<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="forum" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18780</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18780</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Forum</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Over de historische waarde(n) van tv-series</article-title>
<subtitle>Inleiding bij het forum over <italic>Het verhaal van Vlaanderen en Het verhaal van Nederland</italic> (2022-2023)</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Huisman</surname>
<given-names>Marijke</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>29</fpage>
<lpage>36</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18780"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hoe belangrijk vakbladen als <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> ook zijn voor historici, de geschiedenis van de Lage Landen krijgt voor het bredere publiek meer vorm en betekenis in heel andere media zoals herdenkingsrituelen, standbeelden, romans en strips, games, podcasts en films. Dat bleek recent weer uit het succes van de tv-geschiedenissen <italic>Het verhaal van Nederland</italic> (2022) en <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> (2023), beide afgeleiden van een Deens format.</p>
<p>In een poging het nationaal-historische bewustzijn te stimuleren, ontwikkelde omroep Danmark Radio in samenwerking met het Ministerie van Cultuur, het Nationaal Museum en lokale partners de tv-serie <italic>Historien om Danmark</italic>, die in 2017 werd uitgezonden. Met behulp van een goudkleurige tijdlijn, re-enactmentsc&#x00E8;nes, 3D-reconstructies, close-ups van bronnen en objecten, erfgoedlocaties en interviews met historici en andere experts leidde acteur Lars Mikkelsen het Deense publiek in tien afleveringen door de nationale geschiedenis. Nadien verkochten Danmark Radio en distributiehuis Media Ranch het format op de internationale tv-markt.</p>
<p>In Nederland en Vlaanderen werden de rechten gekocht door respectievelijk Tuvalu Media en Pupkin Film, en productiehuis De Mensen. Samen met de publieke omroepen <sc>ntr</sc> en <sc>vrt</sc> kregen de Nederlandse en Vlaamse versie van het Deense format een lokale invulling. <italic>Het verhaal van Nederland</italic> werd gepresenteerd door acteur Daan Schuurmans, en tussen 2 februari en 13 april 2022 uitgezonden door de <sc>ntr</sc>. De <sc>vrt</sc> zond het door tv-fenomeen Tom Waes gepresenteerde <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> uit van 1 januari tot 5 maart 2023. Rondom de tv-series organiseerden de producenten multimedia-producten, zoals online &#x2018;Achter het verhaal&#x2019;-afleveringen in Vlaanderen en een podcast met wandelingen langs erfgoedlocaties in Nederland.</p>
<p>Met zo&#x2019;n twee miljoen kijkers elk hadden de series in Nederland en Vlaanderen/Belgi&#x00EB; een bereik waarvan de meeste historici slechts kunnen dromen. Tegelijkertijd boden de series tal van beroepshistorici als adviseurs en <italic>talking heads</italic> de ruimte hun expertise te delen met zowel de makers als de kijkers. Daarmee werden die historici ook onderdeel van publiekshistorische projecten die vooral in Vlaanderen leidden tot felle debatten over het gebruik, of misbruik, van het verleden voor actueel-politieke doelen. Was de door de regering gesubsidieerde tv-geschiedenis geen instrument in een nationalistische politiek tot bevordering van een &#x2018;zelfbewust Vlaanderen&#x2019;, net zoals de in mei 2023 gelanceerde Canon van Vlaanderen? En andersom: wat was daar eigenlijk mis mee? In maart 2023 trok Bart De Wever, historicus, voorzitter van regeringspartij Nieuw-Vlaamse Alliantie (<sc>n-va</sc>) en burgemeester van Antwerpen, fel van leer tegen historici die hun taak in de &#x2018;gemeenschapsvorming&#x2019; links zouden laten liggen.</p>
<p>Nu al dat stof enigszins is neergedaald, vindt de redactie van <italic><sc>bmgn-lchr</sc></italic> het tijd de balans op te maken in een forum over de historische waarde van deze tv-series en de debatten daarover. Om enige afstand tot de publieke discussies te scheppen, zocht de redactie twee specialisten-teams van buiten Nederland en Vlaanderen/Belgi&#x00EB; om te reflecteren op de in de series getoonde meesterverhalen. Daar tegenover staan twee bijdragen van &#x2018;insiders&#x2019;, een Vlaamse en Nederlandse historicus die actief meewerkten aan deze tv-geschiedenissen. Daaromheen vergelijken twee thematische beschouwingen de series vanuit publiekshistorisch en erfgoedperspectief.</p>
<p>Pieter Van den Heede opent dit forum met een vergelijkende analyse van beide tv-series vanuit het perspectief van publieksgeschiedenis, opgevat als vertaling van actuele, academisch verantwoorde historische inzichten naar een breder publiek. Met zijn verkenning van de productiecontext in relatie tot de verteltechniek en inhoud legt Van den Heede direct al een spanning bloot die in alle bijdragen terugkeert. Terwijl beroepshistorici al decennia bezig zijn hun discipline voorbij het &#x2018;methodologisch nationalisme&#x2019; te brengen, werken de tv-series met een nationaal-historisch format dat naadloos aansluit bij een politiek-maatschappelijk klimaat dat geschiedenis en erfgoed juist beziet als middel tot versterking van de Nederlandse en Vlaamse identiteit. Het gevolg is dat de ruimte voor nieuwe historische inzichten beperkt is, aldus Van den Heede. Hoe deskundig en kritisch de individuele optredens van expert-historici ook zijn, in het geheel van de series rest hen primair een rol als verschaffers van legitimiteit aan tv-verhalen die oude, mythische versies van de nationale geschiedenissen volgens Van den Heede eerder bevestigen dan vernieuwen.</p>
<p>Vanuit het Belgienzentrum in Paderborn (Duitsland) kijken Yves Huybrechts en Sabine Schmitz met een mediatheoretische bril naar <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic>. Zij onderzoeken of de daarin getoonde geschiedenis ook voor een internationaal publiek kan werken. Net als Van den Heede zien zij in deze tv-serie duidelijk sporen van een Vlaams-nationaal meesterverhaal waarin zowel Franstalig Belgi&#x00EB; als de Lage Landen als geheel er bekaaid vanaf komen. Door gebrek aan oog voor verbanden tussen ontwikkelingen in het huidige Vlaanderen en de Europese of mondiale context is het resultaat volgens Schmitz en Huybrechts weinig relevant voor buitenlandse kijkers. Toch ligt de sleutel tot de felle discussies over de tv-serie in Vlaanderen zelf volgens hen niet in het nationalisme van de vertelling; Schmitz en Huybrechts zien eerder een gebrek aan een duidelijke lijn of boodschap. Het daaruit resulterende hybride geschiedbeeld verklaren zij vanuit het genre van de tv-serie als <italic>subjunctive documentary</italic>: een documentairefilm die de (historische) realiteit nadrukkelijk als een kunstmatige voorstelling presenteert &#x2013; bijvoorbeeld met re-enactments en de interventies van presentator Waes &#x2013; en daardoor &#x2018;open&#x2019; staat voor meerdere interpretaties en reacties.</p>
<p>Die openheid ervoer ook Henk de Smaele, die als expert-historicus meewerkte aan aflevering 8 van <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic>, over de negentiende eeuw. Hij blikt als &#x2018;insider&#x2019; terug op de debatten over de serie, inclusief kritieken dat meewerkende historici als hij zich voor een Vlaams-nationalistische kar zouden hebben laten spannen. Dat is niet zijn ervaring en hij is nog altijd tevreden met &#x2018;zijn&#x2019; aflevering. Niet omdat alles &#x2018;klopt&#x2019;, maar wel omdat de aflevering draait om primaire bronnen en goed toont hoe geschiedenis vorm krijgt als een daarop gebaseerde zoektocht naar interpretaties van het verleden.</p>
<p>Naast de verwerking van recente inzichten uit de historiografie ontsluit dit forum daarmee een tweede perspectief op de &#x2018;historische waarde&#x2019; van de tv-geschiedenissen. In hoeverre bieden deze publieksgeschiedenissen ruimte voor de constructie van geschiedbeelden, en daarmee voor wat in de geschiedenisdidactiek &#x2018;historisch redeneren&#x2019; wordt genoemd? Zowel de Smaele als Schmitz en Huybrechts en Van den Heede menen dat er in <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> relatief veel aandacht is voor de &#x2018;werkpraktijk&#x2019; van historici. Samen met historici en andere experts duikt Waes in archieven en wordt de complexe, per definitie meervoudige weg van bronnen naar interpretaties inzichtelijk gemaakt voor een breder publiek. Maar die openheid over de historische praktijk zagen Jacco Pekelder en Neele Teneyken juist niet in <italic>Het verhaal van Nederland</italic>.</p>
<p>Vanuit het Zentrum f&#x00FC;r Niederlande-Studien in M&#x00FC;nster (Duitsland) onderzoeken Pekelder en Teneyken of <italic>Het verhaal van Nederland</italic> hun Duitse studenten een goede, bij recente wetenschappelijke inzichten aansluitende inleiding in de Nederlandse geschiedenis geeft, en of deze inzicht biedt in het historisch ambacht. Daartoe plaatsen zij de tv-serie in een langere traditie van Nederlandse televisiegeschiedenis, vanaf de serie <italic>58 Miljoen Nederlanders</italic> (1977), om te concluderen dat de nieuwste loot aan die stam wat het historisch ambacht betreft &#x2018;een stap terug&#x2019; is. Terwijl historici in eerdere geschiedenisprogramma&#x2019;s de kijkers nog meenamen in de duiding van bronnen en de botsing van meerdere perspectieven expliciet maakten, kregen expert-historici in 2022 slechts een rol als <italic>authenticator</italic> van een door middel van re-enactments als eenduidig voorgesteld verhaal van Nederland. Dat biedt studenten en scholieren volgens Pekelder en Teneyken weliswaar een aantrekkelijke en vanuit Duits perspectief soms ook vernieuwende inleiding in de geschiedenis van Nederland, maar draagt weinig bij aan het kritisch denken over de constructies van geschiedbeelden (zie <xref ref-type="fig" rid="fg001">Figuur 1</xref>).</p>
<fig id="fg001">
<label>Figuur 1.</label>
<caption><p>Philip Mercier, <italic>The Sense of Sight</italic> (ca. 1744&#x2013;1747). Een docent leert zijn vier studenten om te gaan met optische accessoires. Meerdere bijdragen in dit forum bespreken de vraag of deze televisieseries hun kijkers wel leren om kritisch te kijken naar het verleden. &#x00A9; Yale Center for British Art, Paul Mellon Collection, B1974.3.17.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18780_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>Die doelstelling past ook niet in een tv-geschiedenis, aldus &#x2018;insider&#x2019; Maarten Prak. Op basis van zijn ervaringen met tv-geschiedenissen <italic>De Gouden Eeuw</italic>, <italic>80 jaar Oorlog</italic> en <italic>Het verhaal van Nederland</italic> stelt hij dat publieksgeschiedenis draait om publieksbereik; vorm en inhoud van tv-geschiedenissen moeten daarom afgestemd worden op verwachtingen van het publiek. &#x2018;Het mag dus niet te moeilijk worden, en vooral, niet saai&#x2019;, aldus Prak. Binnen die kaders heeft de meewerkend beroepshistoricus als taak te bewaken dat de inhoud spoort met inzichten uit de recente historiografie. In dat opzicht is <italic>Het verhaal van Nederland</italic> volgens Prak geslaagd. De hoge kijkcijfers overtuigden hem bovendien van de vormkeuze voor re-enactments. &#x2018;Met de kijkcijfers is het eigenlijk net als met de democratie&#x2019;, stelt hij: &#x2018;je kan het oneens zijn met de smaak of keuze van de kijker, maar als die op zo&#x2019;n manier laat zien dat je een snaar hebt weten te raken, dan betekent dat ook dat je de geschiedenis echt bij een groot publiek hebt weten te brengen.&#x2019;</p>
<p>Of de term &#x2018;publiek&#x2019; in publieksgeschiedenis primair draait om bereik van (zoveel mogelijk) mensen, lijkt mij een belangrijk discussiepunt. Naast het zelfstandig naamwoord &#x2018;publiek&#x2019; &#x2013; in de betekenis van &#x2018;mensen&#x2019;, &#x2018;het volk&#x2019; &#x2013; geeft <italic>Van Dales</italic> woordenboek immers het bijvoeglijk naamwoord &#x2018;publiek&#x2019; met betekenissen als &#x2018;openbaar&#x2019;, &#x2018;toegankelijk&#x2019; en &#x2018;van algemeen belang&#x2019; &#x2013; denk aan &#x2018;publieke zaken&#x2019; als onderwijs of openbaar vervoer. De vraag wordt dan welk algemeen belang publieksgeschiedenis in de vorm van tv-series dient, en daarover lijken de auteurs van deze forumbijdragen impliciet van inzicht te verschillen. Sommigen benadrukken de overdracht van geschiedwetenschappelijke inzichten naar een breder publiek, anderen beklemtonen juist datgene wat als &#x2018;historisch redeneren&#x2019; centraal staat in geschiedenis- en erfgoededucatie: het openbaren van de historische praktijk en het interpretatieproces dat vooraf gaat aan (de meest actuele) beelden van het verleden.</p>
<p>Die tweede lijn wordt met kracht vertegenwoordigd door Hester Dibbits en Jonathan Even-Zohar, die de verhalen van Nederland en Vlaanderen vanuit erfgoedperspectief bekijken. Centraal in hun beschouwing staat &#x2018;erfgoedwijsheid&#x2019;, een begrip dat verwijst naar meta-reflectie op erfgoed. Het gaat dan om het proces van erfgoedvorming en de dialoog over verschillende betekenissen die mensen hechtten en hechten aan sporen van het verleden, net zoals beroepshistorici hun onderzoek historiografisch positioneren in zowel een traditie als een actueel veld met verschillende perspectieven. Die reflexieve en per definitie meerstemmige dialoog is volop gaande in de samenleving en de erfgoedsector, zoals blijkt uit vele discussies over (het gebrek aan) inclusiviteit en multiperspectiviteit in schoolboekgeschiedenis, de omgang met koloniale erfenissen of milieubelastende tradities (bijvoorbeeld paasvuren) en de beweging naar burgerparticipatie in musea. De tv-series bewegen echter niet mee, zo constateren Dibbits en Even-Zohar. Historische objecten en locaties worden enkel naar voren geschoven als bronnen die met uitleg van experts &#x2018;de&#x2019; geschiedenis van Nederland en Vlaanderen illustreren.</p>
<p>Al met al is de historische waarde van de tv-geschiedenissen volgens de auteurs van de forumbijdragen best behoorlijk, mits &#x2018;historische waarde&#x2019; wordt opgevat als de mate waarin de verhalen van Nederland en Vlaanderen ruimte bieden aan actuele inzichten uit de historiografie over de Lage Landen. Met name <italic>Het verhaal van Nederland</italic> toont allerlei nieuwe perspectieven op bijvoorbeeld de &#x2018;Gouden Eeuw&#x2019; en de Tweede Wereldoorlog, die evenmin ontbreken in <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic>. Zo bezien is er sprake van geslaagde publiekshistorische projecten, zoals Marnix Beyen het als hoofdredacteur van <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> eerder schreef: tientallen historici &#x2018;vertaalden op een gezagsvolle en aantrekkelijke manier de meest recente inzichten binnen hun domein naar een breed publiek&#x2019;. Naar zijn idee stemden de series dan ook &#x2018;hoopvol [&#x2026;] over de positie van de historicus/a als expert&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></p>
<p>Dat de tv-series de status van historici als experts bevestigen, is blijkens de bijdragen aan dit forum toch niet louter positief te duiden. De expertise van historici werd volgens sommigen slechts ingezet om &#x2018;het&#x2019; verhaal een aura van betrouwbaarheid en gezag te geven, of &#x2013; milder geformuleerd &#x2013; ingeperkt door een kader dat matig aansluit bij de beroepshistorische praktijk. Die mismatch zit deels in de geografische omvang, ofwel de spanning tussen een nationaal-historisch tv-format en een geschiedwetenschap die onder invloed van de &#x2018;global turn&#x2019; juist voorbij het nationale kader gaat. Meer algemeen signaleren de auteurs in beide tv-geschiedenissen een nadruk op het vertrouwde en bekende, onder andere blijkend uit de personaliserende re-enactments. In de publieksgeschiedenis is die identificatie-bevorderende focus op het leven en lijden van &#x2018;mensen zoals wij&#x2019; zeer gangbaar, zie bijvoorbeeld de biografische vorm van veel publieksboeken en historische films als <italic>Oppenheimer</italic> (2023) of <italic>Napoleon</italic> (2024). In de geschiedwetenschap heeft de biografische benadering van het verleden daarentegen een relatief lage status; in een vakblad als <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> worden zelden biografische artikelen gepubliceerd.</p>
<p>Een tweede pijnpunt betreft de vraag wat de expertise van historici precies behelst, en dus waaruit de &#x2018;historische waarde&#x2019; van deze tv-series moet blijken. Dan gaat het in de forumbijdragen niet enkel over het delen van actuele inzichten uit de historiografie over de Lage Landen, maar ook over metahistorische reflecties die het bredere publiek duidelijk maken dat er een verschil is tussen het verleden, dat voorbij en weg is, en de verhalen over dat verleden, die per definitie standplaatsgebonden interpretaties van fragmentarisch overgeleverde bronnen of sporen zijn (zie <xref ref-type="fig" rid="fg002">Figuur 2</xref>). Gezien de inrichting van academische studieprogramma&#x2019;s Geschiedenis of de eisen die worden gesteld aan bijdragen in vaktijdschriften als <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> ligt hier de kern van historische expertise, maar juist op dit punt schieten de tv-series volgens de auteurs van de forumbijdragen tekort &#x2013; hoewel <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> beter scoort dan <italic>Het verhaal van Nederland</italic>.</p>
<fig id="fg002">
<label>Figuur 2.</label>
<caption><p>In beide televisieseries treden diverse historici op als expert. Hier, in <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic>, legt Klaas Van Gelder uit hoe opstandelingen tijdens de Belgische Revolutie van 1830 ge&#x00EF;nspireerd waren door de participanten van de Brabantse Omwenteling van veertig jaar eerder. Beelden: De Mensen/<sc>vrt</sc>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.18780_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Het is de vraag of deze kritiek terecht is. In hoeverre kan men van tv-makers en andere producenten van publieksgeschiedenissen verwachten dat zij zich richten naar de eisen van een academische discipline die een groot deel van haar bestaansrecht &#x2013; en status &#x2013; ontleent aan de kritische <italic>debunking</italic> van populair-instrumentele omgangen met het verleden? Indien historici echter menen dat het van algemeen, publiek, belang is hun ambacht te ontsluiten voor een breder publiek, dan wordt het misschien wel tijd voor een verfijnder reflectie op de vraag naar de bijdrage van beroepshistorici aan de publieke zaak. Draait die bijdrage om behoud van zichtbaarheid en/of expert-status voor de beroepsgroep, om deling van <italic>up to date</italic> kennis, of om het openen van meerdere perspectieven dan wel interpretaties en de opbouw van meta-historisch besef over de constructieve aard van geschiedenis en erfgoed?</p>
<p>En als historici zich juist met die laatste punten onderscheiden van &#x2018;andere&#x2019; geschiedenisproducenten, hoe zinvol en strategisch is het dan ons in het kader van publieksbereik te laten reduceren tot positief-realistische <italic>talking heads</italic> die de laatste inzichten over een thema of tijdvak op toegankelijke wijze vertellen? Een eerlijk antwoord vereist waarschijnlijk ook reflectie op de twee zielen in de beroepsidentiteit van historici: de meester-verteller versus de saboteur die wijst op het fundamenteel open einde van alle meesterverhalen. Hoe dat non-verhaal in een vorm te gieten die een breder publiek aanspreekt, lijkt de hamvraag die tussen de regels van dit forum oprijst &#x2013; maar toch onbeantwoord blijft. Misschien zouden historici zich eens kunnen ori&#x00EB;nteren op de talloze true crime-podcasts, waarin (meestal) journalisten luisteraars meenemen op speurtochten langs fragmentarische, multi-interpretabele bronnen en getuigenissen. Die speurtochten leiden vrijwel nooit tot een sluitende, definitieve conclusie, maar weten het brede publiek desondanks mee te slepen in een pakkend verhaal.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Marnix Beyen, &#x2018;Van de redactie &#x2013; Redactioneel&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc></italic> &#x2013; <italic>Low Coutries Historical Review</italic> 138:1 (2023) 1. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="doi" xlink:href="10.51769/bmgn-lchr.13798">https://doi.org/10.51769/bmgn-lchr.13798</ext-link>.</p></fn>
</fn-group>
<sec id="s1">
<title/>
<p><bold>Marijke Huisman</bold> is universitair docent Publieksgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en redactielid van <italic><sc>bmgn</sc></italic> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic>. E-mail: <email>m.h.huisman@uu.nl</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>
