<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18652</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18652</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Gemaakt op reis. Nederlandse jongeren op reis in de zeventiende eeuw</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Ronnes</surname>
<given-names>Hanneke</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240011</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Moss</surname><given-names>Alan</given-names></name>
</person-group>
<source>Gemaakt op reis. Nederlandse jongeren op reis in de zeventiende eeuw</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>438 pp.</page-range>
<isbn>9789464550047</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18652"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Op het omslag van <italic>Gemaakt op reis: Nederlandse jongeren op reis in de zeventiende eeuw</italic> van Alan Moss, staat het schilderij <italic>Havenzicht bij zonsopgang</italic> van Claude Lorrain. Volgens het Rijksmuseum, dat het schilderij in zijn bezit heeft, zorgt Lorrains Italianiserende en po&#x00EB;tische stijl voor sfeervolle taferelen. Moss koos het omslag voor zijn boek over de zeventiende-eeuwse <italic>grand tour</italic> ongetwijfeld omdat Lorrain gestationeerd was in Rome, het ultieme hoogtepunt van deze tour, en vanwege de sfeer die het schilderij ademt: zee, bergen, boten, converserende heren en een ru&#x00EF;neuze toren in het ochtendgloren. <italic>Gemaakt op reis</italic> getuigt op elke pagina van het genoegen waarmee de auteur de reizen van zijn protagonisten gevolgd en beschreven heeft.</p>
<p>Claude Lorrain vormt niet alleen onderdeel van het omslag maar ook van de tekst. De eerste paragraaf van het boek, een publieksversie van Moss&#x2019; proefschrift, heet &#x2018;Claudespiegel&#x2019;, naar het zakspiegeltje dat een landschap zo vervormt dat het wordt weerspiegeld als een schilderij van Lorrain. Voor Moss staat dit spiegeltje en het vervormende landschap symbool voor de &#x2018;educatiereis&#x2019; (de auteur gebruikt slechts sporadisch het meer gebruikelijke &#x2018;grand tour&#x2019;): ondanks de &#x2018;verrekijkers en gekleurde meetlinten presenteerden zeventiende-eeuwse educatiereizigers verre van een neutrale weergave van hun tocht&#x2019; (13). De maanden- of jarenlange tocht vervat in de reisverslagen is net zo vervormd als het landschap in een Claudespiegel. Het reisverslag &#x2013; een bij uitstek intertekstueel genre dat leunde op allerlei andere bronnen als reisgidsen, atlassen, reisliteratuur en populaire reisverslagen in druk &#x2013; bood de reizigers de mogelijkheid tot <italic>self-fashioning</italic>. De jonge reizigers presenteerden, aldus Moss, een nauwkeurig geconstrueerd ideaaltype van zichzelf voor familie, standsgenoten en het nageslacht. Deze identiteitsvorming staat in het boek centraal. In plaats van in te zoomen op thema&#x2019;s als gender of religie, zoals internationale onderzoekers van de <italic>grand tour</italic> de afgelopen jaren deden, stelde Moss zich ten doel een &#x2018;breed palet aan identiteiten&#x2019; te onderzoeken. Door deze &#x2018;verschillende deelidentiteiten &#x2013; buitenlandse educatie, status, masculiniteit, religie en nationaliteit &#x2013; naast elkaar te leggen&#x2019; kunnen ze in de conclusie worden samengevoegd &#x2018;tot &#x00E9;&#x00E9;n &#x201C;reizigersidentiteit&#x201D;&#x2019; (23).</p>
<p>Elk hoofdstuk behandelt &#x00E9;&#x00E9;n zo&#x2019;n &#x2018;deelidentiteit&#x2019;. Tegelijkertijd staat in elk hoofdstuk een etappe van de reis centraal (in het hoofdstuk over Frankrijk wordt de educatieve functie van de <italic>grand tour</italic> besproken, in dat over Itali&#x00EB; religie, et cetera). Aan de basis van het boek liggen 107 handgeschreven reisverslagen van 52 reizigers in de leeftijd van 16 tot 30 jaar. Moss heeft gekozen voor een &#x2018;brede selectie&#x2019; (18) reisverslagen die voor het merendeel opgenomen zijn in het in 1994 verschenen compendium met reisverslagen, uitgegeven door Lindeman, Scherf en Dekker. Moss &#x2013; behept met een goede pen &#x2013; citeert de verslagen veelvuldig maar niet overmatig. We volgen jongens die naar Parijs en verder reisden voor taal-, dressuur-, en danslessen. Anderen zien &#x2018;vogelstruissen&#x2019; in de menagerie van Versailles, vinden bijna de dood op een paard in het Zwitserse hooggebergte, mopperen over herbergen en ander logies, of hebben een geloofscrisis in Itali&#x00EB;. De verslagen zijn onderhoudend en soms ook buitengewoon grappig, zoals de beschrijving van een reiziger die op de terugweg een mis bijwoont waarbij een Duitse priester &#x2018;tijdens het gezang uit de maat raakte met de rest van zijn parochie en bij gebrek aan verdere liedtekst de viering aanvulde met een &#x201C;tra tralter er tra tra trara etc.&#x201D;&#x2019; (275). Moss blijft het liefst dichtbij zijn bronmateriaal, wat een <italic>mer &#x00E0; boire</italic> aan meer en minder bekende verhalen oplevert, die nergens anekdotisch worden. Wel is geregeld sprake van herhaling: het omvangrijke boek kent te veel deelconclusies en woordherhalingen, zoals &#x2018;onderkoeld&#x2019; in hoofdstuk 5 of &#x2018;scepsis&#x2019; in hoofdstuk 6.</p>
<p>Het boek overtuigt op het gebied van het <italic>verstehen</italic> van de bronnen. Het theoretische kader daarentegen is soms wat te dun. In een boek waarin identiteit centraal staat, was een uitgebreidere uiteenzetting over dit concept op zijn plaats geweest. Het optellen van &#x2018;deelidentiteiten&#x2019; ten aanzien van gender, religie en stand, leidt niet simpelweg tot &#x00E9;&#x00E9;n &#x2018;reizigersidentiteit&#x2019;. Identiteiten worden in de huidige wetenschap gezien als uiterst flu&#x00EF;de en afhankelijk van de context (van de rol die iemand vervult, van de persoon of personen die iemand tegenover zich heeft, et cetera). De houding van de jonge mannen op reis ten opzichte van vrouwen, katholieke Romeinen of studenten, is zeer relevant voor het onderzoek van Moss, maar onthult niet d&#x00E9; &#x2018;reizigersidentiteit&#x2019;. Veel minder kort door de bocht daarentegen is het deel over de vermeende (proto-)nationalistische identiteit van de reizigers.</p>
<p>Het zeer veelvuldige gebruik van Stephen Greenblatts concept <italic>self-fashioning</italic> (gemunt in 1980) vraagt om een diepgaande introductie van de term, en om de toevoeging van verschillende recentere studies die voortborduren op Greenblatt; het hoofdstuk over masculiniteit leunt op vergelijkbare wijze wat al te zeer op Sarah Goldsmiths <italic>Masculinity and Danger on the Eighteenth-Century Grand Tour</italic> (2020). De historiografie is robuuster en getuigt van een grote kennis van de internationale literatuur over de <italic>grand tour</italic>. Het boek leunt wat betreft de Nederlandse studies sterk op Anna Frank-Van Westrienens <italic>De groote tour: tekening van de educatiereis der Nederlanders in de zeventiende eeuw</italic> (1983) en Gerrit Verhoevens oeuvre, met name zijn boek <italic>Anders reizen? Evoluties in vroegmoderne reiservaringen van Hollandse en Brabantse elites (1600-1750)</italic> uit 2009. Moss blijft ver weg van een <italic>debunking</italic>-benadering, waardoor dit een sympathiek boek is geworden.</p>
<p>Maar juist daar schuurt wel iets: waar Verhoeven twee decennia na de publicatie van Frank-Van Westrienens studie voor een heel andere (meer kwantitatieve) invalshoek en een langere onderzoeksperiode koos, doet Moss dat nogmaals twee decennia later niet. &#x2018;Dit boek vormt een brede en solide basis voor verder onderzoek naar de educatiereis&#x2019; (376), klinkt het aan het einde zowel bescheiden als een beetje flauwtjes. Want was die brede en solide basis er niet al? Moss borduurt niet voort op Verhoevens conclusies en toetst diens uitkomsten niet. Bovendien lijkt de inhoudsopgave van <italic>Gemaakt op reis</italic> enigszins op die van Frank-Van Westrienen, met eerst de behandeling van de voorbereiding van de reis en daarna hoofdstukken over de verschillende reisdoelen, met daarbinnen aandacht voor religie en educatie. De onderzochte periode, de zeventiende eeuw, is ook identiek aan die van Frank-Van Westrienen. Afwijkend is de omvang van Moss&#x2019; corpus, dat het dubbele aantal reisverslagen omvat, en andere bronnen, zoals <italic>alba amicorum</italic>, brieven en kasboeken, die Moss regelmatig naast de reisverslagen legt.</p>
<p>Een radicaal andere insteek zou wellicht nog wat meer opgeleverd hebben. De auteur stelt dat onderzoek naar de journalen van vrouwen, een adelsperspectief en de langetermijneffecten van de educatiereis de moeite waard zou zijn. Sommige van deze thema&#x2019;s komen nu kort aan de orde, zoals de omgang van de mannen met vrouwen die ze onderweg tegenkwamen, en vrouwelijke reizigers. Het eerste gaat goed, het laatste komt minder uit de verf. Moss brengt slechts drie (van de negentien) reisverslagen van vrouwen kort voor het voetlicht, terwijl het mogelijk zou moeten zijn over de vrouwelijke reiziger iets spannenders te concluderen dan dat zij angstig waren op de Schelde (217) en dat de vrouw op reis niet zo zeer bezig was &#x2018;met de vergezichten van de stad&#x2019; maar dat zij zich richtte &#x2018;op het sociale contact met haar reisgenoten&#x2019; (222).</p>
<p>Alan Moss vaart met zijn boek &#x2013; elitegeschiedenis over mannen, Europa en de kunsthistorische canon &#x2013; tegen de huidige academische stroom in. Op dit punt doet het boek wat oudmodisch aan, wellicht tot opluchting van sommigen. Ook de lezer die via het egodocument het verleden graag dicht benadert, zal smullen van Moss&#x2019; werk. Vooral op basis van de gedegen analyse van het rijke en uitgebreide bronmateriaal, draagt deze studie bovendien onomstotelijk bij aan de stand van de wetenschap van de vroegmoderne Nederlandse reis.</p>
</body>
</article>