<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18974</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18974</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De emotionele diplomatie van vriendschap</article-title>
<subtitle>De correspondentie van Madame Van der Goes, informeel gezante aan het Deense hof, 1787-1793</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hagen</surname>
<given-names>Edwina</given-names>
</name>
</contrib>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Bakhuizen van den Brink</surname>
<given-names>Lisa</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>09</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>3</issue>
<fpage>48</fpage>
<lpage>80</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18974"/>
<abstract>
<p>Dit artikel begeeft zich op nieuw terrein door inzichten van de Nieuwe Diplomatieke Geschiedenis en gendergeschiedenis gericht op de diplomatieke <italic>agency</italic> van informele actoren, met name Europese diplomaten- en ministersvrouwen in de late achttiende eeuw, een kruisbestuiving te laten aangaan met perspectieven uit de emotiegeschiedenis. Daartoe is het concept <italic>emotional diplomacy</italic> van Todd Hall in dit artikel toegespitst op vriendschap. Brieven van de speelsters op het internationale toneel van de Europese grootmachten &#x2013; die in Nederland ooit als &#x2018;persoonlijk&#x2019; zijn gearchiveerd en daardoor tot nu toe amper in onze historiografie zijn meegenomen &#x2013; laten zich lezen als bron van historische kennis over diverse sociale en culturele tactieken van <italic>soft diplomacy</italic> achter de fa&#x00E7;ade van de offici&#x00EB;le interstatelijke diplomatie. De hier uitgewerkte casus omvat de epistolaire nalatenschap van Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens, echtgenote van Maarten van der Goes die als gezant voor de Nederlandse Repubiek werkzaam was aan het eind van de achttiende eeuw. Dit corpus omvat meer dan driehonderd brieven en is onder andere verzonden door leden en vertegenwoordigers van Europese ambassades, secretarissen, het Deense en Spaanse hof. Het voor dit artikel geselecteerde deel is vooral afkomstig van de Deense ministersvrouwen Augusta Bernstorff, Charlotte Schimmelmann en de Russische ambassadeursvrouw Julie von Kr&#x00FC;dener. Hun brieven bieden zicht op de hechte samenwerkingspraktijken van vrouwen en mannen in de kosmopolitische wereld van diplomatieke, politieke en koninklijke kringen te Kopenhagen in de jaren tussen 1787 en 1796.</p>
<p>This article opens up new territory by cross-fertilising insights of New Diplomatic History and gender history focused on the diplomatic agency of informal actors, and specifically the female spouses of European male diplomats and ministers at the end of the eighteenth century, with perspectives from the history of emotions. To this end, Todd Hall&#x2019;s concept of &#x2018;emotional diplomacy&#x2019; is focused on friendship. Letters from the players on the international stage of the European powers that were once labeled as &#x2018;personal&#x2019; and therefore largely ignored in historiography so far &#x2013; can thus be read as a source of historical knowledge about various social and cultural tactics of &#x2018;soft diplomacy&#x2019; behind the facade of the official interstate diplomacy. The case developed here comprises the epistolary legacy of Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens, wife of envoy Maarten van der Goes who served the Dutch Republic in the late eighteenth century. This corpus comprises more than three hundred letters from members and representatives of European embassies, envoys, secretaries, the Danish and Spanish courts. The part selected for this article comes primarily from Danish ministers&#x2019; wives Augusta Bernstorff and Charlotte Schimmelmann, and from Russian ambassador&#x2019;s wife Julie von Kr&#x00FC;dener. Their letters provide an insight into the close collaborative practices of women and men in the cosmopolitan mixed world of diplomatic, political and royal circles in Copenhague in the years between 1787 and 1796.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Na een verblijf van vijf jaar in Kopenhagen ging Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens in 1793 mee met haar man, de Nederlandse gezant Maarten van der Goes, naar zijn volgende standplaats Madrid.<xref ref-type="fn" rid="fn1"><sup>1</sup></xref> Sindsdien overlaadde haar Deense vriendin, Louise Augusta von Bernstorff, haar met een stroom van vriendschapsbetuigingen, exclusief geadresseerd aan &#x2018;Madame Van der Goes&#x2019;. In de zomer van 1794 schreef Bernstorff:</p>
<disp-quote>
<p>Ik kan u niet uitdrukken, mijn lieve en geliefde vriendin, hoe zwaar onze scheiding op mij weegt &#x2013; ik heb zo vaak zo&#x2019;n zwaar hart, zo zwaar, het liefst zou ik het in het uwe uitstorten &#x2013; ik mis absoluut een vriendin zoals u hier.<xref ref-type="fn" rid="fn2"><sup>2</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Bernstorff was niet zomaar een vriendin. Zij was de echtgenote van Andreas Peter graaf von Bernstorff, de minister van Buitenlandse Zaken en de facto de minister-president van Denemarken.<xref ref-type="fn" rid="fn3"><sup>3</sup></xref></p>
<p>De epistolaire omgang tussen vroegmoderne vrouwen en hun vriendschapsretorica is al vaak bestudeerd.<xref ref-type="fn" rid="fn4"><sup>4</sup></xref> Vriendschap berustte vooral op familierelaties en wederzijdse bereidheid tot het verrichten van diensten, als overlevingsstrategie in de strijd om de handhaving van de eigen sociale en economische positie. Bijna tegenovergesteld hieraan is de in de late achttiende eeuw opgekomen affectief-intieme invulling van vriendschap, waarin vriendschap gold als een individuele emotionele keuze.<xref ref-type="fn" rid="fn5"><sup>5</sup></xref> De vriendschap tussen Mme Van der Goes en Bernstorff was geheel anders van aard. Zij waren samengebracht door de internationale politiek. Wat betekende vriendschap tussen vrouwen wier sociale netwerk &#x00E9;&#x00E9;n-op-&#x00E9;&#x00E9;n met het diplomatieke circuit overlapte? Overstegen hun vriendschapsbetuigingen in de private sfeer van epistolariteit het persoonlijke, en zijn ze ook politiek te duiden?<xref ref-type="fn" rid="fn6"><sup>6</sup></xref></p>
<p>Diverse internationale studies naar diplomatieke correspondentienetwerken betogen dat vrouwen via persoonlijke brieven binnen correspondentienetwerken een invloedrijke plaats in het domein van de diplomatie verwierven.<xref ref-type="fn" rid="fn7"><sup>7</sup></xref> Dergelijke epistolaire vriendschappen kenden een grote vari&#x00EB;teit aan vormen, waaronder emotionele.<xref ref-type="fn" rid="fn8"><sup>8</sup></xref> Om deze te kunnen plaatsen in het continu&#x00FC;m tussen de twee uitersten van wederzijdse genegenheid en instrumentaliteit kunnen ze geanalyseerd worden vanuit het conceptuele kader van <italic>emotional diplomacy</italic>, ontwikkeld door de Amerikaanse filosoof Todd Hall. Zijn werk vertrekt vanuit de gedachte dat achter emotie-uitingen in de diplomatieke sfeer vaak politiek-strategische motivaties schuilgaan. Hij wijst met internationale casussen uit de twintigste eeuw op het verschijnsel van &#x2018;staatsemoties&#x2019;. Deze emoties worden in zijn analyse vooral ge&#x00EB;taleerd door mannelijke diplomaten en regeringsleiders. Hall duidt ze als geco&#x00F6;rdineerd rationeel gedrag op staatsniveau, waarbij de ene staat de andere staat confronteert met een emotionele reactie om diplomatieke onderhandelingen de gewenste kant op te krijgen. Hij onderscheidt drie vormen van <italic>emotional diplomacy</italic>: de diplomatie van woede, schuld en sympathie.<xref ref-type="fn" rid="fn9"><sup>9</sup></xref></p>
<p>Bij Hall gaat het om de werking van emoties in het volle licht van de interstatelijke podia. Dit artikel belicht de emotionele diplomatie van vriendschap.<xref ref-type="fn" rid="fn10"><sup>10</sup></xref> En dan niet voor maar achter de coulissen, als strategie van vooral onoffici&#x00EB;le &#x2013; vrouwelijke &#x2013; actoren. Het beschikbare materiaal hiervoor bestaat uit een corpus van zo&#x2019;n driehonderd brieven specifiek gericht aan Mme Van der Goes. Deze collectie berust verspreid in het Nationaal Archief in Den Haag, de Collectie Overijssel en in de Archives Nationales in Parijs.<xref ref-type="fn" rid="fn11"><sup>11</sup></xref> De aan Mme Van der Goes geadresseerde brieven zijn van de hand van een kleine honderd afzenders. Daaronder bevinden zich familieleden, maar vooral gezanten, secretarissen, hoge functionarissen, echtgenotes van diplomaten en politici en leden van het Deense en Spaanse hof. Voor de toepassing van Halls benadering is hier gekozen voor het Deense deel. Anders dan het veel incompletere Spaanse deel vormt dat een goed overzienbare thematische eenheid: afgebakend naar tijd en plaats geeft het een (deels retrospectief) beeld van de periode waarin de Van der Goesen beiden lid waren van het <italic>corps diplomatique</italic> in Denemarken, de jaren tussen 1787 en 1793 (<xref ref-type="fig" rid="fg001">Figuur 1</xref> en <xref ref-type="fig" rid="fg002">2</xref>).<xref ref-type="fn" rid="fn12"><sup>12</sup></xref></p>
<fig id="fg001">
<label>Figuur 1.</label>
<caption><p>Portret van Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens. Gravure uit 1803 door Auguste de St. Aubin. nl-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 75. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.21.186/invnr/%40II.%7EA.%7E75">https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.21.186/invnr/&#x0025;40II.&#x007E;A.&#x007E;75</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig1.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg002">
<label>Figuur 2.</label>
<caption><p>Portret van Maarten van der Goes. Gravure door Jean Fouquet rond 1800-1805. &#x00A9; The Trustees of the British Museum. CC BY-NC-SA 4.0. 1925,0615.292. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.britishmuseum.org/collection/object/P_1925-0615-292">https://www.britishmuseum.org/collection/object/P_1925-0615-292</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Het betreft een selectie van zo&#x2019;n zeventig brieven, merendeels afkomstig van door Mme Van der Goes opgedane contacten &#x2013; echtgenotes van gezanten, ministersvrouwen, de Deense koningin, prinsessen en hovelingen &#x2013; in de gemengde context van diplomatieke, politieke en koninklijke kringen te Kopenhagen in de jaren tussen 1787 en 1796. Door Halls benaderingswijze hier in te brengen, beoogt deze bijdrage de bredere betekenis te laten zien van de onderbelichte brieven van informele diplomatieke actoren als echtgenotes voor de bestaande Nederlandse diplomatieke geschiedschrijving. Emotiehistorische instrumentaria als Halls <italic>emotional diplomacy</italic> zijn zowel in de historiografie over de volle breedte, als in meer specifieke (biografische) studies over diplomatie in de Nederlandse Republiek, tot dusver nagenoeg veronachtzaamd.<xref ref-type="fn" rid="fn13"><sup>13</sup></xref> De basisgedachte hier is dat vrouwen in echtelijke posities als die van Mme Van der Goes <italic>full-blown</italic> diplomatie bedreven. Bij vroegmoderne diplomatie gaat het niet alleen om offici&#x00EB;le onderhandelingen, maar ook om de eraan voorafgaande sociale en culturele tactieken van <italic>soft diplomacy</italic>. En vice versa: officieuze diplomatieke actoren waren soms direct bij het offici&#x00EB;le interstatelijke verkeer betrokken.</p>
<p>De eerste paragraaf is gewijd aan met name de internationale historiografische ontwikkelingen in de diplomatieke geschiedenis en gendergeschiedenis, vanuit de invalshoek van emotiegeschiedenis en in het bijzonder <italic>emotional diplomacy</italic>, die de hier gepresenteerde bronanalyse van een Nederlandse casus richting hebben gegeven. Dit is naast een aantal (nog nader toe te lichten) ongelukkige archivalische ordeningspraktijken een van de verklaringen waarom &#x2018;persoonlijk&#x2019; gelabeld briefmateriaal in eerder Nederlands diplomatiek historisch onderzoek niet is meegenomen.</p>
<p>De tweede paragraaf van dit artikel schetst Mme Van der Goes&#x2019; fungeren in de (semi-)formele context van de diplomatie in samenhang met haar biografische achtergrond. De derde paragraaf begint bij het begin van het bronnenonderzoek en staat stil bij de aard en de mogelijkheden en beperkingen van het corpus. De getraceerde vormen van epistolaire vriendschap zijn gegroepeerd naar drie praktijken die de presentatie van de bronbevindingen in paragraaf vier structureert: gunstverlening, netwerken en lobby. Achtergrondkennis van de Deense diplomatieke geschiedenis in deze periode, voor zover relevant om de analyse te kunnen volgen, wordt eveneens gegeven.</p>
<p>De conclusie stelt vast dat mannen en vrouwen in de diplomatie van de late achttiende en vroege negentiende eeuw opereerden vanuit een hechte (echtelijke) samenwerkingspraktijk. Daarbij cultiveerden de vrouwen als informele diplomatieke actoren onderling allerlei vriendschapsvormen als smeermiddel voor goede betrekkingen. Deze constatering nuanceert niet alleen de te nauwe opvatting van de diplomatie als een institutionele werkelijkheid van politieke onderhandelingen tussen soevereine vorsten en staten afgeschermd van sociale en culturele invloeden. Een nuancering van dit artifici&#x00EB;le onderscheid impliceert tevens een vergaande nuancering van de invloedrijke zogeheten &#x2018;scheidingsthese&#x2019; die rond 1800 een nieuwe grens ontwaart tussen een door mannen bezette openbare sfeer en een daarvan losgekoppelde priv&#x00E9;sfeer, bestemd voor vrouwen en het huisgezin.<xref ref-type="fn" rid="fn14"><sup>14</sup></xref></p>
<sec id="s1">
<title>Historiografische perspectieven</title>
<p>De hier doorgevoerde aanpak van diplomatieke- en emotiegeschiedenis is in de eerste plaats schatplichtig aan het recente historiografische inzicht dat de diplomatie als interstatelijke praktijk zich voor de late achttiende eeuw niet zo scherp laat afbakenen. <italic>New Diplomatic History</italic> vestigde de aandacht op de rol van personen die in de marge van de offici&#x00EB;le praktijk werkten.<xref ref-type="fn" rid="fn15"><sup>15</sup></xref> Deze invalshoek brengt persoonlijke netwerken en vrouwen in beeld en dat is precies het soort informatie dat gehaald kan worden uit het type brieven dat hier centraal staat. Eveneens relevant is de historiografische signalering van een samenspel tussen vrouwen en mannen. Naar Katrin Keller stelt, werkten vroegmoderne diplomatenkoppels vaak nauw samen en steunde het werk van de mannelijke diplomaat voor een belangrijk deel op het sociale netwerk van zijn echtgenote.<xref ref-type="fn" rid="fn16"><sup>16</sup></xref> Vrouwen uit de toplaag van de Europese elite bezaten een bepaalde mate van diplomatieke <italic>agency</italic>.<xref ref-type="fn" rid="fn17"><sup>17</sup></xref> Als huwelijkspartners hadden zij korte lijnen met de belangrijkste sleutelspelers op het Europese speelbord van oorlog en vrede. Een analyse daarvan brengt meer balans in het geschiedbeeld van het functioneren van de vroegmoderne en contemporaine diplomatie als geheel.<xref ref-type="fn" rid="fn18"><sup>18</sup></xref></p>
<p>Een ander aangrijpingspunt vormen studies naar het diplomatieke belang van politieke sociabiliteit.<xref ref-type="fn" rid="fn19"><sup>19</sup></xref> Daartoe herdefinieerden historici onder andere de ruimtelijke afgrenzingen van sociabiliteit. Vrouwen be&#x00EF;nvloedden de politieke agenda, binnen &#x00E9;n buiten de klassieke setting van de salon.<xref ref-type="fn" rid="fn20"><sup>20</sup></xref> De conversaties speelden zich ook af op plekken als paleiscomplexen, buitenplaatsen en, naar de Deense historicus Kristine Dyrmann betoogde, zelfs kuuroorden (&#x2018;spa-sociabiliteit&#x2019;). Vooral het Duitse Bad Pyrmont in het zuiden van Nedersaksen was voor de Deense elite een trekpleister.<xref ref-type="fn" rid="fn21"><sup>21</sup></xref> Ook de kunst van het schrijven van brieven aan buitenlandse contacten is reeds aangemerkt als een strategie waarmee vroegmoderne vrouwen hun diplomatieke ambities realiseerden.<xref ref-type="fn" rid="fn22"><sup>22</sup></xref> Dit type communicatie kenmerkte zich onder andere door voornoemde praktijken van gunstverlening, netwerken en lobby. Juist deze tactieken waren vaak verhuld in vriendschapstaal.</p>
<p>Een dergelijk gevoelsvocabulaire is in de historiografie in verband met contemporain emotiehistorisch onderzoek al vaker gekenmerkt als een van de emotiepraktijken die fungeerden als strategische wapens in politieke en diplomatieke verhoudingen op het internationale toneel.<xref ref-type="fn" rid="fn23"><sup>23</sup></xref> De relatie tussen vriendschap en politiek is in feite al een eeuwenoud klassiek filosofisch vraagstuk.<xref ref-type="fn" rid="fn24"><sup>24</sup></xref> Een bekend voorbeeld is de koppeling van vriendschap met politiek in de vorm van broederschap tijdens de Franse Revolutie.<xref ref-type="fn" rid="fn25"><sup>25</sup></xref> Halls <italic>emotional diplomacy</italic> onderscheidt offici&#x00EB;le staatsemoties van persoonlijke emoties. Dit uitgangspunt kan echter niet toegepast worden op de vroegmoderne periode, omdat de Europese staten toen nog voornamelijk monarchie&#x00EB;n waren, zoals betoogd door Emmanuel Lem&#x00E9;e in zijn onderzoek naar de diplomatie van angst en schaamte. Daarmee waren ook de grenzen tussen de staat als instituut en de persoon van de soeverein diffuus.<xref ref-type="fn" rid="fn26"><sup>26</sup></xref></p>
<p>Gelet op de periodisering van dit artikel is hier ook Lem&#x00E9;e&#x2019;s inbreng van belang. Andere studies naar emoties als vroegmodern diplomatiek onderhandelingsmiddel onderkennen de gendergebondenheid ervan.<xref ref-type="fn" rid="fn27"><sup>27</sup></xref> Geschreven is bijvoorbeeld over mannelijke woede om een doorbraak te forceren. Isabella Lazzarini analyseerde de rol van agressieve gebaren in de Italiaanse diplomatieke praktijken tijdens de Renaissance.<xref ref-type="fn" rid="fn28"><sup>28</sup></xref> Tilman Haug bestudeerde de diplomatieke inzet van woede in de Frans-Duitse betrekkingen aan het einde van de zeventiende eeuw.<xref ref-type="fn" rid="fn29"><sup>29</sup></xref> Tracy Adams keek naar machtige vrouwen aan het vijftiende-eeuwse Italiaanse hof, en zag hoe zij hun diplomatieke en emotionele meer intieme personae behendig afwisselden als dat politiek profijt gaf.<xref ref-type="fn" rid="fn30"><sup>30</sup></xref> Astrid Theerens traceerde al dan niet oprechte blijken van genegenheid door Catharina de&#x2019; Medici en Elizabeth <sc>i</sc>.<xref ref-type="fn" rid="fn31"><sup>31</sup></xref></p>
<p>Relevant voor de duiding van laat achttiende-eeuwse diplomatieke briefcultuur en vriendschap is het werk van Sarah Horowitz. In haar <italic>Friendship and Politics</italic> analyseerde zij onder andere brieven van vrouwen van (post)revolutionaire diplomaten vanuit een emotiehistorisch perspectief. Horowitz stelt dat vrouwen vrij waren om contacten aan te gaan zonder gebonden te zijn aan overlappende vriendschapsnetwerken, juist doordat zij buitengesloten werden van de formele politiek. Hierdoor kon informatie blijven circuleren en bleven de communicatiekanalen tussen politieke vijanden open. Het doel van vriendschap werd hiermee het versterken van het onderlinge politieke vertrouwen.<xref ref-type="fn" rid="fn32"><sup>32</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Madame Van der Goes: &#x2018;de niet minst invloedrijke persoon&#x2019;</title>
<p>Pim Waldeck promoveerde in 2017 op een biografie over Maarten van der Goes. Daarin wordt de &#x2018;eerste echtgenote van Van der Goes&#x2019; in een aparte biografische paragraaf van nog geen pagina ge&#x00EF;ntroduceerd als &#x2018;een wijnkopersdochter&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn33"><sup>33</sup></xref> Geheel anders dan Maarten, een protestantse burgemeesterszoon uit Den Haag, kwam zij uit een katholiek gezin dat oorspronkelijk afkomstig was uit het Brabantse dorp Leende (met de achternaam Eerens, nog zonder &#x2018;de&#x2019;). Haar ouders handelden in wijn vanuit Den Haag. Rond haar vijfendertigste, in 1787, vertrok zij naar Kopenhagen om zich te voegen bij Maarten, die daar twee jaar eerder als gezant was gestationeerd aan het Deense hof. Zij betrok met hem een appartement in het paleiscomplex Christiansborg in Kopenhagen, zoals toen voor gezantenkoppels gebruikelijk was (<xref ref-type="fig" rid="fg003">Figuur 3</xref>). Na een kort intermezzo in Hamburg ging zij ook mee naar haar mans volgende standplaats, Madrid.<xref ref-type="fn" rid="fn34"><sup>34</sup></xref> Als oud-diplomaat onderkent Waldeck het belang van de echtgenote voor het voeren van een diplomatieke huishouding.<xref ref-type="fn" rid="fn35"><sup>35</sup></xref> De revolutietijd waarin Mme Van der Goes leefde, werpt hierop toch een wat ander licht. Haar positie als diplomatenvrouw was voor een vrouw met een sociale en religieuze achtergrond zoals zij voordien onbereikbaar geweest.</p>
<fig id="fg003">
<label>Figuur 3.</label>
<caption><p>Het paleiscomplex Christiansborg in 1761 waar gezantenkoppels in grote nabijheid van de Deense koninklijke familie en Deense politici en diplomaten leefden en werkten. Prent afgedrukt in het tijdschrift <italic>F&#x00F8;r og Nu</italic>, 1916. Publiek domein, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;1634175">https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;1634175</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig3.jpg"/>
</fig>
<p>Haar geboortejaar, 1752, is ook het publicatiejaar van <italic>De rechten en plichten van de vrouwelijke gezant</italic> van Friedrich Karl von Moser.<xref ref-type="fn" rid="fn36"><sup>36</sup></xref> Dat is uiteraard toeval, maar het geeft aan dat de diplomatieke rol van echtgenotes toentertijd een expliciet besproken thema was. Von Moser veronderstelde bij diplomatenvrouwen &#x2018;ministerachtige slimheid, begrip en invloed op [staats]zaken&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn37"><sup>37</sup></xref> Meerdere tijdgenoten meenden dat Mme Van der Goes aan dit profiel beantwoordde.<xref ref-type="fn" rid="fn38"><sup>38</sup></xref></p>
<p>Mme Van der Goes&#x2019; eigen positie ten opzichte van en opvattingen over de betrekkingen tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en andere landen komen in het bestudeerde briefmateriaal sporadisch aan de oppervlakte. Het meest pregnant zijn haar uitingen van &#x2018;erkentenisse&#x2019; voor het Deense &#x2018;gouvernement en Koninglyke familie&#x2019; in brieven die zijzelf schreef vanuit Kopenhagen aan haar broer in Nederland in 1792. Op de reden voor haar dankbaarheid wordt verderop in dit artikel ingegaan. Over haar visie op andere landen informeren nu en dan Bernstorffs antwoordbrieven. Daarin wordt onder andere gerefereerd aan de zorgen van Mme Van der Goes over de pro-revolutionaire ontwikkeling van de Republiek.<xref ref-type="fn" rid="fn39"><sup>39</sup></xref> Bernstorff had een uitgesproken mening over de Fransen (&#x2018;monsters&#x2019; en &#x2018;duivels&#x2019;)<xref ref-type="fn" rid="fn40"><sup>40</sup></xref> die Mme Van der Goes deelde, helemaal nadat zij een gewelddadige overval meemaakte van Franse kapers op een pakketboot onderweg naar Madrid in oktober 1793. Precies op de dag van haar aankomst in de Spaanse havenstad La Coru&#x00F1;a, op 16 oktober 1793, verdween in Parijs ook nog Marie Antoinette onder de guillotine.<xref ref-type="fn" rid="fn41"><sup>41</sup></xref> In Madrid was Mme Van der Goes waarschijnlijk aanwezig bij een rouwplechtigheid voor haar.<xref ref-type="fn" rid="fn42"><sup>42</sup></xref> Nadat het Tractaat van Den Haag Frankrijk in 1795 tot bondgenoot van de Republiek maakte, was Maarten van der Goes verrast toen bleek dat de buitenlandse dienst van het nieuwe revolutionaire bewind hem, een diplomaat van het oude regime, aanstelde als Bataafs gezant.<xref ref-type="fn" rid="fn43"><sup>43</sup></xref> Gezanten van de Republiek dienden hun vrienden (en vijanden) nu te kiezen in lijn met de nieuwe, als onverbrekelijk geproclameerde band met Frankrijk. Toen Van der Goes aanvankelijk de hem aangeboden functie van Secretaris van de Commissie voor Buitenlandse Zaken weigerde, wendde parlementslid Jacob Hahn zich daarop in een brief tot Mme Van der Goes, om haar er met een beroep op haar patriottisme toe te brengen haar man over te halen de post alsnog te aanvaarden: &#x2018;Ayez donc le courage, Madame!&#x2019;. &#x2018;Burger&#x2019; Van der Goes kon met al zijn &#x2018;bescheidenheid&#x2019; en &#x2018;lafhartigheid&#x2019; haar &#x2018;vriendelijke [overredings]kracht&#x2019; vast niet weerstaan.<xref ref-type="fn" rid="fn44"><sup>44</sup></xref></p>
<p>Deze tactiek, die volgens Waldeck nog leunde op de traditie van de oude Staten-Generaal, rekende op de loyale medewerking van de echtgenote en bood tot op zekere hoogte zelfs carri&#x00E8;remogelijkheden. In 1797 reisde Mme Van der Goes mee naar Parijs als lid van een Bataafse delegatie naar vredesonderhandelingen met Engeland onder leiding van Van der Goes.<xref ref-type="fn" rid="fn45"><sup>45</sup></xref> Een Zwitsers diplomaat kwalificeerde haar naderhand &#x2018;als de niet minst invloedrijke persoon binnen de delegatie&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn46"><sup>46</sup></xref> Mme Van der Goes had ook haar eigen Parijse netwerk. Marquis del Campo, de Spaanse ambassadeur in Parijs, nodigde haar uit voor een <italic>petit diner</italic> met Madame Tallien, ook later nog een belangrijk contact. Mme Tallien was de echtgenote van het Franse parlementslid Jean-Lambert Tallien, een invloedrijk salonni&#x00E8;re en een vriendin van Jos&#x00E9;phine Bonaparte. Mme Van der Goes ontleende veel inspiratie aan dit beroemde Parijse stijlicoon, gekleed in doorzichtige witte Empire-jurken.<xref ref-type="fn" rid="fn47"><sup>47</sup></xref></p>
<p>In 1803 nam Mme Van der Goes de honneurs van haar man waar en woonde zij met Napoleon een mis bij in de Sint-Goedelekathedraal in Brussel.<xref ref-type="fn" rid="fn48"><sup>48</sup></xref> Tot aan haar dood op haar eenenvijftigste in 1804 woonde zij met Van der Goes aan de Kneuterdijk in Den Haag, waar hij tot 1808 Minister van Buitenlandse Zaken was.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Mogelijkheden en beperkingen van het corpus</title>
<p>Het begincitaat van de Deense &#x2018;premiersvrouw&#x2019; Bernstorff kwam naar boven tijdens een kwalitatieve proefboring in een substantieel corpus: de ingekomen post van Mme Van der Goes. Het merendeel daarvan is van Mme Van der Goes&#x2019; contacten uit haar Deense jaren, verstuurd na haar vertrek naar Spanje in 1793. Een deel bestaat uit zwart omrande condoleancebrieven naar aanleiding van het overlijden van haar enige kind in Spanje in 1795.<xref ref-type="fn" rid="fn49"><sup>49</sup></xref> Het dikste pak Deense brieven, om en nabij dertig stuks &#x2013; zo&#x2019;n tweehonderd kantjes &#x2013; berustend in het Nationaal Archief, is afkomstig van Augusta Bernstorff.<xref ref-type="fn" rid="fn50"><sup>50</sup></xref> Deze vondst is historisch-letterkundig bijzonder. Bernstorff begon een penvriendschap met Goethe, een jaar na de verschijning van diens internationale bestseller <italic>Die Leiden des Jungen Werthers</italic> in 1774.<xref ref-type="fn" rid="fn51"><sup>51</sup></xref></p>
<p>Ook de naam van een andere Deense scribente uit het corpus is een beroemde: Magdalene Charlotte Hedevig Schimmelmann. Zij was de echtgenote van Ernst Heinrich graaf von Schimmelmann, de minister van Financi&#x00EB;n, en is de meest bekende salonni&#x00E8;re van Denemarken (<xref ref-type="fig" rid="fg004">Figuur 4</xref> en <xref ref-type="fig" rid="fg005">5</xref>).<xref ref-type="fn" rid="fn52"><sup>52</sup></xref> Van haar zijn slechts drie brieven aan Mme Van der Goes bewaard die echter duidelijk restanten zijn van een omvangrijkere correspondentie tussen de vrouwen. Dat geldt ook voor de twee brieven aan Mme Van der Goes afkomstig van Barbara Juliana (Julie) von Kr&#x00FC;dener, een Baltisch-Duitse barones en echtgenote van de Russische ambassadeur in Kopenhagen. Von Kr&#x00FC;dener is later beroemd geworden als mystica en vertrouwenspersoon van tsaar Aleksander <sc>i</sc> ten tijde van het Congres van Wenen.<xref ref-type="fn" rid="fn53"><sup>53</sup></xref> Het overige bewaarde materiaal bestaat uit brieven geschreven door andere diplomatieke personen, uitnodigingen vanuit Christiansborg en bedankbrieven van hofpersoneel van na 1793.<xref ref-type="fn" rid="fn54"><sup>54</sup></xref></p>
<fig id="fg004">
<label>Figuur 4.</label>
<caption><p>Portret van Charlotte Schimmelmann door Cornelius H&#x00F8;yer, rond 1800. Publiek domein, Statens Museum for Kunst, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://open.smk.dk/artwork/image/KMS4656">https://open.smk.dk/artwork/image/KMS4656</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig4.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg005">
<label>Figuur 5.</label>
<caption><p>Portret van Ernst Schimmelmann door Christian Albrecht Jensen. Publiek domein, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;11396896">https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;11396896</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig5.jpg"/>
</fig>
<p>Mme Van der Goes ontving de meeste brieven in het Frans en een klein deel in het Spaans. Zij schakelde als rondreizende gezantsvrouw voortdurend tussen de verschillende Europese taalgemeenschappen van het Deens, Duits, Frans, Spaans en soms het Engels. Dit vereiste in ieder geval een beheersing van de <italic>lingua franca</italic> van Europa van dat moment, het Frans. Mme Van der Goes leerde ook Spaans en nam zelfs haar Madrileense huishoudster mee terug naar Den Haag.<xref ref-type="fn" rid="fn55"><sup>55</sup></xref></p>
<p>Haar gerichtheid op het vermeerderen van haar talenkennis lijkt vanzelfsprekend. Toch verdienen taal en vertaling in de context van de interpretatie van persoonlijke diplomatieke brieven bijzondere wetenschappelijke aandacht.<xref ref-type="fn" rid="fn56"><sup>56</sup></xref> Taal, zowel mondeling als schriftelijk, had voor informele actoren een sociaal-communicatieve functie om relaties te be&#x00EF;nvloeden. Het was daarmee voor hen een ander type instrument dan voor ambtelijk erkende diplomaten, voor wie taal vooral een conceptualiserende functie had om te rapporteren aan hun lastgevers. Deze diplomaten moesten zich kunnen uitdrukken in het juridisch jargon verbonden met hun rol bij de totstandkoming van internationale verdragsteksten en traktaten. Frans was niet de eerste taal van de Duits-Deense Augusta Bernstorff en Charlotte Schimmelmann, en ook niet van de Russisch sprekende Julie Kr&#x00FC;dener. Hun Frans was verre van vlekkeloos en hun handschriften niet altijd leesbaar. Daarom zijn hun citaten binnen het bestek van dit artikel naar modern Nederlands hertaald.<xref ref-type="fn" rid="fn57"><sup>57</sup></xref></p>
<p>Buiten het briefmateriaal bevatten de gearchiveerde stukken enkele handgeschreven pagina&#x2019;s met &#x2018;reflectien over de vriendschap&#x2019;. Dit suggereert dat Mme Van der Goes ook zelf filosofeerde over het thema vriendschap. Het lijkt te gaan om voordrachtteksten, wellicht voor salonbijeenkomsten van Schimmelmann, aangezien de vellen in een mapje zitten met haar naam erop. De kern volgt het adagium van Aristoteles: ware vriendschap is wederkerig.<xref ref-type="fn" rid="fn58"><sup>58</sup></xref></p>
<p>Slechts enkele brieven zijn van Mme Van der Goes zelf. Deze zijn merendeels verbonden met haar tijd in Denemarken. Twee ervan zijn in 1791 en 1792 verzonden vanuit Kopenhagen, in het Nederlands gesteld en gericht aan haar broer Paulus. Vier zijn verzonden vanuit Den Haag tussen 1801-1802 en gericht aan hulpgezant te Denemarken Anthony van Dedem van de Gelder.<xref ref-type="fn" rid="fn59"><sup>59</sup></xref> Mme Van der Goes moet ontelbaar veel brieven hebben geschreven. Een deel ervan kwam nooit aan, waar de Deense briefschrijfsters zich continu over beklaagden. Bernstorff hield controle op de in- en uitkomende post met een systeem van nummering.<xref ref-type="fn" rid="fn60"><sup>60</sup></xref> Haar eigen post en die van haar vriendinnen konden mee met het postvervoer van de regering. Soms gaven de vrouwen hun enveloppen mee aan de griffier Hendrik Fagel, die verantwoordelijk was voor de post van gezanten gericht aan de Staten-Generaal.<xref ref-type="fn" rid="fn61"><sup>61</sup></xref> Brieven die met koeriersdiensten werden verstuurd, gingen nogal eens verloren omdat er weer een pakketboot was gekaapt.<xref ref-type="fn" rid="fn62"><sup>62</sup></xref> De Deense afzenders gaven in hun brieven ook geregeld blijk van vrees voor opzettelijke onderschepping en misbruik van de uitgewisselde informatie.<xref ref-type="fn" rid="fn63"><sup>63</sup></xref></p>
<p>Meer originelen van Mme Van der Goes zelf (waaraan de andere brievenschrijfsters veelvuldig refereren) liggen mogelijk &#x2013; net als aanzienlijke hoeveelheden brieven van Bernstorff, Schimmelmann en Kr&#x00FC;dener &#x2013; nog verspreid in diverse Europese (priv&#x00E9;-)archieven. Het Spaanse gezantschapsarchief is sinds 1810 zoek.<xref ref-type="fn" rid="fn64"><sup>64</sup></xref> Ook het archief van de legatie in Hamburg ging verloren.<xref ref-type="fn" rid="fn65"><sup>65</sup></xref> Misschien zijn Mme Van der Goes&#x2019; brieven, net als die van sommige andere Nederlandse echtgenotes van politici en diplomaten uit deze periode, opzettelijk vernietigd, mogelijk mede uit de gewoonte om de sporen van het diplomatieke proces, zoals de onderliggende documentatie van lopende en afgesloten zaken, achteraf uit te wissen.<xref ref-type="fn" rid="fn66"><sup>66</sup></xref></p>
<p>De vindbaarheid van deze brieven wordt ook bemoeilijkt door bepaalde archivalische ordeningspraktijken. In Nederland is dat vooral de geldende archiefindeling tussen publiek en priv&#x00E9;. De dossiers die in een gezantenarchief gerelateerd zijn aan met de taakuitvoering samenhangende particuliere zaken (&#x2018;rapsodia&#x2019;) en persoonlijke aangelegenheden zijn soms door de archiefvormers zelf uit het ambtelijk archief verwijderd. Dit past bij het beeld van de bureaucratisering van de diplomatieke dienst in de Bataafse periode, maar de meeste herordeningen dateren van later. Negentiende-eeuwse archivarissen lieten alles dat in hun ogen van weinig waarde was verdwijnen of vernietigen.<xref ref-type="fn" rid="fn67"><sup>67</sup></xref></p>
<p>De huidige ordening van de gezantenarchieven komt dus lang niet altijd met de oorspronkelijke overeen en reflecteert mogelijk contemporaine opvattingen over de diplomatieke gender-rolverdelingen, die niet per se stroken met de hechte echtelijke samenwerkingspraktijk van de late achttiende eeuw. Tekenend hiervoor is dat Mme Van der Goes&#x2019; post in Nederland is opgeborgen onder &#x2018;stukken van familieleden&#x2019; in het archief van Mme Van der Goes&#x2019; neef, Dominique Jacques de Eerens, en dus niet in het Haagse archief van de Nederlandse Legatie in Kopenhagen of het archief van Van der Goes. De archivalische ordeningspraktijken verschillen ook per land. In het Parijse archief zijn de &#x2018;Lettres adress&#x00E9;es &#x00E0; Mme van der Goes&#x2019; te vinden in de ambtelijke Collectie Dujardin, terwijl de afzenders worden omschreven als &#x2018;personnes du monde officiel et diplomatique&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn68"><sup>68</sup></xref></p>
<p>Hoewel in het historisch onderzoek naar de laat achttiende- en vroeg negentiende-eeuwse diplomatie de in Nederland vigerende archiefindeling tussen publiek en priv&#x00E9; zelden of niet wordt geproblematiseerd, heeft deze wel degelijk een vervormend effect op de analyse van het functioneren van de diplomatie.<xref ref-type="fn" rid="fn69"><sup>69</sup></xref> Illustratief hiervoor is de al genoemde biografie van Waldeck over Maarten van der Goes uit 2017. Diplomatie is daarin vooral een zaak van geformaliseerde relaties tussen vertegenwoordigers van staten. De sociale en culturele inbedding ervan &#x2013; het voor de buitenwereld verborgen gedruis en gegons achter het sleutelgat waardoor gegluurd kan worden dankzij een brievencollectie als die van Mme Van der Goes &#x2013; wordt daarin slechts zijdelings behandeld. Het corpus van dit artikel lijkt door Waldeck niet te zijn gebruikt, met uitzondering van de brieven van de Deense hulpgezant Anthony van Dedem van de Gelder en enkele stukken uit het archief van Mme Van der Goes&#x2019; neef.<xref ref-type="fn" rid="fn70"><sup>70</sup></xref></p>
<p>Waldeck geeft aan dat hij de aandachtsverlegging van <italic>New Diplomatic History</italic> van de <italic>haute politique</italic> van gezantschappen naar de sociale, emotionele en dagelijkse kanten ervan onderschrijft en dat hij veel waarde hecht aan &#x2018;persoonlijke beleving&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn71"><sup>71</sup></xref> Echter, hij meent dat er voor het achterhalen van de &#x2018;diepere roerselen&#x2019; en het huwelijksleven van de gebiografeerde onvoldoende materiaal zoals particuliere correspondenties en dagboeken voorhanden is.<xref ref-type="fn" rid="fn72"><sup>72</sup></xref> Hij denkt hierbij vooral aan een &#x2018;correspondentie tussen beide echtelieden&#x2019;, en gaat hier uit van het nut van dit soort bronnen voor het achterhalen van Van der Goes&#x2019; eigen emotionele huishouding en familieleven. Tegelijkertijd acht hij de intellectuele en sociale betrokkenheid van de echtgenote voor het werk van de diplomaat van &#x2018;essentieel belang&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn73"><sup>73</sup></xref> Soms stuit hij op sporen daarvan in dep&#x00EA;ches.<xref ref-type="fn" rid="fn74"><sup>74</sup></xref> Deze ambtelijke brieven, onderverdeeld naar gewone, secrete en particuliere, schreven de gezanten zelf, tenzij de echtgenote &#x2013; zoals Mme Van der Goes een aantal keren &#x2013; als zaakgelastigde ad interim met de waarneming der zaken was belast.<xref ref-type="fn" rid="fn75"><sup>75</sup></xref></p>
<p>Dit artikel pleit voor een onderkenning van de meerwaarde van als &#x2018;persoonlijk&#x2019; gelabeld materiaal voor een vollediger beeld van het functioneren van de diplomatie als geheel, rekening houdend met steeds veranderende opvattingen over de al dan niet seksegerelateerde taakverdeling van diplomatieke personen. Van der Goes had als gezant een hi&#x00EB;rarchisch lagere functie dan een ambassadeur. Deze titulatuur werkte niet door in de aanspreektitel van zijn wederhelft. De aanhef van brieven aan Mme Van der Goes luidde in het Frans &#x2018;ma ch&#x00E8;re ambassadrice&#x2019; en in het Spaans &#x2018;la se&#x00F1;ora embajadora de Holanda&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn76"><sup>76</sup></xref> Ook dit geeft aan dat de briefschrijfsters niet zomaar vriendinnen waren maar elkaar benaderden als leden van de diplomatieke gemeenschap. De &#x2018;particuliere&#x2019; inkomende brieven maken zowel een nadere biografische als een politieke inkleuring dan ook goed mogelijk. De schrijfsters pikken steeds weer de draad op van hun conversaties in eerdere brieven of in <italic>real life</italic>, en herhalen vaak elkaars vragen en antwoorden, waardoor ook Mme Van der Goes zelf &#x2013; en trouwens ook haar man &#x2013; in beeld komen. Voor een gezant was de constante informatieuitwisseling van zijn vrouw met andere gezantenechtgenotes van grote betekenis voor de uitoefening van zijn professie, want hij moest in elke standplaats telkens opnieuw een eigen netwerk van (geheime) informanten opbouwen, met beperkte middelen.<xref ref-type="fn" rid="fn77"><sup>77</sup></xref></p>
<p>De continue schriftelijke dialoog tussen de echtgenotes van gezanten draagt op het eerste gezicht een priv&#x00E9;karakter doordat deze gelardeerd is met emotioneel nieuws over intieme familieperikelen en zij diplomatieke zaken op een vaak zeer persoonlijke manier bespraken. Twijfel aan de bruikbaarheid van als persoonlijk ge&#x00EF;ndexeerde brieven voor het extraheren van politiek feitelijke informatie is wellicht de belangrijkste reden waarom dit type materiaal zo lang als irrelevant terzijde is geschoven. Het is onmiskenbaar fragmentarisch doordat veel brieven ontbreken en heeft een beperkte actualiteitswaarde doordat de brieven er gemiddeld twee tot acht weken over deden om aan te komen, maar dat gold voor &#x00E1;l het briefverkeer. Problematischer voor de interpretatie van informele diplomatieke brieven is dat de schrijfsters zich vaak verlieten op vage toespelingen. Er vallen talrijke namen van diplomatieke personen uit het eigen netwerk wat ook een belangrijke bijvangst is, alleen zijn ze vaak vervangen door initialen of puntjes. Wellicht was dit conform de epistolaire conventie van confidentialiteit, maar het was ook duidelijk een voorzorgsmaatregel tegen schending van het briefgeheim en een indicatie van een mogelijk politieke lading.<xref ref-type="fn" rid="fn78"><sup>78</sup></xref> Zo vroeg Bernstorff zich meer dan eens retorisch af: &#x2018;Is het verstandig om alles te zeggen wat u denkt, en in ieder geval genoeg om de rest te kunnen raden?&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn79"><sup>79</sup></xref></p>
<p>Concrete diplomatieke feiten laten zich door dit alles niet direct uit dit materiaal destilleren. Tegelijkertijd zijn de geanalyseerde brieven z&#x00F3; ingebed in de context van de diplomatieke betrekkingen, dat het onjuist zou zijn ze niet ook vanuit dat oogpunt te bezien.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Bronbevindingen: gunstverlening, netwerken en lobby</title>
<p>In de jaren van Mme Van der Goes&#x2019; tijd in Kopenhagen (1787-1793) en de jaren waaruit de meeste Deense correspondenties met haar dateren (1793-1796), verkeerde de Deense politiek in een roerige periode. Toen Van der Goes in 1785 als gezant arriveerde, kwamen de Deense staatslieden en monarchie bij van een staatsgreep. De verwante Bernstorffs en Schimmelmanns hadden samen met de familie Reventlow en Frederik <sc>vi</sc> in 1784 de macht overgenomen van Ove H&#x00F8;egh-Guldberg, die sinds 1772 samen met koningin Juliana Maria het land had geregeerd.<xref ref-type="fn" rid="fn80"><sup>80</sup></xref></p>
<p>Van der Goes&#x2019; diplomatieke missie was de Denen aan hun neutrale koers te houden.<xref ref-type="fn" rid="fn81"><sup>81</sup></xref> Denemarken en de Republiek deelden hetzelfde statelijke belang: een vrije doorvaart voor de graan- en houthandel in de Oostzee. Daarvoor moest Denemarken neutraal blijven, en dat betekende een permanente balanceeract tegenover Rusland. Tijdens de Russisch-Zweedse oorlog (1788-1790) schaarde Denemarken zich voor het eerst openlijk aan Russische zijde, wat Bernstorffs diplomatieke relaties met Groot-Brittanni&#x00EB;, Pruisen en Frankrijk onder zware druk zette. Bernstorff en Van der Goes bleven elkaar, naar Waldeck stelt, niettemin onverminderd vertrouwen, vooral persoonlijk.<xref ref-type="fn" rid="fn82"><sup>82</sup></xref></p>
<p>De jaren waaruit de meeste Deense correspondenties met Mme Van der Goes dateren, zo tussen 1793 en 1796, stonden in het teken van de Franse revolutionaire oorlogen. Denemarken voerde opnieuw een neutrale koers om handel te kunnen drijven met zowel Engeland als Frankrijk. Deze politiek van afzijdigheid werkte in verschillende richtingen ook sociaal door achter de fa&#x00E7;ade van de offici&#x00EB;le diplomatie, zo blijkt uit de brieven.</p>
<p>De brieven gerelateerd aan Mme Van der Goes&#x2019; Kopenhaagse periode bieden zicht op een sociaal dynamische wereld die naadloos aansluit bij Dyrmanns reconstructie van de Deense politieke sociabiliteit. Sinds de staatsgreep van 1784 bouwde het nieuwe regime zijn machtsbasis op. De ministersvrouwen Bernstorff en Schimmelmann waren in de nieuwe politieke constellatie perfect gepositioneerd om als sociale schakels te fungeren tussen de verschillende werelden van de nieuwe regeringskringen in Kopenhagen. Bernstorff verbond vooral de <italic>high society</italic> van het kosmopolitische hofleven en de vrouwelijke leden van het <italic>corps diplomatique</italic>; salonni&#x00E8;re Schimmelmann organiseerde het salonleven rond de formele diplomatie, zo valt mede uit de brieven op te maken.<xref ref-type="fn" rid="fn83"><sup>83</sup></xref> Pyrmont, h&#x00E9;t Duitse trefpunt van Europese monarchen, staatslieden en diplomaten en een van de netwerkterreinen van Schimmelmann, passeert daarin meermaals als reisdoel van de Deense prinsessen.<xref ref-type="fn" rid="fn84"><sup>84</sup></xref> Het materiaal reflecteert de verwevenheid van de verschillende kringen, via bals, concerten, diners en soupers die, getuige een bewaard receptenboek, ook door Mme Van der Goes zelf werden gegeven.<xref ref-type="fn" rid="fn85"><sup>85</sup></xref></p>
<p>Residerend in Christiansborg en behorend tot de <italic>inner circle</italic> van Bernstorff was Mme Van der Goes vijf jaar lang onderdeel van het machtige Kopenhaagse web van connecties tussen leden van de monarchie, de politiek en diplomatie. Het doel van alle vormen van politieke sociabiliteit was het bestendigen van de diplomatieke banden tussen de diverse landen en het versterken van het wederzijdse vertrouwen <bold>&#x2013;</bold> voor Van der Goes h&#x00E9;t instrument van het diplomatieke verkeer.<xref ref-type="fn" rid="fn86"><sup>86</sup></xref> Over de voedingsbron daarvan, vriendschap, informeren de brieven geschreven door de vrouwen van gezanten. De politiek-instrumentele waarde daarvan kan worden geanalyseerd aan de hand van de drie al aangekondigde en deels aan elkaar gelinkte thema&#x2019;s: gunstverlening, netwerken en lobby.</p>
<p>Een pregnant voorbeeld van <italic>gunstverlening</italic> is Mme Van der Goes&#x2019; adelsverlening door het Deense hof. Aan haar broer schreef zij &#x2018;als een zuster&#x2019; samen te leven met &#x2018;de drie koninglijke prinsessen&#x2019;. De blijken van vriendschap van deze vrouwen omschreef Mme Van der Goes als &#x2018;oprecht&#x2019;. Zij betekenden veel voor haar:</p>
<disp-quote>
<p>hun opregte vriendschaps [vriendschappen] die zy my onophoudelyk en personelyk bewysen zijn zoo aandoenlyk dat ik het niet genoegsaam kan uytdrukken.<xref ref-type="fn" rid="fn87"><sup>87</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Deze vriendschapsbetuiging gold in het bijzonder voor Mme Van der Goes&#x2019; band met Marie Sophie Frederikke van Denemarken, de latere koningin van Denemarken, in de brieven steevast aangeduid als &#x2018;la princesse royale&#x2019;. De andere twee prinsessen waren leden van vorstelijke facties die elkaar decennialang hadden bestreden.<xref ref-type="fn" rid="fn88"><sup>88</sup></xref></p>
<p>In de al aangehaalde brief aan haar broer uit 1791 spreekt Mme Van der Goes eufemistisch van &#x2018;hunne [de prinsessen] weldaden omtrent my&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn89"><sup>89</sup></xref> Daaronder was een opmerkelijke gunst. De Deense kroon verleende haar de titel van barones.<xref ref-type="fn" rid="fn90"><sup>90</sup></xref> Volgens het dagboek van haar neef werd zijn rooms-katholieke tante barones gemaakt in verband met haar geblokkeerde huwelijk met Van der Goes, die protestant was.<xref ref-type="fn" rid="fn91"><sup>91</sup></xref> Mme Van der Goes spreekt in de brief aan haar broer van haar niet geautoriseerde huwelijk volgens &#x2018;de Hollandsche wet (&#x2026;)&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn92"><sup>92</sup></xref> Mogelijk was de titel een voorwaarde voor het kunnen aanvragen van de pauselijke dispensatie die nodig was om als partners van verschillend geloof te mogen trouwen. Prins Carel van Hessen-Kassel, gouverneur van de Deense hertogdommen Sleeswijk en Holstein, de vader van de al genoemde Marie Sophie Frederikke van Denemarken, speelde kennelijk een rol bij het mogelijk maken van het huwelijk. Hij was volgens Mme Van der Goes bereid om &#x2018;als vader over [haar] in &#x2018;t huwelijk [te] staan&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn93"><sup>93</sup></xref></p>
<p>De uiteindelijke juridische status van het huwelijk, de motieven van de Denen en de kennelijke bemiddelaarsrol van Prins Carel van Hessen-Kassel, zijn vooralsnog onopgehelderd gebleven.<xref ref-type="fn" rid="fn94"><sup>94</sup></xref> Desondanks is de instrumentele waarde van Mme Van der Goes&#x2019; vriendschap met de Deense hovelingen evident. Een adelsverlening viel toe aan degenen die een bijzondere dienst aan de Deense kroon verleenden. Waldeck, die de kwestie in een noot afhandelt, acht het &#x2018;niet echt denkbaar&#x2019; dat de gunst Mme Van der Goes zelf betrof en vermoedt dat het een &#x2018;courtoisie&#x2019; was jegens Van der Goes.<xref ref-type="fn" rid="fn95"><sup>95</sup></xref> Als dit juist is, dan zullen politieke bijbedoelingen hieraan vanuit het geldende principe <italic>quid pro quo</italic> niet vreemd zijn geweest.<xref ref-type="fn" rid="fn96"><sup>96</sup></xref> De verplichtende wederkerigheid van haar vriendschap met de prinsessen was voor Mme Van der Goes zelf zonneklaar. Met al hun &#x2018;weldaaden&#x2019; en &#x2018;opregte&#x2019; persoonlijke bewijzen van vriendschap voelde zij zich voor altijd aan de Deense regering en het hof verplicht:</p>
<disp-quote>
<p>(&#x2026;) nooyt zal myn erkentenisse voor dit ryk (en boven al desselfs tegenswordig gouvernement en Koninglyke familie) in myn hart worden uytgedooft.<xref ref-type="fn" rid="fn97"><sup>97</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Naast gunstverlening is de sociabiliteit waarop de brieven zicht bieden rijk aan voorbeelden van de verschillende werkingen van vriendschap als <italic>netwerkinstrument</italic> ter versteviging van diplomatieke banden. Bernstorff en Schimmelmann bekeken tijdens sociale ontvangsten meteen welke gasten hun politiek vertrouwen het meest verdienden.<xref ref-type="fn" rid="fn98"><sup>98</sup></xref> Zij prioriteerden diplomatieke vriendschappen al naar gelang ze in dienst stonden van de belangen van hun eigen land. Van der Goes&#x2019; loyaliteit aan de Denen was naar Schimmelmanns idee boven alle argwaan verheven: &#x2018;[Il] est un bon Danois&#x2019; noteerde zij in haar memoires van juli 1789.<xref ref-type="fn" rid="fn99"><sup>99</sup></xref> Mme Van der Goes en haar man nodigde zij meermaals uit voor de culturele evenementen die zij organiseerde voor het <italic>corps diplomatique</italic> en buitenlandse staatslieden. Zo trad Van der Goes tijdens hofconcerten als zanger van Duitse volksliedjes op en at hij bij Schimmelmann thuis in Bredgade.<xref ref-type="fn" rid="fn100"><sup>100</sup></xref> Mme Van der Goes beklom samen met haar man en enkele van zijn collega&#x2019;s het podium als actrice in een toneelstuk in de Kopenhaagse schouwburg.<xref ref-type="fn" rid="fn101"><sup>101</sup></xref></p>
<p>Na Mme Van der Goes&#x2019; vertrek uit de Deense hoofdstad reageerde Bernstorff op Mme Van der Goes&#x2019; vraag of ze de &#x2018;diplomatieke dames&#x2019; nog veel zag, en of ze van ze hield. Ze antwoordde: &#x2018;Net als van mijn naasten ja, en zelfs een beetje meer, maar van vriendschap is geen sprake&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn102"><sup>102</sup></xref> In al haar brieven hield Bernstorff Mme Van der Goes nauwgezet op de hoogte van welke diplomatieke echtparen wel en niet meer in de gratie waren, of naar welke standplaatsen ze waren vertrokken. Menigmaal gaf zij karakterschetsen ten beste van de leden van het <italic>corps diplomatique</italic>. De diplomaten van de Britse en Oostenrijkse bondgenoten, Lord Robert Stephen Fitzgerald en Graf Wilhelm von Ludolph, lagen goed bij haar man, schreef ze.<xref ref-type="fn" rid="fn103"><sup>103</sup></xref> Zijzelf dacht met weemoed terug aan de vele &#x2018;charmante avonden&#x2019; bij Mme Van der Goes en bleef hun vriendschap nadrukkelijk presenteren als een unieke kwaliteit van hun persoonlijke relatie.</p>
<p>Wat opvalt is dat de scribentes, vooral Bernstorff, Mme Van der Goes steeds vrij omstandig uitleg geven over de precieze aard van hun vriendschap met diverse diplomatieke personen (<xref ref-type="fig" rid="fg006">Figuur 6</xref> en <xref ref-type="fig" rid="fg007">Figuur 7</xref>). Bernstorff en Schimmelmann handhaafden naar buiten toe het beeld van de Deense neutrale status, en etaleerden deze houding in hun brieven aan Mme Van der Goes, en met haar aan de Republiek. Zo hielden zij, in lijn met Horowitz&#x2019; these, de communicatielijnen met alle gezanten open. De relatie met Rusland, in combinatie met de tegenover de Republiek gepretendeerde neutraliteitspolitiek, was en bleef een kwestie van evenwichtskunst.</p>
<fig id="fg006">
<label>Figuur 6.</label>
<caption><p>Portret van Augusta Bernstorff door Jens Juel, 1780. Publiek domein, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;8564774">https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;8564774</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig6.jpg"/>
</fig>
<fig id="fg007">
<label>Figuur 7.</label>
<caption><p>Portret van Andreas Bernstorff door Jens Juel, rond 1790. Reventlow Museum. Publiek domein, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;18928325">https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;18928325</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18974_fig7.jpg"/>
</fig>
<p>Het al gememoreerde etentje van Van der Goes bij Schimmelmann thuis vond plaats aan de vooravond van de zogenaamde Theateroorlog, waarbij Denemarken openlijk meevocht met Rusland tegen Zweden. Schimmelmann nodigde ook Julie Kr&#x00FC;dener, de echtgenote van de Russische ambassadeur, en de Zweedse ambassadeur uit. De Zweed kreeg tijdens het tafelgesprek de vraag voorgelegd of Zweden Denemarken de oorlog zou verklaren.<xref ref-type="fn" rid="fn104"><sup>104</sup></xref> Niet lang daarna, op 2 juli 1788, brak de Russisch-Zweedse oorlog uit, waarbij Denemarken vocht aan Russische zijde. Dit stond haaks op de kern van Van der Goes&#x2019; diplomatieke missie van neutraliteit, maar hij hield tegenover Den Haag vol dat zijn Deense vrienden een afname wensten van de Russische invloed.<xref ref-type="fn" rid="fn105"><sup>105</sup></xref></p>
<p>Mme Van der Goes liet intussen merken dat zij en haar man de Denen onverminderd politiek vertrouwden. Een klein half jaar later, in januari 1789, toen de oorlog in volle gang was, schreef zij aan Charlotte Schimmelmann. De brief zelf is verloren gegaan, maar uit het antwoord van de adressante valt op te maken dat Mme Van der Goes had ge&#x00EF;nformeerd naar Schimmelmanns echtgenoot en hem had geprezen voor zijn niet-aflatende inzet voor het &#x2018;welzijn van de mensheid&#x2019; en zijn &#x2018;geduld&#x2019;, een mogelijke toespeling op de toch nog wat ingehouden oorlogshandelingen van de Denen. Schimmelmann beaamde dat haar &#x2018;nobele&#x2019; man daarvoor alles opofferde, ook zijn eigen rust.<xref ref-type="fn" rid="fn106"><sup>106</sup></xref> Schimmelmann bedankte de &#x2018;beminnelijke Madame la Baronne&#x2019; voor haar brief vol &#x2018;vriendelijkheid en vriendschap&#x2019;. Zij verzekerde dat ook haar echtgenoot zeer aan zijn Nederlandse &#x2018;aimable amie&#x2019; was &#x2018;toegewijd&#x2019; en benadrukte dat ook zijzelf te allen tijde klaarstond om haar van nut te zijn.<xref ref-type="fn" rid="fn107"><sup>107</sup></xref> Zij versterkte het gevoel van saamhorigheid met Mme Van der Goes nog eens extra door te hinten op een op handen zijnde vrede, en de aard van haar relatie met Kr&#x00FC;dener te bagatelliseren door haar als gesprekspartner te discrediteren: &#x2018;U weet dat de politiek haar weinig interesseert&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn108"><sup>108</sup></xref></p>
<p>Haar Russische contacten brachten Schimmelmann op den duur in een lastig parket. In haar memoires noteerde zij hoezeer het diplomatieke korps na 1795 was geslonken: &#x2018;alleen Kr&#x00FC;dener [de ambassadeur zelf] blijft voor ons over&#x2019;, maar ik heb een gelofte afgelegd om mij niet langer te associ&#x00EB;ren met een minister van Rusland&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn109"><sup>109</sup></xref> Bernstorff schreef Mme Van der Goes in dezelfde trant het ronduit &#x2018;triest&#x2019; te vinden dat ze uitgerekend met &#x2018;de kleine baron Kr&#x00FC;dener&#x2019; opgescheept bleven zitten. Mme Van der Goes zelf bleef schrijven met Julie Kr&#x00FC;dener. Die schreef Mme Van der Goes na haar vertrek naar Madrid: &#x2018;Houd jullie vriendschap met mij in stand en geloof dat jullie onder de vrienden die jullie in Kopenhagen hebben achtergelaten, veel oudere vrienden hebben die oprechter aan jullie gehecht zijn dan ik&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn110"><sup>110</sup></xref></p>
<p>Bernstorff was een <italic>unverfroren</italic> politiek lobbyiste, maar ze verhulde dat met groot raffinement. Ogenschijnlijk bleef zij in haar brieven aan Mme Van der Goes ver weg van instrumentaliteit en binnen apolitieke grenzen. Na Mme Van der Goes&#x2019; vertrek uit Kopenhagen in 1793 valt het woord vriendschap op vrijwel ieder briefkantje. Haar Goetheaanse vriendschapstaal is zinnelijk, vol van zachte strelingen en verlangens naar fysieke nabijheid. De &#x2018;wrede scheiding en afstand doorboren mijn hart&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn111"><sup>111</sup></xref> Haar &#x2018;tranen vloeiden heviger dan ooit tevoren&#x2019;, en zouden nooit stoppen met stromen.<xref ref-type="fn" rid="fn112"><sup>112</sup></xref> Zoekgeraakte brieven voedden haar vrees dat Mme Van der Goes het contact niet meer op prijs stelde.<xref ref-type="fn" rid="fn113"><sup>113</sup></xref> De ontvangst van iedere dierbare brief van Mme Van der Goes bezorgde haar steevast grote vreugde.</p>
<p>Ondanks deze uitingen van romantische vriendschap zijn juist Bernstorffs brieven het meest politiek in engere zin. Bernstorff, zo spotte de Duitse dichter Friedrich Gottlieb Klopstock eens, was zo druk met het afhandelen van haar post, als was zij zelf &#x2018;Minister van Staat&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn114"><sup>114</sup></xref> Hoewel Bernstorff met heel veel diplomatenvrouwen correspondeerde, verklaarde de premiersvrouw Mme Van der Goes tot het enige lid van het <italic>corps diplomatique</italic> in Kopenhagen dat zij kon vertrouwen. Haar zoetgevooisde woorden bekrachtigden een exclusief pact tussen politiek en sociaal gelijken, met verondersteld gedeelde waarden van open communicatie, vertrouwelijkheid en loyaliteit: &#x2018;ik heb geen vriend met wie ik zo openlijk kan praten, die me hoort, die alles met me deelt&#x2019; schreef zij Mme Van der Goes in mei 1795.<xref ref-type="fn" rid="fn115"><sup>115</sup></xref> En eerder: &#x2018;Niemand hier kan u ooit in mijn hart vervangen&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn116"><sup>116</sup></xref></p>
<p>Betekenisvol hier is ook dat Bernstorff steeds de gevoelens van haar man bij haar relatie met Mme Van der Goes betrok: &#x2018;we zijn allebei heel teder aan u gehecht&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn117"><sup>117</sup></xref> Ook richtte zij zich mede namens haar man tot Van der Goes: &#x2018;zeg duizend zeer tedere en vriendelijke dingen namens mijn goede echtgenoot en mijzelf tegen uw waardige en uitstekende echtgenoot, wat houden we van hem (&#x2026;)&#x2019;. Dit lijken inderdaad standaard aan de huwelijkspartner gerichte afscheidsgroeten die in deze periode gangbaar waren. Maar Bernstorff breidde deze formule uit, totdat het eigenlijke punt is gemaakt: &#x2018;wat missen we hem [Van der Goes]!&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn118"><sup>118</sup></xref></p>
<p>Kortom, Bernstorffs brieven vormen &#x00E9;&#x00E9;n langgerekte lobby om Van der Goes terug te halen naar Kopenhagen. Het diplomatieke belang was de juiste personen op de juiste posities te krijgen, gunstig voor haar man en zijn politieke slagkracht, naar mag worden aangenomen vooral om meer gewicht in de schaal te leggen tegenover Rusland. Kr&#x00FC;dener had Kopenhagen verlaten en met zijn vervanger, Otto Magnus von Stackelberg, had haar echtgenoot het moeilijk, schreef Augusta: Catharina de Grote had gedaan &#x2018;alsof het een teken van gunst&#x2019; was &#x2018;om hem naar ons te sturen, omdat hij een eerlijke en dappere man zou zijn. Gelooft u dat de hoge Dame [Catharina de Grote] de verdienste van eerlijkheid kan waarderen?&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn119"><sup>119</sup></xref> Haar echtgenoot, zo schreef ze, liet zich gelukkig &#x2018;niet bevelen, was standvastig, rechtvaardig en eerlijk&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn120"><sup>120</sup></xref></p>
<p>De Deense premier ervoer na Maartens vertrek naar Hamburg in april 1793 een leegte. Een geschikte vervanger diende zich niet meteen aan. Vanaf juni 1793 was Frederik de Coninck als tijdelijk zaakgelastigde aangetreden.<xref ref-type="fn" rid="fn121"><sup>121</sup></xref> Voor Maarten kwam toen Madrid in beeld.<xref ref-type="fn" rid="fn122"><sup>122</sup></xref> De benoeming van de buitengewoon gezant in Kopenhagen volgde in december van dat jaar. Over de man die deze positie kreeg &#x2013; Jacob Fagel &#x2013; schreef Augusta een half jaar later: &#x2018;hij is lief en ziet er goed uit&#x2019; en &#x2018;we houden heel veel van hem&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn123"><sup>123</sup></xref> Hij was nog jong en een &#x2018;brave jongen&#x2019; maar dat was niet de stevigheid die de Denen zochten voor hun positiebepaling in het internationale krachtenveld. Bernstorff beweerde in een brief aan Mme Van der Goes dat Ignacio de Muzquiz, de voormalige Spaanse ambassadeur in Denemarken, haar had verzekerd dat Maarten van der Goes serieus overwoog &#x2018;met [Jacob] Fagel te onderhandelen&#x2019; over zijn eigen terugkeer naar Kopenhagen.<xref ref-type="fn" rid="fn124"><sup>124</sup></xref> En dat was precies wat Bernstorff zelf en vooral haar man ook zo graag wilden:</p>
<disp-quote>
<p>Ik kan het u niet genoeg herhalen, beste vriendin, hoeveel mijn man de lieve Van der Goes mist &#x2013; hij heeft geen enkele vriend onder het hele diplomatieke corps.<xref ref-type="fn" rid="fn125"><sup>125</sup></xref></p>
</disp-quote>
<p>Jacob Fagel bleef echter aan tot maart 1795. De komst van een tijdelijk zaakgelastigde bood naar de inschatting van de Deense lobbyiste opnieuw een ideaal interventiemoment.<xref ref-type="fn" rid="fn126"><sup>126</sup></xref> Snel schreef Augusta aan Mme Van der Goes: &#x2018;Als uw man zijn vroegere plek hier niet kan hernemen, zoals mijn man en ik zo vurig wensen, dan zou het een echte troost voor ons zijn om v: b: fr: te hebben&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn127"><sup>127</sup></xref> Op wie zij hier precies doelde blijft onduidelijk. Intussen bewerkte ze ook prins Carel van Hessen-Kassel: &#x2018;De Koninklijke Prins spreekt altijd over uw echtgenoot, zoals ik dat graag hoor, en zoals ik wil dat er wordt gesproken over die waardige en voortreffelijke v: d: Goes &#x2013; in &#x00E9;&#x00E9;n woord&#x2019;, meldde zij Mme Van der Goes tevreden.<xref ref-type="fn" rid="fn128"><sup>128</sup></xref></p>
<p>De lobby mislukte: &#x2018;de ministers [van diverse landen]&#x2019; gedroegen zich &#x2018;[&#x2026;] een beetje onwaardig&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn129"><sup>129</sup></xref> Haar man voelde &#x2018;vurige wanhoop en pijn om uw man terug te krijgen naar zijn oude post hier &#x2013; maar men verzekert dat hij niet zal worden teruggeroepen uit Spanje&#x2019;. Bernstorffs teleurstelling over de uiteindelijk in oktober 1795 benoemde opvolger, Dirk Wolter Van Lynden, was groot: &#x2018;Voila le baron de Linde arriv&#x00E9;&#x2019; meldde ze. Met de toevoeging: &#x2018;Hij schijnt goed en eerlijk te zijn &#x2013; maar wat kan mij dat schelen &#x2013; het is van der Goes die had moeten komen&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn130"><sup>130</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>De diplomatie van vriendschap</title>
<p>Dit artikel verkende de epistolaire nalatenschap van de Nederlandse diplomatenvrouw Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens. De bronbevindingen zijn onderverdeeld in drie thema&#x2019;s: gunstverlening, netwerken en lobby en allemaal gerelateerd aan Mme Van der Goes&#x2019; Deense jaren. Getoetst vanuit het concept <italic>emotional diplomacy</italic>, toegespitst op vriendschap, laten deze brieven uiteenlopende voorbeelden zien op de as van sentimentele vriendschap en instrumentaliteit. Het belangrijkste punt van dit artikel is dat de vele vriendschapsbetuigingen in brieven van de echtgenotes van diplomaten niet uitsluitend gelezen kunnen worden als transparante reflecties van gevoelens. De interpretatie ervan laat op zijn minst ruimte voor tijd- en contextgebonden betekenissen, ambivalenties en politieke duiding, zeker ten aanzien van de naar de Republiek gepretendeerde neutraliteitspolitiek tussen Denemarken en Rusland.</p>
<p>De brieven van de netwerkende echtgenotes laten zien dat vriendschap in de vorm van koninklijke gunstverlening het door Waldeck gesignaleerde vertrouwen tussen Van der Goes en Bernstorff voedde en schraagde. Uit de adelsverlening aan Mme Van der Goes spreekt een geraffineerd Deens vriendschapsspel om bepaalde partijen in positie te brengen en te houden. Claims van exclusieve vrouwenvriendschap lijken parallel te lopen aan verdragen met geprioriteerde landen waarmee Denemarken wederkerige politieke en handelsrelaties probeerde te onderhouden. Tegelijkertijd is ook Horowitz&#x2019; observatie hier van toepassing. Het onpolitiek verklaren van hun vriendschappen stelde vrouwen in staat om via hun correspondenties en hun sociale netwerk bij te dragen aan het laten doorgaan van de diplomatieke communicatie, juist in tijden van conflict en oorlog.</p>
<p>Vriendschap lijkt vooral vanuit de Deense kant als lobby-instrument ter versteviging van de diplomatieke band met de Republiek tegenover Rusland te zijn ingezet, maar deze interpretatie kan ook liggen aan het eenzijdige karakter van de inkomende post. Hoewel de vriendschapsuitingen sentimenteel getoonzet waren, gaat het in feite om instrumentele vormen van vriendschap, gerelateerd aan personeelsbemiddeling.</p>
<p>Historisch onderzoek naar de epistolaire betrokkenheid van vrouwen bij de diplomatie zet aan tot vragen over de door de geschiedenis heen veranderende verhouding tussen formele en informele diplomatie en ook over de rol van genderopvattingen en gevoelsvocabulaires daarbij. De nog relatief weinig bestudeerde brieven van diplomatenvrouwen uit de late achttiende- en vroege negentiende eeuw vormen een <italic>mer &#x00E0; boire</italic> van gegevens over diplomatieke vriendschappen tussen echtgenotes die steeds van standplaats verwisselden en zo de Europese machtscentra met elkaar verbonden. Deze correspondentienetwerken verdienen meer onderzoek. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn de netwerken met elkaar te verbinden en zo corpora van vele duizenden brieven te formeren. Een visualisatie van data van locaties, personen en hun connecties op basis van al het in Europese archieven opgeslagen correspondentiemateriaal van echtgenotes uit de politieke en diplomatieke sfeer, zou een web van knooppunten laten zien van briefverkeer dat vele geografische gebieden en landen omspant die het politieke gezicht vormden van het Europa rond 1800, en zelfs tot lang na 1815. Deze uitkomsten impliceren een nuancering, zo niet weerspreking, van de scheidingsthese, die de revolutionaire decennia rond 1800 aanwijst als het begin van de politieke dominantie van mannen en de uitsluiting van vrouwen.<xref ref-type="fn" rid="fn131"><sup>131</sup></xref> Een koppeling van alle tot dusver verzamelde empirische data kan van grote betekenis zijn voor het veel bredere vraagstuk van de onderlinge verbondenheid van laat achttiende- en vroeg negentiende-eeuwse netwerken van Europese diplomaten-, ministersvrouwen, vorstinnen en prinsessen, en de politieke implicaties daarvan.<xref ref-type="fn" rid="fn132"><sup>132</sup></xref></p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Edwina Hagen en Lisa Bakhuizen van den Brink. Een broninventarisatie door Bakhuizen van den Brink, uitgevoerd in het kader van haar door Hagen begeleide <sc>ba</sc>-scriptie &#x2018;Echtgenotes van Bataafse bewindslieden in recente biografie&#x00EB;n. Een herevaluatie aan de hand van archiefbronnen&#x2019; (<sc>vu</sc> Amsterdam 2022), leidde tot de vondst van Mme Van der Goes&#x2019; brieven in het Nationaal Archief te Den Haag, en later tot die in de Archives Nationales te Parijs. Bakhuizen van den Brink verzorgde de transcripties en de Frans-Nederlandse vertalingen van een deel van het materiaal.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Origineel: &#x2018;Je ne sourais vous exprimer ma ch&#x00E8;re et bien Aime&#x00E9; Amie a quel point notre s&#x00E9;paration me p&#x00E8;se &#x2013; j&#x2019;ai si souvent le coeur si gros, si gros, et je sens, ce que cela seroit pour moi, de l&#x2019;&#x00E9;pancher dans le votre &#x2013; une Amie comme vous, me manque absolutement ici&#x2019;. Nationaal Archief Den Haag (hierna <sc><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc></sc>), Archief van D.J. de Eerens en enige familieleden (2.21.186) (hierna (2.21.186)), inv. nr. 72, Brief van Louise Augusta von Bernstorff aan Mme Van der Goes, 28 juli 1794. Een &#x2018;zwaar hart&#x2019; na afscheid is een veelvoorkomende formule in zeventiende- en achttiende-eeuwse brieven. Zie bijvoorbeeld: Fayrouz Gomaa en Ineke Huysman, &#x2018;Balancing between Mother and Wife: The Private Correspondence of Stadtholder William <sc>iv</sc> of Orange Nassau&#x2019;, in: Michael Green en Ineke Huysman (reds.), <italic>Private Life and Privacy in the Early Modern Low Countries</italic> (Brepols 2023) 273-302, 273.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>J&#x00F6;rgen Hornemann, <italic>Andreas Peter Bernstorff. Ein europ&#x00E4;ischer Staatsmann des Revolutionszeitalters. Kunst der Reform &#x2013; Politik des Ausgleichs</italic> (Wachholtz 2021).</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Zie bijvoorbeeld: James Daybell, <italic>Early Modern Women&#x2019;s Letter Writing 1450-1700</italic> (Palgrave Macmillan 2001). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1057/9780230598669">https://doi.org/10.1057/9780230598669</ext-link>; Gary Schneider, <italic>The Culture of Epistolarity: Vernacular Letters and Letter Writing in Early Modern England, 1500-1700</italic> (University of Delaware Press 2005); Maaike Meijer, &#x2018;Vrome en geleerde hartsvriendinnen in de achttiende eeuw in Nederland&#x2019;, in: Mattias Duyves, Gert Hekma en Paula Koelemij (reds.), <italic>Onder mannen, onder vrouwen. Studies van homosociale emancipatie</italic> (Socialistische Uitgeverij Amsterdam 1984) 167-181.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Luuc Kooijmans, <italic>Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw</italic> (Bert Bakker 1997) 332.</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Voor Nederlandse voorbeelden van vrouwen rond machtige figuren wier brieven zowel persoonlijk als politiek getoonzet zijn, zie: Ineke Huysman, &#x2018;Inleiding&#x2019;, in: Ineke Huysman en Roosje Peeters (reds.), <italic>Vrouwen rondom Johan de Witt</italic> (Uitgeverij Catullus 2024) 13-29; Femke Deen en Ineke Huysman, &#x2018;Inleiding. Vrouwen met macht. Aartsmoeders van de Lage Landen&#x2019;, in: idem (reds.), <italic>Moeders des Vaderlands. De vrouwen die de Nederlanden vormden</italic> (Atlas Contact 2024) 15-28; Edwina Hagen, &#x2018;Wilhelmina van Pruisen (1751-1820). Epistolair diplomate op het snijvlak van hof, politiek en diplomatie&#x2019;, in: Deen en Huysman, <italic>Moeders des Vaderlands</italic>, 249-259; Merry E. Wiesner Hanks, <italic>Women and Gender in Early Modern Europe</italic> (Cambridge University Press 2008) 141-173. Een interessant voorbeeld van een studie naar vriendschap tussen met elkaar corresponderende vrouwen uit de Franse politieke sfeer is Denise Mayer, <italic>Une amiti&#x00E9; parisienne au Grand Si&#x00E8;cle. Mme de Lafayette et Mme de S&#x00E9;vign&#x00E9;</italic> (<sc>pfsl</sc> 1990) (Biblio, 17).</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Glenda Sluga en Carolyn James, &#x2018;Introduction. The long international history of women and diplomacy&#x2019;, in: idem (reds.), <italic>Women, Diplomacy and International Politics since 1500</italic> (Routledge 2016) 1-12, 9. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315713113-1">https://doi.org/10.4324/9781315713113-1</ext-link>; Elena Woodacre, &#x2018;Cousins and Queens: Familial Ties, Political Ambition and Epistolary Diplomacy in Renaissance Europe&#x2019;, in: Sluga en James, <italic>Women, Diplomacy and International Politics</italic>, 30-45. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315713113-3">https://doi.org/10.4324/9781315713113-3</ext-link>; Corina Bastian, &#x2018;&#x201C;Paper Negotations&#x201D;: Women and Diplomacy in the Early Eighteenth Century&#x2019;, in: Sluga en James, <italic>Women, Diplomacy and International Politics</italic>, 107-119, 115. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315713113-7">https://doi.org/10.4324/9781315713113-7</ext-link>; Pauline Puppel, &#x2018;&#x201C;Der einzige Mann am oranischen Hof&#x201D;. Wilhelmina von Preu&#x00DF;en (1751-1820) &#x2013; Erbstatthalterin und Diplomatin&#x201D;, in: Stefanie Freyer en Siegrid Westphal (reds.), <italic>Wissen und Strategien fr&#x00FC;hneuzeitlicher Diplomatie</italic> (De Gruyter Oldenbourg 2020) 213-250. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9783110625431-011">https://doi.org/10.1515/9783110625431-011</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Het woord <italic>emotie</italic> zelf komt in de hier onderzochte brieven amper voor. Bernstorff noemt het in een zinsnede over hoe ouders de trouwerij van hun dochter beleven: niet &#x2018;sans beaucoup d&#x2019;&#x00E9;motion&#x2019;. Briefmateriaal als basis voor onderzoek naar de retoriek van emoties vereist bijgevolg een bredere discoursanalyse. Zie bijvoorbeeld: Carolyn James en Jessica O&#x2019;Leary, &#x2018;Letter-Writing and Emotions&#x2019;, in: Andrew Lynch en Susan Broomhall (reds.), <italic>The Routledge History of Emotions in Europe: 1100-1700</italic> (Routledge 2019) 256-268. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315190778-21">https://doi.org/10.4324/9781315190778-21</ext-link>. Zie voor een discoursanalyse van het Nederlandse gevoelsvocabulaire: Doroth&#x00E9;e Sturkenboom, <italic>Spectators van hartstocht. Sekse en emotionele cultuur in de achttiende eeuw</italic> (Verloren 1998).</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>Todd H. Hall, <italic>Emotional Diplomacy: Official Emotion on the International Stage</italic> (Cornell University Press 2015). <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.7591/cornell/9780801453014.001.0001">https://doi.org/10.7591/cornell/9780801453014.001.0001</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>Vriendschap en diplomatie zijn voor de vroegmoderne tijd onder andere onderzocht vanuit de invalshoek van moraliteit en materialiteit, zoals de uitwisseling van geschenken: Evgeny Roshchin, &#x2018;The Ethics of Friendship in Early European Diplomacy&#x2019;, in: idem, <italic>Friendship Among Nations: History of a Concept</italic> (Manchester University Press 2017) 111-141. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.7765/9781526116451.00009">https://doi.org/10.7765/9781526116451.00009</ext-link>; Tilman Haug, &#x2018;&#x201C;Plus d&#x2019;amiti&#x00E9; et de confiance que jamais&#x201D; &#x2013; Dimensionen der Freundschaft in den Beziehungen Frankreichs zum Heiligen R&#x00F6;mischen Reich zwischen den Friedensschl&#x00FC;ssen von Westfalen und Nimwegen (1648-1679)&#x2019;, in: Bertrand Haan en Christian K&#x00FC;hner (reds.), <italic>Freundschaft. Eine politisch-soziale Beziehung in Deutschland und Frankreich, 12.&#x2013;19. Jahrhundert</italic>. <sc>dhip</sc> discussions 8 (2013). <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://perspectivia.net//publikationen/discussions/8-2013/haug_dimensionen">https://perspectivia.net//publikationen/discussions/8-2013/haug_dimensionen</ext-link>; Michael Talbot, &#x2018;A Treaty of Narratives: Friendship, Gifts, and Diplomatic History in the British Capitulations of 1641&#x2019;, <italic>The Journal of Ottoman Studies</italic> 48 (2016) 357-398. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.18589/oa.588072">https://doi.org/10.18589/oa.588072</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Ingekomen brieven bij G.F. van der Goes-de Eerens; Collectie Overijssel, Archief De Gelder, Correspondentie Van Dedem van de Gelder met G.F. van der Goes, 1800-1802; Archives nationales, Collection Dujardin (ex-collection Brouwet) (1776-1941), Dossier 3; 1791-1809. Documents de l&#x2019;&#x00E9;poque r&#x00E9;volutionnaire concernant les Pays-Bas.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>De Spaanse brievencollectie is fragmentarischer en vereist een eigen problematisering en contextualisering. Het materiaal omvat onder andere zo&#x2019;n 30 brieven van Mariana Waldstein-Lichtenstein, Marquise de Santa Cruz aan Mme Van der Goes uit 1796 en zo&#x2019;n 35 afkomstig van Don Pedro de Aparici, accountant en adviseur bij de Hoge Raad van de Indi&#x00EB;s. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv.nr.72. Een artikel hierover is in voorbereiding. Een voorproefje verscheen reeds in Edwina Hagen, &#x2018;Madame l&#x2019;ambassadrice&#x2019;, <italic>Geschiedenis Magazine</italic> 5 (11 juli 2025) 48-53. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://geschiedenismagazine.nl/madame-l-ambassadrice">https://geschiedenismagazine.nl/madame-l-ambassadrice</ext-link>. Met dank aan Laura Greven, die de Spaans- en Franstalige brieven van Cruz en Aparici transcribeerde en vertaalde.</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Zie voor de beperkte toepassing van recente emotiehistorische inzichten in Nederlandse biografie&#x00EB;n over laat achttiende-eeuwse staatsmannen het besprekingsartikel: Edwina Hagen, &#x2018;De emotionele opmaak van revolutionairen. De politieke (revolutie-)biografie en het vraagstuk van de emotie-duiding&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 135:4 (2022) 422-431. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.5117/TvG2022.4.005.HAGE">https://doi.org/10.5117/TvG2022.4.005.HAGE</ext-link>. Zie voor deze kwestie ook idem, &#x2018;Recensie van Donald Haks, <italic>Tussen Verlichting en Revolutie. Anton Reinhard Falck 1777-1843</italic> (Verloren 2023)&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> 140 (2025). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51769/bmgn-lchr.23460">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.23460</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Over de scheidingsthese bestaat een vracht aan literatuur. Een klassieker is: Joan B. Landes, <italic>Women and the Public Sphere in the Age of the French Revolution</italic> (Cornell University Press 1988). Gender- en emotiehistorici onderkennen inmiddels dat het echte geleefde leven een complexer beeld geeft: politiek kent een sociale dimensie, de private ruimte is niet altijd apolitiek. Bijvoorbeeld: Elaine Chalus, <italic>Elite Women in English Political Life, c.1754-1790</italic> (Oxford University Press 2005). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1093/acprof%3Aoso/9780199280100.001.0001">https://doi.org/10.1093/acprof:oso/9780199280100.001.0001</ext-link>; Nicole Eustace, <italic>Passion Is the Gale: Emotion, Power, and the Coming of the American Revolution</italic> (University of North Carolina Press 2011).</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Maurits Ebben en Louis Sicking, &#x2018;Nieuwe diplomatieke geschiedenis van de premoderne tijd. Een inleiding&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 127:4 (2014) 541-552. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.5117/TVGESCH2014.4.SICK">https://doi.org/10.5117/TVGESCH2014.4.SICK</ext-link>; Karin Aggestam en Ann Towns, &#x2018;The Gender Turn in Diplomacy: A New Research Agenda&#x2019;, <italic>International Feminist Journal of Politics</italic> 21:1 (2018) 9-28. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/14616742.2018.1483206">https://doi.org/10.1080/14616742.2018.1483206</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Katrin Keller, &#x2018;Mit den Mitteln einer Frau: Handlungsspielr&#x00E4;ume adliger Frauen in Politik und Diplomatie&#x2019;, in: Hillard von Thiessen en Christian Windler (reds.), <italic>Akteure der Au&#x00DF;enbeziehungen. Netzwerke und Interkulturalit&#x00E4;t im historischen Wandel</italic> (B&#x00F6;hlau 2010) 219-244. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.7788/boehlau.9783412212698.219">https://doi.org/10.7788/boehlau.9783412212698.219</ext-link>. Zie ook: Gemma Allen, &#x2018;The Rise of the Ambassadress: English Ambassadorial Wives and Early Modern Diplomatic Culture&#x2019;, <italic>The Historical Journal</italic> 62:3 (2019) 617-638. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/S0018246X1800016X">https://doi.org/10.1017/S0018246X1800016X</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p>Sluga en James, <italic>Women, Diplomacy and International Politics</italic>; Glenda Sluga, <italic>The Invention of International Order: Remaking Europe after Napoleon</italic> (Princeton University Press 2021).</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p>Susanna Erlandsson en Rimko van der Maar, &#x2018;Trouw aan Buitenlandse Zaken. Margaret van Kleffens, Anne van Roijen, de ambassade in Washington en de betekenis van het diplomatiek partnerschap voor de naoorlogse Nederlandse buitenlandse betrekkingen&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 134:3 (2021) 361-384, 363. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.5117/TVG2021.3.002.ERLA">https://doi.org/10.5117/TVG2021.3.002.ERLA</ext-link>; Marc Dierikx, &#x2018;The Slow Ascent of Women in Dutch Diplomacy: The Case of Maria Witteveen&#x2019;, <italic>Diplomatica</italic> 2:1 (2020) 145-153. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/25891774-00201012">https://doi.org/10.1163/25891774-00201012</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>Chalus, <italic>Elite Women</italic>.</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Dena Goodman, <italic>The Republic of Letters: A Cultural History of the French Enlightenment</italic> (Cornell University Press 1994). Lilti weerlegde Goodmans visie op de salonni&#x00E8;res als pleitbezorgers van de republikeinse regeringsvorm. Hij kenschetste de Parijse salons als een voortzetting van de hofcultuur, die pro-Verlichtingsdenken en niet per se pro-revolutie was: Antoine Lilti, <italic>The World of The Salons: Sociability and Worldliness in Eighteenth-Century Paris</italic> (Oxford University Press 2015).</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Kristine Dyrmann, &#x2018;Spa Diplomacy: Charlotte Schimmelmann at Bad Pyrmont, 1789-94&#x2019;, <italic>The International History Review</italic> 44:5 (2022) 1035-1047. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/07075332.2021.1934070">https://doi.org/10.1080/07075332.2021.193400 </ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>Rayne Allinson, <italic>A Monarchy of Letters: Royal Correspondence and English Diplomacy in the Reign of Elizabeth <sc>i</sc></italic> (Palgrave Macmillan 2012) (Queenship and Power, 12). Zie ook noot 7.</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p>Bijvoorbeeld Beatrice de Graaf, &#x2018;Bringing Sense and Sensibility to the Continent: Vienna 1815 Revisited&#x2019;, <italic>Journal of Modern European History</italic> 13:4 (2015) 447-457. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.17104/1611-8944-2015-4-447">https://doi.org/10.17104/1611-8944-2015-4-447</ext-link>; Yuri van Hoef, &#x2018;Interpreting Affect Between State Leaders: Assessing the Political Friendship Between Winston S. Churchill and Franklin D. Roosevelt&#x2019;, in: Ma&#x00E9;va Cl&#x00E9;ment en Eric Sangar (reds.), <italic>Researching Emotions in International Relations: Methodological Perspectives on the Emotional Turn</italic> (Palgrave Macmillan 2018) 51-73. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1007/978-3-319-65575-8_3">https://doi.org/10.1007/978-3-319-65575-8_3</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p>Iconische werken over vriendschap van onder anderen Aristoteles, Cicero, Michel de Montaigne en Hannah Arendt passeren de revue in: Alex Cain, &#x2018;Political Friendship, Respect, Community: Hannah Arendt&#x2019;s De-Materialization of Aristotelian Political Friendship&#x2019;, <italic>Philosophy &#x0026; Social Criticism</italic> (2024). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1177/01914537241232580">https://doi.org/10.1177/01914537241232580</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p>Gido Berns, &#x2018;De tijd van de vriendschap. Vriendschap, broederschap en democratie bij Derrida&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Filosofie</italic> 75:2 (2013) 215-246; Heather Devere, &#x2018;The Academic Debate on Friendship and Politics&#x2019;, <italic><sc>amity</sc>: The Journal of Friendship Studies</italic> 1:1 (2013) 5-33. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.5518/AMITY/2">https://doi.org/10.5518/AMITY/2</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn26"><label>26</label><p>Emmanuel Lem&#x00E9;e, &#x2018;Harnessing Anger and Shame: Emotional Diplomacy in Early Modern Context&#x2019;, <italic>Diplomatica</italic> 3:1 (2021) 1-22. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/25891774-03010001">https://doi.org/10.1163/25891774-03010001</ext-link>. Zie ook: Susan Broomhall, &#x2018;Ruling Emotions: Affective and Emotional Strategies of Power and Authority Among Early Modern European Monarchies&#x2019;, in: Elena Woodacre et al. (reds.), <italic>The Routledge History of Monarchy</italic> (Routledge 2019) 668-684.</p></fn>
<fn id="fn27"><label>27</label><p>Susan Broomhall, &#x2018;Diplomatic Emotions: International Relations as Gendered Acts of Power&#x2019;, in: Lynch en Broomhall, <italic>The Routledge History of Emotions</italic>, 283-302. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315190778-24">https://doi.org/10.4324/9781315190778-24</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn28"><label>28</label><p>Isabella Lazzarini, <italic>Communication and Conflict: Italian Diplomacy in the Early Renaissance, 1350-1520</italic> (Oxford University Press 2015). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1093/acprof%3Aoso/9780198727415.001.0001">https://doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198727415.001.0001</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn29"><label>29</label><p>Tilman Haug, &#x2018;Negotiating with &#x201C;Spirits of Brimstone and Salpetre&#x201D;: Seventeenth Century French Political Officials and Their Practices and Representation of Anger&#x2019;, in: Karl A.E. Enenkel en Anita Traninger (reds.), <italic>Discourses of Anger in the Early Modern Period</italic> (Brill 2015) 381-402. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/9789004300835_017">https://doi.org/10.1163/9789004300835_017</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn30"><label>30</label><p>Tracy Adams, &#x2018;Issuing from the Great Flame of this Joy: Marguerite of Navarre, Louise of Savoy, and Emotional Intimacy&#x2019;, in: Andreea Marculescu en Charles-Louis Morand M&#x00E9;tivier (reds.), <italic>Affective and Emotional Economies in Medieval and Early Modern Europe</italic> (Palgrave Macmillan 2018) (Palgrave Studies in the History of Emotions) 65-85. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1007/978-3-319-60669-9_4">https://doi.org/10.1007/978-3-319-60669-9_4</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn31"><label>31</label><p>Astrid Theerens, &#x2018;B(e)rekende liefde. Diplomatieke strategie van genegenheid door Catharina de&#x2019; Medici, Filips <sc>ii</sc> en Elizabeth <sc>i</sc>&#x2019;, <italic>Leidschrift</italic> 34:3 (2019) 35-49.</p></fn>
<fn id="fn32"><label>32</label><p>Sarah Horowitz, <italic>Friendship and Politics in Post-Revolutionary France</italic> (Pennsylvania State University Press 2013). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.26530/OAPEN_625754">https://doi.org/10.26530/OAPEN_625754</ext-link>. Zie ook: Ute Frevert, &#x2018;Vertrauen &#x2013; Eine historische Spurensuche&#x2019;, in: idem (red.), <italic>Vertrauen: Historische Ann&#x00E4;herungen</italic> (Vandenhoeck &#x0026; Ruprecht 2003) 7-66, 24.</p></fn>
<fn id="fn33"><label>33</label><p>Pim Waldeck, <italic>Maarten van der Goes van Dirxland (1751-1826). Nederlands eerste minister van Buitenlandse Zaken</italic> (Vantilt 2017) 61-63.</p></fn>
<fn id="fn34"><label>34</label><p>Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn35"><label>35</label><p>Ibidem, 55.</p></fn>
<fn id="fn36"><label>36</label><p>Friedrich Carl von Moser, &#x2018;Die Gesandtin nach ihren Rechten und Pflichten&#x2019;, in: <italic>Kleine Schriften, Zur Erl&#x00E4;uterung des Staats- und V&#x00F6;lcker-Rechts, wie auch des Hof- und Canzley-Ceremoniels</italic> (Frankfurt: Johann Benjamin Andre&#x00E4;, 1752) 133-331. De Franse versie dateert uit hetzelfde jaar: <italic>L&#x2019;ambassadrice et ses droits</italic> (Berlijn: Etiennne de Bourdeaux, 1752).</p></fn>
<fn id="fn37"><label>37</label><p>Geciteerd in: Florian K&#x00FC;hnel, &#x2018;&#x201C;Minister-like Cleverness, Understanding, and Influence on Affairs&#x201D;: Ambassadresses in Everyday Business and Courtly Ceremonies at the Turn of the Eighteenth Century&#x2019;, in: Tracey A. Sowerby en Jan Hennings (reds.), <italic>Practices of Diplomacy in the Early Modern World c. 1410-1800</italic> (Routledge 2017) 130-146, 130.</p></fn>
<fn id="fn38"><label>38</label><p>De Amerikaanse gezant Vans Murray eerde Mme Van der Goes met een van zijn zelfgemaakte gedichten. (&#x2018;The statesman&#x2019;s cares&#x2019; &#x2013; &#x2018;the Wife inspires&#x2019;). <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv.nr. 72, Den Haag, 22 december 1797; Edwina Hagen, <italic>President van Nederland. Rutger Jan Schimmelpenninck 1761-1825</italic> (Balans 2012) 190, 236.</p></fn>
<fn id="fn39"><label>39</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Bernstorff aan Mme Van der Goes, 21 april 1794.</p></fn>
<fn id="fn40"><label>40</label><p>Ibidem, 4 januari 1794.</p></fn>
<fn id="fn41"><label>41</label><p>Julie Kr&#x00FC;dener schreef in 1793 aan Mme Van der Goes meerdere &#x2018;vrienden&#x2019; aan de Parijse Terreur te hebben verloren en vroeg haar retorisch: &#x2018;Wat zeg je over de zaken van Europa, de prooien van dit vervloekte nageslacht van de Fransen [&#x2026;] het [de Terreur] is een Hydra-kop die altijd herboren wordt&#x2019;. Origineel: &#x2018;que ditez vous des affairs de l&#x2019;Europe, des proyes de cette maudite engeance des Fran&#x00E7;ois, [&#x2026;] c&#x2019;est une Tete d&#x2019;hydre qui renait toujours&#x2019;. Archives nationales, Collection Dujardin (1791-1809), Documents de l&#x2019;&#x00E9;poque r&#x00E9;volutionnaire concernant les Pays-Bas.</p></fn>
<fn id="fn42"><label>42</label><p>Faire-part imprim&#x00E9; envoy&#x00E9; &#x00E0; la &#x201C;senora de Van der Goes&#x201D; pour le service fun&#x00E8;bre de Marie-Antoinette &#x00E0; Madrid (Espagne). D&#x00E9;cembre 1793. Archives nationales, Collection Dujardin (1791-1809), Documents de l&#x2019;&#x00E9;poque r&#x00E9;volutionnaire concernant les Pays-Bas. </p></fn>
<fn id="fn43"><label>43</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 76.</p></fn>
<fn id="fn44"><label>44</label><p>Geciteerd in Waldeck (en betiteld als &#x2018;aloude list&#x2019;): ibidem, 102-103. Het voor dit artikel geraadpleegde corpus bevat een brief van Mme Van der Goes aan Hahn uit Parijs (1797) en een van hem aan haar. Archief van de familie Van Tets van Goudriaan en aanverwante geslachten. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc>, Archief van de familie Van Tets van Goudriaan en aanverwante geslachten, 1547-1889 (2.21.158), inv. nr. 69.</p></fn>
<fn id="fn45"><label>45</label><p>Mme Van der Goes&#x2019; vriendin Catharina Nahuys, Schimmelpennincks echtgenote, bewoog zich in dezelfde periode op vergelijkbare soepele wijze in de Parijse diplomatieke wereld van Napoleon: Hagen, <italic>President van Nederland</italic>, 190, 236.</p></fn>
<fn id="fn46"><label>46</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 87.</p></fn>
<fn id="fn47"><label>47</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv.nr. 72. Brieven van Marquis del Campo aan Mme Van der Goes. Zie voor de politieke en diplomatieke betekenissen van kledingkeuzes: Hagen, &#x2018;Madame l&#x2019;ambassadrice&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn48"><label>48</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 247.</p></fn>
<fn id="fn49"><label>49</label><p>Ibidem, 75.</p></fn>
<fn id="fn50"><label>50</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72. Brieven van Bernstorff aan Mme Van der Goes.</p></fn>
<fn id="fn51"><label>51</label><p>Elsa Plath-Langheinrich, <italic>Als Goethe nach Uetersen schrieb. Das Leben der Conventualin Augusta Louise Gr&#x00E4;fin zu Stolberg-Stolberg</italic> (Wachholtz 1993); Helmut Koopmann, <italic>Goethe und Frau von Stein. Geschichte einer Liebe</italic> (C.H. Beck 2001); Gerard Valette, &#x2018;Goethe en Augusta Stolberg&#x2019;, <italic>De Gids</italic> 45:1 (1881) 484-524.</p></fn>
<fn id="fn52"><label>52</label><p>Over Charlotte Schimmelmann als salonni&#x00E8;re: Anne Scott S&#x00F8;rensen, &#x2018;Taste, Manners and Attitudes &#x2013; The Bel Esprit and Literary Salon in Scandinavia c. 1800&#x2019;, in: Drude von der Fehr, Anna G. J&#x00F3;nasd&#x00F3;ttir en Bente Rosenbeck (reds.), <italic>Is There a Nordic Feminism? Nordic Feminist Thought on Culture and Society</italic> (Digitale editie, <sc>ucl</sc> Press 2005) 122-149.</p></fn>
<fn id="fn53"><label>53</label><p>Sluga, <italic>The Invention of International Order</italic>, 190, 191-193, 195, 204-205. Zie ook: Clarence Ford, <italic>The Life and Letters of Madame de Kr&#x00FC;dener</italic> (Londen: A &#x0026; C Black 1893).</p></fn>
<fn id="fn54"><label>54</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv.nr. 72. Onder andere 11 brieven van een (hier niet uitgewerkt) Deens contact: Sophie Louise Charlotte Baudissin, dochter van Friedrich Otto graaf Von Dernath, lid van de Deense Geheimraad. K.C. Rockstroh, &#x2018;Carl von Baudissin&#x2019;, in: <italic>Dansk Biografisk Leksikon</italic>, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://biografiskleksikon.lex.dk/Carl_von_Baudissin">https://biografiskleksikon.lex.dk/Carl_von_Baudissin</ext-link>; De Mansbach aan Mme Van der Goes, 18 september 1792; Berlichingen aan Mme Van der Goes, z.d.; De Mansbach aan Mme Van der Goes, z.d.; F. d&#x2019;Oeynhausen aan Mme Van der Goes, z.d.; M.W. Schmettau aan Mme Van der Goes, z.d. Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 21. Bedankbrieven hofpersoneel: <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) inv. nr 72. Namen: Louise Jeanne Charlotte Molles; Debora Fabritius de Tengnagel geboren van Kloppenburg.</p></fn>
<fn id="fn55"><label>55</label><p>&#x2018;Ik ben erg blij dat je zo gevorderd bent in het spreken van het Spaans&#x2019;: <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Brief van Don Pedro de Aparici aan Mme Van der Goes, 10 oktober 1796.</p></fn>
<fn id="fn56"><label>56</label><p>Sophie Holm, &#x2018;Language and Diplomatic Culture in the Early Modern Period&#x2019;, in: Doroth&#x00E9;e Goetze en Lena Oetzel (reds.), <italic>Early Modern European Diplomacy: A Handbook</italic> (De Gruyter Oldenbourg 2023) 613-630. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9783110672008-032">https://doi.org/10.1515/9783110672008-032</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn57"><label>57</label><p>Alleen van de langere citaten zijn in de noten de originele Franse teksten (inclusief de originele verschrijvingen) opgenomen. Korte citaten en parafrases zijn voorzien van een verwijzing naar de betreffende bron.</p></fn>
<fn id="fn58"><label>58</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, map Charlotte Schimmelmann. De auteur van de handgeschreven vellen over vriendschap is niet met zekerheid vastgesteld.</p></fn>
<fn id="fn59"><label>59</label><p>Brieven voornamelijk over porseleinen siervoorwerpen die Van Dedem voor Mme Van der Goes meenam op zijn Italiaanse reizen: Collectie Overijssel, Archief Van Gelder, Correspondentie Van Dedem van de Gelder met G.F. van der Goes, 1800-1802. Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 247, 285.</p></fn>
<fn id="fn60"><label>60</label><p>&#x2018;Te oordelen naar uw brieven, beste vriendin, zijn sommige van mijn brieven verloren gegaan, en ik vrees ook de uwe. Weet u waar we volgend jaar mee beginnen, om nummers op onze brieven te zetten, zodat we weten of er verloren zijn of niet. Heb ik geen gelijk?&#x2019;: <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) inv. nr. 72, 11 september 1794.</p></fn>
<fn id="fn61"><label>61</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 25.</p></fn>
<fn id="fn62"><label>62</label><p>Ibidem, 73.</p></fn>
<fn id="fn63"><label>63</label><p>Zie ook noot 78 en 79.</p></fn>
<fn id="fn64"><label>64</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 349. Getraceerde brieven in Deense archieven: Louis Bob&#x00E9;, <italic>Efterladte Papirer fra den Reventlowske Familiekreds</italic> (Kopenhagen: Lehmann &#x0026; Stage, 1895-1931) <sc>iv</sc> 310 en <sc>ix</sc> 373. Zie ook noot 74.</p></fn>
<fn id="fn65"><label>65</label><p>Th.H.P.M. Thomassen en J.C.M. Pennings, <italic>De archieven van Nederlandse gezanten en consuls tot 1811 &#x2013; Algemene Inleiding Nationaal Archief</italic> (Den Haag 1994) [versie 1 mei 2021] 61.</p></fn>
<fn id="fn66"><label>66</label><p>Minuten (kopie&#x00EB;n) in de Nederlandse archieven ontbreken (in tegenstelling tot die van haar man). Hetzelfde geldt voor de brieven van Catharina Schimmelpenninck-Nahuys: Hagen, <italic>President van Nederland</italic>, 20; en de correspondentie van parlementsvrouw Jeanette van Delen: Peter J. Tomson, <italic>Cornelis van Foreest. Beginselvast bestuurder in een tijdperk van revoluties</italic> (1756-1825) (Verloren 2021) 10.</p></fn>
<fn id="fn67"><label>67</label><p>Thomassen en Pennings, <italic>De archieven</italic>, 56-61.</p></fn>
<fn id="fn68"><label>68</label><p>Zie voor een archiefomschrijving noot 11.</p></fn>
<fn id="fn69"><label>69</label><p>Een ander beloftevol brontype dat aangeboord kan worden voor de reconstructie van de rol van vroegmoderne (Nederlandse) diplomatenvrouwen wordt gevormd door gedigitaliseerde bestanden van Nederlandse (en Franstalige) kranten: Nina Lamal, &#x2018;The Roles of Ambassadresses in Early Modern Diplomacy: The Promise of Digitised Seventeenth-Century Dutch Newspapers&#x2019;, <italic>Early Modern Low Countries</italic> 9:1 (2025) 88-100. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51750/emlc23012">https://doi.org/10.51750/emlc23012</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn70"><label>70</label><p>Getuige onder andere noot 19 en 20 van hoofdstuk 5 op pagina 348 raadpleegde Waldeck <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) (Papieren afkomstig van D.J. de Eerens en enige familieleden) inventarisnummer 63 (dagboek) en 67 (diploma adelsverlening). Het voor dit artikel geraadpleegde corpus omvat ook inventarisnummer 72 van hetzelfde archief (Ingekomen brieven bij G.F. van der Goes-de Eerens. 1779-1797) en de niet bij Waldeck genoemde Parijse Collection Dujardin.</p></fn>
<fn id="fn71"><label>71</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 12. Schimmelmann en haar echtgenoot, Augusta Bernstorff en Julie Kr&#x00FC;dener spelen in Waldecks boek geen rol.</p></fn>
<fn id="fn72"><label>72</label><p>Ibidem, 161, 247, 319.</p></fn>
<fn id="fn73"><label>73</label><p>Ibidem, 55.</p></fn>
<fn id="fn74"><label>74</label><p>Op pagina 75 van Waldecks biografie verwijst noot 48 naar een brief die (de zieke) Van der Goes aan zijn vrouw dicteerde (<sc>na</sc> 1.01.02, 7160) en een brief van Van Nieuwerkerke aan Quarles, d.d. 2 november 1795. Op pagina 103 verwijst noot 57 naar een brief (en kattenbelletje) van Mme Van der Goes aan parlementslid Hahn uit het archief van de familie Van Tets van Goudriaan en aanverwante geslachten. Enkele verwijzingen naar &#x2018;de correspondentie van zijn vrouw&#x2019; op pagina&#x2019;s 76 en 77 refereren aan noot 49 van hoofdstuk 5 met vermelding van enkele brieven uit offici&#x00EB;le archieven berustend bij het Nationaal Archief te Den Haag (Staten Generaal; Maarten van der Goes van Dirxland; Provisionele Representanten van het Volk van Holland; Comit&#x00E9; van Buitenlandse Zaken). <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) biedt hierop aanvullingen.</p></fn>
<fn id="fn75"><label>75</label><p>Het bij archivarissen enige bekende achttiende-eeuwse voorbeeld is tot dusver Catharina Schimmelpenninck-Nahuys: Thomassen en Pennings, <italic>De archieven</italic>, 33-34.</p></fn>
<fn id="fn76"><label>76</label><p>Spaanse aanhef in Franse brieven van Mariana Waldstein-Lichtenstein, Marquise de Santa Cruz aan Mme Van der Goes uit 1796: <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72.</p></fn>
<fn id="fn77"><label>77</label><p>Thomassen en Pennings, <italic>De archieven</italic>, 44-45.</p></fn>
<fn id="fn78"><label>78</label><p>Bernstorff hield niet van &#x2018;onvoorzichtigheid&#x2019; en zwoer Mme Van der Goes nooit haar brieven aan anderen te laten lezen of de inhoud ervan te vertellen (of het moest zijn aan een gemeenschappelijke vriendin). Origineel: &#x2018;je n&#x2019;ai aim&#x00E9; aucune imprudence &#x2013; personne a vu vos lettres (&#x2026;) et jamais en entier. jamais je nous le jure ce que vous m&#x2019;avez confi&#x00E9;e&#x2019; (sic): 11 september 1794. Zie ook: Jos Gabri&#x00EB;ls et al. (reds.), <italic>In vriendschap en vertrouwen. Cultuurhistorische essays over confidentialiteit</italic> (Verloren 2014).</p></fn>
<fn id="fn79"><label>79</label><p>Origineel: &#x2018;Est il prudent de dire tout ce qu&#x2019;on pense, et au mains en dire assez, pour faire deviner le reste?&#x2019;. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, 18 oktober 1796.</p></fn>
<fn id="fn80"><label>80</label><p>Lawrence J. Baack, &#x2018;State Service in the Eighteenth Century: The Bernstorffs in Hanover and Denmark&#x2019;, <italic>The International History Review</italic> 1:3 (1979) 323-348. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/07075332.1979.9640188">https://doi.org/10.1080/07075332.1979.9640188</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn81"><label>81</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 56-61.</p></fn>
<fn id="fn82"><label>82</label><p>Ook als filosofische kern van opvattingen over moreel verantwoorde internationale betrekkingen: ibidem, 70.</p></fn>
<fn id="fn83"><label>83</label><p>Schimmelmanns salons vonden &#x2019;s zomers meestal plaats in haar landhuis S&#x00F8;lyst op Seeland of slot Brahetrolleborg op Funen. Kristine Dyrmann, &#x2018;The Court in the Countryside: Privacy and Political Sociability in the Suburban Villas of Copenhagen&#x2019;s Late Eighteenth-Century Court Elite&#x2019;, <italic>The Court Historian</italic> 28:1 (2023) 32-48. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/14629712.2023.2173408">https://doi.org/10.1080/14629712.2023.2173408</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn84"><label>84</label><p>Dyrmann, &#x2018;Spa Diplomacy&#x2019;. Bernstorff schrijft Mme Van der Goes over de bezoeken van de koninklijke prinsessen aan Pyrmont in brieven van 21 en 28 juni 1794; 7 mei 1796. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72.</p></fn>
<fn id="fn85"><label>85</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 248.</p></fn>
<fn id="fn86"><label>86</label><p>Ibidem, 69.</p></fn>
<fn id="fn87"><label>87</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Mme Van der Goes aan Paulus Eerens, 28 januari 1792. Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 21.</p></fn>
<fn id="fn88"><label>88</label><p>Mme Van der Goes kende zowel prinses Louise Augusta, dochter van de verbannen (en al gestorven) koningin-gemalin en de (onthoofde) Struensee, lijfarts van de koning die sympathiseerde met de staatsgreep van 1784 en prinses Sophia, de dochter van de in 1766 overleden koning Frederik <sc>v</sc>. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Bernstorff aan Mme Van der Goes, 21 juli 1796. Ook bezocht zij diens tweede echtgenote, Juliana Maria (&#x2018;Sa Majest&#x00E9; la Reine&#x2019;). Holck Winterfeldt aan Mme Van der Goes, 1 april 1791. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 20. Zij ontving ook post van Sophia Frederika van Mecklenburg-Schwerin, de echtgenote van prins Frederik <sc>vi</sc> van Denemarken. Zie ook: John Christian Laursen, &#x2018;Spinoza in Denmark and the Fall of Struensee, 1770-1772&#x2019;, <italic>Journal of the History of Ideas</italic> 61:2 (2000) 189-202. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1353/jhi.2000.0021">https://doi.org/10.1353/jhi.2000.0021</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn89"><label>89</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186) 28 januari 1792.</p></fn>
<fn id="fn90"><label>90</label><p>Maarten van der Goes verkreeg de titel baron in Nederland bij Koninklijk besluit in 1821.</p></fn>
<fn id="fn91"><label>91</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr 63. Dagboek D.J. de Eerens 1803, 15-18; Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 61.</p></fn>
<fn id="fn92"><label>92</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Mme Van der Goes aan Paulus Eerens, december 1791. Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 22.</p></fn>
<fn id="fn93"><label>93</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Charles Prince de Hesse aan Mme Van der Goes, 12 april 1793. Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 22.</p></fn>
<fn id="fn94"><label>94</label><p>De bemiddelaarsrol van Prins Carel van Hessen-Kassel heeft wellicht te maken met de sleutelpositie die hij in regeringskringen innam, niet alleen als vader van de prinses maar ook als geestverwant van de Bernstorffs. Hij was lid van vrijwel alle geheime esoterische ordes uit de achttiende eeuw en vormde juist in deze jaren een kleine en geheime religieuze groep in Kopenhagen rond Augusta Bernstorff en haar echtgenoot. Edwina Hagen, &#x2018;The Diplomatic Handling of Religion in Letters from and to Women at the Intersection of Diplomacy, Court and Politics in Europe at the End of the Eighteenth Century: An Exploration Based on a Dutch Case&#x2019;. Paper gepresenteerd tijdens congres &#x2018;Religiosity, Women&#x2019;s Self-Writing and Court Networks in Early Modern Europe&#x2019; in Wenen (20-21 februari 2025) (te verschijnen in de reeks <italic>Selbstzeugnisse der Neuzeit</italic>).</p></fn>
<fn id="fn95"><label>95</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 348, noot 20.</p></fn>
<fn id="fn96"><label>96</label><p>De heraldische symboliek op het verleende goudgroene wapen bestaat onder meer uit twee witte naar elkaar gekeerde duiven, symbolen voor vrede en verzoening. Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn97"><label>97</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), Mme Van der Goes aan Paulus Eerens, 28 januari 1792. Geciteerd in Bakhuizen van den Brink, &#x2018;Echtgenotes&#x2019;, 21.</p></fn>
<fn id="fn98"><label>98</label><p>Bob&#x00E9;, <italic>Efterladte papirer</italic>, 164.</p></fn>
<fn id="fn99"><label>99</label><p>Ibidem, 112.</p></fn>
<fn id="fn100"><label>100</label><p>Ibidem, 130.</p></fn>
<fn id="fn101"><label>101</label><p>In januari 1792: Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 68.</p></fn>
<fn id="fn102"><label>102</label><p>Origineel: &#x2018;vous me demandez si je vois beaucoup les dames diplomatiques? oui comme cela &#x2013; pas cependant beaucoup &#x2013; si je les aime? comme mes prochains oui, et m&#x00EA;me un peu plus, mais il n&#x2019;est pas question de liaison d&#x2019;amiti&#x00E9;&#x2019;. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, 18 oktober 1796.</p></fn>
<fn id="fn103"><label>103</label><p>Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn104"><label>104</label><p>Dyrmann, &#x2018;The Court&#x2019;, 38.</p></fn>
<fn id="fn105"><label>105</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 57-61, 63-67.</p></fn>
<fn id="fn106"><label>106</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Schimmelmann aan Mme Van der Goes, januari 1789.</p></fn>
<fn id="fn107"><label>107</label><p>Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn108"><label>108</label><p>Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn109"><label>109</label><p>Bob&#x00E9;, <italic>Efterladte papirer</italic>, 164.</p></fn>
<fn id="fn110"><label>110</label><p>Origineel: &#x2018;Veuilliez me conserver tous deux votre amiti&#x00E9;, et croire que parmi les amis que vous avez laiss&#x00E9; &#x00E0; Copenhague vous en avez pue de plus vrais et qui vous sont plus sinc&#x00E8;rement attach&#x00E9; que [moi]&#x2019;. Julie Kr&#x00FC;dener aan Mme Van der Goes, z.d. [1793]. Archives nationales, Collection Dujardin (1791-1809), Documents de l&#x2019;&#x00E9;poque r&#x00E9;volutionnaire concernant les Pays-Bas.</p></fn>
<fn id="fn111"><label>111</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, januari 1794.</p></fn>
<fn id="fn112"><label>112</label><p>Ibidem, 16 september 1793.</p></fn>
<fn id="fn113"><label>113</label><p>Ibidem, 9 oktober 1794.</p></fn>
<fn id="fn114"><label>114</label><p>Valette, &#x2018;Goethe en Augusta Stolberg&#x2019;, 484-523, 513.</p></fn>
<fn id="fn115"><label>115</label><p>Origineel: &#x2018;Je n&#x2019;ai pas d&#x2019;amie, avec laquelle je puis parler a lacas ouvert qui m&#x2019;entend, qui partage tout avec moi&#x2019;. <sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, 16 mei 1795.</p></fn>
<fn id="fn116"><label>116</label><p>Ibidem, januari 1794.</p></fn>
<fn id="fn117"><label>117</label><p>Ibidem, 11 september 1794, 9 oktober 1794 en augustus 1795.</p></fn>
<fn id="fn118"><label>118</label><p>Origineel: &#x2018;Dites milles choses bien tendre et amicale de la part de mon bon mari, et de la mienne, a ton digne et excellent mari comme nous l&#x2019;aimons, comme nous le faisons regrette-le!&#x2019;. Ibidem, 20 juli 1793 en 17 juni 1794.</p></fn>
<fn id="fn119"><label>119</label><p>Origineel: &#x2018;Croyez vous que alte Dame sait aprecier le m&#x00E9;rite de l&#x2019;honnetet&#x00E9;?&#x2019;. Ibidem, 11 september 1794.</p></fn>
<fn id="fn120"><label>120</label><p>Ibidem.</p></fn>
<fn id="fn121"><label>121</label><p>Frederik de Coninck was zaakgelastigde van juni tot november 1793.</p></fn>
<fn id="fn122"><label>122</label><p>Waldeck, <italic>Maarten van der Goes</italic>, 68-69.</p></fn>
<fn id="fn123"><label>123</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, 17 juni 1794 en 11 september 1794.</p></fn>
<fn id="fn124"><label>124</label><p>Ibidem, 17 juni 1794.</p></fn>
<fn id="fn125"><label>125</label><p>Origineel: &#x2018;je ne pais assez vous le repeter ch&#x00E8;re Ami, combien mon mari regrette le cher v: der Goes &#x2013; il n&#x2019;a pas un seul ami entre tout le corps diplomatique&#x2019;. Ibidem, 11 september 1794.</p></fn>
<fn id="fn126"><label>126</label><p>Het betrof: Christiaan Diederik Emerens Johan Bangeman Huygens (zaakgelastigde van april-september 1795).</p></fn>
<fn id="fn127"><label>127</label><p><sc>nl</sc>-<sc>hana</sc> (2.21.186), inv. nr. 72, Bernstorff aan Mme Van der Goes, 16 mei 1795.</p></fn>
<fn id="fn128"><label>128</label><p>Origineel: &#x2018;Le pr: royal parle toujours de votre Mari, comme j&#x2019;aime, et comme je veux qu on parle de ce digne et excellent v: d: Goes &#x2013; en un mot&#x2019;. Ibidem, 11 september 1794, 16 mei 1795.</p></fn>
<fn id="fn129"><label>129</label><p>Origineel: &#x2013; &#x2018;Mssrs: les Ministres etangers ce sont, en portie, conduits un peu indignement&#x2019;. Ibidem, 11 september 1794.</p></fn>
<fn id="fn130"><label>130</label><p>Origineel: &#x2018;Voila le baron de Linde arriv&#x00E9; &#x2013; un le dit bon et honn&#x00EA;te &#x2013; mais qu&#x2019;est ce que cela me fait &#x2013; c&#x2019;est van der goes qu&#x2019; aurait d&#x00FB; l&#x2019;&#x00EA;tre&#x2019;. Ibidem, 13 oktober 1795.</p></fn>
<fn id="fn131"><label>131</label><p>Jennifer Mori, &#x2018;How Women Make Diplomacy: The British Embassy in Paris, 1815-1841&#x2019;, <italic>Journal of Women&#x2019;s History</italic> 27:4 (2015) 137-159. <sc>doi:</sc> <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1353/jowh.2015.0042">https://doi.org/10.1353/jowh.2015.0042</ext-link>; Sluga en James, <italic>Women, Diplomacy and International Politics</italic>; Sluga, <italic>The Invention of International Order</italic>; Joost Welten, <italic>Dansen rond de troon van Willem <sc>i</sc>. De hoven in Den Haag en Brussel 1813-1830</italic> (Sterck &#x0026; De Vreese 2023).</p></fn>
<fn id="fn132"><label>132</label><p>Bijvoorbeeld het <sc>nwo</sc>-onderzoek van Rosanne Baars (Universiteit Leiden): &#x2018;Women, Intelligence, and Diplomacy in Eighteenth-Century Istanbul&#x2019; over de rol van lokale vrouwen in de Nederlands-Osmaanse diplomatie in Istanboel in de achttiende eeuw.</p></fn>
</fn-group>
<sec id="s6">
<title/>
<p><bold>Edwina Hagen</bold> is universitair docent Cultuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Secretariaat van de Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (<sc>nwib</sc>). Haar huidige onderzoek richt zich vooral op de wisselwerking tussen cultuur en macht in de Nederlandse politieke sfeer en binnen de West-Europese context waar politiek, hofcultuur en diplomatie samenkomen en bestrijkt de tweede helft van de achttiende en eerste helft van de negentiende eeuw. Zij publiceerde onder andere <italic>President van Nederland. Rutger Jan Schimmelpenninck 1761-1825</italic> (Balans 2012) en meerdere emotiehistorische artikelen over de Nederlandse politiek van de late achttiende eeuw, waaronder (met Inger Leemans): &#x2018;Een vuurige aandoening van het hart&#x2019;. Drift en geestdrift in het Nederlands theater en de Nationale Vergadering, 1780-1800&#x2019; in <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 126:4 (2013) en &#x2018;&#x201C;Rondborstige sentimenten in de Nationale Vergadering&#x201D;. Sekseverhoudingen, parlementaire politiek en de macht van emotie&#x2019; in <italic>Historica. Tijdschrift voor gendergeschiedenis</italic> 44:1 (2021). E-mail: <email>e.hagen@vu.nl</email>.</p>
<p><bold>Lisa Bakhuizen van den Brink</bold> studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Haar interesse gaat uit naar de politieke en culturele ontwikkelingen van de vroegmoderne Nederlanden, en in het bijzonder de manieren waarop vrouwen daaraan hebben bijgedragen. Haar meest recente werk is &#x2018;Werk aan de (boek)winkel. Een digitaal onderzoek naar vrouwen in de vroegmoderne Amsterdamse boekhandel&#x2019; (Ongepubliceerde masterscriptie, Universiteit van Amsterdam 2025). E-mail: <email>lisabvdb@gmail.com</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>