedragen. Het tweede hoofdstuk verlegt de blik naar (de inzendingen voor) de prijsvragen van het Teylers Tweede Genootschap. Het genootschap publiceerde &#x2018;moderne&#x2019; prijsvragen over de verborgen causale verbanden die achter de geschiedenis en het immer voortschrijdende beschavingsproces schuilgingen. De inzendingen werden beoordeeld aan de hand van nieuwe standaarden voor bewijsvoering &#x2013; en zo droegen de verlichte prijsvragen bij aan het ontstaan van &#x2018;geschiedenis als zelfstandig kennisveld&#x2019; (118).</p>
<p>In de laatste twee hoofdstukken komen twee Nederlandse Verlichtingsprojecten aan bod. Het voorlaatste hoofdstuk behandelt de achttiende-eeuwse uitdaging om &#x2018;de Bijbelse geschiedenis [&#x2026;] in overeenstemming te brengen met meer recente beschavingstheorie&#x00EB;n&#x2019; (156). In deze &#x2018;wereldhistorische&#x2019; publicaties namen auteurs vaak de verlichte &#x2018;stadialeer&#x2019; in de hand om de tegenstellingen tussen kritische geschiedschrijving en de Bijbelse overlevering te bemiddelen. Deze leer sprak over verschillende historische fases van de menselijke samenleving en maakte een brug met een Bijbelse geschiedsopvatting mogelijk. Het vierde hoofdstuk sluit af met de wijze waarop Europese geschiedschrijvers zoals Robertson, Hume en Voltaire werden ontvangen, begrepen en gecanoniseerd in de achttiende-eeuwse Nederlandse recensietijdschriften. Hieruit blijkt dat er in Nederland vooral interesse was voor de Schotse en Engelse auteurs, niet zelden vanwege hun religieuze opvattingen.</p>
<p>De bovengenoemde bronnenselectie van De la Porte levert een meerzijdig en genuanceerd beeld op van de wijze waarop &#x2018;verlichte verhalen&#x2019; in het achttiende-eeuwse Nederland gestalte kregen. Het boek biedt zijn lezers een herziening van ons cultuurhistorische beeld van verlicht Nederland en doet dat overtuigend en in een heldere schrijfstijl. Dat er in Nederland geen verlichte geschiedschrijving heeft bestaan (met alles wat daarbij hoort) is na het lezen van dit boek niet meer vol te houden. Wat dit laatste betreft had de auteur echter kunnen overwegen (recente) antagonisten wat duidelijker aan te wijzen. Haar boek &#x2018;wijzigt het bestaande beeld van de Nederlandse Verlichting&#x2019; (256), maar wie precies dit beeld verdedigt wordt slechts zijdelings benoemt. Als ik het goed begrijp, lijkt De la Porte in directe zin vooral het werk van Eco Haitsma Mulier en Leo Wessels uit de jaren 1990 te willen nuanceren.</p>
<p>Een ander punt betreft een vraag die het boek oproept. De la Porte toont meermaals aan dat &#x2018;de omgang met het verleden mede werd gevormd door genreconventies&#x2019; (45) en dat deze conventies verbonden waren aan de respectievelijke media: kranten, prijsvragen en tijdschriften. &#x2018;De inhoud van het verlichte verhaal mede werd bepaald door de vorm en het doel van de tekst&#x2019; (267), concludeert zij later. Dit maakt een mediahistorische vraag urgent: waren de &#x2018;verlichte verhalen&#x2019; ook mogelijk geweest zonder de mediavormen in kwestie? In welke mate werden de verlichte verhalen gevormd door de morele economie van een nieuwe, publieke sfeer? De recensietijdschriften becommentarieerden niet alleen buitenlandse &#x2018;wereldgeschiedenissen&#x2019;, zij maakten ook een internationale, comparatieve blik mogelijk. En de historische reflecties van de <italic>spectatoren</italic> waren onderdeel van een &#x2018;publieke sfeer [waarin] burgers op gelijke voet [konden] participeren en converseren&#x2019; (47). Een auteur moet nou eenmaal pijnlijke keuzes maken wat betreft de debatten waar zij zich wel en niet in wil mengen, maar <italic>een</italic> referentie naar de levendige mediahistorische debatten die over de Verlichting gevoerd worden, had niet misstaan.</p>
<p>En toch getuigt dit laatste punt vooral juist van een kracht en het thematisch bereik van De la Portes boek. Met haar methodologische keuzen weet ze nieuwe bronnen en vragen voor haar lezers urgent te maken. <italic>Verlichte verhalen</italic> belooft onontbeerlijk te worden voor ieder die zich verdiept in de cultuur-, media- of kennisgeschiedenis van achttiende-eeuws Nederland.</p>
</body>
</article>
