<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18930</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18930</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Laat die gevallen engelen maar liggen</article-title>
<subtitle>Balansbenaderingen in de Belgische en Nederlandse historiografie over het koloniale verleden</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Gerits</surname>
<given-names>Frank</given-names>
</name>
</contrib>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Mathys</surname>
<given-names>Gillian</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2025</year>
</pub-date>
<volume>140</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>55</fpage>
<lpage>79</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2025 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2025</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18930"/>
<abstract>
<p>The publication of <italic>Engelen uit Europa: A.W.F. Idenburg en de moraal van het Nederlands imperialisme</italic> by Hans van der Jagt has generated both praise and fierce criticism. This article attempts to explain this by placing the book&#x2019;s methodology within international Belgian and Dutch historiography, and within the debates between revisionists and advocates of New Imperial History. More specifically we situate this book within a revisionist strand of imperial history that argues for a more balanced approach. According to this so-called balance sheet approach, both the positive and negative aspects of colonialism should be highlighted. However, this methodology ignores the insights of New Imperial History, which emphasises that the influence of the colonies on the metropolis should be central to our study of the colonial past. The authors of this contribution are inspired by New Imperial History in their critique of the balance sheet approach and ultimately, of Van der Jagt&#x2019;s book: this approach undermines explanatory historiography, contains anachronistic elements, disregards the role of ideology, and avoids historical criticism. This article is part of a discussion dedicated to Engelen uit Europa. In previous issues, a review article by Jan Breman and a reply by Van der Jagt were published.</p>
<p>De publicatie van <italic>Engelen uit Europa. A.W.F. Idenburg en de moraal van het Nederlands imperialisme</italic> geschreven door Hans van der Jagt oogstte zowel lof als felle kritiek. Dit artikel probeert dit te verklaren door het boek te plaatsen binnen de internationale Belgische en Nederlandse historiografie en binnen het debat tussen revisionisten en voorstanders van de New Imperial History. Meer specifiek situeren we dit boek binnen een meer revisionistische stroming waarin gepleit wordt voor een evenwichtigere benadering van de geschiedenis van het kolonialisme. Volgens deze zogenaamde balansbenadering moeten zowel de positieve als negatieve aspecten ervan worden belicht. Tegenover deze balansbenadering staan de inzichten van de New Imperial History. Deze historiografische traditie benadrukt de invloed van de koloni&#x00EB;n op de metropool als centraal aandachtspunt in de studie van het koloniale verleden. Wij laten ons door de New Imperial History-benadering inspireren voor onze kritiek op de balansbenadering, en uiteindelijk ook voor onze beoordeling van het boek van Van der Jagt: de balansbenadering ondermijnt een verklarende geschiedschrijving, bevat anachronistische elementen, miskent de rol van ideologie en schuwt de historische kritiek. Dit artikel maakt deel uit van een discussiedossier over Engelen uit Europa. Eerder verschenen al een recensieartikel van Jan Breman en een repliek van Van der Jagt.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<sec id="s1">
<title>Inleiding</title>
<p>Het boek <italic>Engelen uit Europa</italic> van Hans van der Jagt analyseert het beleid van Alexander Willem Frederik Idenburg, gouverneur-generaal van Nederlands-Indi&#x00EB; (1909-1916), gouverneur van Suriname (1905-1908) en minister van Koloni&#x00EB;n (1902-1905) die verantwoordelijk was voor het in de praktijk brengen van de &#x2018;ethische politiek&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn1"><sup>1</sup></xref> Volgens dit koloniale beleid, dat rond 1900 in het leven werd geroepen, werd Nederlands-Indi&#x00EB; niet langer als een wingewest bestuurd en verschoof de focus naar het zogenaamd opvoeden of beschaven van de bevolking (<xref ref-type="fig" rid="fg001">Figuur 1</xref>).</p>
<fig id="fg001">
<label>Figuur 1.</label> 
<caption><p>Ambtenaren van het departement Onderwijs en Eredienst tijdens inspectierondes van het onderwijs in Batavia, rond 1925. Bron: <sc>kitlv</sc>. 116871, publiek domein. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://hdl.handle.net/1887.1/item:892247">http://hdl.handle.net/1887.1/item:892247</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18930_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>In dit gepubliceerde proefschrift is Idenburg onze gids door de geschiedenis van het Nederlands imperialisme: we leren zijn idee&#x00EB;n, intellectuele invloeden, persoonlijke gevoelens, acties en voor- en afkeuren kennen. Andere actoren en gebeurtenissen hebben enkel belang als ze in Idenburgs gezichtsveld opduiken. Om Idenburg te begrijpen, kijkt Van der Jagt vooral naar diens &#x2018;eigen overwegingen en denkkader&#x2019; (p. 48). Deze biografie van Idenburg &#x2013; of een &#x2018;geopolitieke microgeschiedenis&#x2019; volgens Van der Jagt &#x2013; is goed geschreven, brengt een indrukwekkend aantal bronnen bijeen en stelt een aantal belangrijke vragen (p. 45).<xref ref-type="fn" rid="fn2"><sup>2</sup></xref></p>
<p>Van der Jagt plaatst het biografische en persoonlijke perspectief in deze koloniale geschiedschrijving centraal. De keuze voor een studie van een sleutelfiguur in de Nederlandse koloniale politiek is relevant.<xref ref-type="fn" rid="fn3"><sup>3</sup></xref> In 2000 gaf Matthew Connelly reeds aan dat diplomaten en politici in de <italic>Global North</italic> &#x2013; waartoe Idenburg behoorde &#x2013; in veel onderzoek naar dekolonisering onderbelicht worden. In het discours van sommige postkoloniale theoretici transformeerden zij daardoor in de exotische ander.<xref ref-type="fn" rid="fn4"><sup>4</sup></xref> Het een hoeft het ander echter niet uit te sluiten. Aandacht voor antikoloniale vrijheidsstrijders betekent niet noodzakelijk minder aandacht voor de kolonisator, omdat beide een &#x2013; weliswaar ongelijke &#x2013; relatie hadden met elkaar, zo werd reeds in de jaren vijftig van de vorige eeuw beargumenteerd.<xref ref-type="fn" rid="fn5"><sup>5</sup></xref> In goed uitgevoerd onderzoek hoeft een biografie van een koloniale figuur niet noodzakelijk tegenover een studie over antikoloniale <italic>agency</italic> te staan.</p>
<p>Van der Jagt schreef ook geen hagiografie van Idenburg. Zowel de positieve als de negatieve kanten van zijn beleid worden belicht: de zogenaamde balansbenadering. Hier schuilt echter ook een groot deel van het probleem van het boek. De &#x2018;objectieve&#x2019; of &#x2018;genuanceerde&#x2019; aanpak die door Van der Jagt geclaimd wordt, waarin &#x2018;goed&#x2019; en &#x2018;slecht&#x2019; in de weegschaal worden gelegd zorgt niet noodzakelijk voor een beter begrip van de historische realiteit. Van der Jagt stelt dat zijn boek een analyse is van de &#x2018;vreemdsoortige ambivalentie tussen enerzijds de (&#x201C;ethische&#x201D;) koloniale ambitie van Nederlandse bestuurders en anderzijds de desastreuze koloniale praktijk&#x2019; (p. 143). Maar hij beperkt zich tot het vaststellen van &#x2018;ambivalentie&#x2019;, hij verklaart ze niet.</p>
<p>Daarnaast is er ook wat Van der Jagt niet doet. Hij gaat voorbij aan de inzichten uit de New Imperial History. Deze benadering wilde in de vroege jaren 2000 geen keuze maken tussen kolonisator en gekoloniseerde, maar de <italic>relatie</italic> tussen beiden op het voorplan brengen.<xref ref-type="fn" rid="fn6"><sup>6</sup></xref> De <italic>cultural turn</italic>, die mede vormgaf aan de New Imperial History, toonde dat marxistische analyses van koloniale uitbuiting de <italic>agency</italic> van koloniale onderdanen &#x00E9;n imperialisten beperkte.<xref ref-type="fn" rid="fn7"><sup>7</sup></xref> Deze verschillende koloniale actoren handelden uit ideologische overtuigingen die op hun beurt veranderden nadat ze met elkaar in interactie gingen: de kolonisator oefende niet alleen invloed en macht uit op de gekoloniseerde, maar de gekoloniseerde had ook impact op de metropool.<xref ref-type="fn" rid="fn8"><sup>8</sup></xref> De koloniale geschiedenis is een verhaal van uitbuiting en verzet, maar ook een dynamische &#x2013; maar ongelijke &#x2013; relatie van geven en nemen, accommodatie, ondergraving en onderhandeling. Verzet kon bijvoorbeeld voortkomen uit ontgoocheling over niet-ingeloste verwachtingen van de beschavingsmissie en betekende niet noodzakelijk (of niet altijd) een radicale verwerping van ontwikkelingsidee&#x00EB;n.<xref ref-type="fn" rid="fn9"><sup>9</sup></xref> Zoals Frantz Fanon aantoonde, was na decennia van culturele en psychologisch kolonisatie de eigenwaarde van koloniale onderdanen immers vaak aangetast.<xref ref-type="fn" rid="fn10"><sup>10</sup></xref> Dat zien we bij de eerste Congolese premier Patrice Lumumba (<xref ref-type="fig" rid="fg002">Figuur 2</xref>). Hij was een <italic>&#x00E9;volu&#x00E9;</italic> die aanvankelijk &#x2013; afhankelijk van de interpretatie &#x2013; geloofde in het Belgisch beschavingsproject of strategisch gebruikmaakte van opportuniteiten, en in een tweede fase tot de uitdrukkelijke verwerping ervan kwam.<xref ref-type="fn" rid="fn11"><sup>11</sup></xref> In Indonesi&#x00EB; kreeg Mohammed Hatta het Nederlandse model onderwezen, maar hij begon in de jaren 1920 te ijveren voor een vorm van samenwerking tussen Nederland en een onafhankelijk Indonesi&#x00EB;.<xref ref-type="fn" rid="fn12"><sup>12</sup></xref></p>
<fig id="fg002">
<label>Figuur 2.</label>
<caption><p>Patrice Lumumba (zittend) tijdens de Rondetafelconferentie in Brussel, 26 januari 1960. Fotograaf Harry Pot/Anefo. &#x00A9; Nationaal Archief, Den Haag, <sc>cc</sc>0. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://hdl.handle.net/10648/a9a69198-d0b4-102d-bcf8-003048976d84">http://hdl.handle.net/10648/a9a69198-d0b4-102d-bcf8-003048976d84</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18930_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Dit relationele perspectief tussen kolonisator en gekoloniseerde ontbreekt volledig bij Van der Jagt, terwijl een nieuwe generatie historici in Nederland juist daar de focus op legt en de impact van het antikoloniale perspectief en van lokale dynamieken in het kolonialisme bestudeert.<xref ref-type="fn" rid="fn13"><sup>13</sup></xref> In een recensieartikel voor <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> bekritiseerde socioloog Jan Breman Van der Jagts boek als zijnde eurocentrisch.<xref ref-type="fn" rid="fn14"><sup>14</sup></xref> In zijn repliek op Breman stelt Van der Jagt dat hij &#x2018;vele honderden niet-Nederlandse en niet-Europese bronnen, publicaties, periodieken en tijdschriften&#x2019; heeft geraadpleegd.<xref ref-type="fn" rid="fn15"><sup>15</sup></xref> En inderdaad, de stem van antikoloniale intellectuelen ontbreekt niet volledig in zijn boek. Hoofdstuk 9 kijkt naar de opkomst van volksbewegingen Sareket Islam en de Indische Partij, maar schetst niet hoe zij het Nederlandse koloniale systeem zagen als een ontwrichting van hun samenleving en cultuur. Integendeel, Van der Jagt evalueert Idenburgs beleid binnen de grenzen van het discours dat Idenburg over zichzelf hanteerde: &#x2018;Idenburgs behoedzame optreden werd over het algemeen bewonderd door Indonesi&#x00EB;rs&#x2019; (p. 232). De contouren van de historische werkelijkheid &#x2013; waarin ook kritische koloniale activisten een prominente plaats hadden &#x2013; blijven vaag. Nochtans zijn historici zich steeds meer gaan interesseren voor de stem van mensen zoals de Surinaamse antikoloniale denker Anton de Kom, de Indonesische intellectueel I Nengah Metra of Patrice Lumumba, omdat het koloniale project beter begrepen kan worden als het door hun ogen wordt bekeken.<xref ref-type="fn" rid="fn16"><sup>16</sup></xref></p>
<p>Deze antikoloniale denkers ontdoen de beloften van de ethische politiek en de Belgische modelkolonie van hun morele pretenties en ontmaskeren ze als geslepen <italic>public relations</italic>. Hun publicaties maakten duidelijk dat het imperiale project een ideologisch project was, waarbij de beoogde moderniteit in de kolonies alleen bereikt kon worden met de helpende hand van de imperiale grootmachten. Zij wezen erop dat onafhankelijkheid en moderniteit steeds werden uitgesteld: nooit was de koloniale onderdaan westers of ontwikkeld genoeg om op gelijke voet met de witte Europeaan te staan. De economische resultaten bleven ver onder de verwachting en verheffing was vaak een synoniem voor uitbuiting. Racisme zat zo diep in de kolonisator ingebakken dat het de imperialisten zelf ontmenselijkte.<xref ref-type="fn" rid="fn17"><sup>17</sup></xref></p>
<p>Van der Jagt kiest er echter voor om aan te sluiten bij de manier waarop de koloniale geschiedschrijving fungeert in het publieke debat, waar zowel voor- als tegenstanders een stem krijgen en gesprekken vaak verglijden naar de veronderstelde bedreiging van de Nederlandse identiteit.<xref ref-type="fn" rid="fn18"><sup>18</sup></xref> Zijn boek valt dan ook te beschouwen als onderdeel van een revisionistische golf die met &#x00E9;&#x00E9;n been in en een ander been buiten de universiteit staat. Binnen die revisionistische golf, die vaak weinig kritisch is over de manier waarop kolonisatoren zichzelf en hun project voorstelden, worden de veronderstelde goede intenties centraal gesteld en de negatieve consequenties voor de gekoloniseerde bevolkingen als spijtige uitwassen beschreven.<xref ref-type="fn" rid="fn19"><sup>19</sup></xref> Volgens Van der Jagt vond Idenburg &#x2018;ethiek en medemenselijkheid&#x2019; belangrijk (p. 392), had hij &#x2018;progressieve idealen&#x2019;, streefde hij &#x2018;actief naar meer democratie&#x2019; (p. 393) en streed hij &#x2018;tegen ongelijkheid&#x2019; (p. 394).<xref ref-type="fn" rid="fn20"><sup>20</sup></xref> Zelfs al zou dit allemaal waar zijn, dan nog is de voorstelling ervan problematisch. Door enkel de beweegredenen en bedoelingen van de koloniale ambtenaren waarde toe te kennen, wordt het bredere ideologische en structurele karakter en de impact van het koloniale project geminimaliseerd. Revisionistische boeken als dat van Van der Jagt wekken daardoor de indruk als een apologie te fungeren.</p>
<p>Dit apologetische karakter stootte ook Breman tegen de borst. Als socioloog vestigde Breman in zijn werk tijdens de jaren 1970 en 1980 de aandacht op de kapitalistische hebzucht achter de ethische politiek en die benadering staat eigenlijk lijnrecht tegenover Van der Jagts biografische microstudie. Breman typeerde <italic>Engelen uit Europa</italic> als &#x2018;verzuilde geschiedschrijving&#x2019;, waarbij de historicus niet alleen een studie verdedigt maar ook een levensbeschouwing &#x2013; een uitdrukkelijke geloofsovertuiging met betrekking tot het koloniale project.<xref ref-type="fn" rid="fn21"><sup>21</sup></xref></p>
<p>Een junior historicus en zijn senior collega zijn het dus fundamenteel oneens over wat een overtuigende geschiedenis van het koloniale project inhoudt. Methodologische verschillen liggen aan de basis daarvan. Van der Jagt geeft het historisch individu veel gewicht, Breman vraagt meer aandacht voor de socio-economische en politieke structuren die het koloniale project vormden.<xref ref-type="fn" rid="fn22"><sup>22</sup></xref> Maar dit scherpe debat tussen beide auteurs biedt ook zicht op een onderliggende discussie, namelijk deze over de balansbenadering die de revisionistische geschiedschrijving typeert.<xref ref-type="fn" rid="fn23"><sup>23</sup></xref> In de hierop volgende sectie wordt die balansbenadering eerst in detail besproken en worden er vervolgens vier problemen aangehaald: de verengde context en de focus op het individu; de anachronistische aard van het denken in termen als positief en negatief over het verleden; de ambigue rol van idee&#x00EB;n en koloniale ideologie; en ten laatste de contraproductieve zoektocht naar objectiviteit.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>De balansbenadering</title>
<p><italic>Engelen uit Europa</italic> maakt deel uit van een internationale historiografische beweging die betoogt dat ook de kant van de kolonisator en diens intenties centrale aandacht verdienen. Daarbij wordt echter niet volledig teruggekeerd naar een koloniaal verhaal waarbij geweld ontkend wordt of het imperialisme zonder meer wordt verheerlijkt. Van der Jagt benadrukt bijvoorbeeld dat een &#x2018;goedbedoelde koloniale ontwikkelingspolitiek&#x2019; voor Idenburg samenging met &#x2018;bloedige oorlogen&#x2019;. Idenburg &#x2018;was voorstander van een Aziatische emancipatie, maar drukte tegelijkertijd het opkomend nationalisme hard de kop in&#x2019; (p. 19). Van der Jagts voorstelling van Idenburg als &#x2018;emancipator en imperator&#x2019; is een voorbeeld van de balansbenadering: een manier om zowel de goede als slechte aspecten van kolonialisme tegen elkaar af te wegen.<xref ref-type="fn" rid="fn24"><sup>24</sup></xref></p>
<p>Deze balansbenadering kent een aantal kenmerken.<xref ref-type="fn" rid="fn25"><sup>25</sup></xref> De onderzoeker gaat ervan uit tot een &#x2018;objectieve&#x2019; en meer &#x2018;genuanceerde&#x2019; weergave te kunnen komen van het verleden door zowel oog te hebben voor de positieve als negatieve punten van het koloniale beleid. Ook in zijn reactie op Breman lijkt Van der Jagt een balansbenadering gelijk te stellen aan nuance.<xref ref-type="fn" rid="fn26"><sup>26</sup></xref> Bovendien wordt het vellen van oordelen over het verleden voorgesteld als een probleem, vanuit de veronderstelling dat huidige morele overtuigingen niet van tel waren in het verleden. Dit doet denken aan wat een breder publiek vaak verwacht van historici: dat zij een zoektocht ondernemen naar &#x2018;de waarheid&#x2019; en zich ver houden van interpretaties van het verleden die neigen naar een oordeel.<xref ref-type="fn" rid="fn27"><sup>27</sup></xref></p>
<p>Zoals ook Breman in zijn recensieartikel aangaf, gaat achter die roep om objectiviteit vaak een verlangen naar een vergoelijkende houding tegenover het kolonialisme schuil.<xref ref-type="fn" rid="fn28"><sup>28</sup></xref> Dit komt niet enkel doordat de hierin opgevoerde aandacht voor nuance de verhalen en idee&#x00EB;n privilegieert van diegenen die verantwoordelijk waren voor het uitgestippelde beleid. Dit revisionisme wordt eveneens gevoed door een conservatieve reactie op de New Imperial History die de afgelopen jaren in Nederland, Belgi&#x00EB; en ver daarbuiten opgang heeft gemaakt. Hierin worden kolonisatoren samen met onderdrukten bestudeerd en is het accent verschoven naar de manier waarop antikoloniale activisten in staat waren om het imperiale project en het internationale systeem te ondermijnen.<xref ref-type="fn" rid="fn29"><sup>29</sup></xref></p>
<p>In Nederland speelde bij de ontwikkeling van New Imperial History de druk van Indonesische belangengroepen een cruciale rol. Deze leidde tot het Nederlands-Indonesische onderzoeksproject &#x2018;Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesi&#x00EB; 1945-1950&#x2019;, dat onomwonden vaststelde dat de Nederlandse regering structureel en extreem geweld toepaste om de dekolonisatie van Indonesi&#x00EB; tegen te houden.<xref ref-type="fn" rid="fn30"><sup>30</sup></xref> In Belgi&#x00EB; streden voornamelijk Afro-Belgen al jaren tegen racisme en voor erkenning van het koloniale verleden. Hun activisme kreeg momentum tijdens de Black Lives Matter-protesten van 2020. Nieuwere stemmen zoals de politicologe Nadia Nsayi of organisaties zoals <italic>Collectif M&#x00E9;moire Coloniale et Lutte contre les Discriminations</italic> wonnen ook recent aan invloed. Dit leidde tot de oprichting van een Belgische parlementaire onderzoekscommissie over het koloniale verleden die conclusies trok die in de lijn lagen van het Indonesi&#x00EB;project.<xref ref-type="fn" rid="fn31"><sup>31</sup></xref> Internationaal heeft het onderzoek van bijvoorbeeld Pedro Monaville de geschiedenis van Congo in een transnationaal perspectief geplaatst.<xref ref-type="fn" rid="fn32"><sup>32</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Probleem 1: een verengde context versus historisch inzicht door interpretatie</title>
<p>Volgens Van der Jagt moeten we historische actoren begrijpen binnen de historische context waarin ze opereerden. De context wordt in zijn boek echter verengd tot de mentale leefwereld van de protagonist, terwijl wij ervoor pleiten historische actoren ruimer te contextualiseren aan de hand van de inzichten van tijdgenoten, de vergelijking met andere toenmalige beleidsmakers en met wat we vandaag begrijpen over het imperialisme.</p>
<p>Van der Jagt stelt dat mensen zoals Idenburg oprecht in deze ethische politiek geloofden. Hij geeft aan dat dit geloof geworteld was in hun conservatief-christelijke moraal, maar analyseert de problematische band tussen religie, ras, missionering en het imperialisme niet.<xref ref-type="fn" rid="fn33"><sup>33</sup></xref> Deze &#x2018;ethische&#x2019; kant van het koloniale project, die minder brutaal was, verdient ook belicht te worden door historici, zo stelt Van der Jagt, om een &#x2018;adequate, zuivere weergave&#x2019; te geven van het koloniale beleid (p. 21). Hierdoor blijft hij dus binnen de mentale horizon van zijn &#x2018;personage&#x2019;. Zijn biografische benadering van Idenburgs leefwereld blijft daardoor eng. Breman oordeelt hierover scherp, omdat hij, voortbouwend op zijn eigen werk, de nadruk legt op de kapitalistische krachten die het koloniale project aanvuurden en die het individu overstegen. Recent werk over het Nederlandse koloniale verleden legt eveneens de nadruk op de ideologie&#x00EB;n achter de Nederlandse koloniale expansie. Daarbij staan niet zozeer koloniale individuen centraal, maar gaat het om de perceptie die de actoren van zichzelf hadden. Bij de studie van de &#x2018;Dutch imperial (self-)perception&#x2019; wordt er gekeken naar hoe koloniale actoren over zichzelf schreven en dachten en de manier waarop ze structuren cre&#x00EB;erden die uitbuiting en geweld mogelijk maakten.<xref ref-type="fn" rid="fn34"><sup>34</sup></xref></p>
<p>Van der Jagt legt die link tussen individuen en structuren te weinig. Door zich voornamelijk op Idenburg te richten, blijft zijn analyse hangen in de vaststelling dat &#x2018;alles met elkaar in tegenspraak [lijkt]&#x2019; (p. 19). Hij legt iedere handeling van Idenburg op de weegschaal waardoor het boek van 542 pagina&#x2019;s bij momenten een kroniekmatige opsomming van feiten lijkt, waarbij verklaring en interpretatie in de schaduw verdwijnen. Het racisme, het geweld en de exploitatie van het imperiale project worden erkend, maar &#x2013; zo gaat de redenering &#x2013; kolonisatoren deden dat vanuit een bepaalde morele overtuiging. Idenburgs eigen begrip van zijn moraliteit is leidend in het verklaren van zijn beleid. Het is een verontschuldigingsgrond die opgesloten zit in het mentale universum van de gebiografeerde.</p>
<p>In Van der Jagts boek wordt daardoor om het koloniale geweld heen gedanst. Zo schrijft de auteur: &#x2018;Het kabinet stelde dat de ethische politiek alleen kon worden uitgevoerd als er met militaire middelen rust was gebracht in de koloni&#x00EB;n&#x2019;. Hij zet Idenburg daarbij neer als een van de ethici die dit beleid steunden, maar laat na om uit te leggen dat ethische beslissingen in de koloniale context een andere lading dekten dan wat we vandaag onder ethiek verstaan: lokale bevolkingen in de kolonie werden met harde, moorddadige hand op het &#x2018;juiste&#x2019; pad gebracht (p. 87). Het positieve aspect van Idenburgs kolonialisme &#x2013; zijn ethische houding &#x2013; viel dus samen met de negatieve aspecten van het kolonialisme, een perspectief dat in dit boek gebrekkig wordt geanalyseerd door de te beperkte koppeling naar de imperiale ideologie.</p>
<p>De eng-biografische benadering van Idenburg leidt er bijvoorbeeld toe dat de slachtpartijen op Atjeh en elders niet gekaderd worden. Van der Jagt concludeert simpelweg dat &#x2018;de nieuwe ethische politiek van Nederland tussen 1901 en 1910 vooral een militair-imperialistische doctrine was&#x2019; en dat Idenburgs opstelling &#x2018;ambivalent&#x2019; was omdat hij naar de buitenwereld het militaire optreden verdedigde, maar het geweld tegelijkertijd verafschuwde (p. 143). Nochtans wijst voldoende onderzoek erop dat de Nederlandse koloniale politiek doordrongen was van geweld &#x2013; sterker nog, dat ze gebaseerd was op &#x2018;a state of violence&#x2019;. Dit ging verder dan louter militaire campagnes of strategische logica: geweld, ook tegen burgers, werd doelbewust ingezet om gehoorzaamheid af te dwingen. Bovendien werd een onderscheid gemaakt tussen wat als &#x2018;humane&#x2019; en aanvaardbare tactieken werd beschouwd in de kolonies en in de metropool, waarbij de standaarden voor &#x2018;ongeciviliseerde&#x2019; gemeenschappen in de kolonies steevast lager lagen.<xref ref-type="fn" rid="fn35"><sup>35</sup></xref> De &#x2018;ethische politiek&#x2019; was dus slechts een laagje vernis voor terreur die duizenden slachtoffers maakte.<xref ref-type="fn" rid="fn36"><sup>36</sup></xref></p>
<p>Het probleem nu is niet dat Van der Jagt deze &#x2018;ambivalentie&#x2019; van de ethische politiek vaststelt, het probleem is dat hij weinig pogingen doet om ze te verklaren voorbij de intenties van Idenburg zelf. Nochtans is deze &#x2018;ambivalentie&#x2019; &#x2013; of paradox (p. 19) &#x2013; niet uniek voor Idenburg of het Nederlandse imperiale koloniale project. De idee dat geweld noodzakelijk was om vrede en beschaving te brengen was gemeengoed bij de koloniale overheersers.<xref ref-type="fn" rid="fn37"><sup>37</sup></xref> De redenering roept echo&#x2019;s op van het Belgisch koloniale discours over een <italic>pax Belgica</italic>, over Belgisch-Congo als een modelkolonie waar het paternalistische &#x2018;beschavingsproject&#x2019; kon worden uitgevoerd. Echter, die <italic>pax Belgica</italic> rustte eveneens op geweld en onderdrukking en zette tegenstellingen binnen Congo verder op scherp.<xref ref-type="fn" rid="fn38"><sup>38</sup></xref></p>
<p>Dergelijke visies waren niet louter een uiting van een morele overtuiging, maar ook een inherent onderdeel van de koloniale propaganda waarmee geweld werd gelegitimeerd. Het racisme van de kolonisator maakte het geweld mogelijk en beschouwde het bovendien als noodzakelijk. Het hogere doel was immers de zogenaamde beschaving te brengen.<xref ref-type="fn" rid="fn39"><sup>39</sup></xref> De Nederlandse ethische politiek verschilde daarin weinig van de Britse <italic>civilising mission</italic> of de Franse en Belgische <italic>mission civilisatrice</italic>. Van der Jagt meent echter dat Idenburg de beschavingsmissie oprecht had omarmd. Ontwikkeling van de kolonie was volgens de auteur geen manier voor de kolonisator om aan de macht te blijven: &#x2018;Indi&#x00EB; onder bestuur te krijgen. Daarbij was de bestuurlijke controle of politieke macht geen doel op zich, maar het middel om Indi&#x00EB; uiteindelijk te moderniseren.&#x2019; Idenburgs &#x2018;zorg&#x2019; voor de koloniale onderdanen &#x2018;begon met onderwerping en handhaving van de rechtsorde&#x2019; (p. 95). Er wordt echter niet vermeld dat deze rechtsorde niets gemeen had met de wetten die we vandaag kennen en dat het Nederlandse juridische systeem een Europese bezettingsmacht ondersteunde die zonder onderscheid moordde om haar eigen waarden op te leggen. Dat zijn interpretaties die de lezer zelf moet maken.</p>
<p>Deze veronachtzaming, eigen aan het revisionisme, leidt in Van der Jagts boek tot reductionisme. <italic>Engelen van Europa</italic> bevestigt de koloniale ideologie en de koloniale taal die Nederlandse politici zelf over dat geweld hanteerden. Het werk verwart de offici&#x00EB;le imperiale ideologie en taal met de sociale en politieke uitwerkingen ervan op het terrein, verwaarloost de effecten ervan en gaat voorbij aan de structurele elementen die deze geschiedenis vormgeven. In hoeverre doen Idenburgs intenties ertoe? Wat zegt het over Idenburg en het koloniale systeem dat zijn beleid, ondanks zijn progressievere idee&#x00EB;n, steeds resulteerde in geweld en onderdrukking? Wat leert dit ons over de spanning tussen structuur en <italic>agency</italic> in een dergelijk systeem? Waarom zouden Idenburgs eigen neergeschreven abstraheringen over ethische politiek een betere leidraad zijn om zijn motivaties en denkbeelden te achterhalen dan de manier waarop hij het in de praktijk bracht? En waarom wordt er zo weinig gesproken over de discursieve en ideologische functie van die nadruk op de morele dimensies van de ethische politiek? Het zijn allemaal vragen die het boek ook relevant zouden hebben gemaakt voor een lezerspubliek buiten Nederland en Indonesi&#x00EB;. De Nederlandse casus overstijgen vergt echter meer interpretatie dan een balansbenadering toelaat.</p>
<p>De balansbenadering blijft, misschien wel daardoor, aantrekkingskracht uitoefenen op het publieke debat omdat het een handige manier is om discussies over herstelbetalingen uit de weg te gaan en het thema van nationale identiteit naar voor te brengen.<xref ref-type="fn" rid="fn40"><sup>40</sup></xref> Veel politici lijken dekolonisatie dan ook niet als de omverwerping van een complex maatschappelijk systeem te zien, maar als het einde van een band met het moederland, waarbij de lokale bevolking sommige individuele koloniale ambtenaren die hun boekje te buiten waren gegaan verdreef. De Belgische koning Filip sprak over het koloniaal systeem als een eerste onfortuinlijke stap in het &#x2018;partnerschap&#x2019; tussen Belgi&#x00EB; en Congo tijdens zijn speech in Congo in juni 2022. Hij betuigde er zijn &#x2018;diepste spijt&#x2019;, maar betuigde geen excuses voor het koloniale regime. Met het eufemistische gebruik van &#x2018;partnerschap&#x2019; negeerde hij ook jaren van historisch onderzoek waarin duidelijk is geworden dat het koloniale systeem niet kon bestaan zonder geweld.<xref ref-type="fn" rid="fn41"><sup>41</sup></xref> Zijn Nederlandse collega Willem-Alexander excuseerde zich tijdens een Indonesisch staatsbezoek in maart 2020 wel. Echter, ook hij had het over &#x2018;geweldontsporingen&#x2019; die hadden plaatsgevonden tijdens de Indonesische strijd voor de onafhankelijkheid tussen 1945 en 1949. Daarbij sloeg hij eveneens jarenlang historisch onderzoek in de wind dat duidelijk had gemaakt hoezeer geweld in het Nederlandse koloniale project zat ingebakken, en dus van een meer structurele aard was.<xref ref-type="fn" rid="fn42"><sup>42</sup></xref> In 2022 echter bood premier Rutte wel zijn excuses aan voor de slavernij en de oorlogsmisdaden tijdens de koloniale periode.<xref ref-type="fn" rid="fn43"><sup>43</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Probleem 2: anachronismen in plaats van een complexe historische werkelijkheid</title>
<p>Naast de eng-biografische benadering van Idenburg maakt Van der Jagt van de beleidsvoerder ook een visionair. In dat opzicht bevat dit boek ook aspecten van een teleologische visie op de geschiedenis, of wat Frederick Cooper &#x2018;doing history backwards&#x2019; noemt.<xref ref-type="fn" rid="fn44"><sup>44</sup></xref> We kunnen ons de vraag stellen of Idenburg effectief een &#x2018;soort protodemocratisering van Indi&#x00EB;&#x2019; (p. 388) stimuleerde of zich heeft &#x2018;ingezet voor een emancipatoir ideaal&#x2019; (p. 403). Hij kon niet weten dat de onafhankelijkheid eraan kwam. Wij kennen de afloop van het verhaal en Van der Jagt interpreteert Idenburgs parcours vanuit dat standpunt. Dit leidt tot een vorm van anachronisme. De eigentijdsheid waarmee Van der Jagt de term &#x2018;democratie&#x2019; gebruikt, is problematisch. Koloniale definities van democratie raakten en raken kant noch wal: het koloniale project was fundamenteel ondemocratisch, want gestoeld op het in stand houden van ongelijkheid.</p>
<p>Het gegeven dat Idenburg minder conservatief was dan anderen, verandert het systeem in wezen niet. Het maakt alleen duidelijk dat koloniale administraties door verschillende krachten werden vormgegeven. Meer erkenning voor het feit dat koloniale administraties nooit eenduidig waren, is zeer welkom. Als dat vooral gebeurt door de idee&#x00EB;n van &#x00E9;&#x00E9;n protagonist centraal te stellen en diens goede bedoelingen te benadrukken, wekt dit echter de indruk een verdediging van het koloniale systeem te zijn, waarbij de bredere structurele en ideologische context naar de achtergrond verdwijnt.</p>
<p>Het imperialisme was een project dat alles vergiftigde wat het aanraakte. Ook zogenaamde weldaden als gezondheidszorg en infrastructuur waren vormgegeven door koloniale belangen en machtsverhoudingen en hielden een perverse ideologie in stand. Een gevoel van morele verantwoordelijkheid voor &#x2018;het lot van volken en culturen in Azi&#x00EB;, Zuid-Amerika en de Cara&#x00EF;ben&#x2019; maakte Idenburg als &#x2018;engel uit Europa&#x2019; nog geen protodemocraat (p. 403). Hij kon niet ontsnappen aan de ideologie waar hij deel van was. Vele Congolezen noch Indonesi&#x00EB;rs zaten te wachten op de ontwikkeling die hen opgedrongen werd door paternalistische koloniale ambtenaren. Van der Jagts voorstelling van Idenburg als een &#x2018;beschermende vader voor de Indonesische bevolking&#x2019; (p. 26) is daarom een onkritische overname uit het koloniale discours (<xref ref-type="fig" rid="fg003">Figuur 3</xref>).<xref ref-type="fn" rid="fn45"><sup>45</sup></xref></p>
<fig id="fg003">
<label>Figuur 3.</label>
<caption><p>Een aspect van de Nederlandse ethische politiek was de Europese scholing van lokale elites. Deze vermoedelijke zoontjes van de sultan van Yogyakarta, gehuld in westerse matrozenpakjes, waren voor hun Europese opvoeding ondergebracht bij een Europese familie in Nederlands-Indi&#x00EB;. Ca. 1920. Bron: <sc>kitlv</sc>. 118694, publiek domein. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://hdl.handle.net/1887.1/item:886282">http://hdl.handle.net/1887.1/item:886282</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18930_fig3.jpg"/>
</fig>
<p>Er is dus geen ambigu&#x00EF;teit in de manier waarop Idenburg ageerde. Imperialisme en ethische politiek, beperkte inspraak en militaire interventie waren allemaal uitingen van hetzelfde imperiale project, niet elkaars tegenpolen. Ze werden afwisselend gebruikt om de gekoloniseerde te &#x2018;verheffen&#x2019; en hadden het doel om openlijk verzet af te zwakken en om de uiteindelijke onafhankelijkheid alleen maar uit te stellen. Het &#x2018;ethisch-imperialisme bracht daarom de onafhankelijkheid&#x2019; niet &#x2018;in een stroomversnelling&#x2019; en Idenburg legde geen &#x2018;belangrijke basis voor onafhankelijkheidsdenken&#x2019; (p. 385). Dat was iets waar mensen als Idenburg in geloofden, maar die idee&#x00EB;n zijn op geen enkele manier te vergelijken met democratische principes binnen de open samenleving die zich na de Tweede Wereldoorlog vormde.</p>
<p>Een miskenning van de ideologische context waarbinnen Idenburg zich bewoog, zorgt ervoor dat het boek nog andere anachronismen telt. Idenburgs ethische politiek, bijvoorbeeld, was niet &#x2018;een soort ontwikkelingshulp avant la lettre&#x2019;, een beeld dat ook met betrekking tot het Belgische koloniale verleden door sommige politici wordt gebruikt, maar een beleid gericht op het in stand houden van de koloniale economie (p. 383). De Congo Vrijstaat herzag namelijk zijn beleid omdat er te veel Afrikanen vluchtten of stierven onder het extractiebeleid van Leopold <sc>ii</sc>. Idenburgs &#x2018;harde opstelling ten aanzien van de orthodoxe islam&#x2019; was evenmin een gevolg van de &#x2018;scheiding tussen kerk en staat&#x2019; (p. 384). Waar het Idenburg werkelijk om te doen was, was het politieke en subversieve potentieel van de islam te ondergraven.<xref ref-type="fn" rid="fn46"><sup>46</sup></xref> In Belgisch-Congo trad de koloniale overheid eveneens op tegen religieuze bewegingen zoals het Kimbangu&#x00EF;sme. Dergelijke bewegingen wisten grote groepen te mobiliseren voor politiek-religieus verzet en hadden een grote impact op de koloniale economie. Repressie was een manier om ze te ontdoen van hun politieke kracht.<xref ref-type="fn" rid="fn47"><sup>47</sup></xref></p>
<p>Die subversieve krachten werden niet alleen beteugeld door uitgesproken repressie. Onder Idenburgs landvoogdij &#x2013; zo stelt Van der Jagt &#x2013; ging &#x2018;de strijd tegen socialisme, Indonesisch nationalisme, en orthodoxe (Arabische) islam&#x2019; om &#x2018;identiteitspolitiek&#x2019; (p. 385). Zijn interpretatie van Idenburgs acties is opnieuw verdacht welwillend: zo liet Idenburg enkel lokale organisaties van Chinese verenigingen en Sarekat Islam toe, omdat dit zou getuigen van &#x2018;democratische noties&#x2019; en omdat hij &#x2018;ervan overtuigd [was] dat de beweging lokaal en van onderaf het beste vorm kreeg&#x2019; (p. 386). Dat deze verenigingen zo ook beter te controleren en minder bedreigend waren, vermeldt Van der Jagt wel, maar, zo lijkt de suggestie, dat was voor Idenburg van secundair belang. Door de feiten op deze manier weer te geven, doet Van der Jagt wat hij Breman aanwrijft (zie ook Probleem 4): hij maakt van Idenburg een voorloper van de &#x2018;hedendaagse&#x2019; democratische moraliteit, eerder dan iemand gevangen in het christelijke gedachtegoed van zijn tijd.<xref ref-type="fn" rid="fn48"><sup>48</sup></xref></p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Probleem 3: de rol van ideologie</title>
<p>Die anachronismen zijn enigszins verrassend omdat Van der Jagt de ideologie van Idenburg wel schetst in de eerste hoofdstukken. De conservatief-liberale traditie die Idenburg vormde werd volgens de auteur ontwikkeld door Alexis de Tocqueville, binnengebracht in Nederland door Guillaume Groen van Prinsterer en verder uiteengezet door Abraham Kuyper (p. 36-44). Echter, de auteur kan nooit echt hard maken dat Idenburg rechtstreeks ge&#x00EF;nspireerd was door deze idee&#x00EB;n.</p>
<p>Deze kleine rol die voor ideologie is weggelegd in <italic>Engelen uit Europa</italic> is exemplarisch voor een bredere trend in het onderzoek naar het koloniale verleden van Belgi&#x00EB; en Nederland. In de woorden van Guy Vanthemsche: &#x2018;veel diplomatieke dossiers, die ogenschijnlijk niets te maken hebben met Afrika&#x2019; moeten &#x2018;opnieuw bekeken worden in het licht van Congo, om zo een beter zicht te krijgen op de fundamentele drijfveren van het buitenlandse beleid.&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn49"><sup>49</sup></xref> In tegenstelling tot Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de grootmachten van de Koude Oorlog, gaven Belgi&#x00EB; en Nederland geen prioriteit aan het uitdragen van nationale waarden in hun imperiale beleid. Idee&#x00EB;n werden vooral ingezet om het binnenlandse publiek warm te maken voor het koloniale project.<xref ref-type="fn" rid="fn50"><sup>50</sup></xref> Studies over de drijfveren voor Belgisch kolonialisme zijn vooral gericht op de economische motieven van een reeks actoren zoals mijnbouwbedrijven, de koning en de regering, maar kijken zelden naar de Belgische politieke geschiedenis tussen 1908 en 1960 en missen op die manier de politieke en ideologische overwegingen die het koloniale beleid mee vormgaven. Historici hebben de idee&#x00EB;n achter het Belgisch en Nederlandse koloniale project bestudeerd, maar de verbinding met beleidsmakers en politici wordt niet consequent gelegd omdat imperiale, intellectuele, politieke en diplomatieke geschiedenis nog te vaak gescheiden werelden zijn.<xref ref-type="fn" rid="fn51"><sup>51</sup></xref></p>
<p>Maar zowel Nederland als Belgi&#x00EB; waren in de negentiende eeuw ideologisch gedreven om hun aanwezigheid in andere werelddelen uit te breiden. Ren&#x00E9; Koekkoek, Arthur Weststeijn en Anne-Isabelle Richard stelden reeds in 2019 vast dat er meer onderzoek moest gedaan worden naar de ideologische wortels van het Nederlandse imperialisme en naar idee&#x00EB;n rond &#x2018;Dutch exceptionalism&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn52"><sup>52</sup></xref> Het onderzoek van Frank Gerits kijkt naar de betrokkenheid van Belgische politici en politieke groeperingen bij de opbouw van een &#x2018;moreel imperium&#x2019; door de verspreiding van katholieke moderniteit. Deze studie verwerpt de notie van een pragmatisch Belgisch imperium vooral gedreven door winstbejag.<xref ref-type="fn" rid="fn53"><sup>53</sup></xref></p>
<p>Historici kijken impliciet naar Belgi&#x00EB; en Nederland als landen met kolonies en niet als wereldrijken gestuwd door katholieke of calvinistische verhalen, waardoor de allesomvattendheid van het kolonialisme aan de aandacht ontsnapt. Het Nederlandse en het Belgisch koloniale rijk worden, met andere woorden, nooit bestudeerd als coherente entiteiten. In plaats daarvan kijken historici voornamelijk naar de losse onderdelen van het wereldrijk. In Nederland is er bijvoorbeeld veel meer aandacht voor Indonesi&#x00EB; dan voor de andere delen van het koloniale rijk, zoals Suriname of de Caribische eilanden. In Belgi&#x00EB; wordt er veel aandacht besteed aan Congo, maar de toevoeging van Rwanda en Burundi in 1916 (en officieel in 1922/1924) of de poolexpedities in de negentiende eeuw worden zelden gezien als <italic>empire building</italic>. In de Belgische context wordt zelfs amper gesproken over een &#x2018;koloniaal wereldrijk&#x2019;, maar wordt eerder de term &#x2018;expansionisme&#x2019; gebruikt om de acties van Leopold <sc>ii</sc> te omschrijven (<xref ref-type="fig" rid="fg004">Figuur 4</xref>).<xref ref-type="fn" rid="fn54"><sup>54</sup></xref> Jan Vandersmissen definieert &#x2018;expansionisme&#x2019; als een amalgaam van industri&#x00EB;le investeringen, handelsbetrekkingen, diplomatieke interventies, exploitatie van buitenlandse natuurlijke rijkdommen en export van het politieke of wetenschappelijke model van Belgi&#x00EB; door de verspreiding van een verscheidenheid aan experts, samen met de vorming en opleiding van buitenlandse elites.<xref ref-type="fn" rid="fn55"><sup>55</sup></xref> Frederick Cooper en Ann Laura Stoler hebben evenwel gesteld dat imperia moeten worden benaderd als organische eenheden en niet alleen als de dichotomie van een koloniserende natie tegenover haar kolonies.<xref ref-type="fn" rid="fn56"><sup>56</sup></xref> Net daar had Van der Jagts studie over Idenburg en zijn christelijke moraal dus een belangrijke meerwaarde kunnen bieden, maar paradoxaal genoeg is het zijn enerzijds-anderzijds-insteek die een bijdrage aan dit soort bredere internationale debatten verhindert, ook al lijkt dit wel deel van zijn opzet te zijn (p. 45-47).</p>
<fig id="fg004">
<label>Figuur 4.</label> 
<caption><p>Tekening van een diner aan het eind van een expeditie van Henry M. Stanley tijdens een van Henry M. Stanley&#x2019;s expedities in Centraal-Afrika. Gepubliceerd in Stanley&#x2019;s boek <italic>In Darkest Africa or the Quest, Rescue, and Retreat of Emin, Governor of Equatoria</italic>, 1890. Source: by Sydney Prior Hall. Wellcome Library London. CC BY 4.0, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;36065229">https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid&#x003D;36065229</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18930_fig4.jpg"/>
</fig>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Probleem 4: het historische oordeel en de mythe van objectiviteit</title>
<p>Ondanks veel kritiek van collega&#x2019;s zijn er binnen de Angelsaksische geschiedwetenschap historici zoals Niall Ferguson die veel succes hebben gehad met balansbenaderingen waarbij ook conservatieve overtuigingen het historisch verhaal doorspekken.<xref ref-type="fn" rid="fn57"><sup>57</sup></xref> In Nederland is er een oudere generatie historici, onder wie Piet Emmer en Henk den Heijer, die deze aanpak voorstaat. Zij stelt dat de balansbenadering objectief is omdat die &#x2013; in tegenstelling tot het postkolonialisme &#x2013; geen oordeel wil vellen over het verleden. Van der Jagts werk kan niet helemaal met het werk van deze oudere generatie worden gelijkgesteld, maar er zijn toch parallellen te trekken.</p>
<p>Vaak wordt die schroom om te oordelen verdedigd door te verwijzen naar de andere morele normen in het verleden. Ook Van der Jagt gebruikt dit argument in zekere zin wanneer hij Breman verwijt een &#x2018;activist&#x2019; te zijn die een moreel oordeel velt over kolonialisme, wat Van der Jagt als een &#x2018;sympathiek&#x2019; maar &#x2018;politiek statement&#x2019; afdoet.<xref ref-type="fn" rid="fn58"><sup>58</sup></xref> Hij stelt: &#x2018;Als we de hedendaagse moraliteit als universeel geldend laten zijn voor de wijze waarop historici hun werk moeten doen en hoe lezers het verleden moeten zien, zoals Breman betoogt (&#x2026;) is geen historische studie nog veilig&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn59"><sup>59</sup></xref> Wat Van der Jagt daarbij strategisch vergeet is dat het vellen van oordelen over het kolonialisme niet louter door historici van vandaag wordt gedaan, maar dat ook in het verleden zowel in Nederland als in Nederlandse kolonies en internationaal reeds dat soort negatieve oordelen over het kolonialisme werden geveld. Het getuigt van een gebrek aan multiperspectiviteit om dat niet in te zien.</p>
<p>Van der Jagt verwijst zelf naar Anton de Kom die in 1934 met <italic>Wij slaven van Suriname</italic> het Nederlandse koloniale project neerzette als een systeem dat de psychologie en cultuur van koloniale subjecten had aangetast.<xref ref-type="fn" rid="fn60"><sup>60</sup></xref> Internationaal was er de socialistische beweging die vaak het voortouw nam in de koloniale kritiek. In 1920 vertolkten vertegenwoordigers van &#x2018;oosterse landen&#x2019; tijdens de communistische internationale te Baku een uitgesproken antikoloniaal standpunt in hun <italic>Manifesto of the Congress to the Peoples of the East</italic> en spaarden zij het Britse en Nederlandse kolonialisme niet.<xref ref-type="fn" rid="fn61"><sup>61</sup></xref> Ook binnen de panafrikanistische beweging bestond een sterke antikoloniale stroming. De Afro-Amerikaanse mensenrechtenactivist W.E.B. Dubois verguisde in 1920 het racisme en de idee&#x00EB;n over Afrikaanse inferioriteit en het extractieve karakter van het kolonialisme.<xref ref-type="fn" rid="fn62"><sup>62</sup></xref> Het verzet tegen het kolonialisme in Nederlands-Indi&#x00EB; &#x2013; dat Idenburg meerdere malen hardhandig onderdrukte &#x2013; is een afwijzing ervan, en bevat dus een oordeel van eigentijdse actoren.</p>
<p>In het Belgische publieke debat wordt in deze context, en zeker in sommige politieke middens, vaak een boutade gebruikt: &#x2018;we hebben toch ook veel goeds gedaan in Congo&#x2019;, of &#x2018;laat ons het toch ook over de weldaden (<italic>bienfaits</italic>) van het kolonialisme hebben&#x2019;.<xref ref-type="fn" rid="fn63"><sup>63</sup></xref> In sommige gevallen wordt dat gelijkgeschakeld met een meer objectieve benadering.<xref ref-type="fn" rid="fn64"><sup>64</sup></xref> Binnen de Belgische koloniale historiografie &#x2013; die de Nederlandse met een paar jaar vertraging volgt &#x2013; is van een dergelijke conservatieve renaissance weinig te merken. Het zijn vooral oudere historici, voornamelijk in Franstalig Belgi&#x00EB;, die tot de jaren 1970 het koloniale project vergoelijkten. Aangezien het Belgische koloniale project zo nauw verbonden was met de persoon van Leopold <sc>ii</sc> impliceerde een geschiedenis van het Belgische imperialisme ook een stellingname over het koningshuis en over Belgi&#x00EB;. Die geschiedenis was echter lange tijd zo goed als afwezig in universitaire curricula, ondanks inspanningen van Jean-Luc Vellut en Jean Stengers, die in de jaren 1970 en 1980 de eerste niet-apologetische werken schreven.<xref ref-type="fn" rid="fn65"><sup>65</sup></xref> Met iconoclastische studies in de jaren 1990 door niet-historici, zoals de toenmalig onderwijzer Daniel Vangroenweghe &#x2013; die de onderneming van Leopold <sc>ii</sc> als een bijzonder bloedige bladzijde in de Belgische geschiedenis neerzette &#x2013; en de socioloog Ludo de Witte &#x2013; over de moord op Lumumba &#x2013; kregen ook expliciet kritische aanklachten een breder publiek.<xref ref-type="fn" rid="fn66"><sup>66</sup></xref></p>
<p>Rond de vijftigste verjaardag van Congo&#x2019;s onafhankelijkheid in 2010 leidde dat tot een soort van synthese waarbij historici, onder wie academicus Mathieu Zana Aziza Etambala en non-fictieschrijver, cultuurhistoricus en archeoloog David Van Reybrouck, kritisch waren over het Belgische kolonialisme, maar tegelijk benadrukten dat sommige koloniale ambtenaren met goede bedoelingen naar Congo vertrokken. In de woorden van Etambala: &#x2018;wij willen de Belgische koloniale realisaties geenszins in een slecht daglicht stellen.&#x2019;<xref ref-type="fn" rid="fn67"><sup>67</sup></xref> Dat deze visie maatschappelijk nog steeds draagvlak kent, toont zich ook in de voorstellen voor aanbevelingen van de voorzitter van de Belgische parlementaire commissie over het Belgische koloniale verleden. Een van die aanbevelingen hield het maken van excuses in. Deze werden echter ingeleid met een disclaimer die net de &#x2018;goede bedoelingen&#x2019; centraal stelden: &#x2018;Indachtig dat veel Belgen destijds in Congo, Burundi en Rwanda het beste van zichzelf hebben gegeven.&#x2019; Aangezien deze aanbevelingen nooit in hun geheel door alle leden van de parlementaire commissie werden aanvaard &#x2013; waarbij het maken van excuses een van de belangrijkste struikelblokken was &#x2013; kwam de Belgisch commissie in 2022 tot een roemloos einde.<xref ref-type="fn" rid="fn68"><sup>68</sup></xref></p>
<p>Vandaag zijn het vooral Afro-Belgische activisten en jongere historici &#x2013; getraind in postkoloniale theorie en ingebed in de internationale onderzoekswereld &#x2013; die de boventoon voeren en steeds meer naar het Belgisch kolonialisme kijken als een systeem dat het individu oversteeg en alleen kon werken door middel van geweld.<xref ref-type="fn" rid="fn69"><sup>69</sup></xref> De archieven waarmee het Belgische koloniale project bestudeerd kan worden, zijn in de laatste tien jaren steeds toegankelijker gemaakt, maar ook daar is nog veel werk te verzetten.<xref ref-type="fn" rid="fn70"><sup>70</sup></xref></p>
<p>In deze context van toenemende diversiteit binnen het onderzoek zet Van der Jagt in zijn reactie op Bremans recensie een valse tegenstelling tussen activisme en objectiviteit neer. Vooreerst is er niet alleen het antikoloniale activisme dat meer diversiteit in interpretaties voorstaat, maar is er ook rechts activisme dat stelt dat er met die zogenaamde beschavingsmissies weinig mis was.<xref ref-type="fn" rid="fn71"><sup>71</sup></xref> Belangrijker evenwel is de tegenstelling tussen enerzijds structurele verklaringen die kijken naar de historische context, de leefwereld van historische actoren en de ideologische kaders en anderzijds verklaringen die de nadruk leggen op individuen en hun individueel handelen. In de woorden van Van der Jagt: &#x2018;Het verleden staat niet op zichzelf en is nooit eenduidig en bestaat bij de gratie van meervoudige perspectieven&#x2019; (p. 406). Met andere woorden: er is geen eenduidig verleden en daarom moeten we vooral een veelheid aan interpretaties naast elkaar laten bestaan.</p>
<p>Dat multiperspectiviteit belangrijk is, zullen weinig historici ontkennen. Het mag echter geen schaamlapje worden om aan historische interpretatie te ontkomen en om de bronnen te laten spreken zonder aan historische kritiek te doen. Ook daarin schuilt een valstrik, net omwille van de ideologische vertekeningen binnen het archief en de bronnen. Archieven zijn immers niet zomaar bewaarplaatsen voor &#x2018;feiten&#x2019;, maar produceren een vertekende sociale en politieke realiteit.<xref ref-type="fn" rid="fn72"><sup>72</sup></xref> De historische wetenschap ziet individuen als producten van hun tijd en als actoren die hun tijd mee kunnen vormgeven. Daardoor ontstaat er een web van betekenis dat wel degelijk eenduidig is: een koloniaal systeem gebaseerd op uitbuiting, alle &#x2018;goede bedoelingen&#x2019; en legitimerende discoursen ervan ten spijt. De historische wetenschap is geen democratie waarin alle idee&#x00EB;n meegenomen moeten worden in onze visie op het verleden. Als historici willen we de essentie van de tijd vatten en verklaringen geven voor de processen die zich voordoen en niet zomaar de inhoud van het archief weergeven. Er bestaan verschillende perspectieven, met uiteenlopende verklarende waarde. Door de gekozen aanpak kan &#x2013; of beter gezegd, wil &#x2013; het boek van Van der Jagt niet verklaren waarom een engel ook slachtpartijen organiseerde.</p>
</sec>
<sec id="s7">
<title>Conclusie</title>
<p><italic>Engelen uit Europa</italic> minimaliseert het bredere ideologische en structurele karakter en de impact van het koloniale project, waardoor het de indruk wekt als een apologie te fungeren. Bovendien wordt er te weinig kritisch omgegaan met Idenburgs abstraheringen van zijn eigen denkbeelden en handelen, zeker in contrast met de praktijk van zijn beleid. Voor een lezer die onbekend is met de bredere literatuur en de debatten over kolonisatie, lijkt de boodschap vooral te zijn dat het Nederlandse koloniale project problematische kanten had, waarin ambtenaren zoals Idenburg tegen wil en dank werden meegesleurd, ondanks hun &#x2018;verzet&#x2019; en goedbedoelende &#x2018;ontvoogdende&#x2019; acties. De consequentie van dit soort verhalen is dat ze ook de verantwoordelijkheid voor dat verleden deels van zich afschuift, en het ongemak dat ermee gepaard gaat verzacht. Ook al stelt Van der Jagt dat zijn werk geen eurocentrisch verhaal biedt, het boek lijkt nog steeds een poging om het Nederlandse koloniale verleden verteerbaarder te maken, wat een verklaring kan zijn voor het succes van het boek bij een breder publiek.</p>
<p>De tegenstelling tussen objectiviteit en oordeel die Van der Jagts boek schraagt, is binnen de geschiedschrijving een valse tegenstelling. Wat goede historici willen, is begrijpen <italic>waarom</italic> mensen in het verleden daden begingen die we vandaag als moreel verwerpelijk beschouwen. Dat houdt per definitie een oordeel in over dat verleden, zonder dat dat oordeel een bepalende rol in de analyse speelt. Bondiger gezegd, Idenburg was niet &#x2018;goed&#x2019; of &#x2018;slecht&#x2019;, maar werd be&#x00EF;nvloed door en be&#x00EF;nvloedde structuren die we vandaag als &#x2018;goed&#x2019; of &#x2018;slecht&#x2019; bestempelen. Het begrijpen van dat dialectische proces is net wat historici drijft.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Hans van der Jagt, <italic>Engelen uit Europa. A.W.F. Idenburg en de moraal van het Nederlands imperialisme</italic> (Prometheus 2022).</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Van der Jagt heeft archiefstukken verzameld in Indonesi&#x00EB;, Suriname, Cura&#x00E7;ao, Groot-Brittanni&#x00EB;, de Verenigde Staten en Nederland.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Daniel R. Meister, &#x2018;The Biographical Turn and the Case for Historical Biography&#x2019;, <italic>History Compass</italic> 16:1 (2018) 1-10. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1111/hic3.12436">https://doi.org/10.1111/hic3.12436</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Matthew Connelly, &#x2018;Taking Off the Cold War Lens: Visions of North-South Conflict during the Algerian War for Independence&#x2019;, <italic>American Historical Review</italic> 105:3 (2000) 742. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.2307/2651808">https://doi.org/10.2307/2651808</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Georges Balandier, &#x2018;La situation coloniale: approche th&#x00E9;orique&#x2019;, <italic>Cahiers Internationaux de Sociologie</italic> 11 (1951) 44-79.</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Kathleen Wilson (red.), <italic>A New Imperial History: Culture, Identity, and Modernity in Britain and the Empire, 1660-1840</italic> (Cambridge University Press 2004).</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Immanuel Wallerstein, <italic>The Politics of the World-Economy: The States, the Movements, and the Civilizations: Essays</italic> (Cambridge University Press 1984); Immanuel Wallerstein, &#x2018;Africa in a Capitalist World&#x2019;, <italic>Issue: A Journal of Opinion</italic> 3:3 (1973) 1-11. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.2307/1166701">https://doi.org/10.2307/1166701</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Stephen Howe, &#x2018;Introduction: New Imperial Histories&#x2019;, in: idem (red.) <italic>The New Imperial Histories Reader</italic> (Routledge 2016) 1-20. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781003060871-1">https://doi.org/10.4324/9781003060871-1</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>Frederick Cooper, <italic>Decolonization and African Society: The Labor Question in French and British Africa</italic> (Cambridge University Press 1996). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/CBO9780511584091">https://doi.org/10.1017/CBO9780511584091</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>Frantz Fanon, <italic>Black Skin, White Masks</italic>, trans. Richard Philcox (Grove Press 1967).</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Daniel T&#x00F6;dt, <italic>The Lumumba Generation: African Bourgeoisie and Colonial Distinction in the Belgian Congo</italic>, trans. Alex Skinner (De Gruyter 2021). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9783110709308">https://doi.org/10.1515/9783110709308</ext-link>; Patrice Lumumba, <italic>Le Congo: terre d&#x2019;avenir, est-il menac&#x00E9;?</italic> (Office de Publicit&#x00E9; 1961).</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Mavis Rose, <italic>Indonesia Free: A Political Biography of Mohammad Hatta</italic> (Equinox Publishing 2010).</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Bambang Purwanto et al., <italic>Revolutionary Worlds: Local Perspectives and Dynamics during the Indonesian Independence War, 1945-1949</italic> (Amsterdam University Press 2023). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9789048556861">https://doi.org/10.1515/9789048556861</ext-link>; Debby Esme&#x00E9; de Vlugt, &#x2018;&#x201C;The Best Place to Help the Panthers Is at Home&#x201D;: Dutch Black Panther Solidarity in Pursuit of a Revolution&#x2019;, <italic>Journal of American Studies</italic> 58:1 (2024) 94-123. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/S0021875823000427">https://doi.org/10.1017/S0021875823000427</ext-link>; Kris Alexanderson, <italic>Subversive Seas: Anticolonial Networks across the Twentieth-Century Dutch Empire</italic> (Cambridge University Press 2019). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/9781108632317">https://doi.org/10.1017/9781108632317</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Jan Breman, &#x2018;Ethische politiek verbeeld als de christelijke beschavingsmissie. Alexander Willem Frederik Idenburg, een Nederlandse koloniaal met goede bedoelingen?&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> (hierna <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc>lchr</sc></italic>) 138:3 (2023) 87. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51769/bmgn-lchr.12778">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.12778</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Hans van der Jagt, &#x2018;Postkoloniale geschiedschrijving, imperialisme en de ballade van Jan Breman&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; <sc>lchr</sc></italic> 138:4 (2023) 65. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51769/bmgn-lchr.18308">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.18308</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Anne-Lot Hoek, &#x2018;Het Balinese verzet tegen Nederland. &#x201C;Vele hindernissen zullen er zijn&#x201D;&#x2019;, <italic>De Groene Amsterdammer</italic> 47 (2021). <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.groene.nl/artikel/vele-hindernissen-zullen-er-zijn">https://www.groene.nl/artikel/vele-hindernissen-zullen-er-zijn</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p>Aim&#x00E9; C&#x00E9;saire, <italic>Discours sur le colonialisme</italic> (&#x00C9;ditions Pr&#x00E9;sence Africaine 1955).</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p>Van der Jagt, <italic>Engelen uit Europa</italic>, 405; Bart Funnekotter en Jeroen van der Kris, &#x2018;Het wordt tijd om een punt te zetten achter de discussie over het slavernijverleden, vindt historicus Martin Bossenbroek&#x2019;, <italic><sc>nrc</sc></italic>, 11 oktober 2024.</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>Voor analyses van die balansbenadering, zie o.a. Pepijn Brandon en Aditya Sarkar, &#x2018;Labour history and the case against colonialism&#x2019;, <italic>International Review of Social History</italic> 64:1 (2019) 73-109. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/S0020859019000063">https://doi.org/10.1017/S0020859019000063</ext-link>; Itay Lotem, <italic>The Memory of Colonialism in Britain and France: The Sins of Silence</italic> (Palgrave Macmillan 2021). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1007/978-3-030-63719-4">https://doi.org/10.1007/978-3-030-63719-4</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Van der Jagt, &#x2018;Postkoloniale geschiedschrijving&#x2019;, 69; Anton de Kom, <italic>We Slaves of Suriname</italic> (Polity Press 2022).</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Breman, &#x2018;Ethische politiek&#x2019;, 63-92; Herman Langeveld, <italic>Colijn 1869-1944</italic>, vol. 1 (Balans 1998) 11.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>Jan Breman, <italic>Capitalism, Inequality and Labour in India</italic> (Cambridge University Press 2019). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/9781108687485">https://doi.org/10.1017/9781108687485</ext-link>; Jan Breman, <italic>Colonialism, Capitalism and Racism: A Postcolonial Chronicle of Dutch and Belgian Practice</italic>, trans. Andy Brown (Amsterdam University Press 2024). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9789048559923">https://doi.org/10.1515/9789048559923</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p>Philip Pomper, &#x2018;Historians and Individual Agency&#x2019;, <italic>History and Theory</italic> 35:3 (1996) 281-308. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.2307/2505451">https://doi.org/10.2307/2505451</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p>Richard Adams, &#x2018;Oxford University Accused of Backing Apologists of British Colonialism&#x2019;, <italic>The Guardian</italic>, 22 december 2017, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.theguardian.com/education/2017/dec/22/oxford-university-accused-of-backing-apologists-of-british-colonialism">https://www.theguardian.com/education/2017/dec/22/oxford-university-accused-of-backing-apologists-of-british-colonialism</ext-link>. Meer dan 170 onderzoekers van de koloniale geschiedenis ondertekenden de brief waar het artikel naar verwijst.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p>Walter Rodney was een van de eersten om de balansbenadering te bekritiseren, zie Walter Rodney, <italic>How Europe Underdeveloped Africa</italic> (Verso Books 2018). Zie ook Brandon en Sarkar, &#x2018;Labour history&#x2019;; Lotem, <italic>The Memory of Colonialism</italic>.</p></fn>
<fn id="fn26"><label>26</label><p>Van der Jagt, &#x2018;Postkoloniale geschiedschrijving&#x2019;, 57.</p></fn>
<fn id="fn27"><label>27</label><p>Gillian Mathys en Sarah Van Beurden, &#x2018;History by Commission? The Belgian Colonial Past and the Limits of History in the Public Eye&#x2019;, <italic>The Journal of African History</italic> 64:3 (2023) 334-343. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/S0021853723000683">https://doi.org/10.1017/S0021853723000683</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn28"><label>28</label><p>Zie o.a. Gillian Mathys en Eline Mestdagh, &#x2018;Wanneer &#x201C;nuance&#x201D; leidt tot vergoelijking&#x2019;, <italic>De Standaard</italic>, 17 juli 2020.</p></fn>
<fn id="fn29"><label>29</label><p>Nigel Biggar, <italic>Colonialism: A Moral Reckoning</italic> (William Collins 2023); Matthijs Kuipers, &#x2018;Het lange koloniale zwijgen&#x2019;, <italic>Indies Tijdschrift</italic> (2019) 27.</p></fn>
<fn id="fn30"><label>30</label><p>Het Komite Utang Kehormatan Belanda (K.U.K.B.), bijvoorbeeld, komt op voor de slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme. Gert Oostindie et al., <italic>Over de grens. Nederlands extreem geweld in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, 1945-1949</italic> (Amsterdam University Press 2022).</p></fn>
<fn id="fn31"><label>31</label><p>Mathieu Zana Etambala et al., &#x2018;Bijzondere commissie belast met het onderzoek over Congo-Vrijstaat (1885-1908) en het Belgisch koloniaal verleden in Congo (1908-1960), Rwanda en Burundi (1919-1962), de impact hiervan en de gevolgen die hieraan dienen gegeven te worden. Verslag van de deskundigen&#x2019; (Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, 26 oktober 2021), <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1462/55K1462003.pdf">https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1462/55K1462003.pdf</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn32"><label>32</label><p>Pedro Monaville, &#x2018;The Political Life of the Dead Lumumba: Cold War Histories and the Congolese Student Left&#x2019;, <italic>Africa</italic> 89:S1 (2019) S15-S39. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1017/S000197201800089X">https://doi.org/10.1017/S000197201800089X</ext-link>; Pedro Monaville, <italic>Students of the World: Global 1968 and Decolonization in the Congo</italic> (Duke University Press 2022). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1215/9781478022985">https://doi.org/10.1215/9781478022985</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn33"><label>33</label><p>George M. Fredrikson, &#x2018;Religion and the Invention of Racism&#x2019;, in: <italic>Racism: A Short History</italic> (Princeton University Press 2015) 15-48. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9781400873678-004">https://doi.org/10.1515/9781400873678-004</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn34"><label>34</label><p>Ren&#x00E9; Koekkoek, Anne-Isabelle Richard en Arthur Weststeijn, &#x2018;Introduction: Intellectual History in Imperial Practice&#x2019;, in: Ren&#x00E9; Koekkoek, Anne-Isabelle Richard en Arthur Weststeijn (reds.), <italic>The Dutch Empire between Ideas and Practice, 1600-2000</italic>. Cambridge Imperial and Post-Colonial Studies (Palgrave Macmillan 2019) 5. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1007/978-3-030-27516-7">https://doi.org/10.1007/978-3-030-27516-7</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn35"><label>35</label><p>Petra Groen, &#x2018;Colonial Warfare and Military Ethics in the Netherlands East Indies, 1816-1941&#x2019;, in: Bart Luttikhuis en Dirk Moses (reds.), <italic>Colonial Counterinsurgency and Mass Violence</italic> (Routledge 2018). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4324/9781315767345-2">https://doi.org/10.4324/9781315767345-2</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn36"><label>36</label><p>Groen, &#x2018;Colonial warfare&#x2019;; Henk Schulte Nordholt, &#x2018;A Genealogy of Violence&#x2019;, in: <italic>Roots of Violence in Indonesia</italic> (Brill 2002). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/9789004489561_004">https://doi.org/10.1163/9789004489561_004</ext-link>; Marieke Bloembergen, &#x2018;The Dirty Work of Empire: Modern Policing and Public Order in Surabaya, 1911-1919&#x2019;, <italic>Indonesia</italic> 83 (2007) 119-150.</p></fn>
<fn id="fn37"><label>37</label><p>Joseph Chamberlain, &#x2018;The True Conception of Empire&#x2019;, 1897. Zie John Alden (red.), <italic>Representative British Orations</italic> (G.P. Putnam&#x2019;s Sons 1900).</p></fn>
<fn id="fn38"><label>38</label><p>Zie o.a. Jan Vansina, <italic>Being Colonized: The Kuba Experience in Rural Congo, 1880-1960</italic> (University of Wisconsin Press 2010).</p></fn>
<fn id="fn39"><label>39</label><p>Morgan Ndlovu, &#x2018;Manufacturing black-on-black violence in Africa: A decolonial perspective on Mfecane and Afrophobia/xenophobia in South Africa&#x2019;, <italic>International Journal of African Renaissance Studies-Multi-, Inter-and Transdisciplinarity</italic> 12:2 (2017) 97-109. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/18186874.2017.1401768">https://doi.org/10.1080/18186874.2017.1401768</ext-link>; Philip Dwyer en Amanda Nettelbeck (reds.), <italic>Violence, Colonialism and Empire in the Modern World</italic> (Palgrave Macmillan 2017). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1007/978-3-319-62923-0">https://doi.org/10.1007/978-3-319-62923-0</ext-link>; William Beinart, &#x2018;Political and Collective Violence in Southern African Historiography&#x2019;, <italic>Journal of Southern African Studies</italic> 18:3 (1992) 455-486. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1080/03057079208708324">https://doi.org/10.1080/03057079208708324</ext-link>; Achille Mbembe, <italic>Necropolitics</italic>: <italic>Theory in Forms</italic> (Duke University Press 2017) 77.</p></fn>
<fn id="fn40"><label>40</label><p>Zie bijvoorbeeld het statement van de Franstalige partij <sc>mr</sc> (<italic>Mouvement R&#x00E9;formateur</italic>) in de context van debatten over de Commissie over het Belgische koloniale verleden: &#x2018;Congo: Effacer ou expliquer l&#x2019;histoire&#x2019;, 14 november 2022, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.mr.be/agenda/congo-effacer-ou-expliquer-lhistoire/">https://www.mr.be/agenda/congo-effacer-ou-expliquer-lhistoire/</ext-link>; en de Vlaamse <sc>n-va</sc>-adviseur ideologie Joren Vermeersch: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/">https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn41"><label>41</label><p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/06/08/koning-in-congo-toespraak/">https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/06/08/koning-in-congo-toespraak/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn42"><label>42</label><p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/06/30/spijtbetuiging-koning-filip/#:&#x007E;:text&#x003D;Dossier&#x0025;20Congo-,De&#x0025;20spijt&#x0025;20van&#x0025;20koning&#x0025;20Filip&#x0025;20negeert&#x0025;20dat&#x0025;20koloniaal&#x0025;20geweld&#x0025;20in,tot&#x0025;20eventuele&#x0025;20herstelbetalingen&#x0025;20te&#x0025;20omzeilen">https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/06/30/spijtbetuiging-koning-filip/#:&#x007E;:text&#x003D;Dossier&#x0025;20Congo-,De&#x0025;20spijt&#x0025;20van&#x0025;20koning&#x0025;20Filip&#x0025;20negeert&#x0025;20dat&#x0025;20koloniaal&#x0025;20geweld&#x0025;20in,tot&#x0025;20eventuele&#x0025;20herstelbetalingen&#x0025;20te&#x0025;20omzeilen</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn43"><label>43</label><p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://tinyurl.com/57jjh552">https://tinyurl.com/57jjh552</ext-link>; <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://tinyurl.com/mruytrw3">https://tinyurl.com/mruytrw3</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn44"><label>44</label><p>Frederick Cooper, <italic>Colonialism in question: Theory, knowledge, history</italic> (University of California Press 2005) 18-19. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1525/9780520938618">https://doi.org/10.1525/9780520938618</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn45"><label>45</label><p>Brandon en Sarkar, &#x2018;Labour history&#x2019;, 73-109.</p></fn>
<fn id="fn46"><label>46</label><p>L&#x00E9;on Buskens et al. (reds.), <italic>Scholarship in Action: Essays on the Life and Work of Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936)</italic> (Brill 2023). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/9789004513617">https://doi.org/10.1163/9789004513617</ext-link>; Cees van Dijk (red.), <italic>Islam en politiek in Indonesi&#x00EB;</italic> (D. Coutinho 1988); Michael Laffan, &#x2018;From Wayfarer to <italic>Wedono</italic>: Snouck Hurgronje and the Sufi Threat on Java, 1884-1892&#x2019;, Buskens et al., <italic>Scholarship in Action</italic> (Brill 2023) 374-386. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1163/9789004513617_011">https://doi.org/10.1163/9789004513617_011</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn47"><label>47</label><p>Zie o.a. Mathieu Zana Etambala, &#x2018;L&#x2019;Arm&#x00E9;e du Salut et la naissance de la &#x201C;Mission des Noirs&#x201D; au Congo Belge, 1934-1940&#x2019;, <italic>Annales Aequatoria</italic> 26 (2005) 67-164. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.4314/aq.v26i1.5617">https://doi.org/10.4314/aq.v26i1.5617</ext-link>; Nicole Eggers, <italic>Unruly Ideas: A History of Kitawala in Congo</italic> (Ohio University Press 2023); Nancy Rose Hunt, <italic>A Nervous State: Violence, Remedies, and Reverie in Colonial Congo</italic> (Duke University Press 2015).</p></fn>
<fn id="fn48"><label>48</label><p>Van der Jagt, &#x2018;Postkoloniale geschiedschrijving&#x2019;, 70.</p></fn>
<fn id="fn49"><label>49</label><p>Guy Vanthemsche, <italic>Congo. De impact van de kolonie op Belgi&#x00EB;</italic> (Lannoo 2007) 99.</p></fn>
<fn id="fn50"><label>50</label><p>Matthew G. Stanard, <italic>Selling the Congo: A History of European Pro-Empire Propaganda and the Making of Belgian Imperialism</italic> (University of Nebraska Press 2012). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.2307/j.ctt1df4g39">https://doi.org/10.2307/j.ctt1df4g39</ext-link>; Bambi Ceuppens, <italic>Congo made in Flanders? Koloniale Vlaamse visies op &#x201C;blank&#x201D; en &#x201C;zwart&#x201D; in Belgisch Congo</italic> (Academia Press 2003).</p></fn>
<fn id="fn51"><label>51</label><p>Ceuppens, <italic>Congo made in Flanders?</italic>; Geertje Mak en Marit Monteiro, &#x2018;Missie en zending in de Nederlandse koloni&#x00EB;n. Meer dan bekering en &#x201C;Beschaving&#x201D;&#x2019;, in: Rose Mary Allen et al. (reds.), <italic>Staat en slavernij</italic> (Athenaeum/Polak &#x0026; Van Gennep 2023) 382-383.</p></fn>
<fn id="fn52"><label>52</label><p>Koekkoek, Richard en Weststeijn, <italic>The Dutch Empire</italic>; Zie ook de conferentie die van 11 tot 13 september 2024 gehouden werd aan de Universiteit Utrecht: &#x2018;Voices of resistance in and against Dutch empire&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn53"><label>53</label><p>Frank Gerits, <italic>The Ideological Scramble for Africa: How the Pursuit of Anticolonial Modernity Shaped a Postcolonial Order, 1945-1966</italic> (Cornell University Press 2023) 26-28. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.7591/cornell/9781501767913.001.0001">https://doi.org/10.7591/cornell/9781501767913.001.0001</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn54"><label>54</label><p>De conferentie &#x2018;Pathways to Empire? Belgian Global Expansion 1830-1930&#x2019; georganiseerd door <sc>ku</sc> Leuven en <sc>cegesoma</sc> tussen 11 en 13 september 2024 is een recent voorbeeld van een meer ge&#x00EF;ntegreerd perspectief op Belgische <italic>empire building</italic>. Zie: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.arts.kuleuven.be/conferences/conference-pathways-to-empire">https://www.arts.kuleuven.be/conferences/conference-pathways-to-empire</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn55"><label>55</label><p>Jan Vandersmissen, <italic>Koningen van de wereld. Leopold <sc>ii</sc> en de aardrijkskundige beweging</italic> (Acco 2009); Jan Vandersmissen, &#x2018;The King&#x2019;s Most Eloquent Campaigner&#x2026; Emile de Laveleye, Leopold <sc>ii</sc> and the Creation of the Congo Free State&#x2019;, <italic>Journal of Belgian History</italic> <sc>xli</sc>:1-2 (2011) 7-57; Gert Huskens, <italic>The Lion and the Sphinx: An Entangled History of Belgian Diplomacy in Egypt, 1830-1914</italic> (unpublished PhD., Universiteit Gent, 2023) 13.</p></fn>
<fn id="fn56"><label>56</label><p>Frederick Cooper en Ann L. Stoler, <italic>Between Metropole and Colony: Rethinking a Research Agenda</italic>, in: Frederick Cooper en Ann L. Stoler (reds.), <italic>Tensions of Empire: Colonial Cultures in a Bourgeois World</italic> (University of California Press 1997) 15-18. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1525/9780520918085">https://doi.org/10.1525/9780520918085</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn57"><label>57</label><p>Niall Ferguson, <italic>Civilization: The West and the Rest</italic> (Allen Lane 2011).</p></fn>
<fn id="fn58"><label>58</label><p>Van der Jagt, &#x2018;Postkoloniale geschiedschrijving&#x2019;, 70.</p></fn>
<fn id="fn59"><label>59</label><p>Idem, 91.</p></fn>
<fn id="fn60"><label>60</label><p>De Kom, <italic>We Slaves of Suriname</italic>; Van der Jagt, <italic>Engelen uit Europa</italic>, 405-410.</p></fn>
<fn id="fn61"><label>61</label><p>Ostrovsky, &#x2018;Manifesto of the Congress to the Peoples of the East&#x2019;, <italic>Kommunistichesky Internatsional</italic> 15 (20 december 1920), <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.marxists.org/history/international/comintern/baku/manifesto.htm">https://www.marxists.org/history/international/comintern/baku/manifesto.htm</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn62"><label>62</label><p>W.E.B. Du Bois, <italic>Darkwater: Voices from within the Veil</italic> (Harcourt, Brace and Company 1920). Zie <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.gutenberg.org/files/15210/15210-h/15210-h.htm">https://www.gutenberg.org/files/15210/15210-h/15210-h.htm</ext-link>. In zijn latere werk komt dit nog veel sterker tot uiting, zie <italic>The world and Africa. An inquiry into the part which Africa has played in world history</italic> (International Publishers 1965 [1946]).</p></fn>
<fn id="fn63"><label>63</label><p>Zie bijvoorbeeld het discours van een voormalig ambassadeur in Congo, tijdens een hoorzitting in de context van de commissie over het Belgisch koloniale verleden: &#x2018;Les &#x201C;bienfaits&#x201D; de la colonisation font &#x00E0; nouveau debat&#x2019;, <italic>Le Vif</italic>, 23 mei 2022, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.levif.be/belgique/les-bienfaits-de-la-colonisation-font-a-nouveau-debat/">https://www.levif.be/belgique/les-bienfaits-de-la-colonisation-font-a-nouveau-debat/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn64"><label>64</label><p>Peter Casteels, &#x2018;Interview. N-<sc>va</sc>-ideoloog Joren Vermeersch: Black Lives Matter vervalt in rassendenken dat het zegt te bestrijden&#x2019;, <italic>Knack</italic>, 19 juni 2020, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/">https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn65"><label>65</label><p>Idesbald Goddeeris, Amandine Lauro en Guy Vanthemsche (reds.), <italic>Koloniaal Congo. een geschiedenis in vragen</italic> (Polis 2020) 16.</p></fn>
<fn id="fn66"><label>66</label><p>Dani&#x00EB;l Vangroenweghe, <italic>Rood rubber. Leopold <sc>ii</sc> en zijn Kongo</italic> (Elsevier 1985); Ludo De Witte, <italic>De moord op Lumumba</italic> (Van Halewyck 2000). Zie voor een goed overzicht voor 2006, Guy Vanthemsche, &#x2018;The Historiography of Belgian Colonialism in Congo&#x2019;, in: Csaba L&#x00E9;vai (red.), <italic>Europe and the World in European Historiography</italic> (Pisa University Press 2006) 89-119; Geert Castryck, &#x2018;Whose History is History: Singularities and Dualities of the Public Debate on Belgian Colonialism&#x2019;, in: Csaba L&#x00E9;vai (red.), <italic>Europe and the World in European Historiography</italic>, 71-88.</p></fn>
<fn id="fn67"><label>67</label><p>David Van Reybrouck, <italic>Congo. Een geschiedenis</italic> (De Bezige Bij 2010); Mathieu Zana Etambala, <italic>Veroverd, bezet, gekoloniseerd Congo 1876-1914</italic> (Sterck &#x0026; De Vreese 2020); Mathieu Zana Aziza Etambala, <italic>De teloorgang van een modelkolonie. Belgisch Congo (1958-1960)</italic> (Acco 2008) 10.</p></fn>
<fn id="fn68"><label>68</label><p>Voorstel van de commissievoorzitter Wouter De Vriendt, &#x2018;Aanbevelingen Bijzonder Commissie &#x201C;Koloniaal Verleden&#x201D;&#x2019;, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.lachambre.be/kvvcr/pdf_sections/pri/congo/20221122&#x0025;20Aanbevelingen&#x0025;20voorzitter&#x0025;20def&#x0025;20(004).pdf">https://www.lachambre.be/kvvcr/pdf_sections/pri/congo/20221122&#x0025;20Aanbevelingen&#x0025;20voorzitter&#x0025;20def&#x0025;20(004).pdf</ext-link>. Zie ook <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/">https://www.knack.be/nieuws/n-va-ideoloog-joren-vermeersch-black-lives-matter-vervalt-in-rassendenken-dat-het-zegt-te-bestrijden/</ext-link>. Over het falen van die commissie, zie Sarah Van Beurden en Gillian Mathys, &#x2018;Une technique de gouvernementalit&#x00E9; (post)coloniale? La commission Congo en Belgique (2020-2022) dans une perspective historique&#x2019;, <italic>Revue d&#x2019;Histoire Contemporaine de l&#x2019;Afrique</italic> 5 (2023). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51185/journals/rhca.2023.stc04">https://doi.org/10.51185/journals/rhca.2023.stc04</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn69"><label>69</label><p>Nadia Nsayi, <italic>Dochter van de dekolonisatie</italic> (<sc>epo</sc> 2020); Huskens, <italic>The Lion and the Sphinx</italic>; Pierre-Philippe Fraiture (red.), <italic>Unfinished Histories: Empire and Postcolonial Resonance in Central Africa and Belgium</italic> (Leuven University Press 2022). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.2307/j.ctv31djqxw">https://doi.org/10.2307/j.ctv31djqxw</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn70"><label>70</label><p>T&#x00F6;dt, <italic>The Lumumba Generation</italic>; Beno&#x00EE;t Henriet, <italic>Colonial Impotence: Virtue and Violence in a Congolese Concession (1911-1940)</italic> (De Gruyter Oldenbourg 2021). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1515/9783110652734">https://doi.org/10.1515/9783110652734</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn71"><label>71</label><p>Idesbald Goddeeris, Guy Vanthemsche en Amandine Lauro, &#x2018;1. Waarom een &#x201C;Geschiedenis in vragen&#x201D;?&#x2019;, in: idem (reds.), <italic>Koloniaal Congo</italic>, 14-15.</p></fn>
<fn id="fn72"><label>72</label><p>Ann Laura Stoler, <italic>Along the Archival Grain: Epistemic Anxieties and Colonial Common Sense</italic> (Princeton University Press 2010); Jean Allman, &#x2018;Phantoms of the Archive: Kwame Nkrumah, a Nazi Pilot Named Hanna, and the Contingencies of Postcolonial History-Writing&#x2019;, <italic>American Historical Review</italic> 118:1 (2013) 104-129. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.1093/ahr/118.1.104">https://doi.org/10.1093/ahr/118.1.104</ext-link>.</p></fn>
</fn-group>
<sec id="s8">
<title/>
<p><bold>Frank Gerits</bold> is Universitair Docent Internationale Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en Research Fellow bij de International Studies Group aan de University of the Free State in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Hij behaalde zijn PhD aan het European University Institute in 2014 en heeft posities bekleed aan de New York University (2015), de University of the Free State in Bloemfontein Zuid-Afrika (2016) en de Universiteit van Amsterdam (2017). Zijn eerste boek, <italic>The Ideological Scramble for Africa: How the Pursuit of Anticolonial Modernity Shaped a Postcolonial Order, 1945-1966</italic>, werd gepubliceerd door Cornell University Press in 2023. Momenteel werkt hij aan een project gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (<sc>nwo</sc>) getiteld &#x2018;Moral Empire: Belgium and the Global South (1830-2022)&#x2019; (406.<sc>xs</sc>.01.067). E-mail: <email>f.p.l.gerits@uu.nl</email>.</p>
<p><bold>Gillian Mathys</bold> is Hoofddocent Afrikaanse Geschiedenis aan de <sc>ug</sc>ent, waar ze ook haar PhD behaalde in 2014. Ze was aangesteld als een van de experten die het eerste rapport voor de Bijzonder Commissie &#x2018;Koloniaal verleden&#x2019; (2020-2022) in Belgi&#x00EB; produceerden. Haar eerste boek <italic>Fractured Pasts in Lake Kivu&#x2019;s Borderlands: Conflicts, Connections and Mobility in Central Africa</italic> wordt in 2025 gepubliceerd door de African Studies Series van Cambridge University Press. In 2022 ontving ze een <sc>erc</sc> Starting Grant voor het project &#x2018;Violence Work: Creating and contesting colonial authority on the ground in Central Africa through everyday violence&#x2019;. E-mail: <email>gillian.mathys@ugent.be</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>
