<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18938</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18938</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De geuren van de kathedraal. De overweldigende 16<sup>de</sup> eeuw in Antwerpen</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Kooten</surname>
<given-names>Rogier</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Antwerpen en Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240030</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Wauters</surname><given-names>Wendy</given-names></name>
</person-group>
<source>De geuren van de kathedraal. De overweldigende 16<sup>de</sup> eeuw in Antwerpen</source>
<publisher-loc>Tielt</publisher-loc>
<publisher-name>Lannoo</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789401486415</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18938"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De laatste jaren mag Antwerpen op een opvallend warme belangstelling rekenen van historici. Vooral de glorietijd van de stad, tussen 1490 en 1560, staat volop in de belangstelling. Antwerpen kruipt daarmee terecht uit de schaduw van zijn Noord-Nederlandse opvolger Amsterdam. Behalve academische werken als <italic>Capital at Work in Antwerp&#x2019;s Golden Age</italic> van Hugo Soly (2022) en <italic>Macht in de metropool</italic> van Janna Everaert (2023) verschenen populair wetenschappelijke boeken van Michael Pye (<italic>Antwerpen. De gloriejaren</italic>, 2021), Bart De Wever en Johan Vermant (<italic>Het verhaal van Antwerpen</italic>, 2022), en een roman van Jeroen Olyslaegers (<italic>Wildevrouw</italic>, 2020). Het werk van Wendy Wauters weet elementen van misschien wel al deze genres op geheel eigen wijze in zich te verenigen.</p>
<p><italic>De geuren van de kathedraal</italic> is gebaseerd op Wauters&#x2019; in 2021 verdedigde en bekroonde proefschrift <italic>De beroering van de religieuze ruimte. De belevingswereld van laatmiddeleeuwse kerkgangers in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekerk (ca. 1450-1566)</italic>, waarvan de wetenschappelijke versie eind 2024 zal verschijnen. Centraal in <italic>De geuren van de kathedraal</italic> staat de ruimtelijke en lichamelijke beleving van de Antwerpse kerkganger in de vijftiende en zestiende eeuw. Hoewel de kathedraal gelukkig nog altijd fier overeind staat herinnert nog maar weinig van de hedendaagse kerkinrichting aan die periode. Wauters zet zich dus noodgedwongen aan een hypothetische reconstructie, inclusief een gereconstrueerde plattegrond met daarop de vele altaren.</p>
<p>Om de unieke aanpak van Wauters goed te begrijpen is het nodig een uitstapje te maken naar haar proefschrift. Wauters&#x2019; onderzoek is sterk ge&#x00EF;nspireerd door de verworvenheden van de <italic>spatial turn</italic> en Henri Lefebvres <italic>La production de l&#x2019;espace</italic> (1974). De kerkelijke ruimte is meer dan het fysieke gebouw met zijn specifieke interieurkenmerken en objecten. Deze krijgen slechts betekenis in de percepties en het (rituele) gedrag van haar bewoners. De kerkelijke ruimte weerspiegelt bovendien de Antwerpse maatschappij: iedereen heeft toegang tot de kerk maar niet op dezelfde manier en tot dezelfde ruimtes. Dit hele complex van factoren is veranderlijk in de tijd en aan culturele context gebonden. Wauters stut haar onderzoek op drie methodologische pijlers. De <italic>psychogeografie</italic>, ofwel het effect van een geografische zone in het gebouw op het gedrag en de emotie van de kerkganger, slaat de brug tussen <italic>spatial turn</italic> en het geleefde geloof van de individu. De <italic>sensory history</italic>, ofwel de zintuiglijke beleving in historisch perspectief, combineert historisch sociologische, microhistorische en cultureel antropologische inzichten om de blik van de onbekende kerkganger te reconstrueren via klank, kleur, geur en gevoel. Om te voorkomen dat de zintuiglijke deconstructie het totaalbeeld versnippert en het samenspel tussen mens, gebouw en object verloren gaat hanteert Wauters een <italic>holistisch</italic> perspectief waarmee de bevindingen uit een brede waaier aan bronnen steeds binnen de Antwerpse casus tegen elkaar worden uitgespeeld. Egodocumenten, narratieve bronnen, kerkrekeningen, juridische bronnen, afbeeldingen en objecten worden samengebracht in een multidisciplinaire aanpak: kunsthistorische gegevens worden geduid met behulp van juridische en milieukundige studies, archeologie en medische geschiedenis.</p>
<p><italic>De geuren van de kathedraal</italic> wordt ingeleid door een historische kadering van Antwerpen in de vijftiende en zestiende eeuw, toen de stad in snel tempo uitgroeide tot d&#x00E9; handelsmetropool van de Lage Landen. Deze centrale positie bracht de stad ook al snel in contact met de idee&#x00EB;n van kerkhervormers zoals Luther en Calvijn. Hervormingsgezinde gelovigen roerden zich steeds heftiger. Te midden van al deze hectiek groeide en bloeide maar ook brandde de Antwerpse kathedraal. De negentien hoofdstukken waarin het boek is georganiseerd vormen een chronologische bloemlezing door ruim honderd jaar geloofsbeleving in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, met als abrupt eindpunt de vernietigende beeldenstorm. Elk hoofdstuk begint met een korte anekdote of situatieschets, een microgeschiedenis die sterk tot de verbeelding spreekt en de lezer op het historisch toneel laat plaatsnemen. De relatief korte hoofdstukken verleiden tot doorlezen. Halverwege het boek zijn 65 goedgekozen afbeeldingen opgenomen waarnaar in de hoofdstukken regelmatig wordt verwezen. Een handige tijdlijn, een uitgebreide &#x2018;beknopte&#x2019; bronverwijzing en bibliografie completeren het boek.</p>
<p>De drie methodologische pijlers van Wauters&#x2019; onderzoek worden niet, zoals in haar proefschrift, in de verdeling van de hoofdstukken geordend, maar zitten verborgen <italic>binnen</italic> elk van de afzonderlijke hoofdstukken. Hier zien we het resultaat van Wauters&#x2019; deconstructie- en reconstructieproces: psychogeografie, sensoriek en religieuze objecten worden aan de hand van menselijke handelingen, bijvoorbeeld tijdens processies, gebeden of andersoortige rituelen, met elkaar verweven. Een goed voorbeeld is hoofdstuk 12, waarin de sacramentsmis centraal staat. Een specifieke locatie in de kerk, de Venerabel kapel, wordt door de broederschap van het Heilig Sacrament prachtig versierd. De geconsacreerde hostie wordt in een speciaal daarvoor gemaakte cirkelvormige standaard voor alle aanwezigen getoond. Er is zang en orgelmuziek, de klokken beieren, kaarsen branden en wierook geurt. Bezoekers staan tot ver buiten de kapel, het gewone volk natuurlijk helemaal achteraan. Alle aanwezigen proberen met uiterste inspanning (sommigen klimmen bovenop andere altaren) een glimp van het ritueel op te vangen om zo de heilzame uitwerking op de ziel te ervaren. Voor een beter begrip van wat zich hier afspeelt wijst Wauters op de middeleeuwse en vroegmoderne notie van de innige verbondenheid van lichaam en ziel: &#x2018;&#x2026; alleen al de zintuiglijke ervaring van een religieuze handeling &#x2013; aanraken van miraculeuze beelden, het horen van gebeden, het ruiken van wierook, het zien van het Heilig Sacrament et cetera &#x2013; leverde een spiritueel voordeel op&#x2019; (93-94). Op deze manier worden de door ons moderne westerlingen misschien niet altijd serieus genomen middeleeuwse gedragingen en opvattingen ineens veel begrijpelijker.</p>
<p>Al lezende door de verschillende hoofdstukken ontvouwt zich het beeld van het leven in een grote zestiende-eeuwse kerk. Het is er &#x00E9;&#x00E9;n grote, kleurige, lawaaiige en overvolle duiventil, waar tegelijkertijd of in korte navolging meer dan honderd missen per dag worden opgedragen. Waar ondertussen een hondenslager zwerfhonden doodknuppelt en de wierooklucht onverwacht wordt verdreven door een stinkende graflucht als de grafdelver weer eens een vloertegel heeft opgelicht om een vers lijk ter aarde te bestellen.</p>
<p>Wauters stelt twee schijnbaar tegengestelde evoluties vast in de door haar onderzochte periode: enerzijds leidde een toenemende invloed van stedelingen (leken) op de geloofsbeleving tot een steeds grotere fragmentatie van de kerkelijke ruimte met verschillende altaren, objecten en kleuren (zo uitbundig dat bezoekers overweldigd en bijna verblind raakten voor individuele details). Anderzijds dwong deze fragmentatie de kerkbezoekers tot een middeleeuws &#x2018;poldermodel&#x2019; van vreedzame co-existentie. Ondanks de constante wedijver tussen de verschillende ambachten en gilden om het mooiste altaar op de beste plaats droegen ze allemaal hun steentje bij aan het zo mooi mogelijk decoreren van de kerk tijdens hoogtijdagen zoals Pinksteren. De &#x00E9;&#x00E9;n door de kapel met mooie tapijten aan te kleden, de ander door welriekende kruiden in het gangpad te strooien of extra zangers in te schakelen voor de gebeden in het hoogkoor.</p>
<p>Hier vraag ik mij af: is dat niet een erg harmonieus beeld? Wauters schetst elders in het boek ook hoe, bijvoorbeeld bij het oprichten van altaren en altaarstukken, de verschillende broederschappen, gilden en ambachten wel degelijk in heftige onderlinge concurrentiestrijd waren verwikkeld. Het lijkt dan ook onwaarschijnlijk dat dit niet tot veel meer conflicten heeft geleid dan hier wordt geschetst, waarbij grotere en welvarende stedelingen en organisaties meer in de melk te brokkelen hadden dan minder welvarende. Juist omdat sociale structuren van buiten de kerk zich ook binnen de kerkelijke ruimte manifesteerden.</p>
<p>Veel hedendaagse kerken, inclusief de Antwerpse kathedraal, zijn volgens Wauters inmiddels ge&#x00EB;volueerd naar zogenaamde <italic>Gesamtkunstwerke</italic>: homogeen geordende en gedecoreerde bouwwerken. Dit proces begon al na de &#x2018;iconoclastische razernijen&#x2019; aan het eind van de zestiende eeuw. Alsof men met een schone lei wilde beginnen predikte de nieuwe mode een kerkelijke ruimte van orde, eenheid en openheid. Het hoogaltaar kwam veel meer centraal te staan ten koste van de zijaltaren. Ook werden aan het einde van de zeventiende eeuw de binnenmuren van de kathedraal wit geschilderd. De hedendaagse kathedraal vormt daarom een schril contrast met de heterogene, kleurrijke, lawaaierige, aromatische en overvolle belevingswereld uit de middeleeuwen: de kerk als <italic>Wunderkammer</italic> en &#x2018;geheugenpaleis&#x2019; (231).</p>
<p><italic>De geuren van de kathedraal</italic> is niet alleen inhoudelijk een overweldigend boek. Wauters slaagt erin de lezer werkelijk het gevoel te geven tussen de omstanders te staan en alle sensorische ervaringen volop mee te beleven. Haar bloemrijke taal speelt een niet te onderschatten rol in het tot leven wekken van de complexe belevingswereld van de zestiende-eeuwse kerkganger. Kortom, inhoud, structuur, stijl en vormgeving zijn in uitstekende balans gebracht en maken het lezen van dit boek (met alle zintuigen die je hebt) tot &#x00E9;&#x00E9;n groot feest.</p>
</body>
</article>