<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18649</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18649</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ongezien, ongehoord. Hindostanen in de Nederlandse koloniale geschiedenis</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Meel</surname>
<given-names>Peter</given-names> 
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240009</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Elahi</surname><given-names>Jaswina</given-names></name>
<name><surname>Gowricharn</surname><given-names>Ruben</given-names></name>
</person-group>
<source>Ongezien, ongehoord. Hindostanen in de Nederlandse koloniale geschiedenis</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789464560626</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18649"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De auteurs van <italic>Ongezien, ongehoord</italic> hebben zichzelf twee doelen gesteld. Zij willen de geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen &#x2013; oorspronkelijk afkomstig uit India, numeriek de grootste bevolkingsgroep van Suriname, in Nederland een gemeenschap vormend van ongeveer 160.000 personen &#x2013; introduceren bij een breed publiek. Daarnaast willen zij een bijdrage leveren aan het debat over de koloniale geschiedenis van Nederland en de opname van de met Suriname verbonden bevolkingsgroepen hierin. Het gaat hen daarbij niet om het formuleren en beantwoorden van specifieke onderzoeksvragen, maar om het identificeren van capita selecta. Van de uiteenlopende methoden en bronnen waarvan zij zich bedienen, maken zij een eclectisch gebruik.</p>
<p>Met de bedoeling witte Nederlanders &#x00E9;n generaties Hindostanen in Nederland en Suriname te bereiken, richten de schrijvers zich op de hoofdlijnen van de Surinaams-Hindostaanse geschiedenis. Zij bespreken op een bondige en toegankelijke wijze de thema&#x2019;s die ertoe doen en haken &#x2013; waar zij dit relevant achten &#x2013; aan bij lopende academische debatten, bijvoorbeeld over slavernij en contractarbeid als arbeidssysteem en over de betekenis van transnationale relaties die etnische groepen met hun &#x2018;thuisland&#x2019; onderhouden. Puttend uit eigen publicaties en die van collega-onderzoekers schetsen Jaswina Elahi (cultuurwetenschapper) en Ruben Gowricharn (socioloog) in deel 1 de wording van de Hindostaanse gemeenschap in Suriname, in deel 2 de culturele banden tussen Hindostanen in India, Suriname en Nederland en in deel 3 de historische opvattingen van Hindostaanse jongeren in Nederland.</p>
<p>In deel 1 laten de auteurs zien dat na de afschaffing van de slavernij en de be&#x00EB;indiging van het systeem van Staatstoezicht de Nederlandse koloniale machthebbers inzetten op de rekrutering van contractarbeiders in India en hun verscheping naar Suriname. Op hun bestemming aangekomen, werden de Britse onderdanen te werk gesteld op plantages waar eerder slaafgemaakten het arbeidsreservoir vormden. Slavernij en contractarbeid &#x2013; met hun overeenkomsten en verschillen &#x2013; lagen in elkaars verlengde. Voor de planters waren beide systemen aantrekkelijk, omdat deze hen in staat stelden de arbeidskosten beheersbaar te houden.</p>
<p>Onder het traktaat dat de Nederlandse en de Britse regering met elkaar hadden gesloten, kwamen tussen 1873 en 1916 ruim 34.000 Hindostanen naar Suriname. Zij hadden een beslissend aandeel in het overeind houden van de plantagelandbouw. Ongeveer twee derde van hen besloot om zich na afloop van hun contract als vrije landbouwer in Suriname te vestigen. Uit de Brits-Indische regionale culturen die de nieuwkomers hadden meegenomen, vormde zich geleidelijk een etnische groep met eigen netwerken en instituties op cultureel, sociaal en religieus gebied. In de woorden van de schrijvers fungeerde het systeem van contractarbeid daarbij als &#x2018;de grote gelijkmaker&#x2019;, die processen van culturele, geografische en economische &#x2018;homemaking&#x2019; stroomlijnde en aan de wieg stond van de uitholling en op termijn verdwijning van het traditionele kastenstelsel.</p>
<p>De auteurs tonen in deel 2 de invloed van processen van acculturatie en verwestersing op het gebied van de godsdiensten en talen van de Hindostanen. Het begrip Hindoestanen &#x2013; verwijzend naar het herkomstgebied van de arbeidsmigranten &#x2013; maakte geleidelijk aan plaats voor de term Hind<italic>o</italic>stanen &#x2013; waarmee de ex-contractanten en hun nakomelingen niet alleen beoogden Hindoes in te sluiten, maar ook Moslims, Christenen en andersgelovigen. De auteurs maken inzichtelijk dat de religieuze en culturele veranderingen in het bijzonder de emancipatie van de Hindostaanse vrouw ten goede kwamen. Door hun toenemende scholing en onder invloed van westerse maatstaven van beoordeling werd de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen op een doortastende wijze ge&#x00EF;nstitutionaliseerd. Hindostaanse muziekgenres en dansstijlen ondergingen eveneens aanpassingen, onder invloed van moderne massamedia en door processen van verstedelijking. Hierdoor evolueerden muziek- en dansvormen, maar werden daarnaast de culturele banden tussen Hindostaanse gemeenschappen in Suriname, Nederland, Guyana en Trinidad versterkt, al dan niet gefaciliteerd door de Indiase regering.</p>
<p>Volgens de schrijvers draagt Hindostaanse muziek in het bijzonder in Nederland de identiteit van de eigen groep uit. In liederen wordt gerefereerd aan de periode van de contractarbeid en wordt uiting gegeven aan gevoelens van verlies, verdriet en nostalgie. Tegelijk constateren zij dat Hindostanen in Nederland van een sober levende tot een feestende gemeenschap zijn uitgegroeid. Daarbij gaat het om de viering van gangbare religieuze feesten, maar ook om nieuwe feesten die aan Bollywoodfilms zijn ontleend en om Nederlandse feesten als Sinterklaas en Koningsdag. Daarnaast kunnen feestelijkheden rond &#x2018;life-events&#x2019; zich in een toenemende populariteit verheugen. Al deze evenementen hebben een belangrijke sociale functie, maar dienen niet zelden ook om de status van de deelnemers te bevestigen dan wel te verhogen.</p>
<p>Deel 3 is gewijd aan hedendaagse opvattingen over de Hindostaanse geschiedenis, waarbij de auteurs zich beijveren om feiten en mythen zo goed mogelijk van elkaar te scheiden. Methodologisch is dit het minst onderbouwde deel van het boek. Zo nuanceren zij het oordeel onder Hindostanen dat hun voorouders er goed aan deden om India te verlaten om op die manier armoede en slechte toekomstperspectieven te ontvluchten. De tegenwerping van Elahi en Gowricharn luidt dat niet alle contractarbeiders kozen voor een definitief vertrek getuige de terugkeer van substanti&#x00EB;le cohorten ex-contractanten naar India. Zij stellen bovendien dat er ook Indi&#x00EB;rs waren die tot welstand wisten te geraken door migratie b&#x00ED;nnen het herkomstgebied van de contractanten en dat er in Suriname en Nederland Hindostanen woonachtig zijn die onmiskenbaar tot de onderklasse kunnen worden gerekend. Hoewel deze gegevens op zichzelf correct zijn, is de redenering niet heel sterk, omdat deze niet weerlegt dat veel contractarbeiders wel degelijk hun geboortegrond verlieten met de bedoeling een beter bestaan elders op te bouwen en hier dikwijls ook in slaagden. Evenmin maken zij duidelijk hoeveel Hindostanen in Nederland het <italic>thank goodness</italic> narratief hebben geadopteerd.</p>
<p>De schrijvers plaatsen ook kanttekeningen bij de opvatting dat contractarbeid ten diepste kan worden beschouwd als een nieuwe vorm van slavernij en dat Hindostanen en Afro-Surinamers in vergelijkbare mate slachtoffer waren van het Nederlandse kolonialisme. Zij benadrukken in dit verband de formele verschillen tussen beide arbeidssystemen en menen dat het construeren van overeenkomsten tussen Hindostanen en Afro-Surinamers de historische en sociale afstand tussen beide groepen wellicht verkleint, maar een miskenning inhoudt van het cultureel pluralistische karakter van de Surinaamse en de Nederlandse samenleving. Integratie met behoud van eigen identiteit is kennelijk een strategie die zij vooralsnog hoog wensen te houden.</p>
<p>Waar het gaat om de (her)ori&#x00EB;ntatie van Hindostaanse jongeren op hun eigen geschiedenis stellen de auteurs dat die grotendeels wordt bepaald door persoonlijke behoeften en verwachtingen en door de beschikbaarheid van (betrouwbare) informatie. De schrijvers beweren aanwijzingen te hebben dat meer dan voorheen Hindostaanse jongeren trots zijn op hun afkomst, maar laten in het midden hoe zij deze jongerengroep defini&#x00EB;ren en waarop zij hun vaststelling baseren. Hun bevindingen lijken deels het resultaat van participerende observatie, maar ook van de inschatting dat trots op de eigen cultuur een voorwaarde is om de Hindostaanse geschiedenis erkend te krijgen als deel van de Nederlandse (post)koloniale geschiedenis.</p>
<p>Met die erkenning gaat het volgens hen nog niet erg voorspoedig. Zij delen het standpunt van Hindostaanse jongeren dat in Nederland hun geschiedenis ongezien en ongehoord is en dat het accent is komen te liggen op de historische betrokkenheid van Nederlanders bij de slavenhandel en de slavernij in het Cara&#x00EF;bisch gebied. In discussies over de hedendaagse omgang met dit verleden voeren Afro-Surinamers de boventoon, terwijl de stemmen van Hindostanen en andere Surinaamse bevolkingsgroepen onvoldoende doorklinken. Door die onbalans dreigt er naar het oordeel van de onderzoekers een vertekend beeld van de geschiedenis van deze groepen te ontstaan &#x00E9;n van het Nederlandse koloniale verleden dat zij mede vorm hebben gegeven.</p>
<p>De beperkte maatschappelijke zichtbaarheid van Hindostanen in Nederland schrijven de auteurs toe aan hun relatieve afwezigheid in de media, de politiek en de wetenschap. Ondanks hun geslaagde integratie en culturele veelzijdigheid zijn hun inspanningen en verdiensten daardoor maar beperkt over het voetlicht gekomen. De onderzoekers onthouden zich van analyses die mogelijke verklaringen mede zoeken bij de wijze waarop Hindostanen zich in Nederland profileren. Ze zinspelen hier wel op (198-206, 210-211), maar pakken niet door. Dit wekt enige bevreemding, omdat er eerder al over dit thema is geschreven, onder andere in Chan Choenni&#x2019;s <italic>Hindostaanse Surinamers in Nederland</italic> (opgenomen in de literatuurlijst van het boek).</p>
<p><italic>Ongezien, ongehoord</italic> biedt een welkome kennismaking met de geschiedenis van de Hindostanen, een geschiedenis die inherent verbonden is met de Nederlandse (post)koloniale geschiedenis. Het boek levert een laagdrempelige bijdrage aan het zichtbaar maken van deze groep die tot op heden voor veel Nederlanders onder de radar is gebleven. <italic>Ongezien, ongehoord</italic> biedt relevante kennis en verdiepte inzichten, maar geeft in het bijzonder ruimte aan een honorabel streven de Hindostaanse geschiedenis onderdeel te laten worden van de Nederlandse geschiedenis.</p>
</body>
</article>