<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.19044</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.19044</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Drie keer verkocht in een vreemd land. Nederlanders in Noord-Afrikaanse slavernij, 1600-1800</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Gelder</surname>
<given-names>Maartje</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>04</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240033</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Joosse</surname><given-names>Leendert</given-names></name>
</person-group>
<source>Drie keer verkocht in een vreemd land. Nederlanders in Noord-Afrikaanse slavernij, 1600-1800</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>384 pp.</page-range>
<isbn>9789464560824</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.19044"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Dit boek presenteert de resultaten van Leendert Joosses speurtocht naar Nederlanders (vooral zeelieden, soms passagiers) die tussen 1600 en 1800 door Noord-Afrikaanse kapers gevangengenomen werden, om vervolgens in steden als Algiers, Tunis en Tripoli te worden verkocht als zogeheten &#x2018;christenslaven&#x2019;. Dit onderwerp resoneert met actuele thema&#x2019;s. Zo roept de toegenomen aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden regelmatig de vraag op waarom gevangen Nederlanders in islamitisch Noord-Afrika zo weinig aandacht krijgen van historici. Ook Joosse benadrukt het relatieve gebrek aan aandacht en wil dit met zijn boek rechtzetten.</p>
<p><italic>Drie keer verkocht</italic> kent een klassieke opzet. Joosse biedt &#x2018;een onderzoek naar omvang, aard, zwaarte en duur van slavernij van Nederlanders in Noord-Afrika&#x2019;, zodat &#x2018;de kwaliteit en kwantiteit ervan scherp gesteld kan worden&#x2019;. Daartoe kiest hij voor thematische hoofdstukken met daarbinnen een chronologische opbouw. Hij begint met een beschrijving van de zogeheten &#x2018;Straatvaart&#x2019;, de Nederlandse scheepvaart en maritieme handel op het Middellandse Zeegebied die op gang kwam vanaf het einde van de zestiende eeuw, en de kaapvaart. Hij schetst de Nederlandse diplomatieke betrekkingen met de verschillende Noord-Afrikaanse staten, te weten het zelfstandige sultanaat Marokko en de Osmaanse vazalstaten Algiers, Tunis en Tripoli. Binnen die betrekkingen vormden het vrijkopen van Nederlandse christenslaven en het beschermen van Nederlandse schepen steeds hoofdthema&#x2019;s.</p>
<p>Vervolgens beschrijft Joosse in vier hoofdstukken, onder andere op basis van petities, diplomatieke bronnen en rapportages over aantallen, hoe Nederlandse christenslaven gevangen werden genomen en in welke omstandigheden ze in Noord-Afrika verbleven. De Nederlandse mannen (en een veel kleiner aantal vrouwen) die gevangen werden genomen kwamen in een positie terecht die het midden hield tussen tot-slaaf-gemaakten en gegijzelden. Deze christenslaven verrichtten dwangarbeid voor hun eigenaren in het huishouden, de landbouw en de mijnen. Of ze werkten als galeislaaf, een zwaar bestaan dat snel tot de dood leidde. Geen wonder dat Nederlandse zeelieden, zodra ze een glimp van deze kaperschepen opvingen, werden overvallen door angst. Hoofdstukken 5 en 6 gaan respectievelijk over &#x2018;slavenruil&#x2019;, en vrijkoop en vrijlating. Anders dan voor slavernij in de Atlantische wereld gold hier dat christenslaven konden hopen op vrijlating. Voor de Noord-Afrikaanse economie was hun arbeid cruciaal, maar datzelfde gold voor het losgeld dat familieleden, staten en katholieke religieuze organisaties inzamelden. Het laatste hoofdstuk gaat in op de aantallen Nederlandse christenslaven. Joosse komt uit op zo&#x2019;n 13.000 Nederlanders tussen 1600 en 1800, van wie iets minder dan een derde terug naar huis keerde. Eerdere schattingen, gebaseerd op extrapolaties, leggen het totale aantal Europese christenslaven in deze periode op circa een miljoen.</p>
<p>Joosse heeft een indrukwekkende hoeveelheid archiefwerk verricht in een breed scala aan archieven, iets waar andere onderzoekers profijt van zullen hebben. Helaas schiet het boek op een aantal punten tekort. Het is ten eerste niet duidelijk voor wie hij dit boek heeft geschreven. Joosse verliest zich vaak in een opsomming van gebeurtenissen, waarbij hij de bijeengezochte bronnen regelmatig voor zich lijkt te willen laten spreken. Dit doet afbreuk aan de leesbaarheid, en maakt het lastig te volgen voor minder goed ingevoerde lezers. Als het boek zich vooral richt op een academische markt, dan komen we bij een tweede probleem, namelijk dat Joosse nauwelijks aansluit bij de bestaande (internationale) historiografie. De gevangenschap van Europeanen in Noord-Afrika krijgt internationaal namelijk al decennia veel aandacht. Hoewel Joosse dit niet zo benoemt, roept dit fenomeen namelijk een fascinerende spanning op: vroegmoderne staten met een machtige vloot, aandeel in de slavenhandel en koloniale ambities, zoals Spanje, Frankrijk, Engeland en de Nederlandse Republiek, konden hun eigen schepen en zeelieden nooit afdoende beschermen tegen de Noord-Afrikaanse kapers. Zoals Linda Colley in haar <italic>Captives: Britain, empire and the world, 1600-1850</italic> (2002) zo mooi heeft laten zien, gingen maritieme ambities samen met grote risico&#x2019;s, vooral voor gewone zeelieden en soldaten aan boord. Naast een eventuele &#x2018;Westerse&#x2019; dominantie over het islamitische &#x2018;Oosten&#x2019;, was er dus ook sprake van Europese kwetsbaarheid.</p>
<p>Voor het contextualiseren van de Nederlandse casus is het dus niet voldoende aan te geven dat de aandacht voor Nederlanders in Noord-Afrika relatief minder is geweest; de vraag is vooral waarom dit het geval is. Dit heeft deels te maken met de grotere afstand van Nederland tot het Middellandse Zeegebied en dus ook het relatief kleinere aantal gevangen Nederlanders. Niet alleen opvarenden maar ook bewoners van de kusten van Itali&#x00EB;, Spanje en Frankrijk waren niet veilig voor &#x2018;raids&#x2019;, waarbij de kapers goederen en mensen buitmaakten. </p>
<p>Deels is er minder onderzoek gedaan vanwege het versnipperde karakter van het Nederlandse bronnenmateriaal. Veel onderzoek voor onder andere de Franse, Spaanse en Italiaanse casussen is namelijk gebaseerd op de archieven van zogeheten redemptionistische ordes, katholieke organisaties die vrijkoop regelden. Zij verzamelden veel informatie over de aantallen (katholieke) christenslaven en onderhielden goede netwerken in Noord-Afrika. Met bevlogen preken, optochten van geloste geloofsgenoten en drukwerk vol gruwelijkheden in tekst en beeld stimuleerden ze de inzameling van losgeld. Bovendien zette vorsten zich vaak in om onderdanen vrij te krijgen, zeker in het centralistische Spanje en Frankrijk. Die inspanningen hebben meer en rijker bronnenmateriaal opgeleverd, met als gevolg ook meer historisch onderzoek. Gevangen Nederlanders en hun families konden geen beroep doen op de redemptionistische ordes en de Staten-Generaal gingen slechts zelden over tot een centrale lossingsactie. Liever lieten ze die inspanning over aan familieleden of lokale en gewestelijke besturen. Het versnipperde Nederlandse bronnenmateriaal weerspiegelt dus de politieke structuur en cultuur van de Republiek.</p>
<p>Zonder deze internationale vergelijking valt slecht te begrijpen waarom historici relatief minder aandacht hebben besteed aan de Nederlandse casus. Bovendien valt daardoor Joosses eigen zoekwerk minder goed op waarde te schatten. Maar het gebrek aan historiografische inbedding maakt ook dat Joosse te weinig recht doet aan eerder onderzoek naar Nederlandse christenslaven. Hier denk ik met name aan het recente werk van Erica Heinsen-Roach, zoals haar <italic>Consuls and captives: Dutch-North African diplomacy in the early modern Mediterranean</italic> (2019), waarin ze laat zien wat de Nederlandse staat wel en vooral niet deed om landgenoten vrij te krijgen. Ook andere historici, in hun onderzoek naar de Nederlandse commerci&#x00EB;le, maritieme en diplomatieke relaties met het Osmaanse Rijk &#x2013; waaronder de vazalstaten Tunis, Tripoli en Algiers formeel vielen &#x2013; en het sultanaat Marokko, hebben wel degelijk aandacht besteed aan gevangen Nederlanders.</p>
<p>Die ontbrekende historiografische dimensie heeft echter nog een belangrijker gevolg, namelijk het volledig ontbreken van de Noord-Afrikaanse context in dit boek. Door geen aandacht te besteden aan lokale politieke, juridische en diplomatieke ontwikkelingen &#x2013; iets wat op grond van wetenschappelijke literatuur prima kan &#x2013; presenteert Joosse een eenzijdig verhaal. Hierdoor raken twee belangrijke aspecten ondergesneeuwd: ten eerste, slavernij was een pan-mediterraan verschijnsel, met wortels in de (pre-christelijke en pre-islamitische) oudheid. Dit betekent, ten tweede, dat ook de vloten van vroegmoderne Europese staten, zoals het Groothertogdom Toscane, Spanje en Malta, joegen op schepen met islamitische opvarenden, om die laatsten tot slaaf te maken. Joosse gaat volledig voorbij aan deze kant van het verhaal, trouwens niet als enige. Maar belangrijke vroegmoderne havens, zoals Marseille en Sevilla, draaiden deels op slavenarbeid; Livorno&#x2019;s haven is zelfs grotendeels gebouwd door islamitische slaven, die gevangen zaten in een &#x2018;bagno&#x2019; (slavenverblijf), gemodelleerd naar Algerijns voorbeeld. </p>
<p>Zonder deze bredere contextualiseringen is het makkelijk terugvallen op simplistische verklaringen waarbij aan Noord-Afrikaanse kapers jihadistische motieven worden toebedacht en aan Europese staten humanitaire overwegingen, iets waartoe ook Joosse neigt. Hoewel ik waardering heb voor het gedane speurwerk, verdient dit onderwerp een betere historische en historiografische inbedding, ook met het oog op huidige maatschappelijke en politieke debatten.</p>
</body>
</article>
