<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18650</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18650</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Wij en het water. Een Nederlandse geschiedenis</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Huistra</surname>
<given-names>Pieter</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240008</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Jensen</surname><given-names>Lotte</given-names></name>
</person-group>
<source>Wij en het water. Een Nederlandse geschiedenis</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>De Bezige Bij</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789403185613</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18650"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In zijn essay &#x2018;Verhalen van wij. Over nationale identiteit&#x2019; (<italic>Denkend aan Nederland</italic>, 2022) toont Remieg Aerts hoe de vormgeving en reproductie van &#x2018;dominante vertogen van zelfdefinitie&#x2019; in Nederland al eeuwen voortduurt. Steeds weer hebben beschouwers de Nederlandse identiteit, volksaard of het nationaal karakter geprobeerd te vatten. De termen veranderden, waar de missie dezelfde bleef: een essentie te vinden die de Nederlanders vertelde wie zij waren en moesten zijn. Sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw is de interesse van veel historici verschoven &#x2013; Aerts&#x2019; essay is een <italic>case in point</italic> &#x2013; van het mee opbouwen van een Nederlandse identiteit, naar het afstandelijk en kritisch bestuderen van dat opbouwwerk.</p>
<p>Het accent in deze kritische studies is veranderd. In de jaren 1990 was de toon in een bundel als <italic>Waar de blanke top der duinen en andere vaderlandse herinneringen</italic>, onder redactie van Niek van Sas, nog ironisch. De Nederlandse <italic>lieux de m&#x00E9;moire</italic> als Loevestein, de Dordtse synode en de Martelaren van Gorcum, die als de historische stutten van een nationale identiteit hadden gediend, werden vakkundig en vrolijk gedeconstrueerd. In de eenentwintigste eeuw werden de Nederlandse natie, haar identiteit en haar leden (&#x2018;de Nederlander&#x2019;) met hernieuwd <italic>s&#x00E9;rieux</italic> behandeld. Hun bestaan kon niet meer straffeloos worden bevraagd, laat staan ontkend, zoals ook prinses M&#x00E1;xima in 2007 ondervond. En uiteraard is deze hernieuwde ernst terecht: de Nederlander en de Nederlandse identiteit bestaan. Niet met dezelfde tastbaarheid als een blokje kaas of wassend water, maar wel als invloedrijke normerende en essentialistische concepten, die bij nadere bestudering zeer dynamisch blijken.</p>
<p>Over de relatie van zowel kaas als water tot de Nederlandse identiteit zijn recent studies verschenen. In de inleiding op de door hen geredigeerde bundel <italic>Kaas &#x003D; <sc>nl</sc>?</italic> (2023) leggen Leonie Cornips, Marieke Hendriksen en Geertje Mak uit hoe zij deconstructiewerk en ernst combineren, door te &#x2018;erkennen dat nationale identiteit ertoe doet, zonder deze als vanzelfsprekend aan te nemen&#x2019;. Zij kiezen er daarom voor niet alleen te kijken naar de &#x2018;verbeelding&#x2019; van kaas, maar ook naar de vele materi&#x00EB;le en praktische manieren waarop kaas concreet is &#x2018;<italic>verbonden</italic> met Nederland&#x2019;, door mest, in kunst, in reclame, en via globale productie- en handelsketens die vaak aan het zicht zijn onttrokken. Het doel van de bundel is om de Nederlandse kaas uit zijn vele betekenislagen &#x2018;uit te pakken&#x2019;.</p>
<p>In haar in 2022 verschenen <italic>Wij en het water. Een Nederlandse geschiedenis</italic> kiest Lotte Jensen voor een traditionelere focus op de <italic>representatie</italic> van de Nederlandse strijd tegen het water. Jensen is een gelauwerd literatuur- en cultuurhistorica die met dit boek, voortgekomen uit haar Vici-project &#x2018;Dealing with disasters. The shaping of local and national identities in the Netherlands, 1421-1890&#x2019;, een nieuwe titel toevoegt aan een omvangrijk oeuvre waarin de studie naar de Nederlandse identiteit een belangrijke plaats inneemt. De Nederlandse identiteit is ook het uitgangspunt van <italic>Wij en het water</italic>. De premisse van het boek is immers dat &#x2018;de strijd tegen het water&#x2019; een &#x2018;belangrijk element&#x2019; (14) is van de Nederlandse identiteit, en dat we &#x2018;uit de culturele verbeelding rondom overstromingsrampen&#x2019; kunnen lezen &#x2018;hoe Nederlanders zichzelf door de eeuwen zagen en wensten te zien&#x2019; (19).</p>
<p>De acht hoofdstukken behandelen verschillende aspecten van die culturele verbeelding van overstromingsrampen in Nederland, van de late middeleeuwen tot aan het heden. Jensen gaat daarbij in op terugkerende gemeenplaatsen zoals het kindje in de wieg dat een overstromingsramp overleeft en de waterwolf; op nationale en internationale vormen van hulp en liefdadigheid die volgden op rampen; op verschillende genres waarin overstromingen werden verbeeld, zoals literatuur en liederen; op de latere herinneringscultuur rondom rampen en bijna-rampen; en op verschillende soorten rolmodellen die overstromingen opleveren, zoals helden en majesteiten. Het resultaat is een rijk geschakeerde en ge&#x00EF;llustreerde inventaris van Nederlandse reacties op overstromingsrampen.</p>
<p>Inventarissen hebben voor- en nadelen. Zij bevatten veel feiten en weetjes &#x2013; bijvoorbeeld dat Jan Adriaanszoon Leeghwater al in de zeventiende eeuw de waterwolf als beeldspraak gebruikte, en dat de status van dit eens zo te vrezen wezen in de huidige tijd gezakt is tot naamgever van campings, waterpoloverenigingen en biersoorten &#x2013; maar theoretisch, methodologisch en analytisch zijn ze nogal <italic>underwhelming</italic>. Zo probeert Jensen de rol van media in het proces van beeldvorming te thematiseren in zowel de inleiding als de hoofdstukken over watersnoodliteratuur en watersnoodliederen. Veel verder dan platitudes als dat &#x2018;verhalen en beelden [&#x2026;] veel invloed [hebben] op onze waarneming en interpretatie&#x2019; (14) of waarschuwingen dat &#x2018;literaire beschrijvingen [&#x2026;] per definitie een vertekend beeld van de werkelijkheid&#x2019; (73) geven, en dat watersnoodliederen &#x2018;een gekleurd beeld van de werkelijkheid&#x2019; (191) bieden, komt die poging niet.</p>
<p>Het over zo&#x2019;n lange periode terugvinden van baby&#x2019;tjes die drijven op de golven, liefdadigheidsacties, of de talrijke mutaties van de waterwolf is een prestatie op zich en was zonder de zegening van digitaal doorzoekbare bronnencorpora waarschijnlijk ook niet mogelijk geweest, zoals ook wel blijkt uit de wat summiere noot &#x2013; &#x2018;Zie hiervoor de databank Delpher.nl&#x2019; (65) &#x2013; bij de geconstateerde pieken in het voorkomen van de waterwolf in de overstromingsjaren 1926 en 1953. Maar ontzag maakte bij deze lezer plaats voor verveling bij het steeds opnieuw opduiken van een waterwolf, bij n&#x00F3;g een liefdadigheidsactie, bij w&#x00E9;&#x00E9;r een watersnoodlied, en bij het zoveelste kindje in een wieg, al dan niet vergezeld door een kat. Wat moeten we ermee, wat betekent het? Natuurlijk hoeft niet iedere cultuurhistorische analyse van poezen zo uitgebreid en controversieel te zijn als Robert Darntons <italic>The Great Cat Massacre</italic>, maar de lezer was gebaat geweest bij iets meer uitpakwerk dan de slotsom &#x2018;Door de eeuwen heen blijkt de kat een steun en toeverlaat te zijn van kinderen die angstige momenten tijdens een watersnoodramp meemaken &#x2013; zowel in de verbeelding als de werkelijkheid&#x2019; (45).</p>
<p>Dit gebrek aan scherpte in de analyse is consistent in <italic>Wij en het water</italic>. Hoofdstuk zeven, bijvoorbeeld, behandelt de watersnoodliederen als een apart medium &#x2018;omdat er een muzikale component aan is verbonden&#x2019; (191). Dat is een beloftevolle vaststelling, maar voor juist het muzikale aspect van deze liederen is in de analyse geen aandacht. Zelfs als Jensen vaststelt dat de liederen bestaande melodie&#x00EB;n gebruikten, dan gaat haar aandacht enkel uit naar de <italic>teksten</italic> die eerder op die melodie zijn gezongen, en niet naar die &#x2018;muzikale component&#x2019; die afzonderlijke bestudering rechtvaardigde. Evenzeer oppervlakkig is de behandeling van de &#x2018;internationale solidariteit&#x2019; na overstromingsrampen in hoofdstuk 6. De buitenlandse giften na de ramp van 1953 (180-187) worden als een uiting van een Maussiaans &#x2018;wederkerigheidsprincipe&#x2019; geduid, en tegelijk als een uiting van Europees of wereldburgerschap, maar op geen enkel moment plaatst Jensen deze internationale hulpacties in de context van, bijvoorbeeld, de vroege Koude Oorlog of andere internationale machtsverhoudingen.</p>
<p>Waar valt <italic>Wij en het water</italic> nu te plaatsen? Jensen ontwaart in al deze vormen van culturele verbeelding een &#x2018;grondtoon&#x2019; die zij aanduidt als het &#x2018;<italic>luctor et emergo</italic>-narratief&#x2019; (17) of &#x2018;-motief&#x2019; (247), van veerkracht, weerbaarheid en herstel. Daarmee neemt Jensen een positie in als beschouwer van al het identiteitswerk dat in de omgang met overstromingsrampen naar voren komt. Tegelijk heft zij de afstand tussen haar en haar onderwerp ook op, bijvoorbeeld in het gebruik van de eerste persoon meervoud: het zijn &#x2018;we&#x2019; die &#x2018;de strijd tegen het water als een belangrijk element van de Nederlandse identiteit zijn gaan beschouwen&#x2019; (14). Het verlangen om ook zelf bij te dragen aan een vertoog van zelfdefinitie blijkt eveneens uit de lange halen naar het heden, die Jensen aan veel hoofdstukken toevoegt. De epiloog van het boek is het beste voorbeeld: Jensen beveelt ons aan om van het <italic>luctor et emergo</italic>-narratief specifiek de &#x2018;ecologische variant&#x2019; te kiezen, die teruggrijpt op de &#x2018;amfibische cultuur&#x2019; (250) die Nederland vroeger was en nu dus ook weer zou moeten worden. Met het water &#x2018;meebewegen&#x2019; lijkt mij verstandig, en mijn zeer beperkte expertise in watermanagement laat me zeker niet toe dit toegepast-historisch advies te betwisten, maar hoe specifiek d&#x00E9;ze les voortkomt uit de voorafgaande opsomming van rampspoed die onze voorouders hebben doorworsteld, blijft onduidelijk.</p>
</body>
</article>