<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18648</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18648</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Vrouwelijke muziekmecenassen in de Republiek der Nederlanden</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Tilburg</surname>
<given-names>Marja</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksuniversiteit Groningen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2024</year>
</pub-date>
<volume>139</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20240010</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Amerongen</surname><given-names>Veronica</given-names></name>
</person-group>
<source>Vrouwelijke muziekmecenassen in de Republiek der Nederlanden</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>352 pp.</page-range>
<isbn>9789463721592</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2024 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2024</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18648"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Veronica van Amerongens boek <italic>Vrouwelijke muziekmecenassen in de Republiek der Nederlanden</italic> biedt wat de titel belooft: een uitgebreid onderzoek naar materi&#x00EB;le en immateri&#x00EB;le steun van vrouwen aan het muziekleven in de Republiek. Deze studie vult een lacune, aangezien aan muziekmecenaat van vrouwen nauwelijks aandacht is besteed in de wetenschappelijke literatuur. Dat komt ten dele door een gebrek aan belangstelling: de auteur laat zien dat giften van vrouwen in de literatuur meermalen onvermeld zijn gebleven, ook al stond hun naam of wapen op een instrument of bladmuziek. Dat komt ook doordat muziek zich veel minder leent voor mecenaat dan architectuur of kunst. Toonkunst bestaat immers voor het overgrote deel uit repeteren en uitvoeren. Zodra de laatste klanken van een muziekstuk wegsterven, verdwijnt het kunstwerk en verdampt het ge&#x00EF;nvesteerde kapitaal.</p>
<p>Van Amerongen heeft haar onderwerp zo breed mogelijk benaderd: ze heeft alle mogelijke relevante objecten &#x2013; instrumenten, partituren, compositieopdrachten &#x2013; ge&#x00EF;nventariseerd en daarover zoveel mogelijk informatie verzameld. Daarbij heeft ze zich niet beperkt tot schriftelijk materiaal &#x2013; notulen, brieven, rekeningen &#x2013; maar ook de voorwerpen zelf nauwkeurig bestudeerd. Deze benaderingswijze komt duidelijk naar voren in de opzet van het boek: in de eerste hoofdstukken bespreekt zij (mede-)financiering van orgels, klokken en klokkenspelen in kerken en stadhuizen. Vervolgens gaat haar aandacht naar steun bij het drukken van partituren. Tot slot gaat zij uitvoerig in op initiatieven van vrouwen aan de hoven in Den Haag en Leeuwarden, met name van Elizabeth Stuart en Anna van Hannover. Daarbij gaat het behalve om compositieopdrachten ook om concerten en muzieklessen &#x2018;aan huis&#x2019;. Dat alles resulteert in een uitvoerige beschrijving van inspanningen van vrouwen voor het muziekleven in de Republiek.</p>
<p>In haar analyse besteedt Van Amerongen aandacht aan de specifieke rol van de vrouwelijke mecenas: het blijkt verschil te maken of de mecenas een <italic>queen consort</italic> of een vermogende weduwe, een echtgenote of een non was. En passant wordt duidelijk dat aanzien niet het enige oogmerk van een mecenas hoefde te zijn: het ondersteunen van ongeoefende kerkgangers bij het zingen motiveerde ook menige gift. Ten behoeve van de lezer zijn lijsten gemaakt van de vele schenkingen en kaarten van de regionale spreiding daarvan. Zo wordt duidelijk dat muziekmecenaat ook floreerde buiten de provincies Holland en Friesland. Het brede scala aan onderzoeksgegevens wordt vergeleken met bestaande literatuur over mecenaat in de Republiek en andere Europese landen. Dat alles wordt voorafgegaan door een schets van het gender regime in de Republiek om duidelijk te maken welke mogelijkheden vrouwen hadden om als mecenas op te treden.</p>
<p>Van Amerongen gebruikt de definitie van mecenaat van kunsthistoricus Bram Kempers. Hij benadrukt het belang van samenwerking tussen mecenas en kunstenaar, waarmee het doel of het belang van de opdrachtgever onderdeel wordt van de analyse. Politieke aspecten van een opdracht of een gift worden dan ook systematisch besproken. In haar interpretaties blijft Van Amerongen dicht bij de feiten. Dat heeft naast het voordeel van empirische precisie ook nadelen. Het eerste nadeel betreft het ontbreken van kritische reflectie op interpretaties of theorie&#x00EB;n van andere onderzoekers. Een voorbeeld kan worden gevonden in het hoofdstuk over dedicaties in bladmuziek. Daar bespreekt zij twee verschillende opvattingen over het belang van dergelijke dedicaties in zestiende-eeuws Itali&#x00EB;: volgens Claudio Annibaldi bevordert een opdracht aan een adellijke dame de verkoop. Die zou aanzetten tot identificatie van de koper met de dame en vooral met de hoofse cultuur die zij representeerde. Jonathan Glixon betoogt daarentegen dat dedicaties in de praktijk weinig verschil maakten. Muziekstukken werden doorgaans opgedragen aan relatief &#x2018;gewone&#x2019; vrouwen. Na dit korte expos&#x00E9; gaat de auteur over tot bespreking van dedicaties in Nederlandse partituren en maakt zij onderscheid tussen dedicaties aan adellijke vrouwen en aan overige vrouwen. Op basis van haar analyse had Van Amerongen iets kunnen zeggen over de geldigheid van bovengenoemde interpretaties. Dat laat zij helaas achterwege.</p>
<p>Dat brengt mij op een tweede nadeel van dit onderzoek: de auteur aarzelt om het functioneren van het muziekmecenaat in een bredere, maatschappelijke context te bespreken. In de historiografie is veel aandacht besteed aan de problematische verhouding tussen stadhouders aan de ene kant en de burgerij aan de andere kant. Stelde muziekcriticus Elmer Sch&#x00F6;nberger niet dat de zeventiende-eeuwse burgerij bij voorkeur zelf musiceerde in huiselijke kring in plaats van naar de opera te gaan? Uit onderzoek naar muziekmecenaat in andere Europese landen is gebleken dat competitie tussen centralistische hoven en traditionele stadsbesturen een rol speelde. Dat leidde bijvoorbeeld tot problemen in het vroeg achttiende-eeuwse Leipzig. Volgens Ulrich Siegel hadden het Saksische hof en het stadsbestuur verschillende kandidaten op het oog voor de functie van cantor. Het hof gaf de voorkeur aan een internationaal bekend musicus met kennis van opera boven Johann Sebastian Bach. Diens benoeming was het resultaat van een bestuurlijke compromis dat Bach voor de rest van zijn loopbaan zou achtervolgen. Van Amerongens onderzoek geeft een duidelijke aanwijzing dat de concurrentie tussen hof en stad ook in de Republiek een rol speelde. Na het overlijden van stadhouder Willem <sc>iv</sc> continueerde zijn weduwe Anna van Hannover haar mecenaat. Behalve muziekavonden aan het hof steunde zij ook muziekverenigingen van de Haagse burgerij. Zou dat laatste zijn ingegeven door haar voornemen om brede steun voor haar zoon te verwerven en zo zijn functie als stadhouder veilig te stellen? Als dat niet de reden was, wat dan wel? Op deze vraag gaat Van Amerongen niet in.</p>
<p>Dat alles laat onverlet dat Van Amerongen kennis en inzicht in het muziekleven in de Republiek heeft verbreed en verdiept. Zij toont aan dat vrouwen daaraan op velerlei manieren hebben bijgedragen. Daarbij wijst zij op mogelijkheden en beperkingen die een specifieke rol met zich brengt. Dat vrouwen hun kansen hebben benut, ook al maande vadertje Cats tot voegzaamheid en bescheidenheid, komt duidelijk naar voren in dit fraai uitgegeven en rijk ge&#x00EF;llustreerde boek.</p>
</body>
</article>